Idee 268a.                                       


(In de vorige Uitgaaf als Noot gedrukt.) Ik weet niet of deze noot onder de oogen komen zal van den auteur eener my schriftelyk gedane vraag: wat ik bedoelde met de uitdrukking "Enz" die in 't vorig nummer op 't woord mathesis volgt. Oppervlakkig schynt die vraag oiseus. Ze is het echter niet. Niet allen immers zyn in de gelegenheid 'n kursus in de logika en mathesis bytewonen - wat jammer genoeg is [1] - en 't zou wel te betreuren zyn indien denzulken alle oefening in het denken ware afgesneden.  Ik antwoord op bedoelde vraag het volgende.

Zéér stipt genomen - al te stipt misschien (486) is er 'n fout in den aanhef van 268. We zyn denkdieren, kunnen denken, en voelen aandrang tot denken: sumus, ergo cogitamus. [2] Denken is ons instinkt, onze behoefte, onze roeping, ons wezen. [3] Ik verwys hieromtrent naar 838, onder opmerking dat het hier gestelde geenszins in stryd is met de in 882 voorkomende bewering over zinnelykheid, maar de toelichting hiervan gaat m'n tegenwoordig bestek te buiten.

Ook loopen is ons aangeboren, en toch is er in de wyze van loopen groot verschil. De knaap die achttien jaren lang het gaan beoefende in de praktyk, heeft als rekruut behoefte aan onderricht in loopen. De strekking daarvan is hem te leeren de gaaf der Natuur op de voordeligste wys toe te passen. Zyn loopen moet veranderd worden in goed loopen.

Misschien had ik dus in 't vorig nummer moeten zeggen: het goed denken moet geleerd worden. [4]

Voor ik nu de hulpmiddelen dŕŕrtoe - buiten de eigenlyk gezegde logica en mathesis - opgeef, moet ik erkennen dat in geen geval die wetenschappen in zeer algemenen zin genomen  kunnen ontbeerd worden, en juist hieruit blykt de gegrondheid van de vraag: wat ik met myn "enz." bedoelde? Ieder wezen immers dat waarneemt, opmerkt, vergelykt, afleidt, ontleedt, meet, weegt, oordeelt en besluit... in één woord: ieder die denkt, gebruikt logika, mathesis. En dit blyft het geval, ook al had hy nooit iets gehoord van de benamingen waarmee men die werkzaamheden van den geest heeft gestempeld tot 'n speciaal-studie. [5] Zoo maakt ieder die zich beweegt, onwillekeurig gebruik van gymnastische hulpmiddelen, zonder juist daarby de wetenschap van Vater JAHN of EULER te pas te brengen. [6]  

De hulpmiddelen, om goed te leeren denken - zonder de logica of de mathesis van de school, alzoo - zijn van negatieven en pozitieven aard.

De zeer noodzakelyke huishoudelykheid met onze geestvermogens moet zich voor 'n groot deel openbaren in onthouding. Tot Vrye Studie - want op dit veld behooren deze opmerkingen te-huis - is gewis noodig dat we ons verstand niet verdoven door "Geloof". Evenmin door sterken drank, door onmatigheid, door slaverny onder de zinnen, door onnatuurlyken stryd tegen gepaste aanspraken der zinnelykheid, door toegeven in hartstocht, door luiheid. [7]

Onder de pozitieve middelen noem ik in de eerste plaats: het uitroeien der vervloekte gewoonte van niet-begrypen. (462) We moeten ons doordringen van 't besef dat begrypen plicht is, en 't berusten in het tegendeel, 'n onzedelyke lafhartigheid. [8]  Elk mysterie is 'n vyand dien de denkridder Mensch uit den zadel behoort te lichten. Of althans hy moet dit, op-straffe van félonie, beproeven. We zyn geboren kampioenen voor duidelykheid, voor eenvoud, voor harmonie tusschen daad en woord, voor Waarheid. [9]

De lieve Natuur zorgt er voor, dat ten-allen-tyde monsters, reuzen en spoken te bestryden blyven. Elk verjaagd wanbegrip laat vlekken na, die uitgewischt moeten worden. Elke verklaarde verborgenheid baart nieuw mysterie. (869).

By 't lezen van elke bladzyde, van elke zinsnede in 't groote boek dat van eeuwigheid tot eeuwigheid wordt geschreven door de feiten, behooren wy gedurig onszelf de vraag voorteleggen die Filippus richtte tot den Kamerling. (Handel. VIII, vs. 30). [10]

By deze algemeene opmerkingen, voeg ik de opgave van twee byzondere middelen, die me voorkomen van goede werking te zyn.

Ten eerste: Men behoort zich toeteleggen op juistheid van uitdrukking [11] (10, 13. Het doet me genoegen dat deze beide nummers van m'n IDEEN zoo laag zyn.) Gedachte en uitdrukking oefenen wisselwerking op elkander uit. Wie logisch denkt, zal - by benadering altyd - de juiste uitdrukking vinden voor z'n gedachten, althans hy zal niet berusten in het tegendeel. [12] En, omgekeerd, de gewoonte om naar juistheid van uitdrukking te streven, is zowel 'n krachtige spoorslag tot logisch denken, als 'n doorgaande oefening in die voornaamste menschenplicht.

