Idee 290.                                       


Ja, daar waait me een donk're vlag voor 't gemoed. Zoo'n proces en de verkiezingen...

Toch zal ik me kandidaat stellen schoon de rekening niet goed is. (133)

AAN HET VOLK VAN NEDERLAND. *1) [1]

Ik heb me verkiesbaar gesteld tot lid der Tweede-Kamer van de Staten-Generaal. [2]
Ik betwyfel zeer of ik in eenig distrikt zal kunnen konkurreeren met de byzondere persoonlyke geachtheid van deze of gene onbekende grootheid, vooral ook omdat ik niet beloof de belangen van een distrikt voortestaan, zooals velen dat beloven uit overmaat van naveteit of van onbeschaamdheid, doch zekerlyk niet uit overmaat van eergevoel of plichtbesef, evenmin als van welbegrepen belangstelling in de publieke zaak welke niet gebaat wordt door 't behartigen van allerlei privaat-belangen die elkaar kruisen, in den weg staan en vernietigen.
De rondborstigheid waarmede men voor den dag treedt met die schandelyke bewyzen der politieke verrotting van onzen Staat, roept de aandacht tot zich van allen die nog niet geheel zyn verleugend.
Ziek-zyn is niet schandelyk.
Ziekte veroorzaken, bevorderen, in bescherming nemen, bestendigen, is wl schandelyk.
En zich te beroemen op die schande, is 't ergst van al. [3]
Waarschynlyk doelde de Heer Thorbecke op zlke schande toen hy onlangs erkende: dat er sedert jaren een contagium heerschte in de politiek van den Staat. (Kamerzitting van 13 Mei 1862.)
En zker werd daarop door my gedoeld, toen ik zeide - ik het eerst, maar velen zeiden 't me volmondig na! - dat er verrotting heerschte in den Staat.
Contagium, besmetting, verrotting... 't komt overeen uit.
En als er nog bewys noodig ware, men zou 't kunnen vinden in de omstandigheid dat geen enkel lid van de Kamer die dan toch medeplichtig is aan al 't verkeerde, opstond om te protesteeren tegen zulke beschuldiging.
Men kon voorgeven te ignoreeren wat ik schreef.
Men kon niet voorgeven niet verstaan te hebben wat de Heer Thorbecke zeide.
Bovendien het staat in 't Byblad, en ook de nakomeling zal eenmaal weten hoe de premier den moed had den vertegenwoordigers van 't Volk 'n beschuldiging in 't aangezicht te werpen, die 'n eenvoudig-eerlyk man zou beantwoorden met 'n vuistslag.
Een beschuldiging - dat erken ik - die zoo'n beantwoording zou rechtvaardigen, als niet de beschuldigde gevoelde die ten-volle te hebben verdiend.
Ja, onze Tweede-Kamer is 'n verrot lichaam. [4]
Kiezers van Nederland, uw Vertegenwoordigers zyn in 't aangezicht geslagen - en ten-rechte! - door uw Regeering.
Ik ben geen aanhanger van den Heer Thorbecke. Ik hang niemand aan - en verlang dat men my aanhange - maar ik heb eerbied voor den man die ongemeen genoeg durft te wezen om de waarheid te zeggen, schoon hy minister is. *2)
Ik stel my verkiesbaar voor die Tweede-Kamer.
Myn program? Men kent m'n tuchteloosheid. Ik heb geen program. [5]
Ik minacht die zoogenaamde partyen in den Staat, of liever ik erken die partyen niet. Het zyn hoogstens familie- of provincie-cliques, vennootschappen van Javaan-exploitatie in 't groot en klein. [6]
Ik stel my verkiesbaar voor die Tweede-Kamer.
Als ik lid van die Kamer ben, zal elke Minister 'n antwoord ontvangen, wanneer hy de politiek van den Staat besmet noemt.
Ik zal hem tegenspreken als hy onwaarheid zegt, en voldoening vragen in naam van 't Nederlandsche Volk.
Maar wanneer hy de waarheid zegt, zal ik - dt erkennende - hem uitnoodigen met my meetewerken ter genezing.
Of waar hy dit weigert - zooals Ministers gewoon zyn - zal ik hem daartoe dwingen. [7]
Ik wil den Minister vragen wat hy gedaan heeft om al de ellendelingen te straffen die den Javaan - ook thans weer - periodiek laten hongeren? *3)
Wt, om zulken hongersnood te voorkomen?
Wt, om zeeroof tegentegaan?
Wt, om te bewerken dat de gemartelde bevolking daarginder niet tehoop loope, niet opsta, niet in dol amok wraak neme over jarenlange miskenning van menschenrecht? [8]
Dat alles is belangryker dan het gewawel over afkoop van tienden, en 't gekibbel over Vryen Arbeid.
Ik vergis my. Over Vryen Arbeid durven zy, na myn boekje daarover, niet meer spreken. Het Woord zelfs is verdacht geworden. Men noemt die huichelachtige droogstoppelary thans: partikuliere industrie. De slavenhandel op Afrika's Westkust heette ook aldus. Zulke benamingen zyn uitvindsels van de Nederlandsche Tweede-Kamer, zy die met godslasterlyke vroomheid 'n eind wil maken aan de officieele slaverny in de West, maar met 'n fariseesch: ik dank u, Heer! slaven maakt van al de Nederlandsche onderdanen in Insulinde!
En weer vergis ik my. Neen, men maakt daarvan geen slaven, want aan slaven is men voeding en bescherming schuldig, en in Neerlandsch-Indie laat men de bevolking wegrooven en verhongeren.
Overdryving?
Nederlanders, leest ge dan de couranten niet? staat er niet duidelyk te lezen dat er wederom hongersnood is op Java? Dat er wederom een tweehonderdtal MENSCHEN - Nederlandsche onderdanen, hoort gy! - zyn weggeroofd op de kusten van Celebes?
Een tweehonderdtal! 't Is naf! Geen drie, geen dertig, geen duizend, geen zes dozyn... neen, 'n tweehonderdtal!
Myn God, myn God, als 't kippen waren, zou men de moeite hebben genomen ze nauwkeurig te tellen!
Lees het na, Nederlanders, in de laatste Landmail-couranten.
Honger en zeeroof!
En hier spreekt men van konsignatie!
En de dagbladschryvers wawelen van stelsels!
En de Kamerleden van Maas-aftapping!
Er worden heel andere dingen dan Maaswater afgetapt uit het hart des Nederlandschen Volks!
Men zuigt daaruit weg alle gevoel van recht, alle gevoel van menschelykheid, alle gevoel van eer! [9]
En, gelooft my, Nederlanders, zyzelven die zoo yverig 't hunne deden om u te berooven van wat den mensch tot mensch maakt, zyzelven zullen - evenals nu! - met verachting zeggen: gy zyt besmet, gaat van my! zoo als Satan de zielen wegschopt die hyzelf bedierf om 't pleizier van kwaaddoen.

