Over M.E., depressies en mijn woonsituatie

         Naar Index - Overzicht Bijlages

Ik beschrijf mijn toestand begin 1994 aan mijn arts:


12 januari 1994

Hier is een lijst van kenmerken van "depressie in engere zin" ontleend aan de DSM-III-R. Mijn bron is "Waaraan leed Eline Vere", uit "Psychologie 1, 1991":

Iemand lijdt aan depressie in engere zin als hij/zij aan tenminste 5 van de volgende voorwaarden voldoet:

Hij/zij lijdt:

1.    gedurende minstens twee weken (vrijwel) constant aan een depressieve stemming

2.    gedurende minstens twee weken (vrijwel) constant aan een uitgesproken verlies van interesse of plezier in vrijwel alle activiteiten

3.    aan een duidelijke gewichtsvermindering of gewichtstoename, of een vrijwel iedere dag aanwezige vermindering of vermeerdering van de eetlust.

4.    bijna dagelijks aan slapeloosheid of overmatige slaperigheid

5.    vrijwel iedere dag aan psychomotorische agitatie of psychomotorische remming

6.    bijna dagelijks aan moeheid of verlies van energie

7.    bijna elke dag aan schuldgevoelens of onredelijke gevoelens van waardeloosheid

8.    bijna dagelijks aan besluiteloosheid of een verminderd vermogen na te kunnen denken of zich te kunnen concentreren

9.    aan terugkerende gedachten aan de dood of aan zelfmoord.

Ik heb alle kenmerken behalve (7) en (9) - in varierende mate - gehad van begin 1989 tot ca. october 1993, en was me daarvan overwegend bewust (zij het niet precies in de bovenstaande termen, maar in die van mij bekende oudere psychiatrische handboeken, i.h.b. Spoerri, "Kompendium der Psychiatrie" en Arieti "The Intrapsychic Self"), en benoemde het zelf als "een situationele depressie", waar "situationeel" slaat op mijn hier bekend veronderstelde woon- en leef-situatie: Met M.E. op 10 meter afstand van 4 kroegterrassen open tot rond 2 uur 's nachts; in een huis met inpandige, door de huisbaas daar gevestigde, bij gelegenheid met moord dreigende harddrugshandelaars; en in een huis waar de schoorsteen vanaf de zomer van 1988 tot begin 1992 ingestort was en voortdurend onberekenbaar levensgevaar opleverde vanwege vergassing- of verbrandings-gevaar.

Mijn reden om "situationeel" als adjectief bij "depressie" te gebruiken was en is dat ik meende en meen dat mijn onleefbare woonsituatie de oorzaak van mijn depressieve gevoelens was. (De Codex Medicus spreekt van "reactieve depressie", maar ik vind mijn kwalificatie duidelijker.)

Omdat ik vrijwel zeker M.E. heb sinds januari 1979 - d.w.z. voortdurende excessieve vermoeidheid, spierpijn, en onvermogen lichamelijk meer te kunnen dan een klein percentage van wat gezonde mensen van mijn leeftijd normaal kunnen verrichten aan lichamelijke arbeid - en omdat er een aantal psychiaters zijn die menen dat M.E. geen somatische ziekte maar een vorm van depressie is het nuttig een aantal opmerkingen te maken hoe bovenstaande kenmerken voor mij golden, voorafgegaan door twee algemenere opmerkingen:

A. Ik lijd sinds januari 1979 aan excessieve vermoeidheid, spierpijn, en onvermogen lichamelijk meer te kunnen dan een klein percentage van wat gezonde mensen van mijn leeftijd normaal kunnen verrichten aan lichamelijke arbeid, en heb daarbij, zoals geheel vanzelfsprekend is, eerdere depressieverige periodes gehad, maar (1) nooit in de mate of duur als van 1989 tot 1993, terwijl (2) ik gedurende die 15 jaar alle stemmingen gehad heb die normaal zijn, van (herhaaldelijk) extatisch verliefd, vrolijk, geinteresseerd tot hun tegengestelden, zonder enige evidente correlatie met mijn lichamelijke welbevinden gedurende die tijd, dat al die tijd, zij het in varierende mate, niet goed was.

Het is bovendien zinnig op te merken dat ik mijn universitaire studie gevolgd en afgerond heb gedurende mijn ziekte, wat ik overigens zelf niet als een bijzondere prestatie zie, gezien mijn eigen intellectuele vermogens en het peil van de universitaire opleiding; gedurende mijn ziekte een studenten-partij opgericht heb; gepubliceerd heb; een (geestes-)zieke vriendin jarenlang verzorgd heb; en overigens, ondanks mijn ziekte, normale sociale kontakten onderhield met veel mensen totdat ik depressief werd in 1989, en dat dit soort feiten, zeker indien gerealiseerd door iemand die daarnaast voortdurend pijn heeft en voortdurend moe is, moeilijk te verenigen zijn met echte depressiviteit.

