Idee 206.                                       


Ik zei dat sommige brieven en stukken my belang inboezemden als teekenen des tyds. Enkelen daarvan zal ik behandelen in m'n Ideen. E.g:

Voor eenige dagen ontving ik 'n brochure: ‘Opmerkingen en Gedachten over zaken van algemeen belang, door F.P.J. Mulder en C. de Gavere, studenten.’ De schryvers boden my dat met 'n vriendelyk woordjen op den omslag aan.

Ik ontvang veel zulke geschenken - eens-voor-al dank! - en heb niet altyd loisir of lust den zenders 'n brief te schryven. Ditmaal echter had ik reden om uitdrukkelyk te bedanken. Ik was namelyk getroffèn door twee byzonderheden. Ten eerste de schryvers waren studenten, dat is: ze behooren, wat leeftyd en werkkring aangaat, tot het Jonge Nederland, tot de adelborsten op 't schip dat bestemd is bres te schieten in de wallen van 't vermolmd roofslot ‘aan den oever der zee, tusschen Oostvriesland en de Schelde’ en ten-tweede: die jongelui staken myn vaan uit. Zy zeggen: ‘onze leus is vryheid en waarheid, liberaliteit, en humaniteit; onze vyanden vinden wy in despotisme en bygeloof, slaperigheid en dweepery.

Die leus is ook myn leus. [1] Die vyanden zyn ook myn vyanden.

Maar dit alleen zou niet genoeg zyn. 't Getal bestryders van die vyanden is Legio... binnen'skamers. [2]

't Getal vaantjes die myn kleur dragen, zou als de pylen van Xerxes' leger de zon verduisteren; wanneer men ze ophief  by 't licht van die zon, in-stee van ze saamgerold te bewaren in 'n net foudraaltje, tusschen de voering van z'n rokspand, om ze schoorhandend en ter-sluik even te ontrollen in 'n nauw vertrekje, ongezien, met gegrendelde deur, gesloten blinden, by 'n nachtpitje...

Welnu, die beide jonge-lieden ontrollen die vaan, en op hun krygsroep: à la rescousse! was myn plicht te antwoorden: hier ben ik! En dat heb ik geantwoord.

Maar zie, 'n paar dagen later ontvang ik 'n brief van twee andere studenten, die my - wat vorm en inkleeding aangaat, zeer beleefd - vragen of 't waar is dat ik aan die twee schandvlekken hunner hoogeschool 'n brief zou geschreven hebben, waarin onder anderen voorkomt het woord: beste kerels?

‘Dat vertelt men hier... wy houden 't voor laster... wy gelooven 't niet voor gyzelf dat erkent, zwart op wit.’

Als ik dus met rooden inkt schreef: ja, ik heb 't gezegd! zouden ze 't nog niet gelooven.

‘We hebben respekt voor uw kunsttalent...

Dat maakt me den indruk alsof men aan Garibaldi 'n kompliment maakte over z'n juiste denkbeelden omtrent de garnizoensdienst. Ik heb niets te maken met kunst, kunstigheid, kunstelary, gekunsteldheid, kunstenmaken, en wat dies meer zy.

‘Voor uw kunsttalent, uw waarheidsliefde, uw rechtvaardigheid, zooals we die meenden optemerken in uw werken...

Ei, jongelui, hebt ge dat meenen optemerken in m'n werken! Ei, ei!

Daar is 'n man die eer, aanzien, toekomst, smyt in 't aangezicht der misdadige regeering van 'n verbasterd volk... [3]

Daar is 'n man die 't leven van zich en de zynen niet acht, waar de prys van dat leven deelgenootschap wezen zou aan de schande van Nederland...

Daar is 'n man die als Curtius neerspringt in de gapende kloof op 't Forum, doch in den sprong vrouw en kinderen meeneemt, of 't ook soms te weinig ware, 'n romeinsch ridder alleen...

Daar is 'n man die elken dag wordt weggeleid in de woestyn en op de tinne des tempels... die elken dag de koninkryken dezer aarde voor zich ziet uitgespreid als wat lokäas voor z'n afval... 'n man, die elken dag den Satan wegstoot om te doen ‘het woord dat geschreven staat’ in z'n hart...

Daar is 'n man die den langen weg kiest naar Golgotha... niet om dáár te worden gekruist alleen, maar om te worden gekruist by elken voetstap... weder en weder, en telkens weder, ten-pleiziere van Schmoel en konsorten...

Daar is 'n man die dat alles deed, doet, draagde en draagt, leed en lydt om zyner zaak's wille...

Om-den-wille van het recht... [4]

En dan komen er 'n paar...

‘Uwe werken zyn door de respektabelste jongelui gelezen en herlezen...

Dan komen er 'n paar ‘respektabelste’ jongelui dien man vertellen dat ze uit z'n werken meenden te hebben opgemerkt dat hy liefde had voor waarheid en rechtvaardigheid!

Ei, respektabelste jongelui, hebt ge dat inderdaad meenen te merken?

Schaamt u!