Ik stel my verkiesbaar tot lid van die Tweede-Kamer.
Daar zal ik rekenschap vragen van al de ellende die de verrotte politiek der laatste jaren heeft teweeg gebracht ginder, en voorbereid hier!
Ik roep de lezers myner Ideen op, myn kandidatuur voortestaan in alle distrikten.
Ja, overal! Opdat er blyke of ik rekenen kan op 't beter deel des Volks, al ware 't my dan onmogelyk den stryd te winnen tegen hen die, natuurlyk zeer geacht in hun distrikt, zoo volslagen onbekend zyn daarbuiten dat men niet eenmaal zelfs de moeite neemt hen te lasteren voorby de naaste lantaarnpaal die de grens aanwyst van hun roem. [10]

Ik beroep my op m'n manifest aan de kiezers, in de Minnebrieven.
Ik beroep my op wat ik deed. Het is vermeld in wat ik schreef.
En dat ik de waarheid schreef? Ik ben bereid ieder belangstellende inzage te geven van 'n bewys dat de tegenwoordige Gouverneur-Generaal van Nederl. Indie de waarheid van den Max Havelaar met ronde woorden erkend heeft. *4) [11]
Wie na deze verklaring tegen my is, erkenne dat hy onrecht zoekt, onrecht voorstaat, belang heeft by onrecht, en daarom onrecht wil... maar hy verschuile zich niet langer achter de voorgewende moeielykheid om te weten wat recht is! [12]

AAN DE LEZERS MYNER IDEEN.

Ja, U roep ik op om bewys te geven van 't leven dat ik in u vooronderstel. [13]

Niet volkomen nog - maar eenigszins toch - heb ik aan U my geopenbaard. [14]

Tot U sprak ik, waar ik 'n beroep deed op het gedeelte der natie dat, nog niet geheel is verleugend! (Slot Vrye Arbeid.)