Bovendien ligt het voor de hand dat iemand die werkelijk langdurig spierpijn heeft en moe is (wat daar ook de reden van is), en die werkelijk langdurig in de boven omschreven situatie verkeert, genoeg feitelijke aanleiding heeft om zich gedeprimeerd te gaan voelen.

B. Ik heb een aanzienlijke hoeveelheid relevante psychologische, psychiatrische en medische kennis, en een zogenaamd wetenschappelijk wereldbeeld, en ik ben 43. Ik ben geen optimist waar het mensen en hun vermogens betreft, en overigens bijzonder goed geinformeerd over filosofie en wetenschapsfilosofie.

Het is een ervaringsfeit dat ik, in termen van de bovenstaande kenmerken, nooit eerder depressief geweest ben (gelet op "minstens 2 weken": ieder mens heeft depressieve momenten, uren of dagen), en dat het gevoel van depressiviteit zoals ik dat gehad heb van 89-93 voor mij, wat mate, duur en intensiteit betreft, niet eerder bekend was.

Tenslotte is het nuttig op te merken dat mijn depressiviteit sluipend ontstaan is, als gevolg van langdurige overbelasting, slaaptekort, pijn, en onvermogen uit de situatie te ontsnappen waar dit door veroorzaakt werd.

Wat betreft de kenmerken:

1. gedurende minstens twee weken (vrijwel) constant aan een depressieve stemming

Voor mij duurde dit ca. 4 jaar, maar de mate veranderde met de dag, nam toe met het verstrijken van de tijd en voortgaan van de ellende, i.h.b. de geluidsoverlast en de daaruit voortvloeiende onmogelijkheid, is gevolg van pijn en voortdurende overlast van de 4 kroegterrassen binnen 10 meter afstand van mijn slaapkamer, maanden lang meer dan hooguit 5 uur per dag te slapen, gemiddeld, terwijl ik er minstens 8 nodig heb om niet zieker te worden dan ik toch al ben, en niet meer pijn te lijden dan ik toch al lijd.

2. gedurende minstens twee weken (vrijwel) constant aan een uitgesproken verlies van interesse of plezier in vrijwel alle activiteiten

Idem, maar met drie kwalificaties:

(i) Ik heb een sterk verantwoordelijkheidsgevoel, en dat betekent dat ik voortdurend ben blijven proberen die dingen te doen waarvan ik vond dat ik ze behoorde te doen. Dit gebeurt dan gewoonlijk wel zonder plezier, en eerder bewogen door boosheid of plichtsgevoel, maar ik heb nooit last gehad van totale lusteloosheid.

(ii) Ik heb een talent voor filosofie, en schrijf al 25 jaar behoorlijk dwangmatig notities over filosofie, logika en alle andere dingen die mij intellectueel bezighouden. Enigszins tot mijn verbazing is dit gewoon door blijven gaan, al neem ik aan dat er een component escapisme achter zit, want wanneer ik over logika nadenk denk ik niet na over mijn woon- of leef- situatie.

(iii) Alnaarmate de onleefbare situatie langer duurde werd het steeds moeilijker plezier te scheppen in de vele kleine dingen waaraan ieder mens plezier kan ontlenen. Ik weet bijna zeker dat ik in 1991 en 1992 in het geheel niet gelachen of geglimlacht heb, en zo ja dan niet uit vreugde maar uit bitterheid of cynisme.

3. aan een duidelijke gewichtsvermindering of gewichtstoename, of een vrijwel iedere dag aanwezige vermindering of vermeerdering van de eetlust.

Ik at teveel, uiteindelijk uit ergernis, vermoed ik, en ben het afgelopen halve jaar behoorlijk afgeslankt, overigens zonder daar enige moeite voor te doen, en een kilo of 7 afgevallen.

4. bijna dagelijks aan slapeloosheid of overmatige slaperigheid

Mensen met M.E. slapen slecht; mensen met pijn slapen slecht; en mensen met 4 kroegterrassen binnen 10 meter afstand, 8 maanden per jaar gevuld met bezopen Jordanezen, slapen ook slecht, tenzij ze zelf bezopen Jordanezen zijn. Ik sliep slecht voordat ik jarenlang tussen het kroeggebral kwam te "slapen"; ik sliep nog slechter gedurende; en ik slaap nog steeds niet goed, vooral vanwege voortdurende spierpijn, al gaat het beter.

