Idee 351.                                       


Wie aan God gelooft, moet wonderen aannemen, d.i. afwykingen van de regelen der Natuur. [1]

Verbeelje, een god met konstitutie? Een god met hindernissen! Un Dieu fainéant! *) 

 *)  Vlg. de noten by 168, 169, 175, 177, 909.


[1] "Wie aan God gelooft, moet wonderen aannemen, d.i. afwykingen van de regelen der Natuur."

Nee, logisch gesproken is dat niet zo al is het wel de gebruikelijke gang. Het is niet logisch onmogelijk aan een god te geloven die niet in afwijkingen van de regelen der natuur doet, en 't lijkt alsof een flink aantal intelligente 18e eeuwers als Voltaire dat deden.

Ikzelf zie daar géén reden toe: een goddelijk maker is een overbodige hypothese die de vraag opwerpt naar zíjn maker en niets werkelijk verklaart. Ook dit is geen weerlegging, maar wel een reden een dergelijke aanname niet te maken, zoals men ook in de verklaring van natuurlijke deel-gebeurtenissen een "deus ex machina" vermijdt.

En nog iets in dit verband van het al dan niet aannemen van een god als verklaring voor het eigen bestaan of het bestaan van de natuur: Aangezien de aangenomen god minstens zo ingewikkeld moet zijn als wat er uit zijn aangenomen bestaan zou volgen, is de aanname van een god een aanname die minstens dubbel zoveel aanneemt dan het gegeven geval schijnt, nl. een natuurlijke werkelijkheid war men zelf onderdeel van is.

Idee 351.