Op... op... helpt my, helpt uzelven, helpt Insulinde, helpt Nederland.

Trekt party voor de waarheid, opdat er niet gezegd worde dat alleen de leugen dienstknechten heeft die den moed bezitten eener overtuiging welke, in hn ziel, niet bestaat!

Toont gy dat het geen droom was, te meenen dat nog hier en daar 'n vonk gloorde die, wl aangelegd, gloed kan meedeelen aan al dat dorre hout om u heen.

Bewyst het dat niet ook gyzelf leugenaars zyt, wanneer ge uw kinderen spreekt van liefde tot den medemensch, van recht, van deugd, van eergevoel.

O, ik weet het, ik zou alleen staan in die Kamer! Alleen, of nagenoeg. Maar, Kiezers, n toch moet de eerste zyn, n die 't luid verkondigt hoe Nederland genezen wil van de rottende ziekte die sedert jaren kankert aan zyn nationale eer. En moet de eerste zyn!

En die eerste wil ik wezen, ik die begon myzelf en de mynen neertewerpen in den poel onzer staatkundige verdorvenheid.

Wie grooter offer bracht, sta op. Hy toone dat, en ik zal terugtreden met eerbied.

Tot zoolang houd ik staande dat my de roeping is opgelegd een eind te maken aan de schande der natie. [15]

Daar is hoogmoed in die meening. O, gewis! 't Is de hoogmoed van Curtius die - ongehuwd echter - neersprong in den kuil ten-gerieve van de Romeinsche burgery die heel nederig bleef staan toekyken op 't Forum.

Hoogmoed? Zeker! De hoogmoed van Cambronne die zich niet overgaf. Hy, kinderloos evenwel!

Hoogmoed? Ongetwyfeld! De hoogmoed van d'Assas die stierf voor z'n wapenbroeders. Hy die vader was noch echtgenoot.

Hoogmoed? Waarom niet? De hoogmoed van den vrywilliger die, op last van zyn koningin, met 'n hartelyk: merci, ma Dame! vooruit vliegt, en vastberaden sterft op de bres die hy wil vullen met zyn lichaam. Och, zoo'n vrywilliger heeft vrouw noch kinderen.

Hoogmoed? Wis en waarachtig hoogmoed! En zelfs drop ben ik hoogmoedig dt ik dien hoogmoed bezit. [16]

Ik erken dat het velen zeer gek zou staan als ze voorgaven hoogmoedig te wezen. Mr. Van Twist...

O, gy allen die my verdenkt van eerzucht, ge vergist u!

Ge vergist u in dien zin dat ik anderen eerzucht voel, dat ik hooger doel heb dan de plaats intenemen, pas verlaten door z'n gouverneur-generaal in ruste!

Zoodra de verkiezingen zyn afgeloopen, zal ik voortgaan met de Ideen , die ik tydelyk afbrak uit verdriet over de publieke zaak, en ja... uit kommer!

Zegt dat voort, lezers, zegt het aan die lauwe lamme laffe wereld daarbuiten, en zegt er by: dat is weer Uwe schande, Nederland, dat is niet zyne schande! [17]

Ja, zegt dat voort, lezers, en zorgt zooveel in u is dat niet eenmaal myn kommer ook Uw schande zy. *5)

*1) Door 'n verdrietig misverstand is dit beroep op 't Volk, m'n lezers te laat in handen gekomen, of voor 'n deel in 't geheel niet. Men bedenke dat ik nog altyd zwem met veel kogels aan 't been (84) en me dus niet kan bewegen naar den eisch myner zaak. Toch... emergo! Ondergaan is onmogelyk. (1862)

*2) Alweder een bewys dat m'n latere opinie over den heer Thorbecke als staatsman (969, vlgg.) geen gevolg was van parti-pris.
 
*3) Ook thans weer. Dit schreef ik twee jaren na den Havelaar. Heden, Mei 1872, zeg ik nog eens: ook thans weer! In een der jongste nummers van de N. Rott. Courant vindt men een uit de Indische bladen overgenomen bericht: dat er in de residentie Banjoemaas hongersnood heerscht. Toch beweert men met stalen voorhoofd dat er na den Havelaar zooveel verbeterd is! Er is in Indie niets, niets, hoegenaamd niets verbeterd. Integendeel!

