Over mijn commentaren op Multatuli's "IdeŽn"

1. Multatuli's "IdeŽn" zijn een uniek werk in de Nederlandse literatuur, en er is mij ook niets vergelijkbaars bekend erbuiten.

Het bestaat uit 7 boekdelen druks, ieder boek ruim 300 paginaas, met in totaal 1282 genummerde ideŽn, zoals Multatuli spelde, en ik in dit verband ook zal doen, van zeer verschillende lengtes, en met vele ideŽn met sub-ideŽn van hetzelfde nummer maar met een letter - a, b, c etc. - en vele ideŽn met noten, het geheel over zťťr veel onderwerpen, van filosofische, letterkundige, politieke, maatschappelijke, sociologische, (anti-)religieuze, koloniale, economische, kritische, literaire, feministische en andere aard, in allerlei stijlen, van droog en kort of ironisch tot lyrisch bevlogen, satirisch, sarcastisch, bijtend en beschrijvend, verhalend, argumenterend in allerlei vormen, terwijl het ook diverse korte verhalen, een stel parabelen en gelijkenissen, veel epigrammatische uitspraken, een heel toneelstuk, een lange, niet afgemaakte roman over een Amsterdams jongetje, en zeer veel meer bevat.

Alles is geschreven in een schitterende stijl of palet van stijlen, en is soms kennelijk snel geschreven, en soms moeizaam tot stand gebracht en veel gewijzigd, maar alles heeft altijd een eigen, herkenbare, levendige toon en stijl, en is altijd buitengewoon goed, helder Nederlands, dat ook weer uniek is en door niemand geŽvenaard is in het Nederlands, en door heel weinigen erbuiten.

Het resultaat, de "IdeŽn" waarover dit stuk handelt, is een bijzonder ingewikkeld geheel, en wat daar zeer toe bijdraagt is dat de zeer vele ideŽn en onderwerpen die Multatuli opvoert door hem gepresenteerd worden in de genoemde genummerde reeks van 1282 ideŽn in 7 boekdelen, waarin de ideŽn ongeorganiseerd en verbrokkeld afgedrukt staan, zonder enige organisatie of ordening. Hier is het idee dat hierover handelt grotendeels:

34. Myn IdeeŽn zyn de "Times" van m'n ziel.

(..) De bedoeling van m'n Idee is, te verzekeren dat ik schryf naar den indruk van 't oogenblik, zonder my te bekommeren, noch om verband, noch om homogeniteit, noch om eindelyke konklusie. Vandaar dan ook dat ik zoo dikwyls van onderwerp verander.

Er ligt alzoo in dit gebrek aan methode, een soort van... methode. En deze is - onder zekere gegevens - de slechtste niet. Wie steeds naar z'n beste weten zegt wat hem voorkomt waar te zyn, kan nooit met zichzelf in tegenspraak komen. De hieruit voortspruitende harmonie tusschen gedachten die op onderscheiden tydstippen en in geheel verschillende omstandigheden geuit werden, getuigt misschien voor waarheid doch ongetwyfeld voor oprechtheid. En juist uit deze overeenstemming ontstaat ten slotte ťťn geheel, dat klemmender betoogt dan verhandelingen waarin een onaangenaam parti-pris al te gemaniŽreerd tusschen kop en staart is gezet. Verlos ons van den... pleittoon, Heer!

Toch moet ik - niet zonder verwyzing naar 50 en 51 - velen waarschuwen tegen 't volgen myner niet-methode.

