- Verder met brief aan CvB v/d UvA


 

 

                          Aan het CvB van de UvA - 1989
                          177 stellingen en 39 vragen
                          over het verval van onderwijs,
                          wetenschap en cultuur - 4


 

77 stellingen n.a.v. van het onderwijs aan de UvA

1. Wat de UvA van 1982-1987 geleden wilde was "maatschappelijk relevant onderwijs" dus "homo-studies", "feminisme" en verpolitiekte wetenschap ten behoeve van, aldus dat Ontwikkelingsplan "de vakbeweging, de vrouwenbeweging, de milieu-beweging" en wat er verder aan linkse actiegroepen in Nederland hobbiet en lobbiet: Van 1982 tot en met 1987, dus gedurende een hele studenten-generatie, was dit het Ontwikkelingsplan waaronder bestuurd en beslist werd.

2. In 1988 meende het CvB dat de UvA "een technologische universiteit" moet worden, en beweerde het CvB dat het soort dingen wenselijk zijn die ik zes jaar geleden, als volstrekte eenling, voorgesteld heb aan de UR.

3. Deze totale ommezwaai impliceert dat: Ofwel een hele studenten-generatie aan de UvA is opgelicht met waardeloos volstrekt fout georienteerd en bestuurd onderwijs; ofwel de komende studenten-generatie de UvA zal opgelicht worden doordat hen de zegeningen van "maatschappelijk relevant onderwijs vooral ten bate van de vakbeweging, de vrouwenbeweging, en de milieu-beweging" technologisch konsekwent ontzegd worden; ofwel het betekent dat het hele bestuur van de UvA, van het CvB en de UR tot de faculteitsbesturen en raden kwasi-bestuur leveren o.g.v. algemene beleidsplannen die alleen uit loze kreten en onuitvoerbare politieke kretenbreierij bestaan.

4. Uiteraard denk ik het laatste. Het is welbewuste oplichterij in precies dezelfde zin en om precies dezelfde redenen (corruptie door privileges in status en geld) als het bedrog van de priester-kaste die de mensheid eeuwen lang welbewust voorgelogen en uitgezogen heeft: In die zin zijn de UvA-intellectuelen, om in termen van de Zweedse linkse intellectueel J. Myrdal te spreken, overwegend "hoeren van de rede", die het kleine, o zo miniem kleine, beetje talent wat ze hebben misbruiken voor carriere-maken en uit vreten.

5. Maar er is een verschil: Een hoer geeft waarvoor ze betaald wordt, terwijl het docenten-corps zich overwegend toelegt op het nalaten van waarvoor ze betaald wordt.

6. Ik heb tientallen colleges in verschillende faculteiten van tientallen docenten aangehoord (gewoonlijk gedeeltelijk, gezien de kwaliteit). Met welgeteld een uitzondering waren deze onveranderlijk slecht: Slecht gepresenteerd; slecht voorbereid; en in slecht Nederlands gepresenteerd.

7. Er was nooit enig enthousiasme of klaarblijkelijke interesse of bijzodere kundigheid in het behandelde onderwerp; en de colleges werden vrijwel nooit begeleid door goede, door de docent verzorgde college-diktaten en uittreksels van de behandelde boeken.

8. Niets was in enige mate inspirerend; terwijl de gebruikte boeken met weinig uitzonderingen slecht tot hooguit middelmatig waren.

9. Ik heb tientallen werkgroepen in verschillende faculteiten van tientallen docenten meegemaakt (gewoonlijk gedeeltelijk, gezien de kwaliteit). Zonder uitzondering waren deze onveranderlijk slecht: Slecht gepresenteerd; slecht voorbereid; in slecht Nederlands; zonder enige enthousiasme of klaarblijkelijke interesse of bijzondere kundigheid in het behandelde onderwerp; vrijwel nooit begeleid door goede, door de docent verzorgde college-diktaten en uittreksels van de behandelde boeken; en de gebruikte boeken waren met weinig uitzonderingen slecht tot hooguit middelmatig.

