Help
Index

 Maarten Maartensz:    Philosophical Dictionary | Filosofisch Woordenboek                      

 A - Angst

 

Angst: Vrees; bangheid; aanname dat iets gepaard zal gaan met pijn of onprettige emoties.

Angst is één van de voornaamste menselijke drijfveren, en veel van wat mensen doen en laten wordt bewogen door angst en geļnspireerd door domheid. (Zie: Godsdienst.)

Zelfs als mensen voornamelijk door eigenbelang worden bewogen - of wat ze daarvoor houden - dan nog is het eigenbelang dat de grote meerderheid van bange en domme mensen onderkent alleen dąt belang dat rijmt met hun laffe domheid, maar niet het belang dat ze zņuden hebben als ze de moed hadden niet laf te zijn, en het verstand niet dommer te zijn dan ze zijn geboren. (Zie 74 en 136.)

Het meeste - maatschappelijk vermeend - goede wordt gedaan uit angst voor het kwaad (namelijk: de pijn van de erop gestelde maatschappelijke sanctie) dat men vreest indien bekend wordt dat men het doen van het goede naliet. Zie 423.

Uit het bestaan van bijv. de verkeers-regels en -wetten kan afgeleid worden dat mensen nu eenmaal zo zijn dat ze vaak met sancties moeten worden bewogen het goede te doen.

 


Zie ook: Godsdienst, Ideologie, Mens


Literatuur:

Goffman
,

 Original: Aug 9, 2004                                                 Last edited:12 December 2011.   Top