Het geheel is een ongeordende reeks van meer dan 2000 paginaas kaleidoscopisch verbrokkelde ideŽn van allerlei vorm en inhoud over van alles en nog wat, variŽrend van filosofische ideŽn (1, 46, 71, 72, 94, 175, 530), ethiek (114, 423); literaire vertellingen (229, 805) en parabels (107, 447, 1238, 1261), tot kritieken van parlementarij (118, 119, 133), kies-recht (7, ), kamers, regeringen en politiek, koloniale (1027-1030) en maatschappij-kritieken (451), satires van politieke (452, 972), religieuze (454) en literaire voorgangers (1053 e.v.), verhandelingen en opmerkingen over spelling, Nederlands (11-14, 39-45), letterkunde (58), en taalkunde (1062), verhandelingen over de rechten van vrouwen en meisjes (182, 448), over het huwelijk (183), de opvoeding (15, ), scholen, onderwijs, en studie, over genialiteit (75-77, 103-110, 1002-1003, 1278-1281), over wetten, zeden, gebruiken en misbruiken in Nederland, over Nederlandse karakters, moraliteit, eerlijkheid, motieven, en vermogens, over filosofische kennis-leer (17) en zijns-leer (71), over logica (268, 268a), definities (10), redeneren (175) en humor (158), over godsdienst (102,  ), theologie (32, 57, 63-66), atheÔsme, dominees, protestanten, katholieken, ongelovigen, over onderwijs en vrije studie, over het onvermogen te lezen, over moed (220-223, 246), karakter (73, 74), menselijkheid (9, 107, 136, 137, 276), over goed bestuur en goed koningsschap (930), over maatschappelijke hervormingen (451), koloniale hervormingen (982), oorlogen (475), literatuur, schrijvers, schrijven, poŽzie, liefde (508, 509), wijsbegeerte (175), wiskunde (529) en dat weer aangevuld met een toneelstuk en vele delen Woutertje Pieterse, de geschiedenis van het opgroeien van een Amsterdamse jongen, volgens Multatuli:

Myn voornemen was in den ĎWouterí 'n schets te geven van den stryd tusschen laag en hoog, tusschen zielenadel en ploertery. Wouter is een nieuwe - en betere! - Faust, een Don Quichot naar den geest.

 

2. Het is moeilijk zich van het geheel en van de verbanden tussen de delen en de ideŽn een goede voorstelling te maken, en het is een feit dat hypertext, in dit geval html, daarbij zeer behulpzaam is, want dit maakt het mogelijk allerlei links te leggen tussen allerlei ideŽn.

Ik heb dit middel dan ook dankbaar en uitgebreid gebruikt in mijn html-editie van de IdeŽn van Multatuli, en in mijn commentaren daarbij, en ik heb allerlei verbanden kunnen leggen die op papier zowel moeilijker te maken als te lezen zijn dan via het beeldscherm van een computer.

In dit stuk wil ik het een en ander opmerken over mijn commentaren bij de IdeŽn, want ik schreef commentaren, noten, opmerkingen, toelichtingen, verhelderingen en overige glossen bij vrijwel alle ideŽn in alle 7 delen IdeŽn van Multatuli, van een totale lengte die zeker ťťn a twee delen IdeŽn omvat, en dat afgezien van de citaten van waar mijn teksten op slaan, die ik gewoonlijk ook geef voorafgaand aan mijn commentaren erbij, en ik schreef deze commentaren, noten, opmerkingen, toelichtingen, etc. tussen 2001 en 2006, dus circa. 115 jaren na Multatuli's dood, en 125 of meer jaren na de eerste publicaties van Multatuli's IdeŽn.

 

3. Laat ik hier een stel algemene vragen over opwerpen:

Waarom deed ik het? En wat voor soort commentaren zijn het? Wat moet een lezer er mee? Waar is het allemaal goed voor? Waarom - schrijver dezes heeft academische titels in de filosofie en de psychologie, maar heeft geen enkele academische bekwaamdheid in de Nederlandse Letterkunde - niet gewacht tot een waarachtig Nederlands Letterkundige zich geroepen zou voelen Multatuli's IdeŽn van geleerd commentaar te voorzien? Wat is de zin ervan als de becommenteerde schrijver al 115 jaar dood is, vrijwel niemand ooit de IdeŽn becommenteerd of gerecenseerd heeft, en de meeste kwesties die erin behandeld worden tot de volstrekt voltooide verleden tijd van een lang vervlogen Nederland van eeuwen her gerekend kunnen worden? Waarom behandel ik de IdeŽn van een schrijver die weliswaar doorgaat voor "Nederlands Grootste Schrijver", maar wiens IdeŽn nooit serieus behandeld zijn in Nederland?

