- Verder met brief aan CvB v/d UvA


 

                          Aan het CvB van de UvA - 1989
                          177 stellingen en 39 vragen
                          over het verval van onderwijs,
                          wetenschap en cultuur - 2
 


 



20 stellingen n.a.v. de rechtszaak en de SSH

1. In feite heb ik slechts 2 jaar effectief gestudeerd: 78/79 en 79/80, en was daarvan 1 jaar ernstig ziek.

2. Ik leed en lijd nu bijna 10 jaar aan een zeldzame spierziekte die myalgische encephalomyelitis heet, en die gepaard gaat met veel, en voortdurend aanhoudende, spierpijn en een voortdurende grote moeheid, en die staan en lopen erg moeilijk maakt. (Opm. 19.II.90: Stelling 2 en 3 zijn op 19.II.1990 gewijzigd o.g.v. nieuwe informatie: De vroegere medische diagnose was sarcoidose. Overigens blijven de feiten betreffende de invaliditeit van mijn ex en mij precies gelijk; zijn de stellingen ongewijzigd; en is het CvB terzake geinformeerd in juli 1989. Antwoord heb ik nooit gekregen.)

3. Meer informatie over deze ziekte is u bekend uit een bijlage vanwege de Nederlandse patienten-vereniging voor lijders aan myalgische encephlomyelitis en fotocopieen uit relevante medische literatuur (in het bezit van studentendekaan drs. R. Grondel).

4. In de twee jaar waarin ik gestudeerd heb heb ik een dubbele hoofdvak-studie gedaan, nl. filosofie en psychologie, en een kandidaats filosofie en een kandidaats I psychologie behaald, beide met een gemiddeld cijfer tussen de 7 en de 8 en daarnaast nog ruim 2 jaar studie-punten gehaald.

5. Dit alles deed ik bovendien ondanks mijn ziekte; ondanks de u ook bekende zelfde ziekte van mijn - nu - ex-vrouw, die aan deze ziekte ook bijna 10 jaar lijdt, en net als ik studeerde aan de UvA, en ondanks het feit dat ik eigenlijk weinig aan het aan uw universiteit gebodene gedaan heb omdat het mij zo walgelijk slecht voorkwam en voorkomt - waarover hieronder meer.

6. In algemene termen geformuleerd heb ik twee soorten klachten over de UvA, nl. in de eerste plaats door persoonlijke ondervindingen veroorzaakte klachten over het bestuur, i.h.b. het ex-CvB (sowieso de verantwoordelijken voor het bestuur van de UvA, maar in de onderhavige kwestie meervoudig en persoonlijk betrokken), en in de tweede plaats algemene klachten over de kwaliteit en de inhoud van het door mij en alle andere alfa- en gamma-studenten ontvangen onderwijs aan de UvA.

7. Over de bestuurlijke klachten heb ik 3 jaar tegen u geprocedeerd en heb als resultaat een uitgebreid en scherp verwoord rechterlijk vonnis.

8. Konflikt SSH: Vanaf januari 1981 zijn mijn ex en ik, zoals u uit de genoemde correspondentie weet, geteisterd door extreme geluidsoverlast vanwege onze boven- en zijbewoners in een studentenflat van de SSH, een flat die ons bovendien uitdrukkelijk toegekend was door de SSH i.v.m. onze ziekte, en met het doel te kunnen studeren.

9. Deze geluidsoverlast ging bovendien gepaard met moorddreigingen en fysieke aanvallen van de, ook volgens de politie en de rechter, psychisch gestoorde zijbuurman, zoals u ook bekend is uit de genoemde correspondentie.

10. Er is daarover, niet alleen door mij maar door andere bewoners van de betreffende studentenflat en door de beheerders zeer vele keren, en jaren lang, uitgebreid geklaagd bij de SSH en bij het ex-CvB.

11. Ik heb hierover ook alle toenmalige ex-CvB-leden, t.w. de heren Poppe, De Hon en Cammelbeeck, persoonlijk aangesproken, en de heer Cammelbeeck herhaaldelijk aangeschreven met het doel een door hem gewenste rechtsgang te vermijden om mijn ex en mij de kans te geven door te studeren, en met het voortdurende beroep op het huurkontrakt dat ik met de SSH had, wat de SSH c.q. het ex-CvB verplichtte mij en mijn ex te vrijwaren tegen dergelijke uitwassen.

12. Opstelling ex-CvB: Op mijn uitermate redelijke, door objektieve, door uw universiteit betaalde, deskundigen gesteunde compromisvoorstellen om de zaak alsnog buiten rechte te regelen bent u niet ingegaan.

13. U heeft mij en mijn ex eerst drie jaar lang welbewust blootgesteld aan deze onze gezondheid en studiemogelijkheden totaal ruinerende geluids-overlast, moorddreigingen en lichamelijke aanvallen.

14. Vervolgens, toen ik, na tientallen verzoeken en diverse brieven aan de SSH, niet alleen van mij maar ook van door de UvA betaalde deskundigen, waarop uw ex-CvB c.q. het bestuur van de SSH zelfs 1 1/2 jaar lang niet verwaardigde te antwoorden, weigerde de huur te betalen, heeft u drie jaar lang tegen mij geprocedeerd, nl. van mei 82 t/m mei 85.

