Help
Index

 Maarten Maartensz:    Philosophical Dictionary | Filosofisch Woordenboek                      

 B - Bescheidenheid

 

Bescheidenheid: Zichzelf wegcijferen, klein voordoen, zich niet voor laten staan op de eigen kwaliteiten.

Onder doorsnee mensen zeer geroemde eigenschap, die vrijwel altijd bestaat uit conformistisch gehuichel: "Vertrouw nooit iemand die nederig spreekt, want hy liegt." (Multatuli 107, 155, 221, 447)

Iedereen schat z'n eigen familie, z'n eigen kinderen en de leden en vooral de leiders van de groepen waar ie deel van uitmaakt hoger dan anderen. Het is een sociale-zoogdieren eigenschap, naar ik aanneem met een aangeboren hormonaal fundament. (Zie: We.)

De vele miljoenen Nederlanders die de afgelopen 30 jaar massaal hebben gehuicheld alles en ieder "gelijkwaardig" te achten en "respect" te hebben voor iedereen waren evenzovele nivellerende leugenaars - en wisten en weten dat. ("De hoogste graad van moed is hoogmoed." Multatuli, 220)

Wie waarachtig uitsteekt in menselijk opzicht, dat is in moreel, intellectueel of kunstzinnig opzicht, heeft recht op hoogmoed, en wie dat niet doet niet. En alleen mentale of morele pygmeeėn vatten en waarderen dit niet.
 


Zie ook: Acteur, Authenticiteit, Cant, Gelijkheid, Gelijkwaardigheid, Ideologie, Levenslessen, Leugen, Respect, Totalitair, Volgeling,


Literatuur:

Goffman

 

 Original: Aug 8, 2004                                                 Last edited: 10 January 2012.   Top