Het tweede hulpmiddel is, dat men zich zo dikwyls mogelyk tot taak stelle iets te verklaren aan anderen, of zich de vraag voorlegge hoe zou ik antwoorden, indien men op zulke verklaring aandrong? [13] Hierdoor is men genoodzaakt z'n gedachten op korrekter wyze te rangschikken, dan wanneer zoolang wy meenen met onszelf-alleen te doen te hebben. Hoe onwetender wy ons daarby onzen leerling voorstellen, hoe beter. Deze methode verschaft ons niet alleen 'n helder inzicht in 't behandeld onderwerp, maar ze geeft ons bovendien zeer dikwyls 'n uitdrukking aan de hand die wy misschien zonder haar niet zouden gevonden hebben, en die soms de gevonden slotsom stempelt tot puntige spreuk. Alzoo, en tevens byvoorbeeld: ut discas doce!

Dat ik niet beweer in deze noot de denktheorie te hebben afgehandeld, spreekt vanzelf. Ik zal dan ook wel genoodzaakt zyn daarop meermalen terugtekomen. [14]


[1] We zijn aan het begin van een kleine uiteenzetting van M. over logica en onderwijs.

Niet allen immers zyn in de gelegenheid 'n kursus in de logika en mathesis bytewonen - wat jammer genoeg is

Ikzelf heb me ook op deze onderwerpen toegelegd, en vind het jammer dat ik niet weet wat M. ervan wist, al is het me duidelijk dat hij een natuurlijke aanleg bezat maar niet bijzonder veel kennis.


[2] "We zyn denkdieren, kunnen denken, en voelen aandrang tot denken: sumus, ergo cogitamus."

Naar men mag aannemen M.'s antwoord op Descartes' "cogito ergo sum". Het geldt nog minder dan Descrates beroemdere uitspraak.

Voor de bewering dat "ik denk dus ik ben" kan als bewijsgrond aangehaald worden dat er als er al gedacht wordt er daarmee in ieder geval iets is dat denkt, al staat het daarmee niet vast dat dit ook een menselijk ik is dat zich adequaat in talige frases laat vangen. Immers, wie dat mocht denken mag zich toeleggen op "ik droom dus ik ben" en "ik geloof dat ik me meestal vergis, inzake logische en existentiële problemen - dus ik ben, vast en zeker".

De bewering dat "ik ben dus ik denk" is nog minder overtuigend, zoals onmiddellijk duidelijk wordt uit "Kijk, daar is een steen. Wat moet die wel niet veel te bepeinzen hebben!" Toch komt de rest van M.'s bewering mij zinnig voor: Mensen zijn dieren en verschillen van andere dieren omdat ze aanmerkelijk beter kunnen denken dan andere dieren.


[3] "Denken is ons instinkt, onze behoefte, onze roeping, ons wezen."

Aristoteles dacht dat ook, maar heeft nooit op school gezeten in de Amsterdamse Kinkerbuurt. Voor de meeste mensen die de kindertijd voorbij zijn is denken geen behoefte, geen roeping en geen deel van hun wezen. Wat de meerderheid wil en de hele menselijke geschiedenis gewild heeft zijn genot, status en macht. Kennis heeft slechts een kleine minderheid serieus geďnteresseerd.


[4] "Misschien had ik dus in 't vorig nummer moeten zeggen: het goed denken moet geleerd worden."

Ook dit lijkt teveel gevraagd van de meeste mensen. Mensen kunnen inderdaad beter leren denken door zich toe te leggen op logica of wiskunde, maar ze zullen het niet ver brengen zonder een aangeboren talent en dan nog is wat men leert niet zozeer beter denken als het denken dat men toch al doe beter vorm te geven en daardoor redeneerfouten te voorkomen.


[5] "Ieder wezen immers dat waarneemt, opmerkt, vergelykt, afleidt, ontleedt, meet, weegt, oordeelt en besluit... in één woord: ieder die denkt, gebruikt logika, mathesis. En dit blyft het geval, ook al had hy nooit iets gehoord van de benamingen waarmee men die werkzaamheden van den geest heeft gestempeld tot 'n speciaal-studie."

Juist, althans voorzover het menselijke wezens betreft. Hier is een korte uitleg: Alles is een structuur; wiskunde is de wetenschap van mogelijke structuren; wetenschap bestudeert werkelijke structuren; logica is de wetenschap van redeneer-structuren.

Met deze uitleg wordt het ook in beginsel duidelijk waarom óók dieren onbewust gebruik maken van wiskunde en logica voor hun handelen, waarnemen en denken, en wel omdat wiskundige en logische structuren onderdeel zijn van alles wat bestaat.

