De kwaliteit van het onderwijs
    Visitatie Wijsbegeerte  door VSNU
=
Vereniging van Samenwerkende Nederlandse Universiteiten
april 1991

         Naar Index - Overzicht Bijlages

In Nederland - en het zal de intelligente lezer(es) ongetwijfeld verblijden - zijn in deze eeuw vele honderden miljoenen geinvesteerd in academische wijsbegeerte en is meer aan salarissen (in ambtenaren schaal 110 etc.) voor academische Nederlandse Wijsgeren uitbetaald in, zeg, de afgelopen 25 jaar, dan aan alle filosofen aan alle universiteiten in de hele wereld tot 1900.

Het nuttig resultaat in termen van intellectuele vooruitgang of verbetering is precies nul en niks - tenzij het de lezer(es) verblijdt dat honderden duizendsterangs intellectjes, eigenlijk net goed genoeg voor eenvoudige burocratische arbeid of de meer simpele aspecten van de drugsimport, in Nederland verheven zijn tot de status van "academisch wijsgeer", om in die positie al het mogelijke te doen om het niveau van de filosofie in Nederland zo laag te houden dat zelfs een prof.dr. Meletus Verhoeven kan pretenderen integer en intelligent te zijn, tegen een salaris van 125.000 ambtelijke guldens jaarlijks (aangevuld met zijn poseren als advertentie-schandknaap voor uitzendbureaus, met naam, portretfoto, handtekening en academische titel, zoals de Amsterdamse tramreiziger in de maand maart van het jaar 1997 heeft kunnen vaststellen: "Een mens is nooit te oud om te leren", laat deze Nederlandse academische volgeling van Socrates en Spinoza de wereld dan ook weten via de Amsterdamse reclame-zuilen, zo bijzonder origineel, als evidente enige vrucht van zijn veeljarige academische hoogbetaalde denkwerk aan de UvA).

Meer terzake: ik had vanaf 1977 mondelinge en schriftelijke kritiek op het gruwelijk slechte onderwijs in de filosofie aan de UvA, dat alleen verstrekt werdt door evidente minkukels, en waar vrijwel alleen leden van de CPN aanstellingen kregen, tussen 1970 en 1995.

En ik had o.a. mevr. prof.dr. Bartsch in 1987, 1988, en 1989 geschreven over het zorgwekkend lage peil van het onderwijs, en haar mijn gepubliceerde stukken toegezonden. Mevr. Bartsch - een uit Duitsland afkomstig hoer van de Rede, hiernaartoe gerecruteerd omdat er - uiteraard - in Nederland geen behoorlijke Nederlandse taalfilosoof te vinden was, tussen duizenden marxisten, neo-marxisten, en post-moderne Derridada-verafgoders - liet mij mondeling weten "tat iek miet oew krietiek nichts fan toen hep oent oe kaat maar naar die rekter als oe tat wiel" (want de zeergeleerde UvA-Sprachphilosophin spreekt nog steeds, na ca. 25 jaar uitvreten van een Nederlands academisch salaris, een Nederlands waarvoor prins Bernhard zich al in 1938 schaamde, en wist van het proces dat ik gewonnen had), en schriftelijk dat "uw kritiek niet tot mijn vakgebied behoort" - en dit goldt o.a. ook mijn fraaie stuk "Multatuli en de Filosofie", waarin ik zelf een onderscheid trok tussen wat ik theoretische en praktische filosofie noemde, anno 1987.

In 1988 werd mijn afstuderen onmogelijk gemaakt aan de faculteit voor filosofie, dankzij de heldhaftige, vastberaden en standvastige inzet van drs. Bolten (een jezuitische marxistische homo uit Nijmegen, dus volledig Politiek Correct, en daarom nu werkzaam bij het ministerie van Onderwijs), dr. Swart (ondertussen kennelijk opgenomen in een krankzinnigen-inrichting, en terecht), prof.dr. Meletus Verhoeven (zo integer dat ie deze maand te kijk hangt als adverentie-schandknaap voor Randstad Uitzendbureaus aan de Amsterdamse tramhuisjes) en de zwaar integere prof.dr. Renate - "iek hab miet oew krietiek nichts fan toen" - Bartsch, een dame met een typisch Duitse morele integriteit.

