Idee 217.                                       


En ik tart elke macht, op welk gebied ook - in den Staat, in de Kerk, in de Huisgezinnen... overal! - ik tart elke macht te beletten dat m'n IDEEN invloed hebben op de loop der zaken. Ik tart ieder my te smoren!

Ik wil  zien, en ik zie! Ik wil  schryven, en ik schryf. Ik wil  omverwerpen, wegruimen, opbouwen, en ik zal dat alles doen...

Maar dat het me makkelyker vallen zou als ik niet zeeziek werd gemaakt - daar is ze weer: ik schryf door. Ze valt beschaamd terug... juist! - dat dit alles my makkelyker vallen zou als ik niet werd gehinderd door zooveel domheid van 'n katoenen lap, dat is waar. In 's hemelsnaam, dan maar 't moeilyke.


Helaas ging 't niet exact zo, en dacht Multatuli in ieder geval na 1880 dat de Nederlandse "men" er in geslaagd was hem overwegend te smoren.

Ik ga hier later op in - zie o.a. 1252 - maar wil hier, voor de duidelijkheid en het gemak van de lezer,  Multatuli's "Ik wil  omverwerpen, wegruimen, opbouwen" verhelderen met een citaat van zijn meest revolutionaire proza, dat aan het eind van "Een en ander over Pruisen en Nederland" is te vinden, en dat ik citeer naar de Garmond uitgave.

De lezer moet hierbij bedenken dat Multatuli herhaaldelijk de term "dek" gebruikt, wat hij vrijwel zeker deed omdat dit z'n eigen naam was onder familie en vrienden:

"Onze kim is zeer bewolkt. De bui zal komen uit het oosten, uit het zuiden of uit beide streken tegelyk en dan zal 't een typhon zyn. "Dek zuiveren" is de zaak. En dat moet by-tyds geschieden. Want de passagiers zullen niet zo makkelyk verhuizen, en er zal forschheid noodig zyn, om de ruimte te maken die onmisbaar is by zulke manoeuvres.

Genezen is zuiveren. Er is geestdrift nodig. Daartoe moet het vertrouwen hersteld worden. Er moet dus aan het volk worden getoond, dat er een macht bestaat die raad weet met de bende uitzuigers, waardoor dat vertrouwen geschokt werd.... Er moeten voorbeelden gesteld worden. In buitengewone gevallen zyn buitengewone maatregelen nodig. Wanneer het dan niet geschreven staat dat in onze grondwet (THORBECKE zorgde er wel voor, dat het daarin niet voorkomt) hoe men te handelen hebbe om plichtvergeten ministers en ambtenaren, al zyn zy dan ook "in ruste," te roepen te verantwoording, dan make men zo'n wet. De redactie is niet moeielyk: Wy Willem, by de gratie Gods .... overwegende dat ieder verantwoordelyk is voor zyne daden .... overwegende dat het niet vry staat een volk te bederven, uitteputten, overteleveren aan moreele, intellectueele en stoffelyke vernedering, en dat volk ten loon voor zyn geduld, of musbruik maken van gezegde dégradatie, te brengen in een "jammerlyken toestand" en alzoo weerloos overteleveren aan de vreemdeling .... overwegende, dat Ons door dat Volk de verheven taak is opgelegd optetreden als beschermer waar het bedreigd, als wreker waar het beledigd is .... hebben besloten en besluiten ....

Ja, en dan een paarhonderd passagiers "van dek!". En een paarhonderd anderen, dien uit eigen beweging zich terugtrokken, nadat zy 't scheepsvolk hadden geplunderd, "kromgesloten in de boeien". En recht gedaan! Streng, stipt recht! Wie zich volzoog aan de Nederlandsche welvaart .... rendre gorge!. Wie opzwol van indische roof .... rendre gorge! Wie slecht ministerde en slecht generaalde, en omhangen werd met banden en kruizen van van eer .... rendre gorge! Wie 't volk bedroog met praatjes à tant par heure .... rendre gorge! En dat is niet genoeg. Er zijn voorbeelden nodig om te bewyzen dat de schavotten en tuchthuizen niet uitsluitend zyn opgericht voor kleine dieven, voor kleine, arme, onfatsoenlyke misdadigers.

(...)

Er is een verzamelingspunt noodig, iemand die de vaan opsteekt, iemand die vóórgaat, een HENDRIK de IV, wiens witte panache den weg wees ter overwinning.

Ja, de wapperende vederbos van een koning, niet de gepluimde slaapmutsen van "geachte leden !".

Nog kan de natie wakker geschud worden, nog is 't mogelyk haar optewekken tot moed. En die uitslag zou heerlyk zyn! Want hoe machtig ook de legers van den vyand, geen leger weegt op tegen een geheel Volk. Zóó zou 't blyken of we indedaad een natie zyn."
(p. 76-77 in deel X van de Verzamelde Werken van MULTATULI in de Garmond-uitgave)

Dit is revolutionair proza, en het is duidelijk dat Multatuli zich, als hij voldoende steun gehad zou hebben, tot "verzamelingspunt" zou hebben willen maken - al denk ikzelf dat de kans groot was geweest dat hij ook dan mislukt was, omdat revoluties hun eigen kinderen, voorgangers en aanstichters plegen op te vreten, en gewoonlijk héél anders uitpakken dan de oorspronkelijke revolutionairen wilden.

Wat ik er verder van denk?

Wel, Multatuli leefde in een tijd die regelmatig nogal revolutionair was, en nogal wat van zijn tijdgenoten schreven of tekenden ook revolutionaire oproepen van deze of gene aard, in de stellige overtuiging het heil der mensheid te bestendigen. 

Maar verstandig is de geciteerde passage niet, al is ze ongetwijfeld eerlijk, en al geeft ze Multatuli's motieven aan om te publiceren: Niet om zich tot veelgelezen mooischrijver te maken en rijk en beroemd te worden in Nederland, maar om het beleid en bestuur van Nederland en de Nederlandse kolonieën radikaal te hervormen, en al doende ook Eduard Douwes Dekker en zijn gezin recht te doen.

Een en ander geeft wel aan waarom vele Nederlandse maatschappelijk gearriveerden weinig of niets ophadden met Multatuli, zelfs al waren ze genegen hem over sommige dingen gelijk te geven en toe te stemmen dat hij heel mooi kon schrijven: Veel te opgewonden, veel te radikaal, en veel te gevaarlijk voor bestaande Nederlandse belangen. "En dit is alzoo gebleven tot op dezen dag."

Tenslotte, al denk ikzelf dat een politieke revolutie in Nederland in Multatuli's tijd, al dan niet onder zijn leiding, al dan niet op basis van zijn ideeën, vrijwel zeker mislukt zou zijn, en als ze gelukt was vrijwel zeker geheel ànders was uitgepakt dan Multatuli zelf wilde (want zo verging het ook met vele andere revoluties, volgens hun eigen oorspronkelijke voorstanders), dan nog betekent die inschatting in het geheel niet dat Multatuli's kritiek op tal van Nederlandse en koloniale misstanden niet gerechtvaardigd was.

Idee 217.