Idee 166.                                       


Als spel en tot oefening van vernunft, is men gewoon aan jongelieden optegeven verband te zoeken tusschen twee - of meer - geheel ongelyksortige, ver van elkaar verwyderde, en schynbaar onderling niet verwante gebeurtenissen. Ik herinner me den tyd toen we ons vermaakten met het aantoonen van den invloed der babylonische gevangenschap op de amsterdamsche beurs. Met de gevolgen der vroolijkheid van Darius' paard voor de westersche beschaving...  [1]

Maar, toevallig, die gevolgen liggen bloot.  Een schooljongen kan ze u aantoonen, en ditmaal zonder vals vernunft. Ik had dit laatste voorbeeld niet moeten kiezen, wyl 't my te doen is om aantetoonen dat er inderdaad naar Gods wil - men weet nu wat ik hiermee bedoel - verband is tusschen de schynbaar meest uiteenlopende voorwerpen, zaken of gebeurtenissen. Daarby komen dus geen voorvallen te-pas, die elkander raken van zóó naby als de europeesche beschaving en de voorgaande persische oppermacht die Darius te danken had aan de vurigheid van z'n paard.

De Natuur is alles, en alles is natuurlijk. Waar 't ons gegeven is de volgorde van de logika der feiten nategaan, erkennen we dat natuurlyke, die Noodzakelijkheid. Waar die volgorde ons niet duidelijk is - omdat we zoo weinig weten - denken we aan 'n God.  [2]

Geloof is alzoo 'n opgedrongen surrogaat voor kennis. (167) Ook de ongeloovige weet weinig, maar hy komt er voor uit, en maakt geen aanspraak op wysheid, door alle mysteriën optelossen met 'n klank die zelf mysterie is. Wie aan 'n God gelooft verklaart alles door het terugbrengen tot dien God. Dit opzichzelf zou gegrond zyn maar... "wy begrypen Hem niet" zeggen ze er by. Het ophelderingsmotief is alzoo 'n duisterheid. Quot demonstrandum.  [3]

Reeds elders maakte ik de opmerking dat in den mond der geloovers, het woord god, gewoonlijk de plaats bekleedt van niemand, of niemandal, "God weet het" is: niemand weet het. "By God alleen is genade, hulp" enz. beduidt: Er is géén hoop op hulp en genade. "God vergeve het u!" is synoniem met: uw misdaad is onvergeeflyk. "Om godswil" heeft de beteekenis van "gratis", enz. Die verraderlyke taal[4]


[1] "Ik herinner me den tyd toen we ons vermaakten met het aantoonen van den invloed der babylonische gevangenschap op de amsterdamsche beurs. Met de gevolgen der vroolijkheid van Darius' paard voor de westersche beschaving... "

Hier merk ik alleen op dat er inderdaad in de geschiedenis tal van - schijnbaar of werkelijk - toevallige kleine gebeurtenissen of feiten zijn geweest die door hun daar-en-dan zo-en-niet-anders zijn een grote of doorslaggevende rol speelden, precies zoals men z'n nek kan breken door uit te glijden over een toevallig door een ander weggeworpen bananeschil.

Diverse historici, als bijv. Guiccardini, geven hier fraaie voorbeelden van.


[2] "De Natuur is alles, en alles is natuurlijk. Waar 't ons gegeven is de volgorde van de logika der feiten nategaan, erkennen we dat natuurlyke, die Noodzakelijkheid. Waar die volgorde ons niet duidelijk is - omdat we zoo weinig weten - denken we aan 'n God. "

De uitdrukking "De Natuur is alles, en alles is natuurlijk" komt mij beter voor, om redenen die ik herhaaldelijk heb uiteengezet, dan M.'s regelmatig geprefereerde term voor "Natuur" en "alles" namelijk "Noodzakelykheid". Ook is het nuttig nogmaals op te merken dat logische noodzakelijkheid en natuurkundige noodzakelijkheid verschillen: Logische noodzaak is wat zo moet zijn omdat het volstrekt onmogelijk is dat het anders is ("het regent of het regent niet"); natuurkundige noodzaak is wat zo moet zijn omdat de natuur op een bepaalde wijze ingericht is ("koper geleidt elektriciteit").


[3] "Geloof is alzoo 'n opgedrongen surrogaat voor kennis. (167) Ook de ongeloovige weet weinig, maar hy komt er voor uit, en maakt geen aanspraak op wysheid, door alle mysteriën optelossen met 'n klank die zelf mysterie is. Wie aan 'n God gelooft verklaart alles door het terugbrengen tot dien God. Dit opzichzelf zou gegrond zyn maar... "wy begrypen Hem niet" zeggen ze er by. Het ophelderingsmotief is alzoo 'n duisterheid. Quot demonstrandum. "

Hier is een fundamenteel inzicht: "Geloof  is alzoo 'n opgedrongen surrogaat voor kennis." Ook is het zo dat wat gelovers zeggen te geloven dat ze geloven, uitdragen en verdedigen alsof ze het weten, wat dom of oneerlijk is.

En één van de principiële verschillen tussen religieus geloof en wetenschappelijke kennis is juist het - Socratische - weten niet te weten wanneer men niet weet: "de ongeloovige weet weinig, maar hy komt er voor uit, en maakt geen aanspraak op wysheid, door alle mysteriën optelossen met 'n klank die zelf mysterie is"

Tenslotte is het ook zo dat "Wie aan 'n God gelooft verklaart alles door het terugbrengen tot dien God. Dit opzichzelf zou gegrond zyn maar... "wy begrypen Hem niet" zeggen ze er by." geheel juist is: 't Is grote onzin eerst een term in te voeren die als fundamentele verklaring zou moeten gelden voor al wat is, en vervolgens - bovendien met een mal soort trots - te verkondigen dat deze fundamentele verklaring onbegrijpelijk is.

Een interessant feit over vele vormen van religieus en politiek geloof is dat ze een soort gecodificeerde anti-logika in zich dragen, als 't bovenstaand argument: Wij gelovers begrijpen en verklaren alles - middels iets wat we ontkennen dat begrepen kan worden. (In 't Marxisme was dit de aan Hegel ontleende "dialektiek", die het in logische nood geraakte Marxisten mogelijk maakte zich te beroepen op "de tegenspraak" die in alles zou schuilen.) 


[4] "Reeds elders maakte ik de opmerking dat in den mond der geloovers, het woord god, gewoonlijk de plaats bekleedt van niemand, of niemandal, "God weet het" is: niemand weet het. "By God alleen is genade, hulp" enz. beduidt: Er is géén hoop op hulp en genade. "God vergeve het u!" is synoniem met: uw misdaad is onvergeeflyk. "Om godswil" heeft de beteekenis van "gratis", enz. Die verraderlyke taal "

Dit is ook weer een leuke en terechte observatie over het gebruik van de term "God".

En in wijder verband, M.'s afsluitende opmerking "Die verraderlyke taal !" drukt een inzicht uit dat pas véél later in de (analytische) filosofie terecht kwam: Dat er zeer veel te leren valt over mensen uit hun taalgebruik en taalmisbruik, en dat dit laatste vaak nogal systematisch samenhangt met gecultiveerde denk- en redeneer-fouten (als besproken in de vorige noot).

Idee 166.