Idee 321.                                       


Ik las dezer dagen in 'n afschuwelyk tydschrift  *) een zeer welwillende beoordeeling myner Ideen .

Dat is my wèl.

Maar niet wel is 't my, dat die recensent me beschuldigt van verflauwde minachting voor Publiek.

Dit is laster, en als Lachmé 't weer zegt, doe ik hem 'n proces van injurie aan.

*)  In den Dageraad namelyk. Het staat niet aan my, den naam te noemen van den hartelyken door-en-door kundigen man, die zich in dat Tydschrift onder de pseudoniem Lachmé verborg of... openbaarde, naar men wil. Ik wyd hem echter by dezen 'n woord van sympathieke herinnering. Arme Lachmé! Hy is op allertreurigste wyze ondergegaan in den voor sommigen zoo zwaren Kampf um 's Dasein. De lui die niet te kampen hebben, spraken vast ‘eigen schuld.’ Dat spreekt vanzelf.


Ik heb herhaaldelijk gewezen op K. ter Laan's Multatuli Encyclopedie (antiquarisch te koop voor ca. 15 Euro) die de grote deugd heeft enig licht te werpen op zeer veel termen en eigennamen die M. gebruikte. Ook Lachmé is daar te vinden - hij heette in werkelijkheid Anthon G.W. Ramaer (1812-1867), en besprak M.'s werk herhaaldelijk "zeer gunstig" - maar zijn "op allertreurigste wyze ondergegaan in den voor sommigen zoo zwaren Kampf um 's Dasein" wordt wèl geciteerd maar niet toegelicht in de Encyclopedie.

Idee 321.