Idee 176.                                       


Ik vind myn god overal, tot zelfs in de frazeologie dergenen die 'n bijzonderen God hebben.

"Heden overleed ons jongste kindje. Ofschoon diep getroffen, wenschen wij te berusten. Wy buigen ons onder Gods hand....

Ik verzeker u dat ik altyd berust in den wil van myn god, dat ik altyd buig onder den wil van myn god, en dat ik vér loopen zou om 't zeer kurieus schouwspel te zien van iemand die niet boog onder de Noodzakelykheid, van iemand die niet berustte in haar wil.

Nooit heb ik in den oprechten Haarlemmer, die zoo byzonder ryk is in zulke vrome ontboezemingen, gelezen: ons kindje stierf, maar we laten 't er niet by.


Letterkundig nootje: Er stáát on-Multatuliaans: "'n bijzonderen God" in mijn Garmond-edities.

Wat 't IDEE betreft: Hm. Mensen plegen inderdaad te berusten in wat ze geloven dat noodzakelijk zou zijn, maar kunnen zich in hun geloof vergissen, terwijl ze ook plegen te hopen tegen beter weten in.

En een principieel probleem voor M.'s uitlatingen over de "Noodzakelykheid" is dat zowel M. zelf als ieder ander mens in ieder geval in de dagelijkse praktijk handelt en rekent met zowel noodzaak als toeval, zowel eerlijk gehandhaafde afspraak, als uit eigenbelang niet gehandhaafde afspraak, en uitgaat van individuele verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid van personen, die teruggaat op hun eigen vrije wil.

Multatuli zou waarschijnlijk nogal gek opgekeken hebben indien z'n laf zwijgende tegenstander de voormalig Gouverneur-Generaal van Indië Duymaer van Twist hem beantwoord zou hebben dat hij, de voormalig Gouverneur-Generaal, iedere verantwoordelijkheid afwees vanwege de onontkoombare noodzaak zó te hebben moeten handelen als hij feitelijk deed. (Maar ongetwijfeld zou M. een zeer fraai sarcastisch antwoord gekomponeerd hebben op die uitvlucht.)

Idee 176.