Vonnis Kantonrechter mei 1985

         Naar Index - Overzicht Bijlages

Ciaten uit het rechterlijk vonnis dat ook uitstekend het optreden van de Gemeente Amsterdam, en van het College van Burgemeesters en Wethouders van die stad, partij-kameraden, boezemvrienden, en leerlingen van het College van Bestuur van de UvA, omschrijft:

"op onaanvaardbaar lakse wijze de klachten die partij Maartensz
tegenover haar uitte heeft onderzocht en vrijwel geen
maatregelen, die, naar uit getuigenverklaringen blijkt,
dringend noodzakelijk waren, heeft genomen;"

c.q.

"het uiterst lakse, nauwelijks als optreden van
partij" College van Bestuur van de UvA


AFSCHRIFT

Woensdag 29 mei 1985.

De Stichting STICHTING VOOR STUDENTENHUISVESTING AMSTERDAM,
gevestigd en kantoorhoudend te Amsterdam,

eiseres bij exploot van dagvaarding van 27 april
1982, verschenen bij H. Verbeek voor dw. R. Jaburg,
gedaagde in reconventie

tegen :

M. MAARTENSZ, wonende te Amsterdam aan de Nieuwe
Keizersgracht no 68-IX, kamer 3,

gedaagde bij gemeld exploot, aanvankelijk
verschenen bij H. Verbeek voor mr. R.B. Hartkamp, die zich
aan deze zaak heeft onttrokken, later verschenen bij H.
Verbeek voor mr. A.E.L.M. Fontijn, kosteloos procederende
ktachtens Onze beschikking d.d. 9 maart 1983,
eiser in reconventie.

In deze zaak is het navolgende vonnis gewezen:

 

Wij, kantonrechter te Amsterdam;

Gezien de stukken;

Gehoord de partijen;

TEN AANZIEN VAN DE FEITEN:

Overwegende, dat als hier overgenomen en ingelast wordt
beschouwd hetgeen dienaangaande in Onze tussenvonnissen van 8
februari 1984, 16 mei 1984 en 20 maart 1985 is vermeld;

 

Overwegende, dat partijen ingevolge laatstgenoemd vonnis
nadere inlichtingen hebben verstrekt, waarvan aantekeningen
zijn gemaakt;

Overwegende, dat de inhoud van de processtukken als hier
ingevoegd en overgenomen moet worden beschouwd;

Overwegende, dat wij hierna vonnis hebben bepaald op heden;

TEN AANZIEN VAN HET RECHT:

In conventie en in reconventie:

Overnemende hetgeen in voormelde vonnissen is overwogen;

Overwegende, dat partijen ook bij de laatstelijk - op 1 mei
1985 - plaatsgevonden hebbende persoonlijke verschijning haar
standpunt nader hebben toegelicht;

Overwegende, dat daarbij een schikking niet tot stand is
gekomen;

Overwegende, dat ter bepaling van Ons eindoordeel in de beide
tussen partijen aanhangige gedingen, de conventionele en de
reconventionele vordering verwezen wordt naar hetgeen in Ons
vonnis van 16 mei 1984 in conventie is overwogen met
betrekking tot de geluidsoverlast welke door partij Maartensz
is aangeroepen om de huurpenningen vanaf een gegeven
moment af niet meer te betalen en welke geluidsoverlast
onderwerp vormde van de aan hem verstrekte bewijsopdracht;

Overwegende dat Wij van oordeel zijn dat gedaagde in zijn
bewijsopdracht volledig is geslaagd;

Overwegende, dat uitgangspunt moet zijn dat partij SSH is een
stichting die zich ten doel heeft gesteld
huisvestingsmogelijkheden te scheppen voor studenten, dat wil
zeggen voor personen wier taak het is een studie te
volbrengen en daartoe, naast het volgen van college_s en
andere bijeenkomsten, in hun (tijdelijke) woning de rust
moeten kunnen vinden hun studie te vervolgen;

Overwegende, dat uit de getuigenverklaringen is gebleken dat
partij SSH niet alleen schromelijk in gebreke is gebleven
ervoor te zorgen dat zij aan haar doelstelling ten opzichte
vam in ieder geval partij Maartensz voldeed, doch tevens op
onaanvaardbaar lakse wijze de klachten die partij Maartensz
tegenover haar uitte heeft onderzocht en vrijwel geen
maatregelen, die, naar uit getuigenverklaringen blijkt,
dringend noodzakelijk waren, heeft genomen;

Overwegende, dat de getuigenverklaringen in die mate voor
zichzelf spreken dat Wij volstaan met deze hierbij, zonder
tot bespreking daarvan stuk voor stuk over te gaan,
uitdrukkelijk en woordelijk over te nemen;