10. Bovendien was de gemiddelde kwaliteit en interesse van de studenten, waarvan in werkgroepen bijdrages verwacht worden, gewoonlijk laag, overigens gewoonlijk ook door factoren buiten hun macht, zoals het slechte VWO-onderwijs dat ze gehad hadden, wat leidde tot moeilijkheden bij het gebruik van buitenlandse teksten (geen Frans; geen Duits) of teksten met wiskunde.

11. Als gevolg van de WUB en de zogenaamde "democratische werkverhoudingen" bestond er een buitengewoon logge bureaucratische machine, waar effektieve besluitvorming en overleg vrijwel onmogelijk waren door de vele commissies en sub-commissies en het gebrek aan centrale leiding,

12. Bovendien werd (en wordt) een groot deel van de besluitvorming gedomineerd werd door numeriek kleine maar naar invloed grote vooral in politiek en/of vakbondszaken geinteresseerde studenten- en personeelsbonden.

13. In de praktijk werd de universiteit jarenlang bestuurd door een coalitie van gedeeltelijk politiek en gedeeltelijk persoonlijk georganiseerde, elkaar bekonkurrerende klieks ("netwerken", in bureaucratisch argot) van overwegend incompetente hogere ambtenaren, personeelsleden vanwege personeelsbonden, i.h.b. de fractie Progressief Personeel, en studenten vanwege de studenten-bonden, i.h.b. de Asva.

14. Daadwerkelijke en intelligente interesse in wezenlijk universitaire zaken d.w.z. goed wetenschappelijk onderwijs; goed wetenschappelijk onder zoek; en het belang van een autonome universiteit, waarin de hoge menselijke idealen van waarachtige kennis, rationeel denken, en op objectieve feitenkennis gestoeld redelijk ethisch handelen nagestreefd, beschermd, en uitgedragen worden, heb ik bij geen van deze personen kunnen ontwaren.

15. Het tegendeel daarvan, d.w.z. het nastreven van slecht, door politieke ideologie en politieke waardes en opvattingen gedomineerd onderwijs, waarin wetenschappelijk onderzoek dat niet aan die politieke opvattingen geconformeerd kon worden kapot gemaakt werd, en de mogelijkheid van rationeel denken, het bestaan van objectieve feiten, en de mogelijkheid van redelijk handelen geloochend werden des te meer.

17. Dit gepolitiseerde, uitermate slechte onderwijs werd bovendien verdedigd en uitgedragen met een krom soort ape-trots, als gold het diepe menselijke inzichten en fundamentele menselijke waarden i.p.v., wat het in feite was, de fundamenten van totalitair denken en doen; uitvreterij van docenten-zijde; en oplichterij van de studenten.

18. Een groot deel van de voorzieningen voor studenten was slecht en duur, i.h.b. de meest belangrijke, namelijk studenten-huisvesting en een goed effectief bestuur.

19. Dit leidde tot studentenwoningen die de helft van het studenten-inkomen opslokten, en slecht, klein, gehorig, gebrekkig geoutilleerd, overwegend slecht gelegen, in strijd met de woning-wet, en bijzonder duur waren.

20. En dit leidde tot een grotendeels incompetent en ongekontroleerd ambtenaren-apparaat, waardoor de meest elementaire afspraken niet gehouden werden en allerlei elementaire maar noodzakelijke bureaucratische handelingen slecht uitgevoerd werden en vaak maandenlang op zich lieten wachten.

21. De beurzen waarvan studenten moesten studeren waren onrechtvaardig laag, en onvoldoende om redelijk van te kunnen wonen, leven, studeren en studie-materiaal kopen: De gemiddelde beurs bedroeg de helft van het bijstands-inkomen, wat betekende dat beursstudenten de helft in handen kregen van hun niet-studerende en tot niets verplichte werkeloze leeftijdsgenoten, en al studerende bovendien een grote studie-schuld opbouwden.