Het zijn deze en dergelijke vragen die ik in dit stuk wil behandelen. Ik zal beginnen met het schetsen van een kort antwoord op de laatste vraag, omdat mijn antwoord iets van een driedubbele rechtvaardiging en grond geef, die weliswaar niet mijn enige redenen betreffen om mijn commentaren bij de IdeŽn te schrijven, maar die tevens de deugd bezitten algemeen erkend te zullen zijn, of te berusten op eenvoudig vaststelbare feiten.

 

4. Om te beginnen dan, en vanaf het eind van de vragen die ik hierboven formuleerde

  • Waarom behandel ik de IdeŽn van een schrijver die weliswaar doorgaat voor "Nederlands Grootste Schrijver", maar wiens IdeŽn nooit serieus behandeld zijn in Nederland?

Ik houd Multatuli voor "Nederlands Grootste Schrijver", wat opzichzelf een goede reden is zich in zijn proza te willen verdiepen, en ben zelf een filosoof en psycholoog, die meer in ideeŽn over de werkelijkheid en in wetenschap en wijsbegeerte is geÔnteresseerd dan in literaire fantastische vertellingen, zodat het niet vreemd is dat ik geÔnteresseerd ben in de IdeŽn van een groot schrijver in het Nederlands, en meen daar beter voor gekwalificeerd te zijn, althans waar het kennis van ideeŽn betreft en niet van bijzondere academische letterkundigheid die zou dienen om ze van geleerd Neerlandistiek commentaar te voorzien.

Bovendien is het een feit dat Multatuli's IdeŽn, hoewel hij het zelf voor z'n hoofdwerk hield, noch tijdens noch na z'n leven ook maar enigermate serieus behandeld of besproken zijn, behalve in heel algemene zin, gewoonlijk zonder in te gaan op tal van specifieke ideŽn.

Eťn reden voor de zeldzame publieke bespreking, behandeling of weerlegging van de IdeŽn zijn dat ze, als geheel genomen, bijzonder ingewikkeld en uitgebreid zijn, zeer veel onderwerpen bevatten, en bovendien bijzonder kritisch ingaan op tal van vooral Nederlandse toestanden, gebreken en personen. Dit laatste feit, namelijk Multatuli's vaak zeer sarcastische, scherpe, honende kritiek op Nederlandse misstanden en de leidende personen die hij daavoor verantwoordelijk hield, is dan ook een begrijpelijke grond waarom veel van z'n tijdgenoten hem liever doodzwegen dan dat ze hem beantwoordden of met hem in publieke discussie gingen, en de ingewikkeldheid en uitgebreidheid van de IdeŽn als geheel vormt hier een op zichzelf begrijpelijk excuus voor.

Dit is dan ook weer een belangrijke reden dat Multatuli's IdeŽn zelden besproken of gerecenseerd zijn, wat natuurlijk op zichzelf snel een grond gaat vormen waarom het niet gedaan wordt: "Men" doet het 65xniet; het is moeilijk en ingewikkeld om goed te doen; en waarom zou ik het dan proberen?

 

5. Welaan dan:

  • Wat is de zin ervan als de becommenteerde schrijver al 115 jaar dood is, vrijwel niemand ooit de IdeŽn becommenteerd of gerecenseerd heeft, en de meeste kwesties die erin behandeld worden tot de volstrekt voltooide verleden tijd van een lang vervlogen Nederland van eeuwen her gerekend kunnen worden?

Wel, lezer: Het is waar dat niet ŗlle kwesties de Multatuli in de 19e eeuw behandelde in zijn IdeŽn in de 21e eeuw waarin ik mijn commentaren schreef nog leven - maar het is ook waar dat dit welbeschouwd, althans voor intelligente mensen die kunnen nadenken en lezen met verstand, maar heel weinig kwesties geldt, en dat zelfs dan Multatuli's Nederlands nog steeds uitzonderlijk goed en leesbaar blijft.

