Nederlog        

 

8 januari 2008

                                                                 

Over goed en kwaad - II

 



In vervolg op het inleidende stuk van gisteren, dat zich vooral met de Gulden Regel bezighield, vandaag een nauwkeuriger uitleg van goed en kwaad - en mijn bron is nog steeds mijn eigen commentaar bij idee 423 van Multatuli, dat oorspronkelijk uit 2002 dateert:


Over goed en kwaad - II

(Voorgaand)

Wat nu volgt is een tamelijk minimalistische overweging over goed en kwaad die wat meer substantie geeft, zonder alle problemen te willen oplossen.

1. Goed:

Premisse: Het goede komt overwegend neer op samenwerken: Het algemene doel is een samenleving van mensen die samenwerken met als doel het vergroten van elkaars geluk en verkleinen van elkaars leed.

Reden voor premisse: Mensen zijn sociale dieren en streven toename van geluk en vermindering van leed na voor zichzelf. Ze zijn in staat het geluk en leed van anderen en zichzelf te vermeerden, beide door weloverwogen handelen gebaseerd op relevante kennis. (Veronderstelde feiten.)

Samenwerken beoogt elkaars geluk te vermeerderen.

Persoonlijk goed is wat ik wens voor mijzelf. Ethisch goed is wat ik wens voor anderen en over een samenleving die ethisch goed doet, dat is een samenleving waarin mensen krijgen wat ik vind dat ze behoren te krijgen. Het ethisch goede veronderstelt dus kennis van anderen en van samenlevingen en is gebaseerd op het persoonlijk goede.

Hier is een lijstje van wat goed is:

- Door vreedzaam samenwerken gedeelde doelen trachten te realiseren
- Door rationeel overleg kennis verwerven
- Door redelijk gedrag iedereen geven wat hem rechtvaardig toekomt
- Eerlijk delen
- Eerlijk spreken
- Plannen baseren op rationele kennis
- Handelen op basis van gemaakte en gehouden afspraken
- Conflicten vreedzaam oplossen door bemiddeling van objectieve derden

Dit is goed omdat het vormen zijn van door menselijk samenwerken elkaars geluk vergroten en elkaars leed verkleinen.

Het kwade is wat hiertegen in gaat.

2. Kwaad:

Premisse: Het kwaad komt overwegend neer op het elkaar tegenwerken en het trachten te verkleinen van elkaars geluk en vergroten van elkaars leed.

Reden voor premisse: Mensen zijn sociale dieren en streven toename van geluk en vermindering van leed na voor zichzelf. Ze zijn in staat het geluk en leed van anderen en zichzelf te vermeerden, beide door weloverwogen handelen gebaseerd op relevante kennis. (Veronderstelde feiten.)

Reden voor premisse: Mensen zijn sociale dieren en streven toename van leed en vermindering van geluk na voor vijanden. (Veronderstelde feiten.)

Persoonlijk kwaad is wat ik wens dat voor mijzelf bespaard blijft. Ethisch kwaad is leed dat ik anderen aan doe of ongeluk dat ik anderen veroorzaak. Het ethisch kwade veronderstelt dus kennis van anderen en van samenlevingen.

Hier is een lijstje van wat kwaad is:

- Door onvreedzaam tegenwerken doelen van anderen trachten te verhinderen
- Door irrationeel overleg bijgeloof verwerven
- Door onredelijk gedrag anderen ontzeggen ze rechtvaardig toekomt
- Niet eerlijk delen
- Niet eerlijk spreken
- Plannen baseren op waanideeën.
- Niet handelen op basis van gemaakte en gehouden afspraken
- Conflicten niet vreedzaam oplossen door bemiddeling van objectieve derden

Dit is kwaad omdat het vormen zijn van door menselijk tegenwerken werken elkaars leed vergroten en elkaars geluk verkleinen.


Het verdient de moeite en dient intellectuele helderheid om enigermate duidelijk aan te geven welke feitelijke aannamen gemaakt zijn bij de voorgaande beschrijving van goed en kwaad:

Feitelijke aanname: Mensen kunnen welbewust goed en kwaad verkiezen te doen. Redenen om ethisch kwaad te doen - tegenwerken - zijn: Leedvermaak, antipathie, vreemdeling zijn, eigen voordeel - in algemene zin: Het kwaad dat ik een ander doe dient een vermeend goed voor mijzelf. Een dergelijk goed kan, als ieder menselijk goed, teruggaan op waanideeën.

