Brief van mijn advocaat over de gaten in de schoorsteen

Dit is een kopie van de brief die de advocaat van mijn - kennelijk met (hard)drugshandelaars geassocieerde en samenwerkende huisbaas - in het voorjaar van 1991 ontving, rond dezelfde tijd dat de gelijkvloers gevestigde drugshandelaars (zogenaamd uitbaters van een coffeeshop), mogelijk dezelfde die mij en mijn buurvrouw in 1989 had gedreigd ons te zullen vermoorden "als je iets doet wat me niet bevalt", met diverse kiloos cocaine en heroine voor hun drugshandel werden gearresteerd door de politie.

 


Stichting Advokatenkollektief Amsterdam Noord

Aan: De heer Mr. P.J. Sandberg
Postbus 53027
1007 RA AMSTERDAM

Inzake: Maartensz/Vledder Beheer B.V.


Amsterdam, 11 april 1991
SANS PReJUDICE

Geachte Confrere,

N.a.v. Uw sommatie d.d. 5.4.91 in kort geding dat op 23.4.91 dient bericht ik U als volgt.

Client is bereid het gevorderde bedrag ad f 1.362,23 zijnde de huur t/m april 1991 te betalen indien U mij per omgaande schriftelijk meedeelt het kort geding in te trekken.

Mocht het kort geding door desondanks doorgang vinden dan zal ik namens client een eis tot reconventie indienen aangaande het achterstallig onderhoud en een voorschot op de schadevergoeding vragen t.b.v. f 10.000,-- zijnde schade wegens gederfd woongenot.

Welke consequenties dit heeft voor de huurincasso laat zich makkelijk raden.

Zoals U weet, is Uw cliente sinds 1985 in gebreke gebleven aangaande herstel achterstallig onderhoud.

Talloos zijn de klachten die client daarover heeft ingediend en die nog steeds niet verholpen zijn.

Voor zover nodig sommeer ik U deze klachten die Uw cliente bekend zijn per omgaande te verhelpen.

Het is zelfs zo ernstig dat client voortdurend in levensgevaar verkeert.

De schoorsteen lekt aan alle kanten en produceert het gevaarlijke koolmonoxide.

Gaarne per omgaand vernemend,

Hoogachtend,

H.G. Kersting.


Colofon:
Wat betreft "Het is zelfs zo ernstig dat client voortdurend in levensgevaar verkeert.": Zie mijn bezwaarschrift van mei 1992 aan B&W van Amsterdam , nadat inderdaad gebleken was dat ik van october 1988 tot februari 1992 vlak naast gaten in een ergens in de zomer van 1988 totaal ingestorte schoorsteen had geslapen, die sindsdien niet hersteld was, en waarop ik 's winters moest stoken als ik warmte wilde.

Mijn eerste klachten over de schoorsteen dateerden uit 1985, toen de stenen eruit op straat vielen, maar de Amsterdamse gemeente-ambtenaren vonden het helemaal niet erg dat argeloze voorbijgangers mogelijk een steen op hun hoofd zouden krijgen.

Mijn huisbaas vestigde, geheel in tegenspraak met eerdere mondelinge toezeggingen tegen zijn huurders, drugshandelaars in de zgn. coffeeshop begin 1989, die in de lente van 1989 zowel mijn buurvrouw als mijzelf met moord bedreigden "als je iets doet wat ik niet wil" (in beide gevallen op klachten vanwege de nachtelijke terras-overlast van zijn uitspanning-met-politie-vergunning).

De gaten in de schoorsteen waren in october 1988 gehakt, om het puin van de intern ingestorte schoorsteen te verwijderen. In januari 1989 werd mijn buren en mij verteld (zoals eerder in october door de metselaar Decades) door specialisten van de gemeentelijke Bouw- en Woning-dienst, en door een schoorsteenbouwer, dat de situatie "levensgevaarlijk" was. Verder (nogmaals) zie mijn bezwaarschrift van mei 1992 aan B&W van Amsterdam .

© [email protected]