In 1990 kwam de visitatie-commissie van de Vereniging van Samenwerkende Nederlandse Universiteiten op bezoek, om het niveau van filosofie onderwijs te peilen aan de UvA en de overige Nederlandse universiteiten. Tot mijn niet geringe verbazing (het betreft uiteindelijk collega's van de gekritiseerden, lezer) konkludeerde deze commissie, geheel conform de waarheid, en misschien enigszins gestimuleerd door de stukken die ik hun inspecteur ter hand had gesteld, dat het peil van filosofie-onderwijs in Nederland over het geheel genomen zorgwekkend slecht is.

Het zou nu leuk zijn dit met feiten en getallen te kunnen illustreren over de UvA, maar daar heeft de lezer buiten Frau Professor Doktor Bartsch, de integere en begaafde UvA-Sprachphilosophin, gerekend, en ook buiten de academische mores. De commissie kondigde namelijk een jaar van tevoren aan dat ze onderzoek zou gaan doen, en spoorde de filosofie-faculteiten aan zelf ondertussen een onderzoek te doen naar hun eigen vermeende kwaliteiten en gebreken en deze, samen met wat cijfers over studentenaantallen, studieresultaten etc. etc. aan de commissie te rapporteren (net als in communistisch China, maar de meeste academische wijsgeren toen waren ook ex-communisten, dus enigszins begrijpelijk was de maatregel wel).

Dit gaf Frau Bartsch de kans om, samen met haar collega's, zoveel mogelijk cijfers en resultaten te verdonkeremanen; alle rapportage-mogeliijkheden binnen de UvA, waar een adekwaat en waarachtig beeld over de wanprestaties van de filosofen op zou kunnen worden gebaseerd te verduisteren; en bovendien te doen alsof de faculteit, o zo toevallig, net bezig was haar hele beleid te wijzigen: er zou vanaf 1991 geen marxistisch verantwoord feminisme, geen post-modern bejubel van de homofilie, en geen dialektische studies "ten behoeve van de vakbeweging, de vrouwenbeweging en de milieubeweging" gedaan worden (altijd door partijleden van de CPN of Groen Links, want menselijke integriteit is belangrijk aan de UvA), waar de academische filosofen zich tot dan toe, 25 jaar lang, op hadden toegelegd, maar alle filosofie-onderwijs zou nu, in 1991, verdeeld worden in ..... theoretische en praktische filosofie

Frau Bartsch had mijn carriere geruineerd, en mij zeer vals en schijnheilig geschreven dat mijn stukken "niets met mijn vakgebied van doen hebben", mij laten weten dat "tat iek miet oew krietiek nichts fan toen hep oent oe kaat maar naar die rekter als oe tat wiel" maar ze had ze wel gelezen, en stal er dus ook uit, als echte hoer van de Rede. (Oe kaat maar naar die rekter, Frau Dokter, mit ihre moralische Einwaende! Oe hep ain kans sjeunes hois ien Moiden, op kosten van de Nederlandse belastingbetaler, die van u nooit iets van enige academische distinctie als tegenprestatie heeft ontvangen, en ik wil best voor een rechtbank uitleggen en herhalen en versterken wat ik van uw soort academici vind.)

Het probleem is dus dat de rapportage over de UvA erg slecht en vaag is, bij gebrek aan door Bartsch en Verhoeven verduisterde relevante gegevens, al concludeert de commissie geheel terecht dat het niveau van onderwijs in de filosofie aan de UvA "zorgwekkend slecht" is (geciteerd naar de NRC).

Ik heb daarom, in arren moede, besloten u een kort uittreksel van het rapport van de commissie over de academische filosofen te Utrecht te leveren, en wacht maar op een rechtszaak of iets dergelijks om adekwaat de puinhopen van bedrog, pretentie en uitvreterij bij de filosofen van de UvA ten toon te kunnen stellen.