De voornaamste reden dat ik de laatste 4 jaar slecht slaap, afgezien van de terrassen-overlast en de woede daarover, is voortdurende spierpijn, die bovendien 's avonds erger is dan overdag.

5. vrijwel iedere dag aan psychomotorische agitatie of psychomotorische remming

Mijn - normale, menselijke - reactie op dingen die mij tegenwerken is irritatie, boosheid of woede, al denk ik ook dat mensen behoorlijk verschil- len in de mate waarin ze boos kunnen worden, en in hoe ze reageren op tegen- werking: vergeleken met mij geven de meeste mensen dingen sneller op, lopen sneller weg, worden sneller bang etc. Ik denk ook dat dit overwegend een temperamentele zaak is, die aangeboren is.

Hoe het zij, mijn psychomotorische agitatie is boosheid c.q. woede en wat daarmee samenhangt als spannings-ontlader: 1. Tandengeknars in mijn slaap, volgens mijn ex, en gebijt in de lakens, pyamajasjes etc. ervoor, wat ongeveer even bewust is als het pulken aan een jeukerig puistje: het gebeurt automatisch, tot het je opvalt, en 2. lichamelijke zenuwachtigheid (dus meer, vaker en sneller bewegen - lopen, staan, gebaren etc. - dan voor mij normaal is).

6. bijna dagelijks aan moeheid of verlies van energie

Zie onder (5): Moeheid is een M.E.-symptoom. Het is nuttig op te merken in dit verband dat ik jarenlang dagelijks moe ben geweest en spierpijn heb gehad zonder depressief te zijn, en ook dat ik extatisch verliefd en zeer gelukkig kan zijn terwijl ik dagelijks voortdurend moe ben en spierpijn heb (en dat psychiaters die dit soort ervaringsfeiten ontkennen een ander vak behoren te zoeken).

7. bijna elke dag aan schuldgevoelens of onredelijke gevoelens van waardeloosheid

Hier heb ik nooit last van gehad, want ik zag er geen reden toe, noch voor het een noch voor het ander. Ik ben wel bitter en boos over hoe weinig kansen ik krijg om mijn talenten behoorlijk te gebruiken, maar in het huidige Nederland heet een dergelijke houding onder talentloze mensen "arrogant" en wordt sterk afgekeurd.

Ikzelf meen grote talenten te hebben, en mij aanmerkelijk beter te hebben gedragen dan iedereen die ik ken met mijn achtergrond, maar ook dat het eerste aangeboren is, en het tweede, voorzover vrije keus, vooral teruggaat op het eerste, en op mijn opvoeding door zeer rechtvaardige en eerlijke ouders.

8. bijna dagelijks aan besluiteloosheid of een verminderd vermogen na te kunnen denken of zich te kunnen concentreren

Dit is niet erg precies geformuleerd, en ik zal iets over alle drie genoemde punten opmerken:

Besluiteloosheid: Het uitstellen en ontlopen van beslissingen, moeilijke situaties, confrontaties etc. is een neurotisch symptoom, dat kennelijk ontstaat omdat er teveel aandacht en energie in de neurose verdwijnt, en te weinig overblijft voor redelijk handelen en rationeel nadenken.

Ik heb daar zeker, overwegend welbewust, last van gehad, maar het is in een geval als het mijne moeilijk de juiste gewichten aan diverse mogelijke deeloorzaken - moeheid? pijn? neurotisch vermijden? zinnige inschatting van geringe kansen? - toe te kennen.

Verminderd denkvermogen: Alnaarmate ik moeier ben denk ik slechter en concentreer ik me slechter, en ik werd me in 1990 duidelijk bewust dat o.a. mijn geheugen achteruit ging, en weet dat overwegend aan slaaptekort.

Afgezien daarvan is het een feit, in mijn ervaring, dat wie langdurig in de problemen zit en daar niet uitkomt, steeds minder flexibel wordt - terwijl geestelijke flexibiliteit een teken van geestelijke gezondheid is.

Verminderd concentratie-vermogen: Zie hierboven, en daar en hier geldt dat beiden opgevoerd worden als ME-symptoom. Mijn eigen vermoeden is altijd geweest dat beiden teruggaan op vermoeidheid, maar hier kan ik me in vergissen.

9. aan terugkerende gedachten aan de dood of aan zelfmoord.

Ik denk zelf vrijwel nooit aan "de" of mijn dood omdat het me echt niet interesseert, conform de filosofische opvatting dat er geen enkel bekend en bewust verschil is tussen wanneer ik dood ben, droomloos slaap, of voordat ik verwekt werd, voorzover het mijn bewuste ervaringen betreft.

