Idee 429.                                    


Het voorbeeld voor de kinderen? Fraai voorbeeld!

Is dat niet 'n voorbeeld van valsheid en huichelary? [1] Wanneer gyzelf 't geluk hadt u te ontworstelen aan de banden van 't bespottelyk bygeloof dat onze maatschappy in windsels houdt, moogt ge dan uw kinderen overgeven aan 'n invloed dien ge nadeelig acht voor uzelf?

Wat moet het kind denken van z'n vader, als 't dezen later ziet glimlachen over dingen die hyzelf het liet inprenten als iets heiligs? Zal niet de dus opgevoede zoon den vader verwyten dat hy hem bedroog? En zal hy niet recht hebben totdat verwyt?

Voorbeeld? Ik begryp dat men z'n zoon 'n voorbeeld geeft van yver, van orde, van eerlykheid, van studie, van dapperheid, van matigheid, van hoogmoed... van goede zaken in 't eind, maar waartoe 't voorbeeld dient dat men z'n kinderen geeft door 't luisteren naar domineespraatjes, of door ‘het opgaan naar de tafel des Heeren’ - zoo heet het immers? - dàt begryp ik niet!

En vreest men niet dat de knaap, zoodra hy later inziet dat de vader willens-en-wetens hem leugens gaf of geven liet voor waarheid, genoopt wezen zal tot het verwerpen van àndere zaken, minder overbodig, minder schadelyk dan kerkslaverny en wondergeloof? Zullen niet yver, eerlykheid, en andere deugden die dezelfde vader zoo aanprees, den weg opgaan van Habakuk's voortreffelykheid? Zal niet de matigheid en de hoogmoed in één hoek worden geworpen met de heele bybelrhapsodie?

Dáártoe moet de zoon van den half- of kwart-vrydenker onmisbaar geraken, wyl-i tot ontwikkeling meer aanleiding heeft, en op dien weg minder hinderpalen ontmoet dan 'n ander. *)

Iemand die, van Christen-ouders geboren, later de onwaarde inziet der onverteerbare vertellingen die men hem in z'n jeugd reikte als voedsel voor den geest, kan by 't veranderen van z'n begrippen daaromtrent, blyven vasthouden aan de waarheidsliefde, aan de oprechtheid zyner ouders, en tevens aan de deugden die zy hem, naast het zoogenaamd Christendom, hebben ingeprent. [2] Maar de zoon van den vrydenker moet den vader verachten, die den moed niet had z'n eigen kind deelgenoot te maken van zyn meening omtrent zaken welker kennis voor 't kind van zoo hoog belang is.

Van hoog belang... ja! Want de maatschappy wordt in beweging gebracht door die zaken. De zoogenaamde godsdienst dringt zich in alles, bestuurt alles, onderwerpt alles, maakt gebruik van alles, heft belasting op alles, stelt zich overal in de plaats van 't eenvoudig gezond verstand en de daarmee samengaande volkswelvaart. [3]

Niets is haar te gering, niets is haar te hoog. Van de bewaarschool tot den troon... van de soep- en turfkaartjes tot de manifesten der koningen... van de blauwkous-lotery tot de bloedige Sebastopols... van de straat tot het hof... van de kinderkamer tot het sterfbed... overal perst zy zich in, overal heerscht ze, overal verdringt ze wat er in den weg staat. En dat doet ze preekend, zingend, zalvend, gluipend, gniepig, valsch. Hier vraagt ze 'n penning, en vertelt iets van 'n weduw. Dáár neemt ze 'n landschap weg, en betoogt dat die streek noodig was voor 't ‘geloof.’ Er is behoefte aan geld... betaalt: god wil het! Er moet geleden worden... lydt: god wil het! Er is diefstal noodig... gaat en neemt: god wil het! Moord en doodslag... doodt en moordt: god wil het! En dan zien we den wil van dien god geschreven in reusachtige bloedletters op de slagvelden van Melegnano, Magenta en Solferino. [4]

Overal klaagt men over zware belastingen, en overal gaat men voort belasting optebrengen aan kerken en kerkedienaars. [5] In gehuchten waar de Menschen ternauwernood beschut zyn tegen weer en wind, en hun verblyf deelen met de varkens, steken de kerken onbeschaamd hun spitsen omhoog als om den spot te dryven met de ellende die hen omringt. In de steden zien ze met pauwige verwatenheid neer op de armen die wegrotten in vochtige kelderholen onder de oppervlakte van de zee. [6]

*) Dit is de vraag. Het gebeurt vaak dat juist die hinderpalen aansporen tot nadenken en verzet. Zeker soort van femelary verwekt afkeer in den knaap, die dan al zeer spoedig zich voorneemt: als ik groot ben, zal ik...
Maar jammer blyft het dat de zoodanige, vóór hy ‘groot‘ is, zich moet plooien tot 'n schyn van onderwerping, waarby altyd de oprechtheid schade lydt. [7]


[1] "Is dat niet 'n voorbeeld van valsheid en huichelary? "

Ja - en de reden is niet dat, zoals ik eerder opmerkte, een rationeel onderzoek naar de houdbaarheid van ideologieën moeilijk is. De reden is dat de uitdragers van ideologieën hun ideologieën oneerlijk uitdragen.