Ik wil, in het kader van de onder Amsterdamse academische filosofen indertijd zeer populaire gelijkwaardigheid, relativiteit van alle moraal, en niet-bestaan van de waarheid, nog wel opmerken dat ik wel wil aannemen de enige te zijn die filosofie gestudeerd heeft aan de UvA met een IQ dat de 118 behoorlijk ontstijgt - immers: zo moeilijk was het niet om in te zien hoe gruwelijk slecht het onderwijs in filosofie aan de UvA was (en nog steeds is, want in meerderheid precies dezelfde oplichters werken er al 25 jaar) en als niemand anders dat zag, dan kan dat alleen adekwaat verklaard worden door aan te nemen dat niemand anders daartoe intellectueel en moreel in staat was. (Ik ben heel wat keer voor "fascist" e.d. uitgemaakt omdat ik meen dat intelligentie voor een flink deel aangeboren is: Tussen 1970 en 1995 golden aan de UvA alle mensen als "gelijkwaardig" en als "gelijk begaafd" (niks geen "excellentie", zoals het modewoord van nu luidt!), en werd op zeer grote schaal onderwezen dat wat een mens is en wordt "een keus" is, waar begaafdheid, aanleg, interesse e.d. niets mee van doen kunnen hebben, want die bezitten we allemaal, van Van Thijn tot Einstein, van Eichmann tot Sacharov, in Politiek Correcte volledige gelijkheid en gelijkwaardigheid: Volgens de UvA en het aan de UvA tussen 1970 en 1995 onderwezene geldt de diep-dialektische waarheid dat "We are all equal but some are more equal than others").

Volgens de UvA wordt u een Einstein, Mandela, of Socrates, of een Hitler, Eichmann of Mao Tse Tung niet vanwege uw aanleg, uw inzet of nalatigheid, uw eigen morele en intellectuele normen etc. maar vanwege uw eigen, volstrekt moreel relatieve, "keus" in het "maatschappelijk systeem" en "het historische dialectische moment" waarin u leeft: niks geen persoonlijke verantwoordelijkheid, niks geen persoonlijke inzet, niks geen aangeboren talent of handicap! We zijn allemaal geheel gelijk en gelijkwaardig - omdat de domme doorsnee dat zo graag hoort, en de democratische meerderheid vormt - en het overigens tot de wijsheid van deze doorsnee behoort dat als je mensen maar lang genoeg voorliegt dat iedereen gelijkwaardig zou zijn de discriminatie en vervolging waar de menselijke doorsnee zich al de gehele menselijke geschiedenis zo vaak en zo vreugdevol aan overgegeven heeft mysterieus verdwijnen, kennelijk op basis van eenzelfde principe als aanneemt dat alle voetbalsupporters van Ajax en Feijenoord de intellectueel en moreel gelijkwaardigen van Amsterdamse academische filosofen en van Gandhi, Mandela, en Sacharov zijn.

De nieuwsgierige lezer(es) vindt aan het eind van dit stuk een kleine en instructieve IQ-test (vrees niet, lezer(es): het geldt vooral het intellect van de academici van de Visitatie-commissie).


Ik begin met een citaat uit het voorwoord van de Visitatie-commissie:

"De hoofddoelstellingen van een universitaire opleiding in de filosofie
kunnen als volgt worden geformuleerd:

1. Het ontwikkelen van een zelfstandig, kritisch denkvermogen, vooral ten
opzichten van vooronderstellingen van menselijk handelen in het al-
gemeen, en van de theorievorming die op verschillende niveaus met dat
handelen verweven is.

2. Het ontwikkelen van de typisch filosofische vaardigheden die nodig zijn
om helder te formuleren en debatteren.

  1. 3. Het verkrijgen van inzicht in:
    a. De historische ontwikkelingen die geleid hebben tot hedendaagse
    fundamentele vooronderstellingen op diverse gebieden van menselijk
    handelen.
    b. De belangrijkste stromingen van het hedendaagse wijsgerige denken."

