Idee 254.                                       


Moed om zichzelf te beschuldigen van verkeerdheden, byvoorkeur in 't algemeen (239) is vry gewoon. Maar zeldzamer is de moed zichzelf te pryzen.


Tsja. 't Interessante feit is dat M. gelijk heeft waar het woorden betreft, maar niet waar 't kleding, behuizing, publiek gedrag etc. betreft:

Bijna iedereen doet alsof ie bijna iedereen wil aantonen dat hij sterker, stoerder, rijker, machtiger etc. is dan de andere mannen, of dat zij mooier, beminder, rijker, bekender etc. dan de andere vrouwen.

Weinig mensen hebben de moed een ander - woordelijk, letterlijk, met klaarblijkelijke trots en overtuiging - toe te voegen "Ik ben beter dan jij!", maar bijna iedereen kleedt en gedraagt zich dusdanig dat alles wat aan haar of hem hangt als tooi, verwarming, of schaamstreekbedekking precies dąt uitstraalt.

Overigens lijkt dit soort uitingen nogal sterk cultureel bepaald:

De Griekse burgers in 't oude Athene hadden niet de minste moeite met hun constitutie waarin alle burgers voor de wet gelijk waren, maar iedere burger z'n machtige best deed bij tal van gelegenheden de beste te zijn, en daar luid en duidelijk voor uitkwam.

De normale opvoedkundige aansporing die Atheense zonen van hun vaders kregen was dan ook: Tracht altijd en overal in alles de beste te zijn! (Zie: C.M. Bowra, "The Greek Experience", hoofdstuk 2 "The heroic outlook".) Neerlandse nederigsheidskramers mogen geschokt zijn, maar deze opstelling leverde zeer veel meer fraais en zinnigs op dan de in Neerland zo miljoenvoudig beminde, uitgedragen, bewonderde en hooggehouden "doe maar gewoon dan doe je al gek genoeg!". (Er waren niet meer dan een paar honderdduizen Atheners verantwoordelijk voor de glorie van honderd jaar klassiek Athene; er zijn miljoenen elkaar respecterende gelijkwaardige Neerlanders geweest die in honderd jaren niets beters hebben kunnen leveren dan een florerend voetbal-klimaat.)

Idee 254.