Idee 353.                                       


De woorden ‘geloof’ en ‘bygeloof’ aannemende in den gewonen zin, begryp ik 't laatste beter, dan het eerste.

Bygeloof is als de vrees van 'n kind dat spoken ziet.

- Hoe zyn ze in de kamer gekomen? Alles is gesloten.

- Wèl, spoken... die hebben geen opening noodig. Daar zyn ze spoken voor.

Geloof is de meening dat er geen spoken bestaan, maar dat 'n persoon van vleesch, been en verder toebehooren, 'n gesloten kamer kan binnendringen zonder opening natelaten. [1]


[1] "Geloof is de meening dat er geen spoken bestaan, maar dat 'n persoon van vleesch, been en verder toebehooren, 'n gesloten kamer kan binnendringen zonder opening natelaten."

Dit is overwegend waar en ligt vooral aan de verwarring van 'geloof' en 'godsdienst'.

Immers, wat men in gewone zin zegt te geloven - "Peking ligt in China", "water bevriest bij 0 graden Celsius", "2 is meer dan 1", "Ook morgen zal ik willen eten" - zijn zaken waar men minstens goede redenen voor heeft, terwijl godsdienstig geloof juist bestaat in beweringen - "God is gelijk drie én gelijk één", "Jezus' moeder was maagd", "de paus is mens én onfeilbaar" - die iedereen die niet van dit godsdienstig geloof afwijst als ongeloofwaardig.

Voor normaal geloof geldt dat er minstens een behoorlijke waarschijnlijkheid voor moet zijn om als geloofwaardig te gelden; voor religieus geloof geldt dat aan mensen van ander geloof de geloofswaarheden van het geloof als zeer onwaarschijnlijk verschijnen. De religieuze gelovers die het religieuze geloof verdedigen door te beweren dat "iedereen wel iets gelooft" zijn dus dom als ze niet opzettelijk twee heel verschillende betekenissen van "geloof" verwarren.

Idee 353.