Idee 289.                                       


Mr. Van Lennep, ik heb u den Havelaar niet verkocht!

Ik heb op uw verzoek, u 'n stuk papier gegeven, waarin ik verklaarde dat manuskript aan u aftestaan in vollen eigendom ‘om u - zoo waren uw woorden - in-staat te stellen een kontrakt te sluiten met 'n uitgever.’

In datzelfde stuk erkende ik, tevens op uw verzoek: ‘den vollen prys daarvoor ontvangen te hebben.’ [1]

Gyzelf erkent dat ik dien prys niet ontvangen had. Er was geen spraak geweest van prys, evenmin als van verkoop over 't geheel.

De heele voorstelling der zaak in uw gepubliceerden ‘Brief’ is valsch. Niet ik heb uw hulp gevraagd. Ik had die tot de uitgave van 't boek niet noodig, want ik hΰd 'n uitgever. Gy hebt my laten verzoeken by u te komen.

Zoodra 't me lust zal ik die zaak behandelen, doch - dit schreef ik u al - niet voor 't my lust.

Heb geduld, Mr. Van Lennep. Bedenk dat ik andere zaken te dragen heb, die zwaarder wegen dan misbruiken in de kunstkoopery. Bedenk dat ik moeite heb vrouw en kinderen in 't leven te houden. Die zorg gaat voor, ziet ge, en ze is heel zwaar, vooral omdat ik geen kans zie myn gezin te voeden met beunhazery in bittere smart en bloedige offers van 'n ander.

Mr. Van Lennep, ik heb u den Max Havelaar niet verkocht!


[1] " Mr. Van Lennep, ik heb u den Havelaar niet verkocht!

Ik heb op uw verzoek, u 'n stuk papier gegeven, waarin ik verklaarde dat manuskript aan u aftestaan in vollen eigendom ‘om u - zoo waren uw woorden - in-staat te stellen een kontrakt te sluiten met 'n uitgever.’

In datzelfde stuk erkende ik, tevens op uw verzoek: ‘den vollen prys daarvoor ontvangen te hebben.’"

Tsja. Multatuli werd feitelijk handig bedrogen door Van Lennep, en dat gebeurde opzettelijk, met het doel het boek zo duur te maken dat alleen rijke mensen het konden kopen. ("Max Havelaar" werd in 1860 verkocht voor vier gulden, zijnde de helft of meer van het weekloon van een toenmalige arbeider. Zie 451.)

Idee 289.