Idee 249.                                       


Daar kwam 'n ander die minder kón, maar 'n oude moeder had, en zusters, en allerlei dat hem bewoog te doen alsof-i wat kon.

- Ach m'nheer, als ge wist hoe schraal 't is by ons, hoe armoedig!
- Hm... zoo?
- Bedenk iets, bid ik u. Geef me een onderwerp op, en zeg me hoe ik...
- Schryf wat over Holland op z'n smalst.
- Daar weet ik niets van.
- Dat zou geen reden zyn erover te zwygen als ge overigens indrukken hebt, vuur... ja, dat is 't: le feu sacré !
- Ziedaar juist wat me ontbreekt, ik ben zoo koud als onze kamer... ach, myne moeder!
- Geen vuur?  Ik zal je helpen! M'nheer, ik heb niets met je te maken. Bevries, jy en je heele familie! Met zulk volk kan ik me niet inlaten. Daar is de deur, en de trap volgt!
- Nu, nu, ik ga! Dat's infaam! Zoo'n behandeling... 't is om razend te worden, ja razend! Dat zal ik je betaald zetten!

En de man had vuur, en schreef wat tegen my met veel vuur, en kon vuur betalen om z'n moeder wat te warmen, en z'n zusters.


Dit vervolgt 't vorig IDEE, en identificeert de voor M. essentiële voorwaarde om goed te schrijven:

Werkelijk iets te zeggen hebben, en dat eerlijk te doen, met persoonlijke inzet en waarachtig eigen gevoel.

Hier is iets van waar, maar goed kunnen schrijven lijkt toch vooral op aangeboren talent terug te gaan. Er zijn in ieder geval nogal wat eerlijke schrijvers met een onverteerbare stijl geweest.

Idee 249.