Feitelijke aanname: Mensen weten van mensen wat pijnigt en pleziert, in zeer veel omstandigheden, en gewoonlijk. Reden: Leden van dezelfde soort kunnen de gevoelens, noden en aandriften anderen van de soort in zeer veel gevallen heel adequaat begrijpen naar analogie met zichzelf.

Feitelijke aanname: Voor de meeste sociale groepen geldt dat de leden de groep en zichzelf in stand houden door elkaar goed te doen en door niet-leden van de groep kwaad te doen. Het kwaad dat de leden van een groep in groepsverband plegen tegen de leden van andere groepen geldt binnen de groep gewoonlijk als groot goed.

Feitelijke aanname: Voor de meeste mensen is het goede conformisme aan de normen van de groep waarin men verkeert. ("Doe maar gewoon dan doe je al gek genoeg." "If in Rome do as the Romans do". "Du skal ikke tenke at du er noen".)

Feitelijke aanname: De enige systematische manier voor succesvol handelen is gebaseerd op rationeel en empirisch gefundeerde gissingen. (Mensen hebben ware kennis, maar deze is overwegend beperkt tot hun eigen directe omgeving en ervaring en overigens tot logische, taalkundige en wiskundige waarheden. Zie mijn commentaar bij 1, 11, 94. De meeste wetenschap en filosofie bestaan uit meer of minder goed ondersteunde gissingen, al is er een redelijk betrouwbaar criterium om zin en onzin uit elkaar te houden: Waarachtige kennis van de werkelijkheid laat zich omvormen tot technologie - en alle geloof die niet tot technologie leidt die werkt onafhankelijk van geloof in of kennis van die technologie is vrijwel zeker illusie.)

Voor eerlijk delen is er een fundamenteel criterium of voorbeeld:

Gewoonlijk is een verdeling van k dingen over k personen met ieder 1 ding typisch eerlijk, temeer zo wanneer - en in de mate dat - de personen en de dingen overeenkomen. (Zelfs héél kleine kinderen vinden dit inzichtelijk, zoals iedereen kan uitvinden die snoep aan kleuters uitdeelt.)


Tot zover mijn tweede stuk over goed en kwaad.

Het is wellicht de moeite waard op te merken dat logisch gesproken (1) het gehele betoog opgehangen is aan een premisse en (2) gebaseerd is op expliciete feitelijke aannames.

Ikzelf denk dat zowel de premisse als de aannames aanmerkelijk waarschijnlijker zijn dan hun ontkenningen, maar ik ben me ook bewust dat de premisse en de reden daarvoor gedeeltelijk feitelijk en gedeeltelijk normatief zijn:

Premisse: Het goede komt overwegend neer op samenwerken: Het algemene doel is een samenleving van mensen die samenwerken met als doel het vergroten van elkaars geluk en verkleinen van elkaars leed.

Reden voor premisse: Mensen zijn sociale dieren en streven toename van geluk en vermindering van leed na voor zichzelf. Ze zijn in staat het geluk en leed van anderen en zichzelf te vermeerden, beide door weloverwogen handelen gebaseerd op relevante kennis. (Veronderstelde feiten.)

Het normatieve zit in het "algemene doel". De gedachtegang die erachter zit heb ik voor een deel uitgewerkt in mijn commentaren bij Aristoteles' Ethica, Mill's Utilitarianism en On Liberty, Hume's Enquiry into Morals, en Edwards' On the Logic of Moral Discourse, in het bijzonder in mijn eigen supplementaire hoofdstuk 11 daarbij.

