Welcome to the Multatuli  pages of Maarten Maartensz. See:  Help + Map + Tour + Tips + Notes + News + Home


 

Zelfbeschrijving                                       


De beste beschrijving van Multatuli die ik ken is van Multatuli zelf, en staat in de "Max Havelaar", hoofdstuk 6, p. 61-65 in de Garmond-uitgave. Deze volgt, voorzien van enkele aantekeningen.

Voor de lezer die 't niet weet: "Max Havelaar" was Multatuli's eerste boek, en behandeld Multatuli's ervaringen in Nederlands-IndiŽ. Hij beschrijft zichzelf in dat boek als "Max Havelaar", en "de kleine Max" waarvan kort sprake is hieronder was Multatuli's zoon Edu.

Het jaar waarop 't nu volgende slaat is 1856. En voor goed begrip van zowel Multatuli als van inhoud en bedoeling van de "Max Havelaar" loont het zeer de moeite een brief van Multatuli van 9 april 1856 te lezen.


Havelaar was een man van vyf-en-dertig jaren. Hy was slank, en vlug in zyn bewegingen. Buiten zyn korte en bewegelyke bovenlip, en zyn groote flauw-blauwe oogen die, als hy in kalme stemming was, iets droomerigs hadden, maar vuur schoten als een groot denkbeeld hem beheerschte, viel er in zyn voorkomen niets byzonders optemerken. Zyn blonde haren hingen sluik langs de slapen, en ik begryp zeer goed dat weinigen, hem voor 't eerst ziende, op het denkbeeld komen zouden iemand voor zich te hebben, die wat hoofd en hart beide aangaat tot de zeldzaamheden behoorde. Hy was een "vat vol tegenstrydigheid". Scherp als een vlym, en zacht als een meisje, voelde hyzelf altyd het eerst de wonde die zyn bittere woorden geslagen hadden, en hy leed daaronder meer dan de gekwetste. Hy was vlug van begrip, vatte terstond het hoogste, het ingewikkeldste, speelde gaarne met de oplossing van moeilyke vragen, had daarvoor alle moeite, alle studie, alle inspanning veil,... en dikwyls toch begreep hy de eenvoudigste zaak niet, die een kind hem had kunnen uitleggen. Vol liefde voor waarheid en recht, verwaarloosde hy menigmaal zyn eenvoudigste naastbyliggende verplichtingen, om een onrecht te herstellen dat hooger of verder of dieper lag, en dat door de vermoedelyke inspanning van den stryd hem meer aanlokte. Hy was ridderlyk en moedig, maar verspilde, als die andere Don Quichot, zijn dapperheid dikwijls op een windmolen. Hy gloeide van onverzadelijke eerzucht die hem alle gewone onderscheidingen in 't maatschappelyk leven, als nietig deed voorkomen, en toch stelde hy zyn grootste geluk in een kalm huiselyk leven. Dichter in den hoogsten zin van 't woord, droomde hy zich zonnestelsels by een vonk, bevolkte die met schepsels van eigen maaksel, voelde zich heer van een wereld die hy zelf in 't leven had geroepen... en kon toch zeer goed terstond daarop zonder de minste droomery een gesprek voeren over den prys van den ryst, de regels der taal, of de oeconomische voordeelen eener egyptische hoenderbroeiery. Geen wetenschap was hem geheel vreemd. Hem ahnde wat hy niet wist, en hy bezat in hoogen mate de gaaf om 't weinige dat hy wist - ieder weet weinig, en hy, misschien meer wetende dan sommige anderen, maakte op dezen regel geen uitzondering - om dat weinige aantewenden op een wys die de maat zyner kennis vermenigvuldigde. Hy was stipt en ordelyk, en daarby buitengewoon geduldig, doch juist omdat stiptheid, orde en geduld hem moeielyk vielen, daar zyn geest iets wilds had. Hy was langzaam en voorzichtig in 't beoordeelen van zaken, hoewel dit niet scheen aan wie hem zoo haastig zyn slotsommen hoorde uiten. Zyn indrukken waren te levendig, dan dat men ze voor duurzaam houden durfde, en toch bewees hy dikwyls dat ze duurzaam waren. Al wat groot en verheven was, lokte hem aan, en tegelyker-tyd was hy onnoozel en naÔef als een kind. Hy was eerlyk, vooral waar eerlykheid in 't grootmoedige overging, en zou honderden die hy schuldig was, onbetaald laten omdat hy duizenden had weggeschonken. Hy was geestig en onderhoudend wanneer hy gevoelde, dat zyn geest begrepen werd, maar anders stug en teruggetrokken. Hartelyk voor zyn vrienden, maakte hy - wat te snel soms - zyn vriend van al wat leed. Hy was gevoelig voor liefde en aanhankelykheid... trouw aan zyn gegeven woord... zwak in kleinigheden, maar standvastig tot hoofdigheid toe, waar 't hem de moeite waard scheen karakter te toonen... nederig en welwillend voor wie zyn geestelyk overwicht erkenden, doch lastig wanneer men poogde zich daartegen te verzetten... rondborstig en trots, en by vlagen achterhoudend, waar hy vreesde dat men zyn oprechtheid zou aanzien voor onverstand... evenzeer vatbaar voor zinnelyk als voor geestelyk genot... beschroomd en slecht bespraakt waar hy meende niet begrepen te worden, maar welsprekend als hy gevoelde dat zyn woorden op willigen bodem vielen... traag als hy niet werd aangespoord door eenigen prikkel die voortkwam uit zyn eigen ziel, maar yverig, vurig , en doortastend waar dit wel het geval was... voorts, vriendelyk, beschaafd in zyn manieren, en onberispelyk van gedrag: ziedaar nagenoeg Havelaar!