*4) Of ik dat bewys thans nog zou kunnen leveren, is de vraag. Maar 't is karakteristiek dat nooit iemand er naar gevraagd heeft. (1872)

*5) (1872) By de korrektie van dit stuk voelde ik verbazing en byna schaamte over de naveteit waarmede ik in '62 nog meenen kon dat 'n beroep op 't eergevoel van het Nederlandsche volk, of op 'n deel daarvan, zou gehoord en verstaan worden. Hoe kon ik op twee-en-veertigjarigen leeftyd zoo kinderlyk zyn? [18]


[1] Zie ook de noot. En wat "Toch... emergo! Ondergaan is onmogelyk." aangaat: Wat feitelijk gebeurde in M.'s leven in z'n eigen visie daarop neer: Hij worstelde en ging tenonder door gebrek aan medewerking, door tegenwerking, door onbegrip, en door halfhartigheid.
 


[2] M. werd niet gekozen, niet bij deze gelegenheid en niet bij andere gelegenheden en kreeg heel weinig stemmen. De reden daarvoor zijn te ontlenen aan dit stuk, dat feitelijk veel wegheeft van een oproep "Kiest mij niet, want ik wil heel andere dingen dan u of enig ander volksvertegenwoordiger."
 


[3] "Ziek-zyn is niet schandelyk. Ziekte veroorzaken, bevorderen, in bescherming nemen, bestendigen, is wl schandelyk. En zich te beroemen op die schande, is 't ergst van al."

Ja - maar dat is de gebruikelijke weg. Ieder religieus geloof of politieke ideologie wordt indien succesvol maatschappelijk gedragen en beleden door een grote meerderheid van mensen die nauwelijks begrijpen waarin ze geloven - en zich beroepen op de voortreffelijkheid van zowel hun geloof als hun bedoelingen.
 


[4] "Ja, onze Tweede-Kamer is 'n verrot lichaam."

Maar als dat zo is, waarom jezelf dan kandidaat ervoor stellen? In meer algemene zin: Wat Multatuli wilde bereiken op maatschappelijk vlak komt neer op een maatschappelijke revolutie onder zijn leiding, en iets dergelijks is nauwelijks te bereiken of bestendigen vanuit een kamerzetel.
 


[5] "Myn program? Men kent m'n tuchteloosheid. Ik heb geen program."

Of beter: Zie de inleiding tot de Ideen voor Multatuli's program: Het bestrijden van de leugen.
 


[6] "Ik minacht die zoogenaamde partyen in den Staat, of liever ik erken die partyen niet. Het zyn hoogstens familie- of provincie-cliques, vennootschappen van Javaan-exploitatie in 't groot en klein."

Daar valt veel voor te zeggen (en het komt overeen met Max Weber's opvatting over politieke partijen: Verenigen die beogen leiders van die verenigingen macht te verschaffen om de belangen van de leiders en de leden van de vereniging te bestendigen) - maar dan heeft het opnieuw weinig zin, met zo'n diagnose, deel te nemen aan een parlement van dergelijke belangenbehartigers.
 


[7] Deze passage, als veel uit dit stuk, is veel meer romantisch dan realistisch, veel meer wensdenkerij dan uitvoerbaar.
 


[8] In deze passage hebben we een redelijk heldere en elementaire samenvatting wat M. beoogde in Indi, dat in beginsel neerkomt op: Het herstellen en handhaven van behoorlijk bestuur, in het belang van zowel de Javanen als de Nederlanders. De termen die hij kiest zijn echter niet de termen waarmee dat bereikbaar is in instituties als de Tweede Kamer.
 


[9] "Er worden heel andere dingen dan Maaswater afgetapt uit het hart des Nederlandschen Volks! Men zuigt daaruit weg alle gevoel van recht, alle gevoel van menschelykheid, alle gevoel van eer!"

Tsja. Als dat kon gebeuren, dan lijkt het dat er om te beginnen al niet veel sprake was van veel "gevoel van recht" veel "gevoel van menschelykheid" of veel "gevoel van eer".
 


[10] Multatuli werd niet gekozen, en men mag aannemen dat een deel van de reden was dat hij, hoewel toen al veel bekender dan alle of vrijwel alle kamerleden, niet en nooit in een positie verkeerde in een kiesdistrikt als politiek patroon op te treden, om baantjes en opdrachten te vergeven aan partij-vrienden, en inwoners van dat distrikt te helpen.
 


