Help
Index

 Maarten Maartensz:    Philosophical Dictionary | Filosofisch Woordenboek                      

 D - Democratie


 
Democratie: Regering door het volk.

De term gaat terug op de Grieken, en op gerelateerde definities uit Aristoteles' "Politica": Aristocratie - regering door de besten (of de adel); timocratie - regering door de rijken; oligarchie - regering door de weinigen; ochlocratie - regering door het gepeupel.

Het eerste dat men zich hier dient te realiseren is dat iedere regering feitelijk een minderheid is die de macht uitoefent (zie: Mosca's "The Ruling Class"), en dat termen als "democratie" etc. vooral als propaganda worden gebruikt: Er is altijd, in iedere maatschappij, afgezien van zeldzame momenten van grote revolutionaire crisis, een kleine heersende ťlite die de feitelijke staats- en regerings-macht in handen heeft en uitoefent, ten goede of ten kwade, eerlijk of corrupt, begaafd of dom, met meerderheid verkozen of via een staatsgreep aan de macht gekomen, etc.

De gebruikelijke regering door het volk - in kapitalistische samenlevingen, in socialistische samenlevingen, in autoritair geregeerde samenlevingen - is dan ook op z'n best een regerende ťlite die gekozen wordt door een meerderheid van het volk middels nominaal eerlijke verkiezingen, die overigens plegen te worden gewonnen met leugens, poses en propaganda, en niet op kracht van rationele argumenten of plannen.

De 20ste eeuw was een eeuw vol van totalitaire gruwelen, wereldoorlogen en algemeen stemrecht - en beneemt mij alle lust in algemeen stemrecht, aangezien dat een puik middel blijkt om de grootste incompetenten - de lafste leugenaars, de meest achterbakse intriganten en rijkworders, de geilsten naar macht, status en inkomen -  aan de macht te brengen en daar eeuwig te houden via de totalitaire propaganda-campagnes die "verkiezingen" heten.

het hoofdprobleem van het kiezen bij meerderheid van stemmen - zie 7 en 119 - is vooral dat de meeste stemmers onbekwaam zijn tot redelijke oordelen, en, dus, al logisch gevolg hiervan, gewoonlijk ook onbekwaam om bekwame en integere mensen te kiezen.

Het hoofdprobleem met democratische verkiezingen - geheel eerlijk: "one man, one vote"; vrij van propaganda en bedrog; toegankelijk voor alle volwassen inwoners, als dit alles mogelijk is - is het feitelijk niveau van de kiezers en gekozenen, dat gemiddeld garandeert dat de kleine doorsnee middelmatig begaafden de grote doorsnee laagbegaafden regeert met doorsnee denkbeelden, doorsnee waarden en doorsnee bekwaamheid.

Daar is in sommige omstandigheden veel voor te zeggen, maar niet in alle, en zeker niet als de kansen, mogelijkheden of het levensgeluk van miljoenen er van afhangt. Daarbij: De 20ste eeuw was DE eeuw van de democratie, vol van volks-democratieŽn, parlementaire democratieŽn, nationaal-socialistische democratieŽn, fascistische democratieŽn, peronistische, maoÔstische, titoÔstische democratieŽn en zo meer: Vrijwel overal werd min of meer eerlijk en bij meerderheid gekozen, als nooit tevoren in de wereldgeschiedenis - en in geen enkele eeuw hadden dictators meer macht, werden meer mensen gruwelijk vermoord, of waren er groter of gruwelijker oorlogen.

Er is geen direct causaal verband tussen beweerde democratieŽn en feitelijk bestaande dictaturen, maar een feit blijft dat de eeuw der democratie was - in Raymond Aron's frase - "The century of total wars" (Zie zijn boek van die titel), en van totalitaire dictaturen.

Het zogenaamde "Poldermodel" van "consensus" waar Nederland dan ook al jaren langzaam maar zeker door kapotgemaakt is komt feitelijk neer op een samenzwering van matige corpsstudenten, mislukte gymnasiastjes, gefaalde studenten, en honderdsterangs afgestudeerden in zachte gamma-vakken of rechten, die hun geringe extra begaafdheid misbruiken om de hordes voor kiesgerechtigden met Mavo en Lbo-breintjes illusies voor te spiegelen die de illusionisten - vrijwel allen niet in staat tot enige individuele carriŤre in wetenschap, kunst of het bedrijfsleven - levenslang zachte baantjes en grote macht te verschaffen.

Ik citeer Etienne de la Boťtie, schrijvend rond 1560:

"(..) ook gaat, zo gauw de koning zich al tiran bekend maakt, al het kwade, al het uitvaagsel van het koninkrijk zich rond hem verzamelen. Ik heb het niet over een bende dieven en deugnieten, die de staat nauwelijks goed of kwaad kunnen doen, maar over degenen die men herkent aan een brandende ambitie en een opvallende hebzucht. Zij steunen hem om een deel van de buit te krijgen, en onder de tiran zijn zij zelf tirannen." (p.43)

Het is handig en verduidelijkend e.e.a. in termen van IQs te zien, al is dat geen ťcht adequate maat voor werkelijke intelligentie: De pakweg 85% met een IQ tot 115 wordt geleid, en gewoonlijk belogen, bedrogen, onderdrukt en uitgezogen door de pakweg 15% met een IQ tussen de 115 en de 130. De enigen die het spel enigermate rationeel kunnen doorzien zijn de zeldzame enkelingen met een IQ boven de 130 (1 op de 100) - en het is niet gezegd dat dit overigens uitnemende mensen zijn. Een goed verstand is immers geen garantie van enig ander goeds dan het vermogen niet in alle gebruikelijke illusies en vooroordelen te hoeven geloven bij gebrek aan sjoege.