Overwegende, dat partij SSH niet alleen derhalve in dit
bijzondere geval waar het betreft de verhuur van ruimte
waarin gestudeerd moet kunnen worden, haar verbintenissen uit
de overeenkomst tegenover partij Maartensz niet is
nagekomen doch zij evenmin - hoewel dit in het verlengde ligt
van het hierboven overwogene - uit gebrek aan bestuurskracht
heeft nagelaten van degenen die de ergerlijke overlast
veroorzaakten (naar Ons oordeel ten dele zelfs het gevolg van
psychische problemen van de betrokkenen) de nakoming te
vorderen van verplichtingen welke zij niet alleen als
"gewone" huurders hadden doch in het bijzonder welke voor hem
voortvloeiden uit het Algemeen Bewoningsreglement, waarin in
het bijzonder dient te worden gewezen op artikel 20 onder 1
van dit reglement;

Overwegende, dat anderzijds partij Maartensz, kennelijk
murw door het uiterst lakse, nauwelijks als optreden van
partij SSH te kwalificeren handelen, heeft nagelaten een
tenslotte gearrangeerde bijeenkomst ter bespreking van de
gerezen moeilijkheden bij te wonen, hetgeen hij beter wel had
kunnen doen, welke omstandigheid evenwel gezien de wijze
waarop SSH zich heeft gedragen voor een beslissing irrelevant
is;

Overwegende, dat zich derhalve in dit geval de bijzondere
omstandigheid voordoet dat een verhuurster weliswaar de
woonruimte ter beschikking stelt tegen een bepaalde huurprijs
voor een bepaalde periode doch in die mate haar, zij het
bijzondere verplichtingen, welke evenwel essentieel zijn voor
de overeenkomst, verwaarloost laat staan bewerkstelligt dat
deze werden nageleefd, dat zij geen aanspraak op huurpenningen
kan maken;

Overwegende, dat de vordering van partij SSH die tot een
aanmerkelijk bedrag is opgelopen, afgewezen moet worden;

Overwegende, dat wat aangaat de vordering vam partij Maartensz
opgemerkt dient te worden dat enerzijds de wijze waarop
hem het gebruik van de woonruimte is verstrekt, studeren
onmogelijk maakte, anderzijds de schade die hij stelt te
hebben geleden en vordert (bijwege van een vermeerdering van
eis en met het laten vallen wegenes een wijziging van de
omstandigheden van de aanvankelijke vordering als opgenomen
onder de nummers 1 tot en met 3 van het petitum) door hem in
zoverre voorkomen had kunnen worden door de uren die hij aan
zijn studie diende te besteden elders door te brengen,
waarbij in aanmerking genomen dient te worden dat zijn
gezondheidstoestand - die niet gunstig is - daarbij wel een
belemmerende factor is, doch niet ten nadel van partij SSH
kan strekken;

RECHTDOENDE:

In conventie en in reconventie:

Wijzen de vorderingen af;

Compenseren de proceskosten aldus dat iedere partij de hare
draagt;

Aldus gewezen en uitgsproken ter openbare terechtzitting van
het kantongerecht te Amsterdam van woensdag 29 mei 1985, door
Ons, mr. J. Gerretsen, kantonrechter, in tegenwoordigheid van
mr. E.B.Th. Kienhuis, griffier.


Colofon:
Dit is de volledige tekst (afgezien van stempels van de griffie) van het vonnis in het proces dat de SSh tegen mij (en mijn ex) voerde).

NB: het SSh-bestuur = het CvB van de UvA (althans in die tijd), dat mij kende als haar politieke tegenstander. Zie bijv. mijn verhandeling gericht aan de Universiteits-Raad van de UvA uit 1982 , waaruit de Asva en de kameraden van de Asva in het CvB concludeerden dat ik "een fascist" zou zijn (niet omdat ik enig werkelijk fascistoide denkbeeld heb, zoals deze totalitaire socialisten wel, getuige hun handelen, maar omdat ik andere meningen had dan de Asva, en een voorstander was, en ben, van objectieve wetenschap,. en een tegenstander was, en ben, van gepolitiseerd onderwijs)

te weten mijn psychotische buurman, die mij en mijn ex drie jaar lang, met actieve steun van het College van Bestuur van de Universiteit van Amsterdam, mij ieder persoonlijk bekend uit mijn optreden bij de Universiteits-Raad en in universitaire bestuurs- commissies, en door mij ieder persoonlijk aangesproken vanaf 1982, zowel mondeling als schriftelijk, om hun persoonlijke verantwoordelijkheid tegen mij en mijn ex uit te oefenen, wat zij systematisch weigerden c.q. nalieten, kennelijk omdat zij het bijzonder plezierig vonden dat hun vrijwel enige politieke tegenstander, samen met zijn ex, geterroriseerd werd door een levensgevaarlijke psychoot in een door het CvB geexploiteerde studenten-flat (zie mijn brieven aan het CvB uit 1988 en uit 1989 ), met hun antwoord.