22. In Nederland heeft studeren vele jaren lang nog minder opgeleverd dan niets doen, en zijn intellectuele vermogens en inzet bestraft met een grote studieschuld.

23. Uiteraard hebben de docenten en bestuurders van de UvA geen verantwoordelijkheid voor het ministeriele beleid, maar gezien de bijzondere morele pretenties en bijzonder hoge salarissen van het merendeel van deze docenten en bestuurders kan het naieve mensen vreemd lijken dat vrijwel geen van hen zich ooit over deze bijzonder onrechtvaardige situatie uitgelaten heeft. Het was echter niet iets waar de docenten zelf onder te lijden hadden.

24. Een groot deel van de wetenschappelijke staf deed geen of nauwelijks wetenschappelijk onderzoek - maar werd daarvoor wel betaald, en had wel die opdracht.

25. Een groot deel van het onderzoek dat gedaan werd stelde wetenschappelijk weinig of niets voor.

26. Er zijn aan de UvA weinig onderzoekers van enige internationale reputatie, ook al omdat de weinigen die er zijn, of waren, door het geschetste universitaire en bestuurs-klimaat weggepest werden of naar het buitenland vertrokken (zoals Staal bij filosofie).

27. Er was geen enkele effectieve bewaking of interesse of onderzoek naar de kwaliteitem van de studenten, de docenten, het onderwijs of het onderzoek.

28. Bovendien werd het bestaan van vaststelbare objectieve verschillen in intellectuele aanleg en bekwaamheid systematisch geloochend aan de UvA, of, voorzover erkend, ondergeschikt gemaakt aan politieke waardes (zoals toegankelijkheid van de universiteit door zoveel mogelijk mensen, ongeacht aanleg, of het bevoordelen van minder bekwame kandidaten vanwege hun geslacht - wat leuk is voor de kandidates, maar minder voor de zeer vele studenten, waaronder veel vrouwen, die daardoor slechter opgeleid worden dan noodzakelijk).

29. De kwaliteiten van de studenten werden bijna alleen getest door vrijwel onveranderlijk slechte multiple choice-tentamens, waarbij bovendien opgemerkt moet worden dat bij filosofie en psychologie in mijn ervaring door minstens 50% van de studenten bij grote tentamens uitgebreid gespiekt werd.

30. Aan door de slechte VWO-opleidingen dringend noodzakelijke bijscholing, in ieder geval op de terreinen van schrijven, spreken, vreemde talen, wiskunde, en algemene ontwikkeling werd niets gedaan, ondanks de daardoor veroorzaakte nivellering van het onderwijs.

31. Het Cowo, de universitaire instelling die geacht wordt de kwaliteit van onderwijs en onderzoek te meten, zei mij in '82 geen onderzoek te willen of kunnen verrichten naar de wetenschappelijke en didactische kwaliteiten van docenten "omdat dit alleen tot grote ruzie aanleiding zou geven".

32. De communis opinio aan de UvA, vele tientallen malen publiekelijk geuit door het CvB is dat "wetenschappelijke kwaliteiten niet objektief vastgesteld kunnen worden" (immers "iedereen weet dat waarheid niet bestaat").

33. Dit zijn leugens. De waarheid is dat kwaliteiten niet vastgesteld kunnen worden als ze er niet zijn.

34. Aangezien geen van de docenten zich ooit publiek verzet heeft (waar zijn de vele boze brieven van de vele wetenschappelijke docenten, die protesteerden dat zij wel kwalitatief hoogwaardige wetenschappelijke onderzoekers en onderwijzers zijn, wat het CvB ook moge beweren?) mag gekonkludeerd worden dat de meeste wetenschappelijke docenten aan de UvA van hun eigen wetenschappelijke waarde een geringe dunk hebben.