En gy, zoogenaamde hoogleeraren onzer zoogenaamde hoogescholen, treedt af, en neemt patent als laagleeraren die ge zyt. 't Is uw schuld, uw schuld, uw grootste schuld, jeugdbedervers! [5]

Hoe, ge leert onze jongelingschap preeken en bidden, pleiten en ontleeden, taalknoeiers en prozodie, wetuitleggen en schriftgeleerdheid... en by dat alles - neen, dóór dat alles - vergeet ge hun te leeren wat 'n mensch is? [6] Uw ‘respektabelste’ jongelui praten van kunsttalent tegen iemand die nooit dacht aan kunst? Ze zien slechts 'n boek, 'n menigte letters en woorden in zekere volgorde gedrukt op papier, in de protesten tegen Nederlandsche schande en Nederlandsche misdaad? Ze hebben van u slechts geleerd klanken en frazen te beoordeelen - en hoe! - waar daden geschied zyn? Treed af, zeg ik u, weest eerlyk en doet afstand van de anders zoo schoone roeping om meetewerken tot de vervulling der Spes Patriae die voor 'n groot deel in uwe handen is... helaas! [7]

Hoe, ge praat, preekt, katechizeert, leest diktaten voor van 't jaar nul, en by dat alles - weer: dóór dat alles - vergeet ge dat er maar één bron is, één bron van groote gedachten: het hart? [8]

Schande over u, schriftgeleerden!

En gy ‘respektabelste’ jongelui, die meende optemerken dat ik liefde had voor waarheid en rechtvaardigheid...

Onder erkenning uwer verwonderlyke scherpzichtigheid, en om u te overtuigen dat uw meening redelyk juist is, geef ik u  den raad uw alma mater vaarwel te zeggen, en plaats te nemen in de een of andere kruieniery. Misschien ook is er 'n vakature by de drukkery van 't traktaatgenootschap. Daar kunt ge u vergasten op letters, woorden, frazen... zonder eind.

En in dien winkel, of op die drukkery, tusschen 't plakken van 'n paar peperhuisjes, of 't zetten van twee vodjes over ‘Zoendood’ en ‘Genade’... tusschen die bezigheid in, als ge wat tyd hebt:

Schaamt u!


[1] " Zy zeggen: ‘onze leus is vryheid en waarheid, liberaliteit, en humaniteit; onze vyanden vinden wy in despotisme en bygeloof, slaperigheid en dweepery.’ Die leus is ook myn leus."

We krijgen later in dit idee een uitval van Multatuli, maar het is de moeite waard hier op te merken dat iedereen, van ieder geloof en iedere politieke overtuiging altijd voor " vryheid en waarheid, en humaniteit " is en tegen "despotisme en bygeloof, slaperigheid en dweepery" - inclusief de volgelingen van Hitler, Stalin of Mao. Kortom: Iedereen is altijd voor het goede, tegen het slechte, en kan het makkelijk eens worden met vrijwel iedereen welke woorden een goede publieke indruk maken en welke een slechte. Het probleem begint met de feitelijke invulling, onderbouwing en achtergrond van al dat verbale fraais - dat tot dat moment gewoonlijk dom of gehuichel is, of dom gehuichel. Immers, wie was er ooit een tegenstander van "het goede"? (Zie verder 423.)
 


[2] " 't Getal bestryders van die vyanden is Legio... binnen'skamers. "

Wel, ook buitenskamers zijn de leugenaars voor eerlijkheid, de huichelaars voor integriteit, de karakterlozen voor moed, de lafaards voor strijdbaarheid - en zo de hele catalogus van deugden langs. 't Probleem blijft dat er méér leugenaars dan waarheidssprekers zijn, zeker als de waarheid niet populair of moeilijk te begrijpen is, méér huichelaars dan integere mensen, zeker als huichelen geld of status brengt, en méér  karakterloze lafaards, meelopers en conformisten dan echte mensen, zeker als karakterloze lafheid maatschappelijk beloond en gewenst is, zoals vrijwel altijd vrijwel overal.
 


[3] " 't aangezicht der misdadige regeering van 'n verbasterd volk "

Ik ligt dit eruit om aan te tonen hoe bijzonder radikaal Multatuli zich uitdrukte. Ook anno 2002 mag een Nederlander dit alleen zeggen of schrijven als cabaretier of relnicht, en moet iedere pijnlijke waarheid over corrupte Nederlandse machthebbers omzwachteld en gesuikerd worden voordat ze gezegd of geschreven kan worden in enige - would be! - serieuze verhandeling. Nog steeds "behoren" de autoriteiten geprezen, omhoog gestoken en gevleid worden voordat enig woordje van kritiek gesproken "mag" worden, en de enige uitzonderingen hierop vormen teksten en personen die heel evident niet echt menen wat ze zeggen, en dat in een rol als komediant doen.
 


[4] "Daar is 'n man die den langen weg kiest naar Golgotha... niet om dáár te worden gekruist alleen, maar om te worden gekruist by elken voetstap... weder en weder, en telkens weder, ten-pleiziere van Schmoel en konsorten...