"VSNU - Visitatiecommissie Wijsbegeerte, rapport van maart 1991"


Ook in Utrecht had men het bezoek van de visitatie-commissie aangegrepen om het de commissie zo moeilijk mogelijk te maken de feiten boven tafel te krijgen. Het rapport opent met de volgende "INLEIDENDE OPMERKING": "Omdat de visitatie op een moment werd uitgevoerd waarop de faculteit zich reorganiseerde, wijst de commissie erop dat de conclusies van dit rapport betrekking hebben op het onderwijs dat ze heeft aangetroffen." om wat verder te vervolgen met de eerste van een reeks constateringen die ik gewoon gedeeltelijk overneem.

Het spijt me, lezer, als u wat volgt enigszins vervelend vindt, maar ik raad u aan, indien u tenminste beter wilt begrijpen waar die vele honderden miljoenen die de afgelopen 25 jaar wel in zogeheten academisch onderwijs voor en door filosofen zijn geinvesteerd en niet in bijvoorbeeld ontwikkelingshulp, of verbetering van het onderwijs in de beta-vakken (waar een zeer grote behoefte aan is) aan besteed zijn.

Mocht u vinden dat ikzelf wat veel nadruk leg op het financiele aspect, bedenk dan dat al mijn academische leeftijdsgenoten bijna gepensioneerd zijn, minstens twintig jaar in academisch Schlaraffenland geleefd hebben, zonder enige verplichting of verantwoordelijkheid en gewoonlijk ook zonder enige (behoorlijke) wetenschappelijke publicatie, allemaal een Zwitserleven tegemoet kunnen zien, gezien hun academisch inkomen en pensioen, en dat uw ondergetekende "967 gulden in de maand" waard is, in dit land, en meent dat de enige in Nederland "maatschappelijk relevante" en gehandhaafde norm schijnheiligheid in dienst van financieel eigenbelang is.

Ik ben alleen wat eerlijker en wat intelligenter, en dus veel armer, dan de Nederlandse academisch onderhouden wijsgeren, en neem hun vak en hun pretenties dan ook veel serieuzer dan zij zelf. Maar terzake - en wat volgt zijn, behoudens mijn commentaren, allemaal letterlijke citaten:

De commissie constateert het volgende:

        De zelfstudie voldoet formeel aan de door de VSNU gestelde eisen [formeel!]

        De zelfstudie geeft een scherp beeld van een aantal bestaande problemen [anders dan in Amsterdam, lezer]

        Uit de zelfstudie spreekt een zekere gelatenheid die nauwelijks een stevige basis biedt voor een krachtdadige aanpak van de bestuursproblemen [wat wil je: ze hebben allemaal allang een vaste aanstelling]

        Het cijfermateriaal is redelijk inzichtelijk [anders dan in Amsterdam, lezer]

        De analyse van het rendement is gebrekkig [Ik ken geen niet-gebrekkige analyses van de hand van levende Nederlandse academische wijsgeren, dus verbazen doet me dit niet, al vermoed ik dat "gebrekkig" een academisch eufemisme voor "afwezig" is]

        Een lijst met stafleden ontbreekt [ongeregistreerde hoogbetaalde volledig onbekende Nederlandse academische wijsgeren! Nu weet u waar u belasting voor betaalt!]

De commissie stelt het volgende vast

        De studiegids is slecht opgezet en moeilijk te consulteren [als in Amsterdam]

        Het basisdoctoraalprogramma is moelijk te vinden [als in Amsterdam]

        In de voorlichtingsbrochure en de voorlichtingsfolder wordt een te rooskleurig beeld van de arbeidsmarkt gegeven [en aankomende academici dus gewoon bezwendeld, vanwege de Staatsbijdrage van ca. 20.000 gulden jaarlijks die de Staat betaalt aan de universiteiten om de incompetente academici te betalen die niet in staat zijn hen behoorlijk onderwijs te geven]

De commissie constateert het volgende:

        De autonomie van de vakgroepen is dermate groot dat hierdoor het facultaire onderwijsbeleid ernstig bemoeilijkt wordt [als in Amsterdam: er is gewoon geen onderwijsbeleid, afgezien van lege praatjes: iedere docent rotzooit ongecontroleerd maar wat aan, bij wijze van beleid]