35. Het betreft hier allemaal volwassen Nederlandse burgers, die zich grote financiele offers en inspanningen getroosten voor een zogenaamd wetenschappelijke opleiding. De vraag wat zij vinden van het onderwijs dat zij ontvingen, of van de kwaliteiten van de docenten, of van de opleiding die zij kregen werd nooit gesteld noch serieus onderzocht (afgezien van zinloze veel te kleine en slechte enquetes van eerstejaars).

36. Er is bij mijn weten nooit enig onderzoek gedaan naar de kwaliteiten van de doctoraal-skripties van de studenten, terwijl dit toch uitstekend materiaal vormt om een oordeel op te baseren over de kwaliteit van hun opleiding en het niveau van hun kennis en bekwaamheid. Een groot deel van de tegen de honderd doctoralen psychologie die ik ooit doorgenomen heb leek mij slecht, wat ook wel juist zal zijn, aangezien er vrijwel geen doctoralen van de UvA in enigerlei vorm gepubliceerd worden, wat voor een wetenschappelijke opleiding van vele jaren een bedroevend resultaat genoemd mag worden.

37. Ik geef weer wat ik empirisch vastgesteld heb aan de UvA (en ik ken deze universiteit vrij goed sinds '69) en uit wat ik wel en niet heb kunnen vinden d.m.v. enig onderzoek (en ik heb me daar een tijdlang serieus mee bezig gehouden). Wat ik gezien en gevonden heb komt neer op het bovenstaande, of meer algemeen op dit:

38. De UvA bestaat in feite voornamelijk uit docenten zonder verplichtingen en verantwoordelijkheden, die ieder jaar zonder veel intercollegiaal overleg wat betreft vorm, inhoud of kwaliteitseisen van het studie-programma wat gewoonlijk slechte boeken kiezen waaruit studenten geacht worden hun vak te leren.

39. Vrijwel alle docenten rotzooien ongecoordineerd en ongecontroleerd maar wat aan - gehandhaafde eisen wat betreft hun competentie en handelen zijn er niet. Verder wordt er weinig of niets verzorgd, buiten college- en examen-tijden en in mijn ervaring gruwelijk slechte practica.

40. De studenten nemen hier genoegen mee omdat ze niet beter weten ("de docenten zijn immers afgestudeerd en zeggen niet incompetent en ongeinteresseerd te zijn"), en omdat ook zij, net als hun docenten, weinig verplichtingen en veel vrijheden prettig vinden. Als ze zich al druk maken om het onderwijs of de universiteit dan is het meestal om politieke redenen, en niet om de veel wezenlijker onderwijskundige, wetenschappelijke of bestuurlijke redenen.

41. Hoewel het klimaat dat aan de UvA heerst uitnodigt tot uitvreterij, kantjeserafloperij, etc., en hoewel dit naar mijn ervaring de norm is, zijn er natuurlijk uitzonderingen: Er zijn enkele goede, toegewijde en inspirerende docenten - hoewel ik er, in meer dan 20 jaar bekendheid met de UvA en haar docenten precies 2 ben tegengekomen, allebei niet in de vakken die ik gestudeerd heb. En ik ben ook een redelijk aantal intelligente en intellectueel geinteresseerde studenten tegen gekomen, overigens onveranderlijk, net als ik, diep teleurgesteld door het hen door de UvA gebodene, maar onmachtig zich ertegen te verzetten.

42. Wie wil weerleggen wat ik zeg, tone de goede, grondige wetenschappelijk verantwoorde empirische studies waaruit het tegendeel blijkt. Wie dit poogt zal merken dat dergelijke studies - NB aan een bijzonder grote en dure, uitermate pretentieuze instelling voor het hoogste wetenschappelijk onderwijs en het puurste onderzoek dat er in dit land mogelijk is - niet bestaan!

