Idee 339.                                       


't Is 'n Wetgever niet geoorloofd verkeerd begrepen te worden.  *) [1]

*)  En 'n auteur ook niet. Ik ben zeer schuldig op dit punt. Maar toch beroep ik my ter verschooning op zekere opmerking in 380, en Staring's epigram op droomerige lezers. [2]


[1] 't Is 'n Wetgever niet geoorloofd verkeerd begrepen te worden.  *)

Nee. Zowel wetgevers als auteurs behoren zich toe te leggen op duidelijkheid van uitdrukking, maar kunnen niet verantwoordelijk gehouden worden voor de wanbegrippen, onwetendheid, domheid of oneerlijkheid van wie hen zegt niet te begrijpen. En ook niet voor de idem gebreken van wie beweren de auteur wl te begrijpen.

Daarbij: Veel zaken zijn z ingewikkeld dat ze heel moeilijk te vatten zijn in enkele korte zinnen (of een lang verhaal). En er behrt er enige sprake te zijn van meningsverschillen over de uitleg van wetsartikelen juist omdat deze te algemeen moeten zijn om geheel en ondubbelzinnig van toepassing te zijn op vele particuliere gevallen en omdat verschillende individuen verschillende belangen hebben. (Hier ligt een reden voor het bestaan van rechters en advocaten.)

[2] .. Staring's epigram op droomerige lezers ..

De Multatuli Encyclopedie zegt hierover in 't lemma Staring: "dit is vermoedelijk het puntdicht 'Duisterheid':

Krijn las, en zei, zoo tusschen waken
En dutten in: "dat-kon-wel-klaarder zijn!"
Voor die half slapen, lieve Krijn,
Kan 't een die droomt slechts duidlijk maken.

Zou Staring veel Kant of Hegel gelezen hebben? Hoe het zij: Er is veel duisterheid die niet terug gaat op de beperkte vermogens van de lezers en wel op de geringe uitdrukkingskracht of de gewilde duisterheid van de schrijver.

Idee 339.