Ik zeg: nagenoeg. Want indien reeds alle bepalingen moeielyk zyn, geldt dit vooral van de beschryving van een persoon die zeer ver van de dagelyksche grondvorm afwykt. Het zal dan ook wel hierom wezen, dat romandichters hun helden gewoonlyk tot duivels of engelen maken. Zwart of wit laat zich gemakkelyk schilderen, maar moeilyker is 't juist weergeven van schakeeringen die daartusschen liggen, wanneer men aan waarheid gebonden is en dus noch te donker noch te licht mag kleuren. Ik gevoel dat de schets die ik van Havelaar trachtte te geven, hoogst onvolkomen is. De bouwstoffen die voor me liggen, zyn van zoo uiteenlopende aard, dat ze my door overmaat van rykdom in myn oordeel belemmeren, en ik zal dus wellicht daarop, onder het ontwikkelen der gebeurtenissen die ik wensch meetedeelen, ter-aanvulling terug komen. Dit is zeker, hy was een ongewoon mensch, en wel de moeite van 't bestudeeren waardig. Ik bemerk nu reeds dat ik verzuimd heb als een zyner hoofdtrekken optegeven, dat hy de belachelyke en de ernstige zyde der dingen met dezelfde snelheid en te-gelyker-tyd opvatte, aan welke eigenschap zyn wyze van spreken, zonder dat hyzelf dit wist, een soort van humor ontleende, die zyn toehoorders gedurig in twyfel bracht, of ze getroffen waren door 't diep gevoel dat in zyn woorden heerschte, of dat ze te lachen hadden over de koddigheid die op-eenmaal den ernst daarvan afbrak.

Opmerkelyk was 't dat zyn voorkomen, en zelfs zyn aandoeningen, zo weinig sporen droegen van zyn doorgebracht leven. Het roemen op ondervinding is een belachelyke gemeenplaats geworden. Er zyn lieden die vyftig of zestig jaren  lang meedreven met het stroompje, waarin ze beweren te zwemmen, en van al dien tyd weinig anders zouden kunnen verhalen dan dat ze verhuisd zyn van de A-gracht naar de B-straat. Niets is gewoner dan op ervaring te hooren bogen, juist door hen die hun gryze haren zo gemakkelyk verkregen. Anderen weer meenen hun aanspraken op ondervinding te mogen gronden op werkelyk ondergane lotswisseling, zonder dat echter uit iets blykt dat ze door die veranderingen werden aangegrepen in hun zieleleven. Ik kan me voorstellen dat het bywonen, of ondergaan zelfs, van gewichtige gebeurtenissen weinig of geen invloed heeft op zeker soort van gemoederen, die niet zyn toegerust met de vatbaarheid om indrukken optevangen en te verwerken. Wie hieraan twyfelt, vrage zich af of men ondervinding zou mogen toekennen aan al de inwoners van Frankryk, die veertig of vyftig jaren oud waren in 18915? En zy allen toch waren personen die 't belangryk drama dat in 1789 aanving, hadden zien opvoeren niet alleen, maar die zelfs in meer of min gewichtige rol, dat drama hadden meegespeeld.