        Tussen systematici en historici woedt in sommige gevallen een merkwaardige en overbodige stammenstrijd [dit is academisch filosofisch Nederlands dat vertaald luidt: De (ex-)marxisten en postmodernen (Derridada-blablah e.d.) hebben de macht in Utrecht nog niet volledig in handen, anders dan in Amsterdam]

        Het basisprogramma vertoont een aantal ernstige lacunes [als in Amsterdam, en niet alleen het basisprogramma is daar een grote gapende lacune opgetrokken uit onvermogen, pretenties en schijnheiligheid: dat geldt de hele zogeheten "studie"]

De commissie constateert het volgende:

        Het rendement is zorgwekkend laag [als in Amsterdam: iedere student is alleen maar een voorwendsel om het salaris van een stel luie incompetenten te betalen, en die luie incompetenten zijn echt niet geinteresseerd om te zorgen dat hun studenten tijdig of behoorlijk afstuderen]

        Het onderwijs in vaardigheden heeft nog geen gewenste vorm gekregen [wat die "vaardigheden" zouden zijn laat de commissie na te vermelden, maar ook zonder precisificering geldt dit in het algemeen, en ook in Amsterdam]

De commissie constateert het volgende:

        Vooral de overgang van het basisdoctoraal naar de latere fase van het doctoraal levert moeilijkheden op [als in Amsterdam, waar ik uitgebreid over kan meespreken: zie mijn brieven aan de faculteit en het CvB uit 1988, toen het nog niet Politiek Correct was over het geboden gepolitiseerde slechte onderwijs te vallen]

        De voorgenomen verschraling van het basisdoctoraal dreigt deze moeilijkheden nog groter te maken [als in Amsterdam]

Met instemming constateert de commissie het volgende:

        Aio's zijn tevreden met de begeleiding die ze krijgen [Wat wonder! "Wiens brood men eet" en hoopt te blijven eten tot het Zwitserlevenpensioen rond het 50ste "diens woord men spreekt", toch?]

        Aio's geven alleen onderwijs op het gebied dat bij hun eigen onderzoek aansluit [de commissie is hier blij mee, lezer, omdat de commissie weet dat ze overigens geen relevante kwaliteiten kunnen hebben, gezien het peil van het onderwijs waaraan zij blootgesteld zijn geweest]

De commissie constateert het volgende:

        De faculteit acht zich (volgens de zelfstudie) niet geroepen om over de arbeidsmarkt informatie te verschaffen. Deze opstelling acht de commissie laakbaar. [Tsja: er is geen arbeidsmarkt voor filosofen in Nederland, tenzij ze onbekwaam zijn, en bijzonder goed kunnen liegen, en dan vinden ze hun weg ook wel naar de politieke partijen (en heten Bolkestein, Voorhoeven etc.). In Amsterdam luidde de waarachtige voorlichting over de arbeidsmarkt tussen 1970 en 1985 als volgt: wie geen lid van de CPN is wordt vrijwel zeker geen academisch filosoof, en wie geen vrouw is, hoe briljant ook, heeft ook weinig kans. De enige man (?) die aangenomen werd waarvan ik weet heb was dan ook helemaal geen filosoof, maar een figuur dat sociologie gestudeerd had, in een boekenwinkel werkte, en lid van de CPN was. Bent u daar nog, hooggeleerde Pekelharing? Hoe zoet smaakt het loon der Revolutionaire Integriteit? Hoe fraai is uw tweede woning te Frankrijk?]

        Er bestaan geen structurele contacten met afgestudeerden [Wat een "structureel contact" is weet ik niet zo goed - ik denk bijv. aan drs. Connie Palmen terwijl ze structuralistisch verantwoorde plassex bezigt met prof. Meletus Verhoeven, ten behoeve van een echt postmoderne advertentie-campagne om studenten naar de UvA te lokken. Overigens: net als in Amsterdam, waar ik, toen ik eenmaal afgestudeerd was, met achterlijke computeruitschijtsels zogenaamd ondertekend door drs. Jan-Karel Gevers, die mij voorhield hoe gelukkig ik zou moeten zijn als "alumnus van 0nze Universiteit", en, uiteraard tegen betaling, verdere "structurele contacten" met hem zou mogen genieten. Nou, nee.]

