Idee 205.                                       


Dat moeten al die briefschryvers bedenken. Ik zāl den Hellespont over, ik zāl voortzwemmen. Ik heb de breedte van den stroom gemeten, en de kracht myner slagen berekend... ik zal er over. Ik wil ! Maar by die berekening heb ik geen plaats kunnen inruimen voor wat adem om antwoord te geven aan allen die heel rustig op den wal staan met den handen in den zak, en die me zeer lakoniek komen vertellen "dat het mooi weer is" of vragen "hoe 't me gaat?".

Niemand late zich hierdoor weerhouden my die mededeeling of die vraag te doen. Zoodra ik over ben, zal ik antwoorden: "ja, 't was mooi weer" en "heel wel, dankje!".

Misschien, zoo zal ik vragen: wat deedt gy al den tyd dien ik zwom?"


Zoals ik in mijn kommentaar op 't vorig IDEE opmerkte was Multatuli's eigen ambitie in de eerste plaats een maatschappelijk hervormer te zijn, en een wijsgeer te zijn, en overigens gelijk en eerherstel te behalen over de zaak Lebak, die tot z'n eervolle ontslag had geleid in 1856, en daarmee tot z'n financiële ondergang, waar hij feitelijk daarna nooit meer werkelijk aan ontkomen is, voor een groot deel vanwege z'n zeer moedige kritiek op de talrijke Neerlandse verrottingen van zijn tijd en vanwege 't niveau van de doorsnee Neerlander.

Tegen 't eind van z'n leven - in korrespondentie met z'n vriend Sicco Roorda van Eysinga - was Multatuli van mening dat hij een principiële fout had gemaakt rond of voor de tijd dat hij dit IDEE schreef: Niet te zorgen dat hij een aanzienlijk kapitaal had voordat hij z'n maatschappij- kritiek en pogingen tot maatschappelijke hervormingen begon.

En 't feitelijk antwoord op M.'s vraag aan z'n tijdgenoten: "wat deedt gy al den tyd dien ik zwom?" was, met weinig uitzonderingen: "toekijken of je ons 't plezier zou doen publiek en voor onze ogen te verzuipen".

Idee 205.