[11] Ik neem aan dat dit feitelijk althans voor een deel op een rapport over de Lebak-zaak dat het gouvernement van Nederlands-Indi ondertussen had gemaakt, waarin M. een zeker maar onvolledig gelijk kreeg. Multatuli heeft dat vrijwel zeker rond deze tijd onder ogen gehad, maar kwam er later zelden of nooit op terug kennelijk omdat hij ook voor een deel ongelijk kreeg, en het moeilijk zou zijn geweest dit rapport inhoudelijk te bestrijden. Een zinnige andere opstelling over de Lebak-zaak, die Multatuli ook gelezen had en prees, en die voor een aanzienlijk deel overeenkwam met het genoemde rapport, was het stuk van Herman des Amorie van der Hoeven dat afgedrukt is door W.F. Hermans in "De raadselachtige Multatuli".
 


[12] "Wie na deze verklaring tegen my is, erkenne dat hy onrecht zoekt, onrecht voorstaat"

is natuurlijk een nogal onzinnige bewering, was het alleen omdat vrijwel alle onrecht begaan wordt uit naam van het of dit of dat "recht".
 


[13] "Ja, U roep ik op om bewys te geven van 't leven dat ik in u vooronderstel."

Wat M. kon concluderen uit het zeer gering aantal op hem uitgebrachte stemmen is dat "'t leven dat ik in u vooronderstel." er niet was.
 


[14] "Niet volkomen nog - maar eenigszins toch - heb ik aan U my geopenbaard."

Ja, en hier schuilt een probleem, zowel voor de kiezer van toen als over Multatuli in algemene zin. Het is dat M. inderdaad nooit publiek uitgesproken heeft wat hij werkelijk beoogde te worden - iets als keizer van Insulinde (zoals hij z'n nichtje Sietske Abrahamsz ooit verklaarde), iets als een moreel behoorlijke Napoleon van Nederland.

Ik geloof dat dit allebei illusies waren en dat Multatuli dergelijke doelen nooit had kunnen bereiken, k niet in andere omstandigheden. En dat is niet omdat dergelijke doelen volstrekt onmogelijk waren om te realiseren, maar omdat dergelijke doelen alleen bereikt kunnen worden door andere mensentypes, andere karakters, dan Multatuli was. Men denke aan Napoleon, Garibaldi of Bismarck - die alledrie bijvoorbeeld dan ook vl minder en vl minder goed schreven.

Wat mij betreft waren de meeste maatschappelijke doelen die M. nastreefde, in de vorm en op de manier waarop hij dat deed, romantische illusies - wat niet wil zeggen dat zijn maatschappelijke ideen of wensen dat waren, want hij zag tal van fouten en gebreken zeer scherp, en verwoordde ze beter dan wie ook.

Maar hij had eenvoudig niet het soort persoonlijkheid, het karakter, dat een groot maatschappelijk hervormer nodig heeft om succesvol te kunnen zijn. NB en zoals ik eerder opgemerkt heb: Iets soortgelijks geldt voor M.'s tijdgenoten Marx en Nietzsche, die bij hun leven ook in het geheel niet slaagden in het verwerkelijken van hun ambities - maar anders dan M. na hun dood de inspirators waren voor bewegingen en leiders die de levens en kansen van honderden miljoenen benvloeden.
 


[15] "Tot zoolang houd ik staande dat my de roeping is opgelegd een eind te maken aan de schande der natie." Waarin M. dus niet slaagde. Waar hij wel in slaagde was het schitterend verwoorden van de redenen voor en inhoud van die schande.
 


[16] Voor M.'s hoogmoed zie idee 220 en volgende, en 246. Voor wat hij ermee bedoelde en beoogde: 136, 276.
 


[17] Ja - maar zoals uit deze zin en dit hele stuk blijkt (en M. duidelijk werd gedurende de rest van z'n leven) is "die lauwe lamme laffe wereld daarbuiten" niet te verleiden met dergelijke diagnoses van "die lauwe lamme laffe wereld daarbuiten"
 


[18] "Hoe kon ik op twee-en-veertigjarigen leeftyd zoo kinderlyk zyn?" Ja, dat is een goede vraag. Een deel van het antwoord is dat Multatuli naef en romantisch was, en in dergelijke mate dat hij volledig ongeschikt was om de rol van een politiek leider met succes te kunnen spelen.

Idee 290.