De commissie constateert het volgende:

        De studiebegeleiding wordt gekenmerkt door een te afwachtende houding [Academisch Nederlands voor: stelt feitelijk niets voor - als in Amsterdam]

        Propedeause-studenten krijgen slechts op het einde van het eerste jaar een teken van begeleiding in de vorm van een zakelijk niet orienterend advies [Als in Amsterdam: Je betaalt tegen de 4000 gulden aan collegegeld en boeken; de Staat betaalt rond de 20.000 gulden aan je Universiteit, omdat je zo gek bent geweest je in te laten schrijven bij filosofie; maar het hele jaar is er geen enkele doctent die je enig behoorlijk advies in wat dan ook kan of wil geven.]

        Doctoraalstudenten kiezen zo laat mogelijk een individuele docent als begeleider uit vrees zich anders voorbarig te binden aan een vakgroep [Dit lijkt mij weer academisch Nederlands voor: Er zijn geen behoorlijke begeleiders voor doctoraal-studenten; er is geen enkele Nederlandse academische filosoof van enige internationale distinctie; het gemiddelde IQ van de postmoderne academische zwaarbetaalde Nederlandse filosoof is 118, als het dat al haalt, waarmee hij/zij gelijk begaafd is, wat intellectuele meetbare aanleg is, met de buurtmelkboer van een jaar of 30 geleden, die ik persoonlijk trouwens moreel en intellectueel veel hoger aansla.]

        De samenwerking tussen de eerstejaarsstudiebegeleider, de doctoraalbegeleider en de studie-adviseur is ondoorzichtig. [Het betreft allemaal academische intellecten, dus dit zal wel weer academisch Nederlands zijn: Er was een dusdanige rotzooi gecreeerd dat de commissie helemaal niets uit kon vinden. Als in Amsterdam, dus]

        Het studieprogramma wordt door studenten niet als te moeilijk ervaren [Het woordje "te" is een nogal verduisterende operator hier, maar dat daargelaten: het studieprogramma zal, als in Amsterdam, schandalig armzalig, stompzinnig slecht, gruwelijk "onderwezen" en slecht verzorgd zijn.]

De commissie constateert het volgende:

        Geschreven werkstukken worden niet in alle gevallen besproken [Als in Amsterdam: ooit schreef ik, na een afspraak, 40 pagina's over Kant's "Prolegomena" voor prof.dr. Duintjer, die indertijd, naar eigen zeggen, in de ban van een 18-jarig vet Oosters mystiek genie was, en met een kralenketting even verdwaasd uit zijn ogen liep te kijken als Albert Mol tussen de Bagwan-adepten, en dus naar mijn mening gewoon psychotisch was geworden. Hoe het zij, Duintjer vertelde mij, toen ik het wilde inleveren, dat iemand van zijn statuur "nooit scripties leest die langer zijn dan 10 paginaas. U kunt dit" (verachtelijk gebaar van de mystieke fanaat) "dus weer mee naar huis nemen". Wat ik deed. Dag prof.dr. Otto Duintjer! Hoe gaat het met de, naar uw eigen zeggen "hogere bewustzijnstoestanden" waarin u 15 jaar gedoceerd hebt, altijd tegen een uitstekend salaris, en zonder enige verplichting of verantwoordelijkheid? Bent u nog steeds zo integer en zo geloofwaardig deel van een of andere debiele Celestijnse belofte, voor academici van uw intellectueel niveau?] (*)

        De kwalitatieve en kwantitatieve criteria die aan scripties gesteld worden verschillen sterk naargelang de persoonlijke voorkeur van docenten [Als in Amsterdam, en dit is academisch Nederlands voor: Er zijn in het geheel geen gehandhaafde criteria: het beleid is dat iedereen maar wat aan rotzooit, en de problemen opvult met bluf, leugens, en loze praatjes.]