43. Althans: Ik heb er vele keren om gevraagd bij de instellingen die deze onderzoeken gepleegd zouden moeten hebben of er van zouden moeten weten, en het antwoord was telkens: Dergelijke onderzoekingen zijn er niet - er zijn alleen streefcijfers en wensen; plannen, jargon, en kreten; ambtelijke commissies en wetsontwerpen, en natuurlijk een grote hoeveelheid uitermate slecht geschreven vaag ambtelijk gelul.

44. Aan de UvA is geen bruikbare kennis; geen redelijk inzicht; geen adekwaat begrip; en zijn geen relevante, bruikbare en zinnige empirische gegevens betreffende

A. de prestaties van de docenten;
B. het niveau van de studenten;
C. het nuttig effect van de opleiding.

45. Er is aan de UvA dus geen geen bruikbare kennis; geen redelijk inzicht; geen adekwaat begrip; en zijn geen relevante, bruikbare en zinnige empirische gegevens betreffende - het presteren van de UvA als onderwijsinstelling.

46. De reden is dat er een aktieve interesse van belanghebbenden om dergelijke kennis zoveel mogelijk onmogelijk te maken.

47. Het Nederlandse onderwijs sinds de Mammoetwet wordt bestuurd en bepaald door mensen die niet in de eerste plaats in goed onderwijs geinteresseerd zijn, maar in het salaris, de politieke macht, of de carriere die ze met hun onderwijsfunctie kunnen verkrijgen of bestendigen. Hiermee hangt samen:

48. Het Nederlands bestuur, zowel ambtelijk als politiek, wordt geregeerd door kleine en grote partij- en vakbonds-klieken (pardon: "netwerken") vrijwel zonder uitzondering bestaande uit primair in macht, geld en carriere geinteresseerden nulliteiten verluchtigd met een enkele middel-matig dwaallicht. Het algemene principe waarmee deze mensen hun macht krijgen is, naast de alom tegenwoordige vriendjes-politiek en partij-belangen, het Peter-Principe: In een bestuurlijke organisatie promoveert iedereen tot het niveau waarop hij/zij z'n niveau van incompetentie behaald heeft.

49. En de Nederlandse variant op het Peter Principe - in ieder geval sinds Multatuli "Specialiteiten" schreef - is dat in Nederlandse bestuurlijke organisaties voornamelijk incompetenten toegang krijgen; dat promoties automatisch en jaarlijks zijn; en dat iedereen zonder ideeen of individualiteit het snelst promotie maakt.

50. Het resultaat is een gemiddelde bestuurder zonder intellect, zonder intellectuele belangstelling, en zonder relevante maatschappelijke, filosofische, wetenschappelijke of literaire kennis, en met een moreel niveau dat - getuige de vele tientallen politieke en ambtelijke schandalen van de laatste jaren - het vriendelijkst als debiel te omschrijven is.

51. En het resultaat op lager ambtelijk niveau is dat de allerdomste, allerluiste en meest initiatiefloze Nederlanders ambtenaar worden of in ieder geval blijven. Het gevolg is, zoals iedere Nederlander zo langzamerhand uit eigen ervaring weet, dat "de behandelende ambtenaar" i.h.a. het type is dat alleen met veel moeite een Mavo-diploma kon halen; geen brieven kan schrijven (en ze dus ook niet beantwoord); vergeleken met wat gebruikelijk is in het bedrijfsleven nauwelijks werkt; en voortdurend fouten maakt.

52. Dit is o.a. een deel van de oorzaak van de puinhopen bij instellingen als Studie-financiering en de SSH: Zelfs al was er een competent bestuur (quod non), dan nog is de meerderheid van hun ondergeschikten incompetent - het Peter Principe geldt op alle niveaus van iedere institutie.

53. Vandaar ook dat "gedemokratiseerde werkverhoudingen", zo bijzonder populair bij de docenten en studenten van de UvA, een eufemisme zijn voor "ongekontroleerde uitvreterij en ongecorrigeerde incompetentie".

54. De oorzaken van het verval van het socialisme en van de UvA zijn overwegend hetzelfde - zoals ook de ideologie waaronder dat verval plaats vond overwegend dezelfde is.

