Idee 292.                                       


Herhaaldelyk heb ik verzekerd niet te behooren tot een der Nederlandsche staatspartyen. Ik ga verder, en geloof zelfs niet aan 't bestaan van die partyen. [1]

Een voorbeeld. De zoogenaamd behoudende party te Amsterdam was in 't laatst van 1859 heel boos op 'n behoudend ministerie, dat een spoorwegnet had ontworpen waardoor Amsterdam meende benadeeld te zyn. Ik weet er zoo iets van! Men dreigde den Havelaar te zullen gebruiken als 'n vuurmaker. Letterlyk er ligt hier - in Amst. - sedert eenigen tyd veel brandstof vergaderd... dt boek kon wel eens de vonk aanbrengen om die te doen ontvlammen.

Jazelfs, die party wilde my afvaardigen in de Kamer. Ik schold zoo mooi, dachten zy. M'n antwoord was dat ik me niet liet gebruiken.

Waar bleef dat partytrekken voor Recht, zoodra die spoorwegwet in de Eerste-Kamer gevallen was?

't Behoud werd weer... Behoud, en 't recht van Havelaar, dat niet langer kon dienen als machine de guerre, werd... nrecht. Z en daarom is de Havelaar gesmoord.

En de Liberalen? 't Zou niet onaardig wezen eens al den lof van hun kant over dat boek te verzamelen. Dat zou 'n kurieus boek worden op-zichzelf. Misschien geef ik eenmaal den tekst eener oproeping van liberale zy, om den edelen Havelaar bytestaan. Daarin komt iets voor van 'n standbeeld. Dit nu hoeft niet. Wl ware ik graag t'huis geweest op Nonnie's verjaardag.

Goed. Een standbeeld dus voor den edelen Havelaar.

Vr de oprichting, dat heet: voor de verschyning van die circulaire, verzekerde ik de liberalen dat ik heel liberaal was en juist daarom niet kon behooren tot hun party. Van dien tyd af was Havelaar zoo'n byzonder slecht mensch de circulaire werd niet gedrukt, en 't recht van gister werd heden... onrecht. Precies als met de behouders.

Had ik meegevloekt over die spoorwegwet, dan zouden de Amsterdamsche behouders meely hebben gevoeld met den Javaan en verontwaardiging over indische schelmery.

Had ik vr Vry-Arbeid geschreven, en vooral den heer Rochussen gesmaad - letterlyk: hy moet het aambeeld wezen waarop gy klopt *) dan, ja dn waren de Liberalen bewogen geworden met Javaansche ellende.

Er bestaan geen partyen. Er bestaan maar cliques. [2]

*) Z stond er in den brief waarop gedoeld wordt in de Inleiding der Minnebrieven. Ik antwoordde daarop met 'n ruwe weigering en met m'n eerste brochure tegen Vryen-Arbeid. Dit geschiedde kort na 't verschynen van den Havelaar, en zoodra my bleek dat men van dat werk 'n party-wapen maken wilde. Toch beweerde onlangs, naar ik verneem, 'n Bataviasche voorlichter die in liberalismus doet, dat ik in myn Nogeens Vrye Arbeid - een nieuw pleidooi tegen dien Schwindel - omgekocht door 't Behoud en van richting veranderd was.
Ik vereer den man een klein oorveegjen in de Millioenen-Studien, en meer kan ik niet voor hem doen daar de onsterfelykheid nu eenmaal z'n zaak niet is. Hy bedenke dat ik z'n geschryf niet lees. Als-i weer wat ontdekt, zal Huet hem wel honoreeren met de emolumenten waarop zekere... rangschikkers 'n onbetwistbaar recht hebben. (
244) Niets ditmaal van poten.
Maar 't zou jammer zyn hem te veel notitie te wyden. De man... rangschikt vry slordig. Niets van poten alweer. Zoowel de Minnebrieven als de eerste brochure over Vryen-arbeid dateeren van '61. 't Is dus 'n ongelukkige... rangschikking - van poten wordt alweer niet gesproken - m'n Nogeens Vrye Arbeid van 1870 voortestellen als frontverandering.
Een redakteur die lezen kan is den aandeelhouders van 'n liberaal blad ter verheuging, maar snelschryvers die verkeerd rangschikken, moeten poet zyn om niet ondertegaan in
244.


[1] Herhaaldelyk heb ik verzekerd niet te behooren tot een der Nederlandsche staatspartyen. Ik ga verder, en geloof zelfs niet aan 't bestaan van die partyen.

Dit is niet al te duidelijk, en wekt de schijn van wensdenkerij: Wat ik wens dat niet bestaat geloof ik dat niet bestaat, en wat ik wens dat bestaat geloof ik dat bestaat. Wat M. werkelijk bedoelde wordt op het eind duidelijk, en in de volgende opmerking.
 


[2] "Er bestaan geen partyen. Er bestaan maar cliques"

Of anders: Politieke partijen plegen cliques te zijn. Dit is natuurlijk waar, maar ook wat men kan verwachten als groepen mensen zich verenigen in groepen onder leiders om wat ze zien als hun belangen en ideen te verdedigen tegen andere groepen onder andere leiders. Dit is immers wat politieke partijen zijn (zie ook Max Weber, Wirtschaft und Gesellschaft, en 971)

Idee 292.