Daar is 'n man die dat alles deed, doet, draagde en draagt, leed en lydt om zyner zaak's wille...

Om-den-wille van het recht... "

Ik neem aan dat de mannen en vrouwen van gezond publiek Neerlands verstand deze en de voorafgaande regels van Multatuli minstens zwaar overdreven, overspannen, aanmatigend of gestoord vinden. Maar ja - wie publiek aan de weg timmerde in Nederland sinds Multatuli was altijd, zonder enige uitzondering, van veel minder talent, moed en individualiteit, en de meeste ooit beroemde en gehoogachte publieke figuren in Nederland tussen 1860 en 1960 zijn dan ook ondertussen geheel terecht geheel vergeten. Bovendien: Multatuli riskeerde werkelijk bijzonder veel, en veel meer dan vrijwel ieder ander Nederlander, met uitzondering van de numeriek zeer weinigen in het Nederlands verzet in de 2e W.O. (Pro memorie: 3000 Nederlandse verzetsstrijders, 24.000 Nederlandse leden van de Waffen-SS e.d., 116.000 vanwege hun vermeende vermoorde Nederlanders. Srebrenica geschiedde dan ook geheel naar Neerlands normbesef.)
 


[5] "En gy, zoogenaamde hoogleeraren onzer zoogenaamde hoogescholen, treedt af, en neemt patent als laagleeraren die ge zyt. 't Is uw schuld, uw schuld, uw grootste schuld, jeugdbedervers!"

Nee. Hoogleraren zijn zelden geniaal, zelden uitzonderlijk moedig, zelden goede schrijvers of sprekers, en vrijwel altijd weinig meer of anders dan leraren aan een universiteit. Hier overschat M. eenvoudig zowel hun invloed als hun vermogens.
 


[6] "Hoe, ge leert onze jongelingschap preeken en bidden, pleiten en ontleeden, taalknoeiers en prozodie, wetuitleggen en schriftgeleerdheid... en by dat alles - neen, dóór dat alles - vergeet ge hun te leeren wat 'n mensch is? "

Als impliciete verwijzing naar idee 136 kan dit, maar overigens is ook dit niet gerechtvaardigd. En M. zou met bijna evenveel recht hoogleraren hebben kunnen verwijten dat ze studenten niet leren ademen - immers, elementaire menselijkheid, ademen, rekenen, schrijven en denken worden alle vanzelfsprekend voorondersteld in universitaire studenten. Dat er met die menselijkheid, net als met de reken-, schrijf- en denk-vaardigheden van de doorsnee student van alles tekort schiet is ook een feit (zoals de meesten wellicht ook niet goed ademen) maar weer niet iets dat in de eerste plaats te wijten is aan hun hoogleraren.
 


[7] "Treed af, zeg ik u, weest eerlyk en doet afstand van de anders zoo schoone roeping om meetewerken tot de vervulling der Spes Patriae die voor 'n groot deel in uwe handen is... helaas! "

Alweer niet zo verstandig, om diverse redenen. De voornaamste is de volgende, die - bijvoorbeeld - een belangrijke rol speelde in de culturele en intellectuele kaalslag door Mao's Culturele Revolutie in China: Wanneer je de personele bezetting van een maatschappelijke institutie als de universiteiten verwijderd (vermoord, ontslaat, opsluit) dan is daarmee en daardoor die maatschappelijke institutie vernietigd, want deze bestaat in de eerste plaats uit de individuen en hun persoonlijke relaties die er deel van uitmaken.
 


[8] "Hoe, ge praat, preekt, katechizeert, leest diktaten voor van 't jaar nul, en by dat alles - weer: dóór dat alles - vergeet ge dat er maar één bron is, één bron van groote gedachten: het hart?"

M. meende dit werkelijk - alleen is de uitdrukking "het hart" nogal vaag en nogal misleidend. Het is nogal misleidend omdat goede bedoelingen zonder goed verstand zelden tot veel goeds leiden. Verder gaat het niet zozeer om "hart" als om eerlijkheid, authenticiteit, karakter, moed, rechtvaardigheid. Al die deugden zijn zeer veel zeldzamer dan hun verbale belijdenis, en ook zeer veel moeilijker - want de gebruikelijke invulling van menselijkheid in een maatschappelijke rol is leugenachtig, vals, karakterloos, laf en onrechtvaardig, eenvoudig omdat dit maatschappelijk gewenst is. Immers: Mensenmaatschappijen werken middels aangepaste individuen, en individuen passen zich aan door poses en dus leugen en bedrog. De meeste maatschappelijke rollen bestaan uit een kleine verzameling vaardigheden, verpakt in een grote hoeveelheid maatschappelijk gewenst gehuichel, pose, aanstellerij - kortweg: gepast rolgedrag. En nee, lezer: Het kan niet anders, en ook u kunt alleen anders en beter indien u een ongebruikelijk goed verstand en een behoorlijke moed hebt.

Idee 206.