Idee 226.                                       


Ik wou mezelf gaarne eens ontmoeten om te weten hoe ik me beviel. Maar 'k moet byzonder goed gehumeurd wezen op dien dag, want ik hou niet van onaangenaamheden.


Anders dan de zeer grote meerderheid van de mensen ontmoette M. nooit iemand ook maar ten naaste bij "gelijk" aan hem, dus de wens is heel begrijpelijk, en 't voorbehoud getuigt van zelfkennis.

En trouwens (persoonlijke noot) ... voor mij geldt precies hetzelfde, en waarschijnlijk met dezelfde kwalificatie die Multatuli ook zou maken: Ik ben nooit iemand als ik tegengekomen, behalve mijn vader, en deze leek meer op mij dan anderen, maar verschilde toch ook in nogal wat opzichten, want hij was vooral een praktisch man, een doener, met aanzienlijke muzikale en kunstzinnige talenten. Ik ben een theoretisch man, een denker, lang zo muzikaal niet als mijn vader, en ook met mindere of andere kunstzinnige talenten.

Hoe het zij: Eén probleem van mensen die werkelijk unieke individuen van aanzienlijk of groot talent en persoonlijke zelfstandigheid zijn - wat maar héél weinig mensen zijn, en wat kennelijk minimaal een aanzienlijk talent en behoorlijke moed vergt - is dat er geen anderen zijn waarmee je je kunt vergelijken, of alleen heel indirect, uit boeken, gewoonlijk van niet-Nederlandse schrijvers die al  eeuwen dood zijn.

Dit maakt zelfkennis dan ook een stuk moeilijker dan voor anderen, omdat anderen bewogen worden door motieven en overwegingen die ze makkelijk terugvinden in hun eigen omgeving, en zo hun eigen karakter en beweegredenen kunnen aflezen uit anderen.

Voor Multatuli gold dat niet, en voor mij ook niet, en één daaruit voortkomend probleem, zowel voor hem als voor mij, is dat het aanzienlijke moeite kost om anderen te begrijpen:

Waarom doen ze zo? Waarom denken ze zo? Waarom liegen ze zo vaak, ook als dat nergens voor nodig is? Waarom pretenderen ze van alles over kennis die ze, als je doorvraagt, nauwelijks hebben? Waarom heeft  hooguit 1 op de 10.000 de wil en het vermogen zelf in de bibliotheken te duiken en zich te informeren over van alles, niet om er studiepunten of roem mee te vergaren, maar eenvoudig om iets te leren en begrijpen? Waarom doet of is de grote meerderheid, academisch bekwaamd of niet, zo dom, zo grauw, zo poserend vals, zo status-geil, zo conformistisch, zo bang om eerlijk te zeggen wat ze werkelijk vinden, afgezien van zeldzame grote passies of flinke dronkenschap?

Ik vrees dat het uiteindelijke antwoord nogal hopeloos is: Het is allemaal een uitvloeisel van aangeboren talenten en daarmee samenhangend karakter - dus wie niet door de goden van het genetisch toeval opgezadeld wordt met een exceptioneel verstand zal het ook nooit verwerven, hoe hard ie het ook mocht proberen.

Er is echter één grote troost: Hoe normaler u bent, lezer, hoe groter uw kansen op geluk, respect, tolerantie, en waardering van uw soortgenoten. Want doorsnee-mensen leven, voelen en denken volgens "if in Rome, do as the Romans do", en hebben dus grote kansen om in het even welk maatschappelijk systeem, of dat nu Hitler's Duitsland, Stalin's Sovjet-Unie, of modern Nederland is, een geacht, geëerd, goed betaald, algemeen gewaardeerd mens te worden. Geen gelukkiger mens, ceteris paribus, dan een conformistische domkop, want zo iemand is voor niemand een gevaar, en geldt als goed mens, goed collega, en moreel en fatsoenlijk lid van de samenleving.

Het zijn de zeldzame menselijke uitzonderingen die de menselijke beschaving, kunst en wetenschap hebben gecreëerd, gewoonlijk met grote inspanningen, en - minstens - aanzienlijke problemen vanwege hun afwijkendheid en meningen. Het is de grote massa van de doorsnee die daar, vaak vele generaties later, de vruchten van plukt, in de vorm van technologie, kunst of ideeën.

Idee 226.