Idee 330.                                       


Ik zou den moed hebben alleenheerscher te zyn. [1] Maar wyl ik niet geloof aan substitutie of surrogatie van geweten, zou 'k niet den moed hebben konstitutioneel Koning te wezen van 'n Staat met parlementairen regeeringsvorm. [2]


[1] "Ik zou den moed hebben alleenheerscher te zyn. "

Hier ligt zowel een belangrijke aspiratie van M. als één van zijn belangrijke politieke misvattingen enigszins verborgen.

Want M. was graag alleenheerser geweest in Nederlands-Indiê of in Nederland, om nogal wat redenen die samenhingen met zijn karakter en met zijn diagnose van de maatschappelijke verrotting waarin hij leefde.

Ikzelf denk dat hij wel het karakter had alleenheerser te willen worden, maar niet een karakter dat hem dat had kunnen maken, ook niet in andere omstandigheden dan waarin hij leefde.

En ik denk dat het een misvatting is: Als de geschiedenis iets leert dan is het dat macht corrumpeert, en dat vrijwel geen mens beter is geworden door alleenheersers, en zeer velen veel slechter.


[2] "Maar wyl ik niet geloof aan substitutie of surrogatie van geweten, zou 'k niet den moed hebben konstitutioneel Koning te wezen van 'n Staat met parlementairen regeeringsvorm."

Ook dit is niet erg realistisch, al geloof ikzelf ook niet dat men z'n geweten uit kan besteden aan een ander persoon, laat staan aan een groep, college of commissie. De reden is heel eenvoudig: Wie honderdduizenden of miljoenen helpt besturen heeft veel te weinig seconden in z'n leven ter beschikking om al die honderdduizenden of miljoenen ook maar enigermate persoonlijk recht te doen - hij heeft niet eens voldoende tijd ze ieder de hand te schudden.

Ergo: Al is het menselijk geweten één, ondeelbaar en strikt persoonlijk, toch is het onvermijdelijk dat vrijwel alle maatschappelijk doen en laten gebeurt in samenspraak met anderen en onder gedeelde verantwoordelijkheid. Zie 423

Idee 330.