Trouwens: Een essentieel deel van het doorzien is het zien dat alle publieke politieke en religieuse ideologie overwegend spel, hypocrisie, pose, mode en voorwendsel is, and that, as men are, some can cheat almost all nearly all of the time, AND have done so through all known history.

Verder zie 74, 423, De la Boťtie's "Vrijwillige slavernij" en mijn "On people".

Het beginsel "one man, one vote" heeft een zekere begrijpelijke schijnbare rechtvaardigheid, maar als het er op neer komt, zoals bijvoorbeeld in Neerland het geval is, dat mijn stem "gebalanceerd" wordt door een 50.000 in het weekend "Aan 't gas! Aan het gas!" of "Hoerenjong! Hoerenjong!" brullende randdebiele familievaders, die bovendien iedere week hun toch al armzalige breintjes 25 gruwel-uren lang laten verjunken middels de publieke breindildo die TV heet,  dan heeft stemmen voor begaafde en beschaafde mensen geen enkele zin, en is feitelijk beledigend, want meedoen maakt de mening respectabel dat het kiezen bij meerderheid van dom kiesvee rationeel en redelijk zou zijn.

In ieder geval: wat "men" in Neerland "democratie" belieft te noemen is in feite, in Aristoteles' redelijk bruikbare descriptieve termen, een oligarchische ochlocratie: Een meute van een grote meerderheid van stommelingen geleid en bedrogen door een groepje liegende voorgangers overwegend ten bate van die voorgangers en ten koste van de - blinde, dankbaar "democratisch" kiezende - meute, die zichzelf laten wijsmaken dat "de kiezer heeft altijd gelijk", alsof Hitler's concentratiekampen en Holocaust gesanctioneerd werden door het feit dat hij met meerderheid van stemmen "democratisch" aan de macht kwam.

Het probleem dat democratie als regerings-vorm stelt, vooral in landen met vele miljoenen laag opgeleide kiezers sterk beÔnvloed door propaganda in de media, wordt zelden helder en eerlijk onder ogen gezien, en al helemaal niet door zelfbenoemde "democraten", die zichzelf zo plegen te noemen omdat ze geen andere vanzelfsprekende toegang hebben verworven tot macht en status.

Toch is het herhaaldelijk helder gesteld, en hier volgt een fraai voorbeeld daarvan, uit Guicciardini's "History of Italy" ("Storia Italia"), dat geschreven werd rond 1540, en voor 't eerst gepubliceerd in 1560. Ik citeer een Engelse vertaling, en wat volgt werd door Guiccardini in de mond gelegd van ťťn van de tamelijk democratisch gekozen vertegenwoordigers van de stad Florence, in antwoord op het voorstel van een ander democratisch verkozen vertegenwoordiger meer democratie in te voeren, en sprekend rond 1495:

"Guidantonio Vespucci, a famous lawyer and a man of remarkable intelligence and skill, spoke as follows:

'If, most worthy citizens, a government organized in the manner proposed (..) produced the desired results as easily as they are described, it would certainly be perverse of anyone to wish for any other form of government for our country. It would be a wicked civilian who did not passionately love a form of republic in which the virtues, merits and abilities of men were organized above all else.

But I do not understand how one can hope that a system placed entirely in the hands of the people  can be full of such benefits.

For I know that reason teaches, experience shows and the authority of wise men confirms that in so great a multitude there is not to be found such prudence, such experience and such discipline as to lead us to expect that the wise will be preferred to the ignorant, the good to the bad, and the experienced to those who have never handled any affairs whatever.

For as one cannot hope for sound judgement from an unlearned and unexperienced judge, so from a people full of confusion and ignorance one cannot except - except by chance - a prudent and reasonable election or decision.

Are we to believe that an inexpert, untrained multitude made up of such a variety of minds, conditions and customs, and entirely absorbed in their own personal affairs, can distinguish and understand what in public government wise men, thinking of nothing else, find difficult to understand?

Quite apart from the fact that each person's self-conceit will lead them all to desire honors - and it will not be enough for men to in the popular government to enjoy the honest fruits of liberty - they will all aspire to the highest posts and to take part in the decisions on the most diffciult and important matters.

In us less than in any other city there rules the modesty of giving way to the man who knows best or who has the most merit.

But if we persuade ourselves that we must be by right all equal in all things, the proper positions of virtue and ability will be confused when it rests with the judgments of the multitude.

And this greed spreading to the majority will ensure that the most powerful will be those who know and deserve least; for as they are more numerous, they will have more power in a state organized in such a way that opinions are merely numbered and not weighed.'"

Zie verder Guiccardini en mijn secties Politics, Machiavelli, Ortega y Gasset, en ME in Amsterdam en Multatuli's idee 119.

 


Zie ook: Aantekeningen bij "De illusie van democratie", Introduction to Politics


Literatuur:

Aristoteles, Aron, Browning, Goffman, Laqueur, Machiavelli, Mosca, Talmon, Tocqueville, Zinoviev

 Original: Aug 19, 2004                                                Last edited: 12 December 2011.   Top