En, omgekeerd, hoe velen ondergaan een reeks van aandoeningen, zonder dat de uiterlyke omstandigheden hiertoe schenen aanleiding te geven. Men denke aan de Crusoe-romans, aan Silvio Pellico's gevangenschap, aan 't allerliefste Picciola van Saintine, aan den stryd in de borst eener "oude vryster" die haar geheel leven door ťťn liefde koesterde, zonder ooit door een enkel woord te verraden wat er omging in haar hart, aan de aandoeningen van den menschenvriend die, zonder uiterlyk in den loop der gebeurtenissen betrokken te zyn, vurig belang stelt in 't welzyn van medeburger of medemensch. Men stelle zich voor hoe hy beurtelings hoopt en vreest, hoe hy elke verandering gadeslaat, zich opwindt voor een schoon denkbeeld, en gloeit van verontwaardiging, als hy het ziet wegdringen en vertrappen door velen die, voor een oogenblik althans, sterker waren dan schoone denkbeelden. Men denke aan den wysgeer die van uit zyn cel aan 't volk tracht te leeren wat waarheid is, als hy merken moet hoe zyn stem overschreeuwd wordt door piŽtistische huichelary of gewinzoekende kwakzalvers. Men stelle zich Sokrates voor - niet als hy den gifbeker ledigt, want ik bedoel hier de ondervinding van 't gemoed, en niet die welke rechtstreeks door uiterlyke omstandigheden veroorzaakt wordt - hoe bitter bedroefd zyn ziel moet geweest zyn, toen hy die 't goede en ware zocht, zich hoorde noemen "een bederver der jeugd en een verachter der goden".

Of beter nog: men denke aan Jezus, waarhy zoo treurig staart op Jeruzalem, en zich beklaagd "dat het niet gewild heeft".

Zulk een kreet van smart - vůůr gifbeker of kruishout - vloeit niet uit een ongedeerd hart. Dŗŗr moet geleden zyn, veel geleden, daar is ondervonden !

Deze tirade is me ontsnapt... ze staat er nu eenmaal, en blyve. Havelaar had veel ondervonden. Wilt ge iets dat opweegt tegen de verhuizing van de A-gracht? Hy had schipbreuk geleden, meer dan eens. Hy had brand, oproer, sluikmoord, oorlog, duŽllen, weelde, armoede, honger, cholera, liefde en "liefden" in zyn dagboek staan. Hy had vele landen bezocht, en omgang gehad met lieden van allerlei ras en stand, zeden, vooroordelen, godsdienst, en gelaatskleur.

Wat dus de levensomstandigheden aangaat, kon hy veel ondervonden hebben. En dat hy werkelyk veel ondervonden had, dat hy 't leven niet was doorgegaan zonder indrukken optevangen die 't hem zo ruimschoots aanbood, daarvoor moge ons de vlugheid van zyn geest borg wezen, en de ontvankelykheid van zyn gemoed.

Dit nu wekte verwondering van allen die wisten of gissen konden hoeveel hy had bygewoond en geleden, dat hiervan zoo weinig op zijn gelaat te lezen was. Wel sprak er uit zyn trekken iets als vermoeienis, doch dit deed eer denken aan vroegrype jeugd dan aan naderenden ouderdom. De naderende ouderdom had het toch moeten zyn, want in IndiŽn is de man van vyfendertig jaar niet jong meer.

Ook zyn aandoeningen, zeide ik, waren jong gebleven. Hy kon spelen met een kind, en meermalen klaagde hy dat "kleine Max" nog te jong was om vliegers optelaten, omdat hy "de groote Max" daarvan zoveel hield. Met jongens sprong hy "haasjen-over" en hy teekende heel gaarne een patroon voor 't borduurwerk van de meisjes. Zelfs nam hy dezen meermalen de naald uit de hand, en vermaakte zich met dat werk, ofschoon hy dikwyls zei dat ze wel wat beters konden doen dan dat "machinale steken tellen". By jongelieden van achttien jaren was hy een jong student, die gaarne zyn Patriam canimus meezong, of Gaudeamus igitur... ja, 'k ben niet geheel zeker, dat hy niet nog kort geleden, toen hy met verlof te Amsterdam was, een uithangbord heeft afgebroken, dat hem niet behaagde omdat er een neger op geschilderd was, geboeid aan de voeten van een Europeaan met een lange pyp in den mond en waaronder natuurlyk te lezen stond: de rookende jonge koopman.