15. Het toenmalige CvB, was tegelijk het bestuur van de Stichting Studentenhuisvesting, en bestond uit de heren Poppe, De Hon en Cammelbeeck,

16. Gezien de bijzonder duidelijke ambtelijke incompetentie bij de SSH, waarvoor het ex-CvB uiteindelijk verantwoordelijk was, zijn zij vrijwel vanaf het begin door mij en andere betrokkenen volledig op de hoogte zijn gehouden van wat er gebeurde.

16. De konklusie kan alleen zijn dat het ex-CvB, bestaande de heren Poppe, De Hon en Cammelbeeck door welbewuste opzettelijke nalatigheid nagelaten heeft mij en mijn ex te beschermen tegen moordbedreigingen; lichamelijke aanvallen; ruinering van onze gezondheid, onze studie-mogelijkheden, en ons maatschappelijk perspektief.

17. M.a.w.: Uw ex-CvB heeft door welbewuste, weloverwogen nalatigheid bevordert dat mijn ex en ik letterlijk honderden nachten nauwelijks konden slapen (terwijl wij beide feitelijk invalide waren en onze slaap bijzonder hard nodig hadden); dat wij tientallen keren met moord bedreigd zijn; dat ik herhaaldelijk lichamelijk aangevallen ben door een gestoorde; en dat ik uiteindelijk, na in mijn eigen huis met marteling te zijn bedreigd in april '83 naar het buitenland heb moeten vluchten.

10. Dit gebeurde expres - niet (misschien) uit sadisme of machtswellust, maar omdat de heren Cammelbeeck, Poppe en De Hon niets meenden te kunnen verdienen hadden aan het doen van hun plicht. Immers: Het enige wat uw ex-CvB had hoeven doen om dit alles te vermijden was actief bevorderen dat ofwel mijn ex en ik konden verhuizen, ofwel dat degenen die ons lastig vielen gedwongen werden te verhuizen. Voor mensen in de positie van de heren Cammelbeeck, Poppe en De Hon was dat bijzonder makkelijk geweest.

11. Uw ex-CvB c.q. de SSH waar zij de leiding over hadden was bovendien tot dergelijk optreden niet alleen moreel en menselijk, maar ook wettelijk en contractueel verplicht, zoals ik hen tientallen keren, mondeling en schriftelijk, heb voorgehouden.

12. Uw ex-CvB wist wat het deed, want niet alleen heb ik u dat zowel geschreven als persoonlijk gezegd: U is ook door objectieve derden, en uw eigen personeel, onder ogen gebracht dat er levensgevaar voor ons dreigde indien u niet optrad. Uw ex-CvB verkoos jarenlang niet op te treden.

13. Uw ex-CvB verkoos jarenlang zelfs mijn brieven niet te beantwoorden.

14. Uw ex-CvB verkoos, na welbewust en opzettelijk en drie jaar lang bevorderd te hebben dat de gezondheid, de studiemogelijkheden en de maatschappelijke perspectieven van mij en mijn ex totaal geruineerd werden, eind '82 niets te ondernemen nadat haar eigen personeel hen geschreven had bang te zijn dat er doden zouden vallen als het ex-CvB niet optrad.

15. Het gevolg was dat ik uiteindelijk door herhaalde moorddreiging en lichamelijke aanvallen in April '83 naar het buitenland moest vluchten.

16. Daarna verkoos uw ex-CvB mijn ex en mij vervolgens nog drie jaar lang te vervolgen met een volstrekt onredelijke en hunnerzijds buitengewoon schofterig gevoerde rechtszaak, betreffende de huur van het pand waar zij dit allemaal welbewust en opzettelijk had laten plaatsvinden.

17. In dit proces werden vanwege en in opdracht van uw ex-CvB/de SSH tientallen leugens gedebiteerd.

18. Uitkomst proces: Het resultaat van de rechtsgang, die 3 jaar in beslag nam en die u volledig verloor, en waarin uitgebreide getuigen-verhoren hebben plaatsgevonden, was een vonnis waarin u - d.w.z. het bestuur van de SSH = het toenmalige CvB - omschreven wordt als: "schromelijk in gebreke gebleven" wat betreft mijn rechten; waarin uw handelen, of beter gezegd, uw nalatigheid, omschreven wordt als "op onaanvaardbaar lakse wijze"; waarin u verweten wordt dat u "vrijwel geen maatregelen, die, naar uit getuigenverklaringen blijkt, dringend noodzakelijk waren, heeft genomen"; en er wordt gesproken van uw "gebrek aan bestuurskracht" en van "het uiterst lakse, nauwelijks als optreden van de partij SSH te kwalificeren handelen".

19. Met deze meningen van de kantonrechter kan ik mij volledig verenigen, met de aantekeningen dat ze m.i. niet alleen incompetentie en nalatigheid van het UvA-bestuur jegens mij verwoorden, maar ook een algemeen juist beeld van uw incompetentie en nalatigheid tegenover alle studenten; wat betreft uw ambtelijke verplichtingen; en wat betreft het bestuur van de UvA in het algemeen betreffen.

20. Voor deze zes jaar martelgang is noch mijn ex en mij ooit enig excuus aangeboden namens enig persoon werkzaam bij de UvA noch is ons enige compensatie in welke vorm dan ook geboden.