        Het onderwijs in schrijfvaardigheid laat te wensen over. [Als in Amsterdam, en dit zal wel weer academisch Nederlands zijn voor: Is er niet, hoewel dat dringend nodig is, gezien het gruwelijk lage niveau van de doorsnee VWO-student (wiens schuld dat ook niet is).]

De commissie stelt het volgende vast:

        De schotten tussen de vakgroepen hebben een negatieve invloed op het onderwijsproces: het gebrek aan onderlinge gedachtenwisseling verhindert het tot stand komen van de in de filosofie zo hoog nodige coherentie, en werkt demotiverend op de studenten.[Dit is weer zeer academisch Nederlands. Wat er staat is dat de academische filosofen in Utrecht, net als die in Amsterdam, eenvoudig niet in staat zijn tot nadenken: anders zouden ze immers gedachten hebben, die ze konden wisselen.]

Dan is er dit:

De commissie stelt met verbazing vast dat, volgens de zelfstudie, noch het faculteitsbestuur, noch de studierichtingscommissie over middelen beschikt om de kwaliteit van het onderwijs te bewaken.

Net als in Amsterdam, waar het niet zozeer een kwestie van gebrek aan middelen is (er gaan miljoenen om aan een faculteit), maar een kwestie van gebrek aan wil: ik heb tientallen keren, aan drie faculteiten (filosofie, skandinavistiek en psychologie), en diverse keren aan de universiteitsraad gevraagd om de kwaliteit van het onderzoek of onderwijs te onderzoeken, maar het antwoord was altijd hetzelfde, en het CvB had haar eigen uit de vakbond afkomstige lid daarvoor, dat dat in de tachtiger jaren honderden keren, met z'n vakbondshersentjes, mocht uitjubelen:

"Er is geen enkele objectieve manier om de kwaliteiten van het onderwijs of onderzoek vast te stellen; iedereen is gelijkwaardig aan de UvA; en kwaliteits-onderzoek is geheel onnodig, kost veel geld, leidt alleen tot ruzie, en vindt daarom niet plaats"

Ik vermoed dat het in Utrecht niet veel anders lag (en ligt).

De commissie stelt het volgende vast:

         De huisvestiging van de faculteit vormt een beletsel voor de goede uitoefening van haar onderwijstaak. [Ik vrees dat dit zeer eufemistisch academisch Nederlands is - na de bovenstaande bloemlezing - voor: De faculteit is in het geheel niet berekend op haar onderwijstaak, en bestaat vnl. uit incompetente academische uitvreters met een vaste aanstelling, die zelfs met een wettelijk vonnis niet weg te branden zijn uit de hoogstbetaalde minst vergende meest pretentieuze posities die Nederland kent. Als in Amsterdam dus.]

         Met name de ruimtelijke scheiding van de collegelokalen en instituut (die zich op verschillende etages bevinden) belemmert de directe omgang tussen docenten en studenten.[Zeer zwaar academisch Nederlands - in plat Amsterdams: een lulsmoes - voor: de staf is onbekwaam en ongewillig om te werken, en verschuilt hun totale onvermogen achter de meest bete en laffe leugens en uitvluchten. Als in Amsterdam, dus.]


We zijn eindelijk gearriveerd bij een eenvoudige IQ-test voor Nederlandse academische lezers en lezeressen:

Dames en heren, gezien de bovenstaande litanie van klachten, hoe academisch-eufemistisch ook verwoord: Wat is, dunkt u, het eindoordeel van de commissie over het gebodene?

Helaas, een dikke nul: uw intelligentie of uw naiviteit is te hoog voor de Nederlandse academische doorsnee:

EINDOORDEEL (over de Utrechtse academische wijsgeren):
In het algemeen is de commissie van oordeel dat ondanks de gesignaleerde negatieve punten hier toch sprake is van een redelijk goede opleiding in de wijsbegeerte.