Ik geef hier een stel opmerkingen over specifieke punten, voorafgegaan door deze algemene opmerking: Het is onaannemelijk dat er in het bovenstaande iets staat dat Multatuli niet voor strikt waar hield, en ook onaannemelijk dat er meer dan zeer weinig onwaars in staat - alles geoordeeld na 't herhaald doorlezen van 25 delen verzameld werk en minstens 2 biografieŽn.

Hierbij zijn desalniettemin drie nogal evidente beperkingen: M. beschrijft zichzelf, en geen mens is in staat dit uitsluitend objectief te doen, was het alleen omdat iedereen zichzelf vooral waarneemt van binnenuit, terwijl alle anderen alleen z'n buitenkant zien; hij laat ook dingen weg en kiest voor een gunstiger interpretatie of uitleg dan anderen soms zouden geven; en in feite beschrijft hij een roman-personage dat hoewel het ontleend aan hemzelf is - de ambtenaar en mens Eduard Douwes Dekker - in de context staat van wat evident een geromantiseerde hoewel op feiten gebaseerde geschiedenis is, die vooral beoogde Douwes Dekker eerherstel en opgang te bezorgen.

"was slank, en vlug in zyn bewegingen": Dat was z'n hele leven zo, en M. was overigens bewegelijk, en naar het oordeel van velen vaak zenuwachtig, om niet te zeggen extreem zenuwachtig.

"zyn korte en bewegelyke bovenlip": M. hield dit voor een teken van wilskracht.

"zyn groote flauw-blauwe oogen": Deze moeten behoorlijk opmerkelijk zijn geweest, en zijn dat ook op de resterende zwart-wit portret-fotoos.

"Zyn blonde haren": Een opmerkelijke tekortkoming van de zwart-wit portretfotoos van M. was dat deze nogal misleidend zijn over hoe lichtblond M. feitelijk was. (Dit is zowel door M. als door anderen opgemerkt, waaronder Busken Huet.)

"die wat hoofd en hart beide aangaat tot de zeldzaamheden behoorde": Zelfkennis is moeilijk, maar meer dan 110 jaar na de dood van de man die dit over zichzelf schreef mag gekonkludeerd worden dat hij hierin meer - en bitterder, naar in z'n verdere leven blijken zou - gelijk had dan hijzelf dacht. Dit sluit overigens in het geheel niet uit dat hij zijn eigen bijzonderheden weliswaar overwegend waarachtig beschreef, maar ook plooide naar de eisen en opzet van de roman die hij schreef over zijn eigen wedervaren.

"Hy was vlug van begrip": M. was een van de zeldzame mensen die meervoudig hoogbegaafd zijn, met zowel een uitgesproken talent voor logisch en wiskundig redeneren, als een uitgesproken talent voor talen en voor taal in 't algemeen. (En de lezer die zelf opziet tegen akademici moet begrijpen dat M. vrijwel alle academici vanzelfsprekend intellectueel de baas was, en dat ook wist, eenvoudig op basis van ervaring.)

"en dikwyls toch begreep hy de eenvoudigste zaak niet": Naar men mag aannemen: Vooral zaken die betreffen "hoe een fatsoenlijk doorsnee mens voelt, denkt, spreekt en wil". Overigens is 't een feit dat M. vaak logische bezwaren tegen geaccepteerde redeneringen zag die anderen eenvoudig niet zagen, en waar hij vaak wel gelijk in had (al had hij 't regelmatig mis door gebrek aan relevante kennis).

"Vol liefde voor waarheid en recht": Wie meer van M. weet, is zich bewust dat hier geen letter aan gelogen is, maar is zich wellicht minder bewust dat deze liefde voor waarheid en recht in ieder geval na 't 25ste levensjaar veel zeldzamer is dan mensen voorwenden en dan M. tot ca. z'n 60ste doorhad. Ook is het ongetwijfeld waar, al merkte M. dat niet zelf op, dat hij hier ook graag mee koketteerde.

"verspilde, als die andere Don Quichot, zijn dapperheid dikwijls op een windmolen": 't Is zeker niet zo dat M. zich zijn Don Quichotterie niet bewust was, en vrijwel zeker wel zo dat hij zich tot ca. z'n 60ste niet bewust was hoe weinig Don Quichotterie er schuilt in doorsnee mensen. Overigens is het terecht hier een zekere mate van terechte zelfkritiek in te lezen.