Ieder werk draagt kenmerken van de tijd waarin het geschreven werd met zich, en dit geldt temeer voor een werk dat vooral daar en dan spelende kwesties behandelt.

Daarbij: Zťťr vele kwesties die Multatuli aan de orde stelde leven nog steeds, voor mensen in het algemeen of voor Nederlanders. Wellicht de belangrijkste is de godsdienstige: Of er een god bestaat, of men moet geloven in iets bovennatuurlijks, of er goede redenen bestaan om religieuze gelovers te ontzien, te beschermen, of een speciale status te geven (al dan niet omdat ze een specifiek geloof hebben) etc.

Andere belangrijke kwesties die Multatuli behandeld, altijd in zeer fraai en scherp Nederlands, zijn het gemiddelde Nederlandse onvermogen zich menselijk te gedragen; de grote hoeveelheid onwaarheid, onwaarachtigheid, pretentie en pose in het publiek gedrag van mensen; het belang van wetenschap, logica en rationaliteit; wat de rechten van vrouwen en meisjes zijn en behoren te zijn;

 

6. Dan was er de vraag:

  • Waarom - schrijver dezes heeft academische titels in de filosofie en de psychologie, maar heeft geen enkele academische bekwaamdheid in de Nederlandse Letterkunde - niet gewacht tot een waarachtig Nederlands Letterkundige zich geroepen zou voelen Multatuli's IdeŽn van geleerd commentaar te voorzien?

Het antwoord op deze vraag is in beginsel makkelijk, al zitten er meerdere kanten aan.

In de eerste plaats is het de afgelopen 115 jaren niet gebeurd, wat suggereert dat als ik het niet gedaan zou hebben de kans dat het de komende 115 jaren zou gebeuren gevoegelijk aanzienlijk kleiner dan 1/2 gesteld kan worden - met een kans veel groter dan 1/2 om te blijven steken in letterkundige commentaren van het genre Schrant: "ĎGestaltenisí beduidt: Ďgestalte, gedaante.í" e.d. (zie 1064).

Vervolgens is het een feit dat Nederlandse Letterkundigen zelden of nooit de bekwaamheden hebben om in te gaan op niet-letterkundige kwesties, en dat bij voorkeur ook vermijden, omdat dit problemen zou kunnen geven, zeker als de niet-letterkundige kwesties vooral maatschappij-kritisch, anti-godsdienstig, vaak anti-Nederlands, regelmatig gericht tegen leidende Nederlandse persoonlijkheden zijn, en niet van het soort zijn waarmee een Nederlander redelijkerwijs mag hopen rijk, bekend en geŽerd te worden.

In de derde plaat geldt meer in het bijzonder voor mij dat ik niet alleen enige relevante academische bekwaamheden heb die de meeste of alle Neerlandici missen, maar ook dat ik een bijzondere aanleiding had een commentaar op Multatuli's IdeŽn te willen schrijven:

Niet alleen ben ik het vaker wel dan niet met hem eens; niet alleen vind ik hem Nederland's grootste schrijver; niet alleen ken ik vrijwel geen schrijvers over filosofische kwesties die ook maar benadering zo goed schrijven als Multatuli; niet alleen zijn de IdeŽn als geheel een bijzonder rijk en gevarieerd werk; niet alleen is er nooit een behoorlijk commentaar op het geheel geleverd - maar ik was toen ik eraan begon 23 jaar ziek zonder hoop op beterschap, en had zowel de tijd, gelegenheid en aandrang het te doen, als de fysieke onmogelijkheid iets moeilijkers of inspannenders te doen, wat ik wellicht of waarschijnlijk had gedaan als ik gezond was geweest.

Tenslotte komt daarbij dat ik niet alleen een redelijk commentaar wilde lezen bij Multatuli's IdeŽn, dat de deugd had in te gaan op die ideŽn, en niet alleen of voornamelijk op letterkundige kwesties daaromheen, en ook niet redelijkerwijs mocht hopen dat bij mijn leven nog mee te maken van de hand van een ander, maar dat ik zelf beoogde een redelijk inzicht en overzicht te krijgen van wat voor ideeŽn er nu wel en niet in die IdeŽn te vinden zouden zijn, inclusief wat ik zelf van een en ander vond.

