Idee 204.                                       


Op den omslag van den eerste aflevering myner IDEEN heb ik gezegd dat ik niet alle brieven kan beantwoorden, die aan my in m'n hoedanigheid van publiek persoon gericht worden. Dit is waar. Uit alle oorden van 't land ontvang 'k betuigingen van sympathie en van antipathie, vragen om inlichtingen of om toelichting, pogingen om my terugtebrengen van m'n verkeerde denkbeelden... 't is 'n ware sneeuwval waaronder my begraaft.

In zekeren zin doet me genoegen. 't Is 'n bewys dat de gisting aanwezig is, die ik zal noodig hebben om te veranderen wat me verkeerd voorkomt. Ik neem dan ook zeer nauwkeurig nota van alles wat men my schryft, hier en daar om de belangrykheid van de brieven-zelf, en - waar die ontbreekt - om ze te beschouwen als bydragen tot de teekenen des tyds.

Wie my schryft kan verzekerd wezen dat z'n schryven invloed heeft, al waar 't dan ook niet juist zulken invloed als hy of zy zich voorstelde.  [1]

Maar wat antwoorden aangaat, men bedenke dat ik alleen ben, dat ik stryd tegen zeer vele vyanden die - om nu eens 't allereenvoudigste te noemen - ieder voor zich, in materieel opzicht zelfs, my vele malen in kracht te bovengaan.  [2]

Op de behandeling byv. van de indische zaken heb ik - en behoor ik te hebben - meer invloed dan 'n minister dien men gister niet kende en wiens naam morgen vergeten zal zyn. Maar dit belet niet dat de natie aan zoo'n minister zoolang hy aan 't bestuur is, 'n plaatsje aanwyst waar hy rustig zitten kan, dat hy wordt bygestaan door afgerichte sekretarissen... dat men hem turf en hout verstrekt...   [3]

Zoo'n minister heeft geen wetskoncept aftebreken omdat z'n vrouw en kinderen in nood zyn, of omdat het rookt in z'n ministerie...

Ik hoor dat de nieuwe verwarmingstoestellen niet voldoen,

Nu ja... zoo-iets gebeurt zelden. En ŗls dit eens het geval is, wŤl, dan wordt de portefeuille heel voorzichtig overgebracht naar 'n ander lokaal. En ik? Och, als myn kachel rookt, of als ik geen brandstof heb...

Dan breek ik m'n IDEE af... zoals ge ziet!  [4]


[1] "Wie my schryft kan verzekerd wezen dat z'n schryven invloed heeft, al waar 't dan ook niet juist zulken invloed als hy of zy zich voorstelde."

Wat M. hier opmerkt is waar, en 't is jammer dat er niet meer brieven bewaard zijn, juist als "de teekenen des tyds" waarvan M. schrijft. Wat er nog wel is, is voor een deel opgenomen in de VW-Van Oorschot 8-25, samen met alle overleverde eigen brieven van Multatuli en vele antwoorden van z'n correspondenten en ander materiaal, en is bijzonder interessant over Nederland, Nederlanders, en Nederlands, niet alleen van de 19e eeuw, maar ook van de 20ste.

En het kontakt met Mimi Hamminck-Schepel, waarvan ik kort sprak in mijn commentaar op 't vorige idee, ontstond doordat Mimi Multatuli een brief schreef over de IDEEN waarop hij reageerde.

Men bemerke ook "de gisting (..) die ik zal noodig hebben om te veranderen wat me verkeerd voorkomt.": M. had wel degelijk verregaande ambities tot radikale maatschappelijke hervormingen, zowel in IndiŽ als in Nederland, en 't zijn vooral die ambities die hem vaak deden protesteren tegen de notie dat hij "een schrijver" zou zijn.


[2] "Maar wat antwoorden aangaat, men bedenke dat ik alleen ben, dat ik stryd tegen zeer vele vyanden die - om nu eens 't allereenvoudigste te noemen - ieder voor zich, in materieel opzicht zelfs, my vele malen in kracht te bovengaan."

Ook 't in deze alinea gestelde was volkomen letterlijk waar, zoals ook uit de conceptie van de IDEEN al bleek. En dit sluit ook weer aan bij mij commentaar op 't vorige IDEE: Het getuigde van zeer grote persoonlijke moed onder dergelijke omstandigheden de Nederlandse maatschappij, 't Nederlandse volk, en de Nederlandse economische en bestuurs-ťlite aan verreweg de scherpste, uitgebreidste, best gefundeerde, en best geschreven aanval ooit bloot te durven stellen.

Bovendien mag hier ook wel eens opgemerkt worden dat hetzelfde gold voor Multatuli's eerste en tweede vrouw (resp. bekend als Tine en Mimi): Ook zij namen grote risico's, en gaven zich grote offers. 


[3] : M.'s uitspraak dat "Op de behandeling byv. van de indische zaken heb ik - en behoor ik te hebben - meer invloed dan 'n minister dien men gister niet kende en wiens naam morgen vergeten zal zyn." is historisch waar, in de zin dat M.'s ideeŽn over het Nederlands koloniaal beleid achteraf veel bekender en geachter zijn dan de ideeŽn van de toenmalige regeringen, politici en ministers van koloniŽn, en dat iets dergelijks ook de status van M.'s ideeŽn onder de lezende (!) bevolking van z'n eigen tijd gold.

Maar ik denk dat hij in dit IDEE enigszins uit het oog verliest dat - ongeacht wat de mensen in later tijd denken en ongeacht wat de niet-machthebbers uit de eigen tijd vinden over het beleid van hun machthebbers - machthebbers, zolang ze op 't kussen zitten, gewoon door plegen te gaan met doen wat ze eerder op 't kussen bracht en hield. En zo moest M. de hele rest van z'n leven (hij stierf in 1887) aanzien dat de koloniale uitbuiting die hij zo effectief gekritiseerd had, ook in de ogen van de meeste van z'n niet-machthebbende tijdgenoten, eenvoudig doorging. 


[4] "En ik? Och, als myn kachel rookt, of als ik geen brandstof heb...
     Dan breek ik m'n IDEE af... zoals ge ziet!
"

Ook dit was waarschijnlijk direct uit 't leven gegrepen: Multatuli verzon zelden iets, keurde het verzinnen van dingen dan ook in 't algemeen af als onwaarachtig maakwerk, en blijkt - voor wie lezen kan - uit z'n overleverde en gepubliceerde Brieven en Dokumenten (VW van Oorschot dl. 8-25) een buitengewoon eerlijk mens te zijn geweest.

Idee 204.