"toch stelde hy zyn grootste geluk in een kalm huiselyk leven.": Ik licht dit eruit omdat dit een vaak onderschat punt lijkt.

"Geen wetenschap was hem geheel vreemd.": Hier moet in rechtvaardigheid twee dingen achter gevoegd worden: 1. als dilettant en 2. voordat de lezer een te hoge dunk krijgt van z'n eigen kennis en geestvermogens: als geniale dilettant, d.w.z. met een groter vermogen maar een geringere kennis dan "de academische mannen van 't vak".

Hy was stipt en ordelyk, en daarby buitengewoon geduldig: Zoals M. zelf opmerkt, was dit minder natuurlijke aanleg dan gecultiveerde zelfbeheersing. Mijzelf komt het nogal waarschijnlijk voor dat M. bipolair depressief was, en dat ongeveer half wist (want het bestaan van dit ziektebeeld was gedurende zijn leven niet bekend). Voor de lezer die hier weinig of niets van weet: Ik bedoel allerminst dat M. gestoord of krankzinnig was - enkele korte periodes in zijn leven uitgezonderd - maar bedoel wel dat hij een handicap had die z'n leven moest bemoeilijken. (Overigens: Er is nog geen werkelijk intellectueel genie geweest dat niet voor gek doorging onder normale mensen, inclusief doorsnee-akademici.)

"Zyn indrukken waren te levendig": Busken Huet heeft in ieder geval twee zinnige opmerkingen over M. gemaakt: M. "was de virtuoos van 't sarkasme" en "was als een man zonder huid", zo gevoelig. Zie de vorige opmerking voor een mogelijk deel van de reden voor M.'s gevoeligheid.

"Al wat groot en verheven was, lokte hem aan, en tegelyker-tyd was hy onnoozel en naÔef als een kind": Dit is ongetwijfeld weer allebei waar, en wie "groot en verheven" te sentimenteel acht begrijpe "ambitieus". Voor de rest, zie boven bij "en dikwyls toch begreep hy de eenvoudigste zaak niet".

"Hy was eerlyk, vooral waar eerlykheid in 't grootmoedige overging": Voor wie de delen 8-25 van de VW van Multatuli heeft bestudeerd, was M. een buitengewoon eerlijk man - en zie 't vorige punt. Ook was hij niet alleen eerlijk uit grootmoedigheid, maar ook uit hoogmoedigheid - zie IDEE 220. (Wie 't woord "hoogmoed" niet begrijpt leze: "trots" - en bedenke dat zowel 't een als 't ander, in ongehuichelde vorm, onder Nederlanders - die zich in leven plegen te houden met handeldrijven dus liegen - zeer ongebruikelijk zijn.)

"zou honderden die hy schuldig was, onbetaald laten omdat hy duizenden had weggeschonken": Dit gebeurde later ook. De m.i. kortste adekwate verklaring is dat M. niet met geld kon omgaan vooral vanwege z'n bipolaire depressiviteit, die 't hem in manische periodes vrijwel onmogelijk maakten geen geld uit te geven om anderen te helpen. Holland is geldgek, en slechte en saaie schrijvers plegen M. zeer kwalijk te nemen dat hij veel slechter met geld om kon gaan dan vrijwel iedere Neerlandse schrijver die men kan bedenken. Hier behoort dus meer over opgemerkt te worden, maar niet in deze context, al is het rechtvaardig ťťn kwalificatie toe te voegen: Hij was in dit opzicht vaak onverantwoordelijk.

"Hy was geestig en onderhoudend wanneer hy gevoelde, dat zyn geest begrepen werd, maar anders stug en teruggetrokken": Dit ligt ik er weer uit als een blijk van zelfinzicht dat ook weer zeer goed geillustreerd wordt door VW 8-25.

"Hartelyk voor zyn vrienden, maakte hy - wat te snel soms - zyn vriend van al wat leed.": Idem vorige opmerking.

"nederig en welwillend voor wie zyn geestelyk overwicht erkenden, doch lastig wanneer men poogde zich daartegen te verzetten": Ja. Ik neem aan dat de meeste mensen dit voorkomt als karakterfout, maar de meeste mensen worden dan ook niet als genie geboren. Ook is 't een feit dat 't menselijk zoogdier individueel weinig liever doet dan uitblinken, excelleren, de beste zijn, en dat immer nivellerende Neerlanders daar zeer graag en massaal over liegen ("doe maar gewoon, dan doe-juh als gek genoeg!").