55. Kort gezegd komen die oorzaken neer op:

- Overwegend incompetent, door machtswellust en hebzucht gedreven bestuurders;
- Een overwegend onware en immorele ideologie - die tot uitgebreide hypocrisie en leugens aanleiding geeft;
- Een bestursstruktuur waarin de twee voornaamste werkende principes (anders dan men voorgeeft) zijn:
1. Georganiseerde onverantwoordelijkheid, en
2. Vriendjespolitiek.

56. Het Nederlandse onderwijs wordt al 25 jaar "aangepast aan de eisen des tijds" (in feite: Geruineerd, getrivialiseerd en genivelleerd) zonder enig feitelijk inzicht of redelijk onderzoek naar de konsekwenties van de vele veranderingen die doorgevoerd zijn; zonder andere prioriteiten dan strikt economische, zodat voortdurend bezuinigd is op onderwijs en de natie langzaam debiliseert bij gebrek aan redelijke opleidingen; en zonder enige belangstelling in, waardering voor, of kennis van wetenschap en het grote culturele belang van wetenschap, wetenschappelijke methoden en inzichten.

57. Er zijn voor het hele Nederlandse onderwijs, en i.h.b. voor de universiteiten, nauwelijks of geen zinnige, praktiseerbare, feitelijk bestudeerde of objectief toepasbare normen wat betreft de kwaliteit van de onderwijzers, onderwezenen en bestuurders.

58. Daarnaast is vrijwel alle besluitvorming in de handen van onmachtige ambtelijke commissies die vooral hun eigen belangen dienen; wordt de mogelijkheid van objectief onderzoek vaak ontkent; en zijn er afgezien van inhoudsloze volstrekt algemene wenselijkheden geen gehandhaafde zinnige kwaliteitseisen waaraan studenten, hun docenten, of de opleidingen aan zouden moeten of kunnen voldoen.

59. Er is ook geen enkele overeenkomst tussen de inhoud, vorm of kwaliteit van de opleidingen in de alfa- en gamma-vakken aan de diverse Nederlandse universiteiten.

60. In Nederland is er vrijwel geen enkele garantie van en nauwelijks enig inzicht in de intellectuele kwaliteiten en kennis van enige student van enige universiteit, of afkomstig van enige VWO-instelling.

61. De belangrijkste reden dat deze afbraak van het Nederlandse onderwijs nu al 25 jaar lang door kan gaan is, naast de gewone Nederlandse bestuurlijke incompetentie, het feit dat nivellering, trivialisatie en afwezige kwaliteits-controle het korte-termijn belang van de meeste betrokken is. Waar weinig eisen, noch naar prestatie noch naar inzet, gesteld worden, en waar effectieve kontrole op doen en laten vrijwel totaal afwezig is, terwijl de salarissen hoog zijn en de diploma's makkelijk te krijgen, is het aangenaam werken - weliswaar ten koste van de grondrechten van de studenten, en met als prijs de intellectuele nivellering en debilisering van Nederland gecombineerd met een verrot bestuursklimaat waarin alleen georganiseerde onverantwoordelijkheid en uitvreterij gedijen. Maar na ons de zondvloed, al hebben we 'm zelf aangericht.

62. Het is wenselijk dat de moties uit het al in '82 aan de UR voorgelegde stuk, t.w. een zeer dringende oproep aan regering en 2e kamer om niet langer op het onderwijs te bezuinigen; om goed wetenschappelijk onderzoek naar de (te verwachten) gevolgen van de reeds gedane bezuinigingen en wijzigingen in het onderwijs uit te voer voordat er verder bezuinigd of gewijzigd wordt, en om alle studenten een bijstands-uitkering te geven alsnog uitgevoerd worden.

63. Het is wenselijk om alleen studenten die middels een - goede, verantwoorde - test hebben aangetoond een goede kans te maken een studie af te kunnen maken het recht te geven zo'n studie te beginnen.

