idee 240

 

Idee 240.                                       


...of 't misschien werd veroorzaakt door te groote konkurrentie, zie, dit durfde de eerlyke Colineau niet beslissen. Genoeg, de praktyk bleef uit, en na twee, drie jaar huwelyk hadden ze 't weinige huisraad dat hun overbleef, te-gelde gemaakt om als passagiers van de derde klasse te kunnen vertrekken naar Italie. Daar zou misschien met de beweging die op-hand was, gelegenheid wezen tot plaatsing als officier van gezondheid by 'n regiment van Garibaldi...[1]

- Je vous souhaite beaucoup de succès, monsieur! Mais cela ne m'explique pas...

- Ah, c'est vrai! Vous ignorez toujours pourquoi Madame...

- Non, non, Colineau, mon pauvre ami, c'est à moi de le dire!

En neerhurkende op het dek naast de kajuitslantaarn *) waardoor 'n flauw licht scheen, opende zy haar mantilje... zocht iets, naar 't scheen, tusschen of onder de keurs van haar kleed, en opstaande:

- Voici, monsieur, voici pourquoi je suis si contente d'être pauvre avec mon bon Colineau... voici!

En ze greep den vreemde by den arm, en trok hem zachtkens voort en neder tot by 't licht dat er scheen uit de kajuit, en toonde hem...

By m'n ziel, 't was weer 'n sleutelring met heilige poppetjes van tin of van lood! [3]

De vreemde begon verdrietig te worden. Hy zocht wysheid, en vond niets dan dwaasheid op z'n weg. Hy wilde weten, begrypen, kennen, en overal werd hy geplaagd met domheid! [4] Hy werd knorrig omdat-i zich teleurgesteld voelde by 't ontdekken van zulke kinderachtigheid in 'n gemoed dat hem uit 'n oogpunt van menschkunde de moeite van 't ontleden had waard geschenen. Vry droog uitte hy z'n verstoordheid door, als tot den monnik maar nu iets ruwer, te zeggen dat-i geen geloof sloeg aan gekheden. [5]

- Comment, monsieur, des bêtises? Ma bonne, sainte, douce Vierge... des bétises? Ah monsieur, si vous saviez comme elle est pleine de grâces? Ah, si vous saviez comme elle me rend riche dans notre pauvreté... n'est-ce pas, Colineau? Dis-donc à m'sieur, comme elle est bonne pour nous, comme elle me rend contente et heureuse tous les jours de ma vie!

Colineau wilde juist beginnen 'n verklaring te geven van de wonderbare werking der Heilige Maagd - zenuwvlecht, duizeligheid, zeer kleine hersenen, enz. denk ik - toen de sombere gestalte van den monnik zich vertoonde in 't halfdonker van het achterdek. Hy sprak den vreemde aan:

- J'ai prié, mon fils! Mon fils, j'ai prié pour vous! La bonne Vierge m'a excusé. Elle vous pardonne votre ignorance, et vous préservera de tout péché!

- Loop naar den duivel, zei de vreemde, ditmaal in 't hollandsch, loop naar den duivel met je Sainte-Vierge! [6]

En na vluchtig te hebben gegroet, ging hy naar z'n hut om te slapen. Hier aangekomen hoorde hy boven zich, hoe de dame die den ganschen middag zoo dartel was geweest, tot den monnik zeide:

- Bénissez-moi, mon père!

En hoe de monnik antwoordde:

- Je nous bénis, ma fillé! Que notre Dame de La Garde vous préserve du péché, du seal malheur qui soit au monde! **)

*) Dit is een boven 't dek uitgebouwd getimmerte dat aan de zyden met glas gesloten is, en gedekt wordt door twee kleppen die, geopend, dienen tot luchtverversching in de kajuit en, gesloten, op kleine schepen als tafel of zitbank gebruikt worden. In zee worden de zyden van dezen kap met presenning - zeildoek dat door zoomen en verwen tot 'n bepaald doel bewerkt is - zeer zorgvuldig gesloten, zoowel om 't geheel te beschermen tegen slagzeeën als 'snachts den man te-roer en den kommandeerenden officier op 't achterdek, tegen 't valsch licht dat anders uit de kajuit schynen zou. De etymologie van 't woord presenning kan ik niet opgeven. Ik spel het op den klank af. In 't Woordenlystje van D.V. en T.W. (Uitgaaf 1866) zoek ik het te-vergeefs. Daarin schitteren trouwens de meeste scheepstermen door afwezigheid. Ter schadeloosstelling vindt men de ware spelling der woorden: aafschelyk, aafschhands, aakster, tien woorden die met behulp van aalbessen gemaakt kunnen worden - waarom niet honderd? - aalkubbe, aalkwabbe... waar zou ik eindigen! En dat moet Nederlandsche taal heeten! [2]

**) Notre Dame de La Garde is de zeer speciale beschermvrouw van die streken, of misschien alleen van Marseille. By deze stad althans ligt op 'n hoogte vanwaar men 'n ruim uitzicht over de zee heeft, een aan Maria onder die benaming gewyde kerk, waarin duizende ex voto's te-pronk hangen, voornamelyk van zeelieden die door haar tusschenkomst uit gevaren gered zyn.


[1] Kortom, zoals eerder enigszins bleek was Colineau kennelijk een revolutionair.


[2] M.'s proeve van de Wetenschap der Neerlandistiek, jaargang 1864, is treffend en waarachtig: "Ter schadeloosstelling vindt men de ware spelling der woorden: aafschelyk, aafschhands, aakster, tien woorden die met behulp van aalbessen gemaakt kunnen worden - waarom niet honderd? - aalkubbe, aalkwabbe... waar zou ik eindigen! En dat moet Nederlandsche taal heeten! " Merk overigens op dat M. z'n kennis van scheepstermen etaleert, die aanzienlijk zal zijn geweest door z'n familie van zeelieden, en dat M. buitengewoon geïnteresseerd was in taal, in alle mogelijke opzichten, en daar tal van ideeën over had, waarvan sommige later ter sprake zullen komen (in latere ideeën).


[3] Als met de monnik, en merk op dat deze hele vertelling figureert in de context van een illustratie hoe het katholieke geloof bijdraagt aan de levensvreugde van mensen, geheel afgezien van de waarheid ervan, en in kontrast met het veel bekrompener en benepener protestantisme dat M. zo goed kende.


[4] Wat betreft: " Hy zocht wysheid, en vond niets dan dwaasheid op z'n weg. Hy wilde weten, begrypenkennen, en overal werd hy geplaagd met domheid! " Nu ja, zo gaat dat nu eenmaal! Overigens, zie de Inleiding van M.'s Ideen.


[5] De passage "Hy werd knorrig omdat-i zich teleurgesteld voelde by 't ontdekken van zulke kinderachtigheid in 'n gemoed dat hem uit 'n oogpunt van menschkunde de moeite van 't ontleden had waard geschenen. Vry droog uitte hy z'n verstoordheid door, als tot den monnik maar nu iets ruwer, te zeggen dat-i geen geloof sloeg aan gekheden." toont M.'s eerlijkheid en zelfinzicht weer eens aan. En als groot schrijver heeft hij ondertussen duidelijk gemaakt dat mevrouw Colineau feitelijk noch kinderachtig noch dom was.


[6] De Engelsman met Tübinger vrienden blijkt plots "hollandsch" te vloeken, terwijl M. als detail heeft vermeld dat de monnik die hij op dit moment op z'n hollands naar de duivel wenst een grote zak knoflook met zich meevoerde.

Idee 240.