Idee 309.                                       


Onlangs vertelde het Handelsblad dat m'nheer die, absoluut in de Kamer moest, want hy was zoo byzonder liberaal. In 't voorbygaan: 'n tegenstander dus van den heer Thorbecke, die uitdrukkelyk verklaard heeft niet te behooren tot de liberale party.

Goed, die liberale man moest in de Kamer. Niemand kende den stumpert, maar hy was zoo heel erg liberaal, zei 't Handelsblad. De man had nooit wat uitgevoerd, dat is zoo, maar... vreeselyk liberaal was-i! Dit ņntkende dan ook niemand, want niemand kčnde den man, en 't zou onbeleefd wezen te twyfelen aan deze of gene onbekende hoedanigheid -van 'n persoon wiens naam men zoo-even hoorde voor 't eerst.

Die man kon... die man zou... die man was... kortom, 't Handelsblad voorspelde dat de poortlui in den Haag verbaasd wezen zouden over dąt produkt van Amsterdamsche kiezery. [1]

Maar tegelykertyd had die krant 'n middel gevonden tegen hondsdolheid, en wat later drong ze er op aan dat de burgery haar melk zou kooken om geen blaren te krygen onder de tong, zooals de arme koeien die 't geluk niet hebben kranten te lezen.

Ik ben nu zoo vry deze drie zaken in verband te brengen:

De melk moest gekookt, om de blaren tegentegaan.
Om niet dol te worden, of te blyven, moest men 't recept gebruiken van 't Handelsblad.
Om de verrotting in den Staat te genezen, behoorde men te kiezen: m'nheer... 'k weet waarlyk den naam van dien feniks niet, 'n rechte Tweede-Kamersnaam dien men terstond vergeet omdat er niets aan verbonden is, Jansen of Klaassen of zoo-iets. Maar liberaal wąs-i, dąt verzekerde het Handelsblad op z'n liberale blads-eer.

Ik kom hierop terug zoodra ik 't nummer weet van de krant waarin dat recept voorkomt tegen hondsdolheid. Ik wil 't letterlyk geven, om 't vermoeden te voorkomen dat ik 't gemaakt heb. Men mocht eens weer zeggen dat het zoo ‘mooi’ geschreven was, en dus niet te vertrouwen.


[1] Die man kon... die man zou... die man was... kortom, 't Handelsblad voorspelde dat de poortlui in den Haag verbaasd wezen zouden over dąt produkt van Amsterdamsche kiezery.

En zo gaat het altijd. Ik schrijf dit in 2002, na de opkomst en ondergang van Fortuyn - een relnichterige Rotterdamse rattenvanger van Holland, met meer dan 1 1/2 miljoen volgelingen, allen niet in staat om te begrijpen dat zo'n figuur wellicht zeer getalenteerd was als quizmaster op de TV, maar geheel niet in staat om behoorlijk politiek te bedrijven of daar zinnig over na te denken.

En opnieuw: De problemen van democratische verkiezingen en de problemen van behoorlijk bestuur gaan uiteindelijk terug op de zeer gebrekkige intellectuele en morele vermogens van de menselijke doorsnee. (Zie o.a. 118, 119)

Idee 309.