Idee 193.                                       


En dat is altyd zoo geweest. En stond niet in de Wet van Mozes, dat de man 't recht had z'n vrouw aan stukjes te snyden, om die te gebruiken tot visitekaartjes of circulaires. Maar in de Zeden scheen 't wel te liggen. Althans we lezen in Richteren XIX geen woord van afkeuring, noch van verwondering zelfs, over die in ons oog zonderlingen wys van korrespondeeren. Zoo vinden de menschen altyd middelen om te bewyzen dat de slechtste wetten te goed voor hen zyn.


De hoofdreden dat de zeden altijd slechter zijn dan de wetten van de maatschappij waarin 't zeden zijn ligt in 't feit dat wat bij wet geregeld kan worden vrijwel altijd algemener en abstracter is dan wat de zeden voorschrijven, en dat de wetten vaak althans een formele rechtvaardigheid nastreven die de zeden als onbehoorlijk afwijzen (want "de zeden" zijn gewoonlijk rechter, aanklager en beul ineen, verenigd in een samenzwering van oppassende doorsnee "men" tegen alles wat afwijkt of anders is dan de doorsnee).

Idee 193.