Het is onmogelijk om het rapport van de commissie over de UvA adekwaat te bespreken (binnen dit bestek). Maar het is wel mogelijk het eindoordeel van de commissie over Amsterdam te citeren:

EINDOORDEEL (over de Amsterdamse academische wijsgeren):
De hier genoemde zwakke punten [die ik u bespaar] maken duidelijk dat, ondanks de genoemde sterke punten [die ik u ook bespaar], DE KWALITEIT VAN HET ONDERWIJS ALS GEHEEL REDEN GEEFT TOT GROTE BEZORGDHEID.

Als het Utrechtse academische onderwijs voor wijsgeren, na de bovenstaande gedeeltelijke litanie van klachten "een redelijk goede opleiding in de wijsbegeerte" is, volgens de commissie, hoe gruwelijk slecht.moet het academische onderwijs voor wijsgeren aan de UvA wel niet zijn?

En daar moet ik dus ook nog eens 42000 gulden Studie-financiering voor betalen, en in gepaste dankbaarheid mijn mond over houden? Kom nou: ik heb geen Nederlands modaal academisch intellect en geen uit elastieke bluf en schijnheilige leugens gecomponeerde moraal: ik ben bedrogen, belogen en opgelicht door een grote verzameling incompetente pure charlatans, en precies hetzelfde geldt iedereen die aan de UvA filosofie "gestudeerd" heeft tussen 1970 en 1995. En dat niemand anders daar wat van zegt toont alleen maar aan dat er verschillen zijn tussen individuele mensen en individuele intellecten, en dat het niveau van de filosofie-beoefening in Nederland "zorgwekkend slecht" is.

Waarom is dat zorgwekkend, lezer? Ik verwijs u naar de bijlages, bijv. naar mijn verhandeling voor de Universiteitsraad van de UvA, of mijn brieven aan de filosofie-faculteit of aan het CvB uit 1988 of 1989. Zie ook "Ik wil gelezen worden", "Mandarijntjes met een IQ van 118", "De ideologische aap", "Hoeren van de Rede", "Echte wetenschap", "Waarheid en waarde" en "Yahooisme en democratie".


Colofon:
Geschreven in maart 1997. De citaten uit het rapport van de commissie zijn allemaal letterlijk, en in de volgorde waarin ze voorkomen in het origineel.

Mijn bron wordt door de Visitatie-commissie zelf als volgt omschreven, en ik citeer:

"Titelbeschrijving:

VSNU-visitatiecommissie Wijsbegeerte (1991),
Rapport waarin de Visitatiecommissie Wijsbegeerte haar bevindingen ten aanzien
van het onderwijs binnen de studierichtingen Wijsbegeerte, en Wijsbegeerte van
wetenschap, technologie en samenleving heeft vastgesteld.

Utrecht: VSNU, 1991; 94 p. + bijlagen.


Vereniging van Samenwerkende Nederlandse Universiteiten
Leidseveer 35
Postbus 19270
3501 DG Utrecht

Extra exemplaren zijn te bestellen door overmaking van f 25,- op gironummer
1596415 van de VSNU onder vermelding van Visitatierapport Wijsbegeerte."

Einde citaat. Ook ik heb die 25 guldens voor 94 paginas + bijlagen in 1991 betaald, op de aangegeven wijze. De wijsgerig geinteresseerde Nederlandse lezer(es) zij verder verwezen naar de VSNU, en ik adviseer ouders met kinderen die graag filosofie zouden studeren een ernstige studie van deze lectuur aan voordat ze besluiten hun geld of tijd in de Nederlandse academische filosofie te investeren. Zie ook mijn recente brief aan de rechter inzake studiefinanciering en de UvA, bij wijze van waarschuwing.

         Naar Index - Overzicht Bijlages


(*) Noot van 6 september 2007: Prof.dr. Duintjer is sindsdien weggegaan, wegbezuinigd, of gepensioneerd. Ik zie hem wel eens, bij een biologische-producten zaak, waar hij mij duister staat aan te kijken. Ik weet niet of hij mij herkent, en zag nooit enige reden hem aan te spreken. Hij draagt geen kralenketting meer.

Maartens@xs4all.nl