idee 219

 

Idee 219.                                       


Ik heb 'n dame gekend die blond was, en zeer bevallig. Dat zult ge terstond zien. Haar echtgenoot was donkerharig. In haar familie waren allerlei haarsoorten, en ook van zyn kant schenen zich allerlei rassen rendez-vous te hebben gegeven.

Het oudste kind van die dame was bruin. Daarop volgde een blond meisje. Toen twee zwarte jongetjes. Vervolgens 'n engelsmannetje met rood haar en zomersproeten. Eindelyk eenige
Afrikanen met krulhaar, drie of vier Celten, 'n paar strooharigen, wat witkopjes, toen weer kastanje... 't hield niet op, en alles dooréén. En als ze gedaan had, begon ze weer. Er mankeerde maar aan dat ze groene kindertjes kreeg.

Ik maakte die vruchtbare moeder m'n kompliment over de volledigheid van haar verzameling, uit 'n anthropologisch oogpunt.

- Maar, eilieve, mevrouw, als 't me vergund is 'n kleine aanmerking te maken...

- Hoe dan?

- Een beetjen orde, mevrouw! Wat regel, dunkt me, tot gemak der bezoekers van uw muzeum. De klassifikatie is zoo moeielyk.

- M'nheer, denkje dat ik die dingen doe op kommando? Als 't u niet de moeite waard is m'n troepje recht te zetten, hecht ik niet veel waarde aan uw anthropologische studien. Ik beval naar 't my bevalt, en 't bevalt me niet dat het u niet bevalt dat ik niet beval naar 't u bevalt. 't Bevallen zou me onmogelyk wezen als ik moest achtgeven op 't bevallen. Zoodra ik me toelegde op bevallen naar 't u bevalt, zou ik spoedig ophouden te bevallen. En al kòn ik voortgaan, 't zou u weldra niet bevallen omdat bevallen geen zaak is van bevallen. Ik blyf dus bevallen naar 't my bevalt, en als dit u niet bevalt ga dan waar 't u beter bevalt, en beval zelf als 't u bevalt, maar ik twyfel of ge dan my bevalt omdat de aanmerking waarvan ge bevallen zyt over 't niet bevallen van myn bevallen, my bewyst dat gy geen verstand hebt van bevallen. En nu, ga heen als 't u bevalt, want ik ga bevallen. [1]

Dit voor m'n Ideen. Wie wil ze rechtzetten? Ik heb waarachtig geen tyd, en beval als die dame zonder te vragen of 't bevalt. [2]


[1] "En nu, ga heen als 't u bevalt, want ik ga bevallen. "

De bevallige uitval in de hele alinea waar het geciteerde laatste zin van is en die gebruikt maakt van de meerduidigheid van het Nederlandse "bevallen" is vaak geciteerd als voorbeeld van M.'s taalgevoel.


[2] "Dit voor m'n Ideen. Wie wil ze rechtzetten? Ik heb waarachtig geen tyd, en beval als die dame zonder te vragen of 't bevalt."

Ik geloof dat ik de eerste ben sinds M's dood (in 1887) die serieus ingaat op M's Ideen. Dat dit zo'n 115 jaar vergde zegt het een en ander over het Nederlandse volk, want er hebben in de tussentijd minstens 25 miljoen Nederlanders geleefd, gestreefd en nagelaten hun grootste schrijver serieus te lezen, serieus te nemen, of serieus van commentaar te voorzien.

En het blijft voor mij een vreemd feit - of beter: een bewijs van het onvermogen van Nederlanders en Neerlandici werkelijk goed Nederlands met begrip te lezen of werkelijk goed Nederlands te onderscheiden wat zich daarvoor uitgeeft - dat vrijwel alle aandacht die aan Multatuli is besteed in feite is gegeven aan de "Max Havelaar", dat toch, volgens hem en mij, z'n minste boek is, al is het onvergelijkelijk veel beter dan vrijwel alles in het Nederlands dat niet van M.'s hand is.

De voornaamste verklaring voor dit vreemde feit is dat Nederlanders in zeer grote meerderheid blind zijn voor intellectuele of morele excellentie, of zich er zeer door bedreigd voelen, en van hun schrijvers en voorgangers juist niet eisen dat ze voorbeeldig intelligent, moedig en individueel zijn, en juist wel dat ze voorbeeldig middelmatig zijn en perfect uitdrukking geven aan de wensen, vooroordelen, en illusies van doorsnee lezers.

