Idee 154.                                                 


Ik wandelde met kleinen Max. Voor ons uit ging een man met zyn kind. Dat kind deed wat kinderen veelal doen, het vroeg, het vraagde... Ik geloof zeker dat de eerste groot-inkwiziteur 'n kind is geweest? Kleine Max en ik luisterden.

- Papa, vroeg 't mannetje, wat is honneur ?

't Was te Brussel. De papa vertelde precies wat "honneur" was.

- Papa, wat is 'n kerk ?

Papa, wat is humanité, wat is religion, wat is éternité, wat is béatitude ?

De papa gaf definities van al die dingen.

- Papa, wat is Dieu ?

Daar kwan 'n rytuig in aanstoot met 'n wandelende liedertafel en de definitie over "Dieu" raakte daartusschen beknepen. Ik berg my en Max, zoodat ik voor de 1001e maal de gelegenheid misliep te weten te komen wie God is. Dit speet me. En m'n kleine jongen ook, die sedert lang zich beklaagt dat ik zoo dikwyls zeg: Ik weet het niet? Ja, hij is zóóver gegaan dat-i by z'n moeder geklaagd heeft: "Wat doe ik met zóó'n papa?"


Over de verhouding tussen Douwes Dekker en z'n zoon Eduard Douwes Dekker jr. is veel geschreven, en de communis opinio is dat ook Eduard Douwes Dekker jr., kortweg bekend als "Edu", veel heeft geleden... en wel door z'n vader's slecht vaderschap.

Men leze de VW 8-25. Ik vermoed dat Edu zelf over 't geheel genomen meende het slechter te hebben kunnen treffen met een vader. En zie bijv. de inleiding.

Idee 154.