64. Het is wenselijk om i.p.v. college-geld en studie-beurzen een deel van het akademisch onderwijs te financieren via een intellectuelen-belasting:

Als ieder akademicus die in Nederland gestudeerd heeft - NB: Zonder collegegeld; met een bijstands-uitkering - deze in z'n werkleven terugbetaald door jaarlijks 3% van zijn inkomen aan extra akademische belasting af te dragen, dan betaalt de gemiddelde akademicus een gemiddeld akademisch jaar-inkomen af in z'n totale werkleven, wat gemiddeld aanzienlijk meer is dan hij nu aan studie-beurs moet lenen of uitbetaald krijgt, en ca. hetzelfde als hij in totaal aan bijstand zal ontvangen onder dit alternatieve studiefinancierings-schema (bij 6 jaar studie).

65. Het is wenselijk om zo snel mogelijk weer VWO-onderwijs a la de oude lycea en gymnasia in te voeren: Dertien tot vijftien afstudeer-vakken; meer en meer intensief onderwijs (in uren gemeten) dan nu; iedereen minstens 3 vreemde talen, en iedereen wiskunde. Tenslotte is intellektueel talent een voorrecht dat jong ontwikkeld moet worden, en is nivellering discriminatie van de intelligenten, waaronder niet alleen zij maar ook de hele maatschappij te lijden heeft.

66. Het is wenselijk om alle docenten d.m.v. een wettelijke maatregelen hun ambtenaren-status te ontnemen, en op een jaar-kontrakt aan te stellen, zoals dat ook in het buitenland gebruikelijk is, en dat alleen vernieuwd wordt bij behoorlijke prestaties.

67. Het is wenselijk om een aantal van de meest zinloze faculteiten en vakgroepen op te heffen of te veranderen in boven-bouw studies. Ik denk hier i.h.b. aan de Amsterdamse faculteit voor wijsbegeerte, die behalve de vakgroepen wetenschapsfilosofie en taalfilosofie niets voorstelt.

68. Het is wenselijk om in Nederland althans een "elite"-universiteit op te zetten, zoals de Franse Ecole Normale Superieure; de Engelse "Oxbridge" universiteiten; of het Amerikaanse Harvard, Yale en MIT, d.w.z. universiteiten waarin alleen de internationaal beste docenten de meest begaafde studenten onderwijzen. (Ik verwacht hiervan in het geheel geen wonderen, maar wel een intellectueel enigzins competent bestuur.)

69. Ik verwacht overigens niet dat er op korte termijn veel veranderd: De verrotting is reeds veel te ver voortgeschreden, en teveel mensen hebben er een te groot belang bij dat ze blijft bestaan. Ondertussen blijft het woord van Burke gelden:"Voor het zegevieren van het kwaad in de wereld is niets anders nodig dat goede mensen niets doen", hetgeen de reden is dat ik het mijne doe en zeg.

70. Mijn afrondend oordeel over de o zo progressieve UvA (waarvan ik de pretenties zeer goed kan beoordelen, omdat ik zelf uit een familie van prominente communisten en verzetsstrijders kom) is dit:

De politieke idealen die de UvA zo prominent zegt te vertegenwoordigen zijn, net als in "het reeel bestaande socialisme", hypocriete leugens in dienst van grote persoonlijke privileges; de feitelijke praktijk van de UvA, uitmondend in waardeloos onderwijs en het met universitaire zegen prediken van totalitaire ideeen, vormt een grote bijdrage aan de tenondergang en debilisering van onze cultuur, en aan de heropleving van het fascisme of andere totalitaire stelsels.

71. De debilisering wordt bevordert door ieder jaar honderden feitelijk ongekwalificeerden van een akademisch diploma te voorzien en daarmee een kwasi-intellectuele maatschappelijke elite te creeeren, die sociale positie dankt aan grotendeels waardeloze diploma's en opleidingen - tot schade van de hele maatschappij.