Wie in Nederland geacht, geëerd en rijk wil worden als "Groot Neerlands Schrijver" legge zich toe op het in kromtaal uiten van de vooroordelen, wensen en waangedachten van het moment, en zal lokaal wereldberoemd worden in de mate dat ie daarin slaagt. En wie in Nederland werkelijk goed schrijft en nadenkt, en z 'n eigen waarheid durft publiek te maken, speelt met z'n leven, kansen, geluk en inkomen, en mag alleen hopen lang na z'n dood met enig begrip gelezen te worden door een andere zeldzaam individu.

Is het buiten Nederland beter gesteld? Het hangt er van af, en de mensheid is nergens ooit bij enige benadering perfect geweest. Maar Nederlanders - nomen est omen - verschillen al vele eeuwen van andere Europese volkeren in hun buitengewone nivelleerzucht, publiek geëiste publieke nederigheid, en conformistische hypocrisie. Ook dit heeft voordelen, want het maakte het o.a. mogelijk dat er in Nederland een grotere vrijheid van drukpers was dan buiten Nederland (uiteindelijk omdat de machthebbers totaal niet geïnteresseerd waren in literatuur anders dan als handelswaar, en te stellen hadden met een klein volk met veel verschillende geloven), maar het nadeel is een nationale literatuur die, afgezien van het zeer uitzonderlijke individu dat zich Multatuli noemde, vergeleken met de nationale literatuur van buurstaten, héél weinig voorstelt.

Dit is geen populair standpunt - en bedoelt dit ook niet te zijn. En ja, het is waar dat Neerland overstroomt van de zwaar gesubsidieerde schrijvers van het allooi Van Dis, Palmen, Mak, Grunberg, Giphart etc. die kennelijk om de andere dag wel op TV te zien zijn om hun zogenaamd hoogbegaafde meningen te geven over zaken als internationale politiek, oorlogsvoering en ieder ander media-onderwerp van 't moment. (Ik heb en kijk al meer dan 30 jaar geen TV, wat mijn gemoedsrust en produktiviteit zeer dient, en rapporteer dus uit de tweede hand). Maar nee, o ongetwijfeld hoogbegaafde lezer(es): Het enige wat de genoemde figuren onderscheidt van de honderden volkomen terecht vergeten publiek schrijvende  wawelaars, babbelaars, aanstellers, publieke letterhoeren en ijdeltuiten uit Multatuli's tijd is dat ze nu leven en zichzelf kunnen prostitueren op TV, en gebruik kunnen maken van staatssubsidies, wat het voor handige conformisten met een TV-genieke kop nog makkelijker maakt bemind en bekend te worden onder miljoenen.

Was er in de 20ste eeuw dan helemaal niemand die werkelijk kon schrijven in het Nederlands en bovendien een zekere mate van kennis en beschaving had? Het hangt er vanaf hoe hoog u de lat legt, lezer. Ik vind sommige dingen van Hermans en Karel van het Reve aardig, net als van drs. P. en enkele anderen, zoals Kees Stip en Belcampo. Maar grote literatuur is het niet, al is het amusant en redelijk geschreven. (Ik vermoed dat de genoemden allen genoeg statuur en talent hebben of hadden om dit zelf toe te geven.)

En drie goede redenen waarom er in het Nederlands buiten Multatuli zo weinig werkelijk grote schrijvers of denkers waren in de afgelopen drie eeuwen zijn dat werkelijk grote schrijvers volstrekte eenlingen zijn en hooguit eens in de eeuw geboren worden in een land zo klein als Nederland; dat Nederland geen enkele traditie heeft om werkelijk exceptioneel intellect te helpen (zoals ampel en bitter blijkt uit Multatuli's "carrière") - waarin Nederland verschilt van de omringende landen; en dat Neerlanders een hypocriet en zwaar nivellerend volk vormen, met een "culturele élite" die altijd uit handige intellectueel middelmatige ellebogenwerkers bestaat, die zich naar boven hebben weten te werken door likken, trappen en conformeren, en door evident gebrek aan werkelijk individueel talent.

 

Idee 219.