Men zegt niet tegen z'n kinderen: Luister - wat de meester en de juf en de dominee en de pastoor en de burgemeester zeggen is alleen maar een verhaal - een verzinsel! - wat je moet vertellen in onze maatschappij om ergens bij te horen, en is feitelijk genomen overwegend onzin, hoewel het wellicht voor sommigen goedbedoelde onzin is. Men zegt of doet alsof de geldende ideologieën in de maatschappij waarin men leeft zinnig of waarachtig zijn, wetende dat men dit niet weet en nauwelijks rationeel onderzocht heeft. Dit is huichelen, want men huichelt kennis of stelligheid die men niet heeft noch rationeel kan hebben.
 


[2] "Iemand die, van Christen-ouders geboren, later de onwaarde inziet der onverteerbare vertellingen die men hem in z'n jeugd reikte als voedsel voor den geest, kan by 't veranderen van z'n begrippen daaromtrent, blyven vasthouden aan de waarheidsliefde, aan de oprechtheid zyner ouders, en tevens aan de deugden die zy hem, naast het zoogenaamd Christendom, hebben ingeprent. "

Dit is waar, en er is een algemene reden voor die voor alle ideologieën en religies geldt: Dat ze worden uitgedragen omdat ze hoge algemene normen en waarden zouden dienen.

In het algemeen is het een premisse van iedere ideologie en iedere religie dat werkelijk moreel behoorlijke en rationeel weldenkende mensen Onze ideologie of Onze religie hebben - en dat wie  Onze ideologie of Onze religie ontbeert dus moreel minstens niet helemaal behoorlijk is (als Wij wèl) of rationeel minstens niet goed nagedacht heeft (als Wij wèl).

Deze premisse is grundfalsch, om het eens in het Duits te zeggen, maar een fundamenteel onderdeel van de wensgedachten die iedere ideologie en religie in stand houden voor de gelovers erin.
 


[3] "De zoogenaamde godsdienst dringt zich in alles, bestuurt alles, onderwerpt alles, maakt gebruik van alles, heft belasting op alles, stelt zich overal in de plaats van 't eenvoudig gezond verstand en de daarmee samengaande volkswelvaart."

In het Nederland waarin ik leef, van 2002, ligt dit enigszins anders. De reden lijkt vooral dat het volk geen geloof meer kan hechten aan de sprookjes die door kerklieden worden verteld - maar niet omdat het volk daar te intelligent of te goed onderwezen voor is geworden, maar omdat het volk TV kijkt, gemiddeld 25 uur per week, met interessanter sprookjes.
 


[4] "Niets is haar te gering, niets is haar te hoog. Van de bewaarschool tot den troon... van de soep- en turfkaartjes tot de manifesten der koningen... van de blauwkous-lotery tot de bloedige Sebastopols... van de straat tot het hof... van de kinderkamer tot het sterfbed... overal perst zy zich in, overal heerscht ze, overal verdringt ze wat er in den weg staat. En dat doet ze preekend, zingend, zalvend, gluipend, gniepig, valsch. Hier vraagt ze 'n penning, en vertelt iets van 'n weduw. Dáár neemt ze 'n landschap weg, en betoogt dat die streek noodig was voor 't ‘geloof.’ Er is behoefte aan geld... betaalt: god wil het! Er moet geleden worden... lydt: god wil het! Er is diefstal noodig... gaat en neemt: god wil het! Moord en doodslag... doodt en moordt: god wil het! En dan zien we den wil van dien god geschreven in reusachtige bloedletters op de slagvelden van Melegnano, Magenta en Solferino. "

Ja, zo gaat dat - maar niet alleen in het religieuze maar ook in het politieke. Mensen zijn totalitaire ideologische apen, die hun doen en laten vooral laten afhangen van hun ideologische - politieke, religieuze - overtuiging, die weer in dienst staat van de groepen waar ze lid van zijn, en in het bijzonder van de leiders van die groepen.

Het massaal moorden uit naam van ideologie en leiders is dan ook een constante in de menselijke geschiedenis. Een begin van een verklaring staat in 423.
 


[5] "Overal klaagt men over zware belastingen, en overal gaat men voort belasting optebrengen aan kerken en kerkedienaars. "

Dit was een feit: De bevolking in heel Europa werd door hun regeringen belast en een deel van die belasting was bestemd voor de kerk(en) die de regeringen steunden.
 


[6] "In gehuchten waar de Menschen ternauwernood beschut zyn tegen weer en wind, en hun verblyf deelen met de varkens, steken de kerken onbeschaamd hun spitsen omhoog als om den spot te dryven met de ellende die hen omringt. In de steden zien ze met pauwige verwatenheid neer op de armen die wegrotten in vochtige kelderholen onder de oppervlakte van de zee. "

Ja - maar die wegrottende armen waren meestal bovendien waarachtige gelovers.
 


[7] "Het gebeurt vaak dat juist die hinderpalen aansporen tot nadenken en verzet. Zeker soort van femelary verwekt afkeer in den knaap, die dan al zeer spoedig zich voorneemt: als ik groot ben, zal ik...
Maar jammer blyft het dat de zoodanige, vóór hy ‘groot‘ is, zich moet plooien tot 'n schyn van onderwerping, waarby altyd de oprechtheid schade lydt.
"

Zie 73, 74 en 136, 276, 423.

Idee 429.