Idee 856.                                                 


Zal die algemeen-menschelyke ontwikkeling bevorderd worden door gelyktydig-algemeen werkende pogingen? [1]

't Komt me voor, dat deze belangryke vraag nooit ernstig genoeg werd ter-sprake gebracht. De voorstanders van Verlichting vergeten soms dat niet ieder die 't licht koncentreeren wil, daarom 'n vriend van duisternis behoeft te zyn. En zy die te-velde trekken tegen vulgarizatie van kennis, zien dikwyls ten-onrechte 'n verblinder in elken yveraar voor algemeene lichtverspreiding.

Ook in deze zaak ware 't nuttig geweest het punt van verschil juist te noemen. (779) De tegenstander van vulgarizatie kan bedoelen dat de ware Verlichting van weinige punten behoort uittegaan. 't Is immers mogelyk dat-i niet wil dooven, maar integendeel uitstraling bevorderen? Misschien leverde hem de stoffelyke Natuur aanleiding tot z'n methode. Hy maakte de opmerking dat vuurtorens nuttiger zyn dan illuminaties. Nooit zag-i in wintertyd ter verwarring van 't Volk, kachels in de open lucht. Overal treffen hem wenken dat er afgesloten stookplaatsen noodig zyn, 'n focus. Misschien ook trok 't z'n aandacht, dat een op gepast oogenblik aangebrachte domper 't lichtgevend vermogen bewaart, dat zonder nut zou verloren gaan door ontydig aanblazen, of zelfs door ongestoord voortbranden. We mogen gissen dat-i opmerkte hoe 'n straal die onweergekaatst vervliegt in de ruimte, even weinig duisternis verdryft, of minder nog, dan wanneer-i gevangen ware binnen den wand van 'n korenmaat.

Er is geen licht, zonder voorwerp waarop 't schynen kan. [2] Behoort nu dit onmisbaar objekt te zyn de geheele Maatschappy op-éénmaal? Moet het onderwys dat aan 't denkvermogen beelden levert ter oefening, terstond aan allen worden gegeven? Moet het voor allen gelyk zyn?

Jezus zeide: predikt het evangelie aan alle kreaturen.

Maar... hyzelf deelde dien last aan slechts twaalf apostelen mee.

Dit geeft te denken. Want al zy nu dit voorbeeld niet verbindend, we letten op de omstandigheden die het te-weeg brachten, en er kan gevraagd worden of dergelyke oorzaken ook thans nog bestaan?


[1] "Zal die algemeen-menschelyke ontwikkeling bevorderd worden door gelyktydig-algemeen werkende pogingen?"

Dit dunkt mij een schijnvraag, al houdt M. 'm voor belangrijk. De reden is dat alle menselijke ontwikkeling ontwikkeling van individuele mensen moet zijn, en vooral het resultaat van hun eigen pogingen. Daarbij bestaat iedere menselijke maatschappij uit verschillende groepen met verschillende belangen en opvattingen, zodat wat de één voor ontwikkeling houdt de ander als stilstand of achteruitgang zal verschijnen. Zie verder 855.


[2] "Er is geen licht, zonder voorwerp waarop 't schynen kan."

Dit is onzin, die veel weg heeft van Berkeley's "esse est percipi" - wat is bestaat omdat het wordt waargenomen. Je kunt net zo goed en even onzinnig zeggen: Er is geen voorwerp zonder licht of waarnemer om het te zien. (Vergiftig de hele levende wereld, bijvoorbeeld middels een ontplofte kerncentrale en ... er is geen wereld meer bij gebrek aan waarnemers? Dat is gewoon beroerd slechte filosofische wensdenkerij.) Of je kunt net zo goed zeggen: Er waren geen radio-golven tot er radio was - alsof die radio de golven genereerde op basis waarvan hij werkte.

Idee 856.