"traag als hy niet werd aangespoord door eenigen prikkel die voortkwam uit zyn eigen ziel": Dit haal ik er weer uit als voorbeeld van zelfkennis, en als een van de oorzaken die M.'s leven moeilijk maakte: Wat hem niet overtuigde of als juist of rechtvaardig verscheen gold voor hem niet - wat "men" ook dacht, of zei, of deed. (Er zijn niet veel mensen die in deze zin individueel zijn.)

"vriendelyk, beschaafd in zyn manieren, en onberispelyk van gedrag": Ook dit geldt, met enige mitsen en maren betreffende M.'s opvliegendheid (want hij eiste vaak ook een onberispelijk gedrag, zeker van kellners e.d.).

"de beschryving van een persoon die zeer ver van de dagelyksche grondvorm afwykt.": Ongetwijfeld zeer waar, en in 't Neerland waarin ik leef een zeer onpopulaire gedachte: Hier behekst de middelmaat zich over de eigen middelmatigheid door zichzelf en anderen wijs te maken dat "alle mensen gelijkwaardig zijn". Nu, dat is een leugen die alleen de middelmaat en wie daaronder bungelt pleziert.

"dat hy de belachelyke en de ernstige zyde der dingen met dezelfde snelheid en te-gelyker-tyd opvatte": De lezer zal hier veel van terugzien in de IDEEN. Een gedeeltelijke verklaring hangt weer samen met bipolaire depressiviteit. En overigens is 't zowel een handicap als een voorrecht van hoogbegaafden dat ze veel meer kanten en zijden plegen te zien aan wat hen treft dan normaal begaafden.

"zeker soort van gemoederen, die niet zyn toegerust met de vatbaarheid om indrukken optevangen en te verwerken.": Men mag gerust aannemen dat M. bedoelde dat de meerderheid van de mensen dergelijk soort van gemoederen heeft. Zie ook de vorige opmerking.

"Of beter nog: men denke aan Jezus": M. zag nogal wat parallelen tussen z'n eigen atheÔstisch wijsgerig persoon en Jezus, die de zeer talrijke Christenen van z'n tijd nogal shockeerden. Maar M. had gelijk, al is dat gelijk nogal moeilijk duidelijk te maken: 't komt erop neer dat beiden mystici waren, en dat de zeer grote meerderheid van de mensen geen idee hebben wat dat betekent. (Men leze de dln. 19-20 van de VW, over M.'s publieke voordrachten.)

"Dŗŗr moet geleden zyn, veel geleden, daar is ondervonden !": M.'s zelfverkozen pseudoniem betekent "ik heb veel gedragen, veel geleden", en 't is interessant dat hij dat vooral motiveerde in termen van rijke ondervinding, waar hij gelijk in had: Vergeleken met de meeste van z'n tijdgenoten had hij veel meer meegemaakt en gereisd en gezien en geleerd. Ook lijkt het mij zeer veel waarschijnlijker dan niet dat M. een vorm van manische depressiviteit had.

"omgang gehad met lieden van allerlei ras en stand, zeden, vooroordelen, godsdienst, en gelaatskleur": Ook weer anders dan vrijwel al z'n tijdgenoten was M. geen racist, geen gelovige, geen aanhanger van Europese of blanke meerderwaardigheid (afgezien van wetenschappelijke kennis), en had hij inderdaad persoonlijke omgang gehad met zeer veel verschillende mensen uit zeer veel verschillende landen en culturen.

"dat hiervan zoo weinig op zijn gelaat te lezen was": Dit zal waar geweest zijn toen M. dit schreef, maar was 20 jaar later, getuige een fotografisch portret uit 1875, niet meer waar. In de tussenliggende 20 jaar had M. dan ook een buitengewoon moeilijk leven geleid.

"een uithangbord heeft afgebroken, dat hem niet behaagde omdat er een neger op geschilderd was, geboeid aan de voeten van een Europeaan": Indertijd was het slavenhalen ("kontraktarbeiders") en slavenhouden in Nederland (in de kolonieŽn) nog niet afgeschaft.  

Zelfbeschrijving                                       

 


Welcome to the Multatuli  pages of Maarten Maartensz. See:  Help + Map + Tour + Tips + Notes + News + Home