Idee 593.                                                 


Zyn de hoorders voorbereid om de te verkondigen waarheid - d.i. wat de spreker voor waarheid houdt - in hun gemoed optevangen op 'n wys die overeenstemt met de moeite welke de spreker zich gaf, om deze veronderstelde waarheid te vinden? Dit is onmogelyk. 'n Zoogenaamde verhandeling kàn zyn - en zou misschien behooren te zyn - de quintessens van maanden denkens. Ja, men kan zich voorstellen, dat de rezultaten der wysbegeerte van 'n geheel leven waren samengeperst in zóó weinig woorden, dat men ze in één half uur, of zelfs in weinige minuten, zou kunnen uitspreken.

Op zoo-iets doelde ik in 63, waar ik zeide dat alles wat volgens de Evangelien door Jezus gesproken is, nog geen half vel druks zou beslaan... 'n opmerking, die door veel verkeerd-lezers als smaad beschouwd is. Wel 'n bewys dat men my zoo-min verstaat, als hy verstaan werd door zyn tydgenooten. Ik zal de laatste zyn, die 'n wysgeer verwyt dat-i weinig woorden gebruikt. 't Valt me al hard genoeg dat men zoo dikwyls myzelf noodzaakt tot uitvoerigheid.

Wie twyfelt aan m'n tegenzin in ‘aan den weg timmeren’ gelieve te letten op den ouderdom dien ik bereikt had, voor ik me uit den kleinen kring van m'n omgeving - 't ware terrein waarop mynliefde me noopte tot meedeelen - liet wegdringen naar den publieken weg. Zonder de noodzakelykheid om den stryd tegen de mishandeling van den Javaan overtebrengen op grooter terrein, zou men waarschynlyk van my, als publiek persoon, nooit iets vernomen hebben. [1] En zelfs na 't verlaten van Lebak, heb ik jaren lang gezwegen.


[1] "Wie twyfelt aan m'n tegenzin in ‘aan den weg timmeren’ gelieve te letten op den ouderdom dien ik bereikt had, voor ik me uit den kleinen kring van m'n omgeving - 't ware terrein waarop mynliefde me noopte tot meedeelen - liet wegdringen naar den publieken weg. Zonder de noodzakelykheid om den stryd tegen de mishandeling van den Javaan overtebrengen op grooter terrein, zou men waarschynlyk van my, als publiek persoon, nooit iets vernomen hebben."

Ik denk dat dit - bij benadering - voor driekwart waar is. Het onware kan ontleend worden aan M.'s privé-korrespondentie in de VW 8 - 25: Multatuli was wel degelijk geïnteresseerd in opgang maken, in besproken worden in tijdschriften en dagbladen, en in onderwerp van gesprek zijn.

Maar het is wáár dat het hem daar niet in de eerste plaats om te doen was, en dat het zonder het voorgevallene te Lebak heel onwaarschijnlijk is dat M. publiek persoon of schrijver was geworden.

De achterliggende reden dunkt me interessant genoeg om uit te schrijven: Er is een groep personen die bijzonder graag optreden voor publiek en die graag opvallen op een publiek toneel door het amuseren, behagen of schokken van het publiek.

Toneelspelers en politici komen gewoonlijk uit deze groep, en wat hen beweegt is niet het meedelen van waarheid of het verbeteren van mens of maatschappij, maar het zelf onderwerp van publieke belangstelling zijn: Look at me, Me, ME, ME! Ain't I special?! Ain't I very VERY special?! Look at ME!

Wie geen toneelspelers in de persoonlijke omgang heeft meegemaakt (als ik wel) maar zelf niet zo in elkaar zit (wat voor mij geldt) raad ik aan persoonlijke omgang met acteurs of actrices te zoeken, was het alleen om mijn gissing te testen dat er iets is als een acteurs-persoonlijkheid: Het hebben van een karakter dat in de eerste plaats publieke bewondering en applaus zoekt, het geeft niet hoe en het geeft niet waarmee zolang de speler maar in het centrum van de belangstelling staat.

Het is dit soort mensen dat de grote meerderheid van de publieksoptreders vormt. Er behoort een soort hoerigheid toe die de meeste mensen gewoonlijk niet opbrengen omdat het niet tot hun karakter behoort of omdat ze te bang zijn om een publiek podium te beklimmen en af te gaan.

De term "hoerigheid" koos ik met opzet en gebruik ik in de zin van "publiek persoon": Het willen opvallen, het centrum van publieke belangstelling willen zijn, het willen optreden voor publiek op een podium, om geen andere reden dan dat dit de acteur behaagt. Het gaat kennelijk terug op een combinatie van ijdelheid en gebrek aan zelfrespect: Iets willen zijn in andermans ogen zonder zelf iets bjzonders te zijn, vaak juist omdat men zelf niets bijzonders is en meent niet voldoende aandacht te krijgen.

Ik heb deze eigenschap niet al kost het mij geen enkele moeite een podium te bestijgen en een publiek onderhoudend toe te spreken (zoals ik allebei leerde over mijzelf o.a. in de Amsterdamse studentenpolitiek) en voor Multatuli gold kennelijk iets dergelijks. Overigens is het niet mijn bedoeling prostituees en politici gelijk te stellen. Ik ken weliswaar geen prostituees en weinig politici, maar de bedoelde hoerigheid van politici komt mij veel verachtelijker voor dan wie het gebruik van delen van haar lichaam voor geld verhuurt. Misschien  is 't dan ook beter het bedoelde ras van politici aan te duiden met publiekshoeren, ter onderscheid van dames die hun geslachtsorganen verhuren.

Vrijwel alle Nederlandse politici en "media-persoonlijkheden" - de journalisten wier tronies u dagelijks uren lang op TV aankijken of wier stemgeluid uur na uur radiotijd vullen - waar ik weet van heb behoren wel tot deze au fond publiekshoerige karakters.

En dat is de reden deze opmerking uit te schrijven:

Wat u ziet in publiek Neerland bestaat overwegend uit publiekshoeren die aandacht, aandacht, ààndacht zoeken voor hun eigen persoontjes, maar zelf weinig of niets voorstellen in termen van intellect, moed of moraal. De reden dat "het Volk" dat in grote democratische meerderheid wil, of zich in ieder geval laat aanleunen, is dat ook het volk in grote meerderheid weinig of niets voorstelt - en zichzelf dus herkent in voorgangers.

Idee 593.