idee 230

 

Idee 230.                                       


- Die Stier... o heerlyk! Is 't niet of je 'n Rose Bonheur ziet, of 'n Potter?

Ik zeg liever:

- Die Potter, die Rose Bonheur... heerlyk! Is 't niet of je 'n Stier ziet? Zietge, drom schryf ik zoo mooi. Ik schryf maar na wat zy me verteld heeft.

- Wie... zy?

- Fancy.

- Geen Natuur dus? Iets als... fantazie?

- Zy is de natuur. Ik heb nooit wat verzonnen. Dat kan ik niet. Ik verzin m'n Ideen zoo min als de bevallige moeder van 219 haar kinderen verzon. [1]


[1] "Ik heb nooit wat verzonnen. Dat kan ik niet. Ik verzin m'n Ideen zoo min als de bevallige moeder van 219 haar kinderen verzon."

Anders gezegd: M. ontleende z'n Ideen, naar hij zelf meende, aan de natuur. Toch is dit maar zeer gedeeltelijk waar, getuige bijvoorbeeld "Vorstenschool", "Woutertje Pieterse", of M.'s fantastisch verzinsel in z'n idee over humor. (Het gegeven citaat is natuurlijk welbewust ironisch - voor wie kan lezen.)

Wat wel waar is is dat M. neerzag op fantastische vertellingen zonder direct verband met en toepassing op de werkelijkheid, en dit soort verzinsels vaak voor immoreel hield, zowel wat betreft het maken als het gretig consumeren ervan, kennelijk vooral omdat het de lezers hielp aan onwaarachtige begrippen en weerhield van werkelijk begrip en feitelijk iets doen om de wereld of zichzelf tot iets beters te maken dan hij zelf aantrof.

Ikzelf geef ook niet bijzonder om pure fantasterij, tenzij het geschreven is in een schitterende stijl, zoals soms gebeurt - maar vermoed dat dit vooral een kwestie van smaak is, en niet ligt aan mijn eigen morele voortreffelijkheid.

Tenslotte is het nuttig op te merken in verband met M.'s oordelen over literair maakwerk dat hij vooral reageerde op de Nederlandse literatuur van de 19e eeuw, die iemand van zijn talent niet anders voor kon komen dan als overwegend krom geschreven valse aanstellerij tot vermaak van de geestloze burgerij. Ieder niet-Neerlandicus die de moeite neemt zich enigszins te verdiepen in de Nederlandse literatuur afgezien van Multatuli in de 19e eeuw zal het hier - lang na dato - mee ns zijn: Bijna alles is saai en slecht geschreven en lijkt aanstellerij, bovendien geschreven zonder talent voor dat aanstellen - al zijn er natuurlijk uitzonderingen (als de Schoolmeester, waar M. trouwens ook van hield).

Idee 230.