72. Het totalitarisme wordt bevordert door de aan de UvA op grote schaal uitgedragen kwalijke kul dat "waarheid niet bestaat"; dat "wetenschap en rationeel denken moreel onverantwoord zijn"; en dat "alle normen cultureel relatief zijn" (zodat de docenten door kunnen uitvreten).

73. Intellectueel is de UvA voor mij een 10 jaar durende rem op mijn ontwikkeling geweest, maar er is een ding dat ik aan de UvA geleerd heb: De hoofd- oorzaak van het fascisme is niet het bestaan van een paar extreme slechter- ikken, of een abstract sociaal-economisch oorzaken-complex, maar het feitelijk bestaan van een meerderheid van hogere ambtenaren en bestuurders die primair bewogen worden door financiele en carriere-belangen, en voor die doelen bereid zijn ("als ik het niet doe dan doen anderen het wel") een cultuur te helpen ruineren; te liegen en bedriegen; en ieder willekeurig ideaal te prostitueren.

74. Deze welwillende bereidheid tot corruptie, zolang er maar priviliges mee verbonden zijn, ligt aan de wortel van zowel het fascisme als "het reeel bestaande socialisme".

75. Julien Benda diagnosticeerde het 60 jaar geleden als "la trahison des clercs": Het verraad van de intellectuele, ambtelijke en bestuurs-elite - verraad, door de idealen van de beschaving te prostitueren voor persoonlijk gewin.

76. In Nederland is het niet anders - alleen heet het hier anders: "maatschappelijk relevant onderwijs" bijvoorbeeld, of "het progressieve onderwijsbeleid van de UvA". En wat dat "maatschappelijk relevante" verpolitiekte "progressieve" onderwijs in totalitair bijgeloof betreft: Als invloedrijke maatschappelijke instelling is de UvA is een veel groter gevaar dan de Centrumpartij, en als zoon en kleinzoon van mede-organisatoren van de Februari-staking weiger ik absoluut om voor een dergelijke kwalijke en hoerige instelling een cent bij te dragen in af te betalen studieleningen: Iedereen die de afgelopen 15 jaar aan de UvA een gammavak gestudeerd heeft is opgelicht en verontrecht, en ik weiger absoluut om de toekomst die ik heb, en die volledig afhangt van de kwaliteit van mijn hersens, en vele jaren geremd is door de wantoestanden aan de UvA, te belasten met een studielening waarvan de schandalig hoge salarissen van de uitvreters van de UvA betaald worden.

77. Voor mij is de netto-opbrengst van mijn verblijf aan de UvA dit: Ik heb (behoudens het bovenstaande) NIETS geleerd aan de UvA; ik heb meer en langer moeten procederen dan kunnen studeren; mijn gezondheid en maatschappelijk perspectief zijn voorzover mogelijk geruineerd aan de UvA; ik heb bovendien een krankzinnig hoge studieschuld voor het mij aan de UvA gebodene; en ik ben nu 38 jaar, en ik heb een maand-inkomen van fl. 800,--. Als gevolg daarvan kan ik niet samenwonen; niet trouwen; en geen kinderen krijgen. Ook deze mensenrechten heb ik in de praktijk niet. Maatschappelijk heb ik geen enkel perspectief dan mogelijk gemaakt door de kwaliteit van mijn hersens - waarvan de UvA de ontwikkeling tien jaar lang geremd heeft. Mijn maatschappelijke situatie diep onder de armoedegrens dank ik volledig aan de wantoestanden die al jaren aan de UvA heersen.

Tegemoet te komen aan het verlangen dat ik ook nog eens mijn toekomst ga belasten met het afbetalen van een studielening - te gebruiken voor het betalen van de schandalig hoge uitvreterssalarissen van mijn intellectueel en moreel incompetente docenten en het ditto UvA-bestuur - is voor mij dan ook totaal onaanvaardbaar.