Maar goed - om een opmerking van gisteren in enigszins gewijzigde vorm te herhalen:

U begrijpt ongetwijfeld dat ambtenaar Henk Lont en ambtenaar Leon Edelaar buitengewoon morele, integere, begaafde en gerijpte karaktervolle mensen zijn, al weigeren zij mij hun leeftijd, opmerking en functie te noemen, want

"Dat is helemaal nergens relevant voor, muhneer"

en al weigert alles en iedereen dat hoger is bij de SD/DWI dan deze ambtelijke Übermenschen al 24 jaar mij honderden klachten te beantwoorden, want ik ben immers een "ein echter Untermensch", in hun ogen en hun alledaagse vanzelfsprekende praktijk, sinds 24 jaar, en in totaal kontrast met het burgemeesterlijk moreel en menselijk genie - "ein echter Mensch" - dat mij al zeven jaar lang weigert te beantwoorden, mailen of ontvangen, omdat hij de status van een Übermensch, en ik die van een schunnig vergassenswaardig joods beestmens heb, in zijn ogen, klaarblijkelijk.

Ongetwijfeld geldt ook voor dit stuk en alles wat ik hier aanhaal voor deze Übermenschen

"Dat is helemaal nergens relevant voor, muhneer"

want zo zijn deze ambtelijke heren, die het maar zéér kwalijk van mij vinden dat ik me niet dankbaar heb laten vergassen en bedreigen door de Amsterdamse harddrugshandelaars die Van Thijn's en Cohens collegaas, beste vrienden, opdrachtgevers en gelijkwaardigen zijn, het laatste volgens hun eigen veelvuldige zeggen, en de rest volgens hun dagelijkse praktijken sinds meer dan 20 jaar.

Of zou ik me daarin vergissen? Er wordt toch jaarlijks 10 à 20 miljard aan illegale drugs in en rond Amsterdam omgezet, met hulp, steun, bescherming, protectie en "gedoogbeleid" van de laatste drie Amsterdamse burgemeesters, en hun gewillige vergassers, de terroristen mr. Sarucco en mr. Lisser, en vele andere drugscorrupte Amsterdamse meesterlijk mafia-maten als mr. Piet Seegers (of Zeegers) van de Bouw- en Woningdienst en mr. Anneke Vlas, idem, allebei ook liederlijke sadisten?

Ocharm! Daar "beledig en/of grief" ik vast weer allerlei hoogbetaalde hoogst morele buitengewoon integere zeer humane uiterst loyale en respectvolle vrienden en medewerkers van de allerrijkste en meest machtige Amsterdamse ondernemers, de Amsterdamse drugsmafia, georganiseerd, beschermd, geprotegeerd en gedoogd vanuit het Amsterdams gemeentehuis, de Amsterdamse Bestuursdienst, het Amsterdamse hoofdkantoor van politie, het Amsterdams OM, de Amsterdamse rechtbank, en de Amsterdamse advocaat-generaal, om van de Amsterdamse Ombudsman maar niet te spreken!

Schande! Vergast die invalide arrogante grootmuil! Laat hem afschieten! Of althans... dat is exact wat alle gemeenteraadsleden feitelijk vonden, kennelijk, toen ik ze op een en ander aansprak - "normen en waarden", nietwaar - toen zulks nog niet zogenaamd populair en moreel heette, namelijk tussen 2000 en 2002, in een periode dat ik wat minder pijn leed dan daarvoor en sindsdien. Ik werd namelijk alleen gechicaniseerd en belogen door hun fractiemedewerkers en niet ontvangen door de volksvertegenwoordigers zelf, die het vast veel te druk hadden met hoerenlopen en cocaïnesnuiven, want zo zijn Amsterdamse gemeenteraadsleden en wethouders, en ze kunnen dat allemaal gratis en naar vermogen en wens.

Zie verder mijn CV en ME in Amsterdam - al moet ik wel opmerken dat u onder 16 miljoen van uw en mijn landsgenoten een bijna unieke positie inneemt als u er óók schande van spreekt, en dat, mocht u dat in het publiek doen, u grote problemen riskeert met prof.mr.dr. burgemeester Job Cohen en zijn 17.000 gewillige ambtelijke uitvoerders van de wensen van de Amsterdamse drugsmafia. Ook kan het levensgevaarlijk voor u zijn, zoals het voor mij is gebleken.

Trouwens... realistisch gesproken, in onze democratische heilsstaat:

Een éénling als ik kàn immers geen gelijk hebben in een stad waar jaarlijks miljarden illegaal te verdienen vallen aan drugs met hulp van advocaten van de gemeente, nietwaar?                                          VERVOLG

Maarten Maartensz

        home - index - top -