idee 234

 

Idee 234.                                       


Ik weet niet in welk hoofdstuk van m'n verhaal het reisgezelschap aan boord kwam, dat zoo-even van de kaai had geroepen: o... hoooo... i... Sainte-Vierge!

De vreemde werd in z'n gedachten gestoord door 'n luid gelach buiten'sboords. Hy keek over den valreep, dat is over die plek van 't boord waar, op 'n behoorlyk vaartuig, de valreep uithangt. *)

Ach, de Sainte-Vierge was 'n armoedig scheepje! Er slingerde een dun, vry oud, geteerd touw langs-zy, en 't stond te bezien of die dame zich daarmee zou kunnen ophyschen tegen boord. 't Is waar dat er klampen waren aangespykerd, die dienst deden als de dwarslatten op den marchepied van 'n kippenhok. Maar zoo'n kippentrap ligt, of ryst weinig althans, en hier was de opgang zeer steil.

De dame greep het touw, zette haar voetje, net geschoeid - ze was 'n Franšaise - op den ondersten klamp...

- Prenez garde, madame! riep de second.

- Aa, moi je ne crains rien! antwoordde zy, al schaterend van lachen.

Straks zal 't duidelyk worden waarom ze zoo lachte. [1]

- Moi je ne crains rien, je suis solide... allez!

En ze viel!

*) Valreep is de koord waaraan men zich kan vasthouden by 't beklimmen van den trap die buiten'sboords hangt. Het touw dat hiertoe dient, is gewoonlyk zeer net met doek omnaaid, en van gekleurde knoppen of kwasten voorzien, die in kunstig gelegde knoopen bestaan. Als pars pro toto geeft men den naam van die reepen aan de plaats waar men het schip betreedt of verlaat. Vandaar dat de hollandsche uitdrukking een glaasje by of aan den valreep tot den franschen coup de l'Útrier in-verhouding staat als zeeman tot kavallerist. De beteekenis is dezelfde: een afscheidsdronk.


[1] Maar hier kan alvast opgemerkt worden, voor de algehele duidelijkheid van dit en de omringende Ideen: De dame in kwestie werd zeer gesteund door haar na´eve katholieke geloof.

Idee 234.