Toch is er een groot logisch en wiskundig verschil tussen mens en andere dieren: Alleen mensen zijn in staat echte, mogelijke en zelfs onmogelijke structuren (Escher, Magritte, logische paradoxen) symbolisch te representeren. Zie 11.


[6] "Zoo maakt ieder die zich beweegt, onwillekeurig gebruik van gymnastische hulpmiddelen, zonder juist daarby de wetenschap van Vater JAHN of EULER te pas te brengen. "

Jahn was een in de 19e eeuw bekend voorstander van gymnastiek; Euler was een geniale 18e eeuwse wiskundige. Hoewel ... volgens de Multatuli-Encyclopedie was er ook een gymnastiek-meester die Euler heette. Ik neem maar aan dat M. de Freikörperkulturlehrer bedoelde, of hoe deze ook heette in zijn tijd en taal.


[7] "Tot Vrye Studie - want op dit veld behooren deze opmerkingen te-huis - is gewis noodig dat we ons verstand niet verdoven door "Geloof". Evenmin door sterken drank, door onmatigheid, door slaverny onder de zinnen, door onnatuurlyken stryd tegen gepaste aanspraken der zinnelykheid, door toegeven in hartstocht, door luiheid."

Dit klinkt heel braaf en is dan ook niet waar. Het hebben en gebruiken van een werkelijk goed en onafhankelijk werkelijk verstand staat hier overwegend los van en lijkt vooral veroorzaakt door een combinatie van talent en karakter, allebei meer aangeboren dan aangekweekt. (Het is onmogelijk te leren als er geen aanleg voor is.)


[8] "We moeten ons doordringen van 't besef dat begrypen plicht is, en 't berusten in het tegendeel, 'n onzedelyke lafhartigheid."

Ook dit is niet zo, zoals ik ook kort uitleg bij 462 waar M. zelf naar verwijst. Er zijn nu eenmaal grote verschillen in aangeboren menselijk begripsvermogen en "non posse nemo obligarur".


[9] "We zyn geboren kampioenen voor duidelykheid, voor eenvoud, voor harmonie tusschen daad en woord, voor Waarheid."

M. had een optimistische bui toen hij dit idee schreef. Een vrijmoedige blik op de menselijke geschiedenis leert dat althans wat de meerderheid betreft eerder iets als het tegendeel waar is: Geboren kampioenen van onduidelijkheid, gemaakte ingewikkeldheid, disharmonie tussen woord en daad, en levende leugens opgetrokken uit eigenbelang en onvermogen.


[10] "By 't lezen van elke bladzyde, van elke zinsnede in 't groote boek dat van eeuwigheid tot eeuwigheid wordt geschreven door de feiten, behooren wy gedurig onszelf de vraag voorteleggen die Filippus richtte tot den Kamerling. (Handel. VIII, vs. 30)."

Mijn King James Bible geeft:

And Philip ran thither to him, and heard him read the prophet Esaias, and said, Understandest thou what thou readest?


[11] "Ten eerste: Men behoort zich toeteleggen op juistheid van uitdrukking "

Ja, dit is een goede raad. Wie om te beginnen al niet de juiste termen gebruikt voor z'n ideeën zal niet ver komen bij het trachten te verwerven van waarachtige begrippen.


[12] "Wie logisch denkt, zal - by benadering altyd - de juiste uitdrukking vinden voor z'n gedachten, althans hy zal niet berusten in het tegendeel."

Dit is zinniger dan niet, vooral indien overwogen wordt dat een logisch waarachtig oordeel vaak - maar zeker niet: altijd - neerkomt op: "Ik weet dat ik niet genoeg weet om hierover een stellig waar oordeel te kunnen vormen." En inderdaad is de meest stellige kennis die men kan hebben de kennis dat men tekort schiet in kennis.


[13] "Het tweede hulpmiddel is, dat men zich zo dikwyls mogelyk tot taak stelle iets te verklaren aan anderen, of zich de vraag voorlegge hoe zou ik antwoorden, indien men op zulke verklaring aandrong?"

Ook dit is zinniger dan niet, maar vaak niet erg toepasbaar, door een gebrek aan welwillend en intelligent gehoor. Een beter advies is dan ook: Test je eigen ideeën en vermogens door je ideeën uit te schrijven in helder Nederlands, van een kwaliteit die zo voorgedragen zou kunnen worden aan een willekeurig geďnteresseerd en bekwaam gehoor.


[14] "Dat ik niet beweer in deze noot de denktheorie te hebben afgehandeld, spreekt vanzelf. Ik zal dan ook wel genoodzaakt zyn daarop meermalen terugtekomen."

Jammer genoeg kwam hier niet veel van terecht. Trouwens, wie hier een laatdunkend gezicht wil trekken en spreken van Multatuli's gebrekkige kennis inzake "denktheorie" heeft een goedkoop en beperkt inhoudelijk gelijk - én niet het minste benul van het vele armzaligs dat door M.'s tijdgenoten over het zelfde onderwerp ten beste werd gegeven.

Idee 268a.