Ik meen hiermee het antwoord ook gegeven te hebben op de bovenstaande vraag "Waarom deed ik het?", namelijk dat schrijven van mijn commentaren bij Multatuli's IdeŽn, al putten het gegeven antwoord mijn gronden geheel niet uit.

 

7. Vervolgens:

  • Wat voor soort commentaren zijn het?

Kortweg: ik schrijf wat ik denk over over of naar aanleiding van iets dat Multatuli schreef. Hij schreef IdeŽn, en ik ga daarop in met mijn eigen ideeŽn, en probeer hem dus recht te doen als denkend mens, en serieus te nemen, te beantwoorden, te kritiseren, te corrigeren, aan te vullen, of te betwijfelen waar ik daar gronden voor meende te hebben.

Ik behandel Multatuli dus als een filosoof, en als iemand met wie ik een soort conversatie voer over kwesties die alle mensen altijd aangaan, en die in iedere tijd rijzen, zij het altijd in de kleur en vorm van die tijd.

Mijn commentaren gaan alle mogelijke richtingen op, net als Multatuli's IdeŽn, hoewel ze zich daar niet toe beperken, al betrekken ze zich er wel altijd op, maar zijn gewoonlijk niet wat commentaren van Neerlandici plegen te wezen: letterkundig.

Ik houd in mijn commentaren me zelden bezig met opmerkingen van letterkundige aard, zoals wat dit of dat woord betekent, of wie deze of gene in de tekst genoemde persoon is. Hier zijn natuurlijk enkele uitzonderingen op, die in een zo uitgebreid commentaar als ik schreef ook niet zeldzaam zijn, maar gewoonlijk heb ik mij willen beperken tot letterkundige opmerkingen die mij echt nodig leken om de tekst te kunnen volgen, ook als men in de lezer het soort algemene ontwikkeling en de talenkennis vooronderstelt die Multatuli in zijn lezers vooronderstelde.

Dit betekent ook dat ik mij meestal onthouden heb van vertalingen van niet-Nederlandse frases (waarvan er tamelijk veel zijn, vooral in het Frans), en van het geven van biografische toelichtingen.

Drie redenen om dit soort opmerkingen overwegend na te laten zijn dat ik er geen letterkundige opleiding voor genoten heb ("want zo noemt men zulks"); dat het een soort werk is waar ik weinig belangstelling voor heb; en dat het meeste al geschied is, namelijk door K. ter Laan in diens Multatuli-Encyclopedie, en trouwens ook enigermate in de biografische toelichtingen in Van Oorschot's uitgave van Multatuli's Volledig Werk, die men afgedrukt kan vinden aan het eind van ieder deel daarvan.

 

8. Dan stelde ik deze klemmende vraag:

  • Wat moet een lezer er mee?

en geef daar maar gelijk het antwoord: Ik zou het ťcht niet weten, lezer, als u het zelf niet weet. Ik heb - een deel van - mijn redenen gegeven mijn commentaren te geven, en ik hoop dat ze voor intelligente lezers een positief verschil maken, maar ik heb ook moeite gedaan om de lezing van Multatuli's eigen tekst zo weinig mogelijk te bemoeilijken in mijn uitgave.

De algemene reden voor het schrijven van commentaren bij filosofische, maatschappelijke, politieke etc. ideeŽn is om de kwesties die behandeld worden te verhelderen, en dit geldt Plato, Aristoteles of de Bijbel zo goed als Multatuli.

De enige goede reden om dergelijke commentaren en dergelijke ideeŽn te lezen is omdat men interesse heeft in de ideeŽn, of als dat niet zo is, althanse interesse in de schrijver(s) ervan.

