idee 280

 

Idee 280.                                       


 

Verder behandel ik 't ding niet. 't Walgt me. Van begin tot eind is 't n gewawel in de tale Kanans, vol onzin, blyken van onkunde, leugen en godslastering, d.i. schending der lieve wetten van de Natuur. [1]

Ik erken echter dat ook professorale onwetendheid in de wetten der Natuur ligt, zoowel als myn zucht om te protesteeren tegen zulke kwakzalvery. [2]

Neen, verder behandel ik 't prul niet, dat evenwel hoogstbelangryk is als graadmeter van de laagte waarop onze maatschappy staat. Ook is die verdere behandeling niet noodig. Ieder kan weten wat er te wachten is van iemand die met hooggeleerd gezag voorschryft, geen ouwelui jeugdig te noemen, en dat men geen oprichten moet bevelen aan personen die overeind staan. [3]

Welnu, 'k had erger zotternyen kunnen aanvoeren ten-bewyze hoe verrot onze Staat is, ook op 't gebied van kennis en wetenschap. Maar ik koos ditmaal den hoog-eerwaardigen hoog-geleerden Muurling by-voorkeur, om dat voorbericht. 't Gebeurt namelyk meermalen, wanneer ik personen aanval - in publieke hoedanigheid immer - dat men de rechtmatigheid van den aanval erkent... [4]

Niemand, byv. zal party trekken voor den ellendigen Duymaer van Twist.

...gewoonlyk geeft men de betrokken persoon en pture, maar men tracht de algemeenheid van 't kwaad te ontkennen. [5]

En ook hier zal menigeen, denk ik, die korte exekutie van den hoog-eerwaarden, hoog-geleerden Muurling met genoegen bygewoond hebben. Welnu, ik zeg: we hebben met dien Muurling niets te maken. Misschien is die man zoo dom niet. Niet dommer althans dan de eerste de beste. Wellicht moeten we hem nog pryzen voor de goedheid zich zoo te hebben neergebogen om te voldoen aan zlke behoeften. [6]

We hebben hier noch met Muurling noch met welke persoon ook te doen, we hebben te doen metde zeer geleerde dominees in 't godzalig Nederland.

10 Muurling's werkjen is geschreven ten behoeve van predikanten.

20 't Is als proef onderzocht in 'n vergadering van predikanten. Eilieve, hoe kon dat? Om te weten of Muurling's manier van inzegenen goed is, zou men rezultaten moeten afwachten. Ik gaf er veel voor om eens precies te weten hoe Muurling's ouwelui zyn ingezegend, om de fouten van die methode te vergelyken met den uitslag die hun zoon zulke formulieren doet begaan.

30 De inzegenings-methode is proefhoudend bevonden in 'n vergadering van predikanten, die 't hebben laten drukken in 't verslag dier Vergadering.

40 Er hadden veelvuldige aanvragen plaats. Die aanvragen moeten zyn uitgegaan van andere predikanten. Natuurlyk. Want de leden der vergadering die 't formulier geproefd had en smakelyk bevonden, bezaten 't ding in hun verslag.

Uit dit alles nu blykt: dat de predikantEN in Nederland behoefte hebben aan zlke lessen.

En ik konstateer dat dit geschiedde in 't jaar huns heeren 1861. Zie den datum van 't Voorbericht. [7]

Nogeens: die zeergeleerden zullen 't Volk vertellen, wat het huwelyk is. Wat de ziel is. Wat onsterfelykheid is. Wie, wat, en hoe God is? Wat men doen en laten moet om wys en gelukkig te worden... in n woord: wat goed is! [8]


[1] "Verder behandel ik 't ding niet. 't Walgt me. Van begin tot eind is 't n gewawel in de tale Kanans, vol onzin, blyken van onkunde, leugen en godslastering, d.i. schending der lieve wetten van de Natuur." Hier hebben we wellicht een soort (polemisch) Spinozisme ("deus sive natura"), want M. definieert "godslastering" als "schending der lieve wetten van de Natuur". (Mijzelf dunkt trouwens dat die wetten - ls ze bestaan - vaak in 't geheel niet lief zijn, en ook niet geschonden kunnen worden, al kunnen ze vals of onvolledig weergegeven worden.)


[2] "Ik erken echter dat ook professorale onwetendheid in de wetten der Natuur ligt, zoowel als myn zucht om te protesteeren tegen zulke kwakzalvery." Hier ligt toch enigermate een probleem voor M., die immers graag mocht schrijven en zeggen dat alles wat is noodzakelijk is en dat z'n god de noodzaak is.


[3] "Ieder kan weten wat er te wachten is van iemand die met hooggeleerd gezag voorschryft, geen ouwelui jeugdig te noemen, en dat men geen oprichten moet bevelen aan personen die overeind staan." Dit is natuurlijk zo, maar als opgemerkt bij het vorige idee niet het wezen van de zaak - die de normale maatschappelijke leugen is, waaruit ook de normale plichtplegingen en rituelen uit bestaan.


[4] "Welnu, 'k had erger zotternyen kunnen aanvoeren ten-bewyze hoe verrot onze Staat is " - inderdaad, wat aantoont dat ik gelijk heb met m'n opmerking dat M. welbewust een futiliteit koos om z'n Ideen te verduidelijken.


[5] "Niemand, byv. zal party trekken voor den ellendigen Duymaer van Twist": Dit is niet precies waar, wat jammer was voor M. Ik weet niet of het waar is dat niemand publiek partij trok voor Duymaer van Twist, maar wel dat hij zowel door z'n tijdgenoten in de regeringen beschermd werd, en door latere historici geprezen vanwege z'n beleid in Nederlands-Indie als Gouverneur-Generaal. (Zie W.F. Hermans: "De raadselachtige Multatuli").


[6] " Misschien is die man zoo dom niet. Niet dommer althans dan de eerste de beste. Wellicht moeten we hem nog pryzen voor de goedheid zich zoo te hebben neergebogen om te voldoen aan zlke behoeften." Inderdaad lijkt het hier overwegend op neer te komen.


[7] " En ik konstateer dat dit geschiedde in 't jaar huns heeren 1861. " Goed - maar het was vrijwel nooit anders, nergens: Overal wordt het maatschappelijke samengehouden door pretenties, beleefdheden, plichtplegingen, spelletjes, doen alsof, en het uiteindelijke probleem schuilt ook niet daarin maar dat de doorsnee niet veel anders kan of wil, en schijn, illusie, fictie, leugens en leeg vertoon voor waar, werkelijk, wenselijk en waarachtig houdt.


[8] " Nogeens: die zeergeleerden zullen 't Volk vertellen, wat het huwelyk is. Wat de ziel is. Wat onsterfelykheid is. Wie, wat, en hoe God is? Wat men doen en laten moet om wys en gelukkig te worden... in n woord: wat goed is! " Ja, maar nogmaals: Het probleem is niet dat deze zeergeleerden kennelijk zeer dom zijn, en het volk op trivialiteiten en futiliteiten vergasten - het probleem is dat het volk dergelijke voorgangers wil, of in ieder geval tolereert.

 

Idee 280.