Het is ook interessant te overwegen dat het rechterlijk vonnis ook uitstekend het optreden van de Gemeente Amsterdam, en van het College van Burgemeesters en Wethouders van die stad, partij-kameraden, boezemvrienden, en leerlingen van het College van Bestuur van de UvA, omschrijft:

op onaanvaardbaar lakse wijze de klachten die partij Maartensz
tegenover haar uitte heeft onderzocht en vrijwel geen
maatregelen, die, naar uit getuigenverklaringen blijkt,
dringend noodzakelijk waren, heeft genomen;

c.q.

het uiterst lakse, nauwelijks als optreden van
partij

het Gemeentebestuur van Amsterdam, ten bewijze waarvan de lezer verwezen wordt naar (bijv.) mijn tweede bezwaarschrift bij de Gemeente Amsterdam (geleid door professor-wonder-doctorandus Ed van Thijn, nu - eind 1996 - aangesteld door zijn socialistische CvB-kameraden als wonder-doctorandus-professor, om bij de UvA in "de idealen van de Februari-staking" EN de bescherming van de harddrugshandel (uit naam van "de idealen van de Februari-staking": "Komt dat zien! Komt dat zien!", aldus de wonder-doctorandus himself, bij zijn inauguratie-rede als burgemeester) te onderwijzen, en aanschouwelijk te tonen hoe snel rijk en beroemd te worden, in Onze zo heerlijk tolerante - zogeheten - "Democratische Nederlandse Rechtsstaat", door (hard)drugs te importeren, met een rein socialistisch geweten, ook namens "de idealen van de Februari-staking" , en met het gebruikelijke socialistische gehuichel van idealen en principes, waarmee ze zichzelf kunnen verrijken ten koste van hun bedrogen kiezers)



Naschrift:

Ik schrijf dit op 24 juni 2013, nog steeds ziek, nog steeds zwak. Mijn reden
is dat ik heden het originele van het vonnis vond, waaronder een potlood-
aantekening van mijn hand staat, die begint onder:

Aldus gewezen en uitgsproken ter openbare terechtzitting van
het kantongerecht te Amsterdam van woensdag 29 mei 1985, door
Ons, mr. J. Gerretsen, kantonrechter, in tegenwoordigheid van
mr. E.B.Th. Kienhuis, griffier.

en als volgt luidt - en ik citeer d.m.v. inspringing:

De hier vermelde geluidsoverlast etc. begon in januari 1981,
het proces mei '82 als ik me goed herinner. Het duurde dus
3 jaar en 10 dagen.
NB dat ik met ziekte en met een zieke vriendin twee
kandidaatsexamens heb gehaald & een dubbele studie
sneller dan normaal deed.
Ik heb er tientallen brieven over geschreven aan de Universiteit
& aan de SSH, die gewoonlijk niet beantwoord werden. Ik zit nu
alweer ruim een jaar op het mij aangezegde hoger beroep
te wachten.

De reden waarom de Universiteit van Amsterdam, die hiervoor
de verantwoordelijkheid draagt, niets deed was, bij monde van
het lid van het College van Bestuur De Hon: "U denkt toch zeker
niet dat ik mijn ambtenaren afval?!" Ik denk dat hij daarvoor
betaald werd. Ik heb de rector magnificus, Mr. Cammelbeeck,
persoonlijk herhaaldelijk aangeschreven - en nooit antwoord
gehad. Eind 1984 werd hij wegens incompetentie door de
Universiteits-raad geweigerd voor nog 4 jaar rector-schap.
Omdat hij daar zo vast op gerekend had ontving hij, als
schade-vergoeding, fl. 850.000,-- (zie een artikel daarover
van Heldring, in het NRC toendertijd: t Was gedurende de
RSV-affaire & Heldring vond dit minstens even schandalig).

Ik had verwacht te mogen studeren. Overigens hebben beide
heren zich, evenals de universiteit, vaak beroepen op hun
menselijkheid, hun hoge idealen, en de idealen van het
verzet, van de Februari-stakers etc.

Tot zoverre mijn potlood-aantekening, die waarschijnlijk uit 1986
dateert, en die ik vandaag, 24 juni 2013 geheel en geheel letterlijk,
heb overgenomen.

         Naar Index - Overzicht Bijlages

Maartens@xs4all.nl