Ik denk dat mijn commentaren intelligente lezers van Multatuli behulpzaam kunnen zijn, en ze mogelijk interesseren om dezelfde redenen als ze geÔnteresseerd zijn in Multatuli's IdeŽn, voorzover althans die interesse niet puur letterkundig is, of alleen of voornamelijk een kwestie van broodverdienen of carriŤre maken, maar ik heb geen enkele illusie over grote belangstelling of opgang voor mijn commentaren, want de IdeŽn zijn zelden serieus gelezen, zelden volledig gelezen, zelden gerecenseerd, zelden becommentarieerd, en zijn inderdaad moeilijk, ingewikkeld, lang, zťťr kritisch over tal van Nederlandse gebruiken, opvattingen en personen, en ondertussen oud, en voor een naÔeve lezer ongetwijfeld ook vaak wat vreemd.

Kortom, ik richt me tot zeer weinigen, en die weinigen van uitgelezen geest, ongeveer zoals het werk dat een zuivere wiskundige de wereld in stuurt, wetende dat het maar weinigen het zal interesseren, en nog weinigeren het zullen kunnen begrijpen. Maar zomin als met zuivere wiskunde is dit een schande, of zelfs maar een gebrek: Wat werkelijk goed is, is vaak van zeer geringe interesse voor de meesten.

 

9. En dan resteert nog de vraag

  • Waar is het allemaal goed voor?

Het antwoord hierop is in zekere zin al gegeven, maar kan aangevuld: Mijn commentaren zijn voor enkelingen die geÔnteresseerd zijn in Multatuli of de IdeŽn, en zullen verder weinig of geen personen interesseren of bevallen, maar voor mij hebben ze additionele voordeel dat ik er een aanleiding in vond mijn eigen ideeŽn over Nederland, Nederlanders, Nederlands, en over de oorzaken van zoveel dat al zo lang fout of slecht gaat in Nederland uit te schrijven, zodat ik ze, bij voldoende gezondheid en gelegenheid, zelf kan gebruiken voor ander werk van mij.

Of het werk dat ik deed goed is voor wat anders ligt vooral aan de lezers die mijn werk treft. De kans dat het velen zal treffen is gering, en wie illusies heeft opgang te maken in Nederland met ideeŽn weet kennelijk weing van Nederlanders en heeft weinig kennis van de receptie van Multatuli's ideŽn in Nederland.

 

10. Wat zijn mijn commentaren bij Multatuli's IdeŽn dus?

Het zijn vooral mijn eigen ideeŽn over of naar aanleiding van Multatuli's IdeŽn, waar ik dat nodig vond voorzien van toelichtingen en achtergronden. Ze proberen te geven waar hij recht op had maar nooit kreeg: Een intelligente, geÔnformeerde, goed geschreven reactie op wat hij dacht en wilde bediscussiŽren, en daarom publiceerde in z'n IdeŽn.

Verder geven ze hier en daar toelichtingen op personen en vreemde woorden, maar alleen daar waar ik meende dat dit nodig zou zijn voor een gymnasiast uit Multatuli's of mijn tijd, en trekken ze af en toe de aandacht van de lezer naar punten of passages die hem anders wellicht ontgaan zouden zijn, terwijl er hier en daar ook verwijzingen zijn naar relevante literatuur over of van Multatuli, of over het behandelde onderwerp.

Ik pretendeer nergens volledigheid of het laatste woord, maar ik pretendeer wel beter op de hoogte te zijn van filosofie en psychologie dan letterkundigen. Hier is bij wijze van afsluiting nog ťťn opmerking over Nederlandse filosofen die neerzien op Multatuli: Zolang dergelijke afkammers niet zŤlf, en buiten Nederland, het algemeen erkende niveau van een Spinoza hebben bereikt is de reden voor dit neerzien vrijwel zeker afgunst en eigen kleinheid. Het is waar dat Multatuli geen Plato of Aristoteles was, maar ook waar dat Nederland geen betere schrijvers en niet veel moediger mensen had, of meer bijzonder mensen, en dat geen Nederlander publiek zoveel kwesties besprak, zoveel personen en misstanden kritiseerde, en zo scherp en fraai formuleerde.

Maarten Maartensz
Amsterdam
25 juni 2006