Ik ben suicidaal geweest begin April 1991, en de reden daarvan was dat ik, naast alle toen al jaren voortdurende en onontkoombare ellende, rheumatische pijn in m'n handen kreeg, en gedurende een paar maanden nog ellendiger sliep dan de jaren ervoor.

Wat er toen gebeurde, van Januari tot April 91, was dit: Terwijl ik aan de ene kant nog steeds probeerde vol te houden gebeurde het aan de andere kant vrijwel iedere nacht als ik naar bed ging, altijd met aanmerkelijke pijn, dat mijn bewustzijn behoorlijk dwangmatig begon te zeggen "Ik heb pijn; ik wil dood".

Dit was iets wat ik niet kon uitzetten, en ook iets wat ik onder de omstandigheden - niet alleen de geschetste, maar ook een vriendin + familie die niets deden om mij te helpen, en een "Uit naam van de Februari-staking" besturende met z'n "joodse identiteit" koketterende intellectueel en moreel totaal incompetente burgemeester, die mijn uit een NSB-familie afkomstige kennelijk in hard drugs handelende huisbaas beschermde, en ondertussen iedereen de barbaarse en totalitaire leugen wijs probeert te maken dat "alle mensen zijn gelijkwaardig", van Einstein tot Hitler, en van Eichmann tot Da Vinci en Gandhi, plus wat ik verder vind van de Westeuropese, in mijn (en Huizinga's en Ortega y Gasset's) ogen gedegenereerde en gedebiliseerde cultuur, plus wat ik hier verder maar als bekend veronderstel over mijn familie-achtergrond van Februari-stakende verzetsstrijders, in een KZ vermoorde grootvader, en vader die bijna 4 jaar Duitse concentratie-kampen heeft overleefd - ook niet als onbegrijpelijk of echt onzinnig kon kwalificeren, temeer niet daar ik mijn hele leven gemeend heb dat iedereen het recht op zelfmoord heeft.

Sinds April 91 is dit niet meer zo. Ik denk nog wel regelmatig - met iedere dag pijn en vermoeidheid - dat dood-zijn een einde maakt aan de voortdurende pijn en ellende, maar het is niet iets wat ik wil, en dat voornamelijk omdat (1) mijn leef-situatie sindsdien een stuk verbeterd is (2) mijn gezondheid minder beroerd en pijnlijk is en (3) ik denk dat het nog steeds mogelijk is dat ik dingen van waarde kan doen die mij voldoening geven.

Afgezien daarvan ben ik niet meer depressief sinds, in ieder geval, een paar maanden.

Tot zover de opmerkingen over de 9 kenmerken. Ik wil afsluiten met een algemene opmerking over depressiviteit:

Zoals het mij werd gegeven is het een abnormale bewustzijnstoestand, in ongeveer dezelfde zin als bijv. dronkenschap dat is: het kleurt je gehele bewustzijn, ongeveer zoals een verfstof dat doet wanneer deze in water of olie opgelost wordt.

Een goede metafoor is: een vergiftigde stemming. Het feit dat je je dit bewust bent, zoals ik dat overwegend was, verandert daar weinig aan, in het bijzonder niet wanneer, zoals in mijn geval, de oorzaken evident situationeel zijn.

Een redelijke theoretische gelijkenis is dat je hersens een circuit opzetten - uiteindelijk in fysiologische zin: een systeem van interacties van uitstoot en absorptie van neuro-transmitters en hormonen in bepaalde proporties - dat onderhouden wordt door geestelijke associaties en analogieen van gebeurtenissen en situaties met kenmerken die doen herinneren aan de situatie die aanleiding gaven tot het ontstaan van het circuit.

Nu ik een maand of 8 uit de situaties ben die aanleiding gaven tot het ontstaan van het circuit is het aan het afsterven, uit gebrek aan voldoende aanleiding om te blijven doormalen.

Het gevolg is dat mijn stemming een heel stuk beter is dan ie gedurende jaren was; dat ik, ook voor het eerst in jaren, behoorlijk veel en makkelijk lach (en het was een vreemd gevoel toen ik voor het eerst in zeer lange tijd in spontaan lachen uitbarstte, overigens vanwege het "Nederlands" dat paus Johannes Paulus II meent te spreken, en dat een directe weerlegging van de door katholieken veronderstelde pauselijke onfeilbaarheid vormt); en dat het voor mij nu zeer herkenbare gevoel van depressiviteit overwegend, maar nog niet volledig, verdwenen is.


Colofon:
Geschreven begin januari 1994 voor mijn arts. NB: korte tijd eerder hadden een stel dolle psychiaters in het Koninklijk Medisch Tijdschrift voor Geneeskunde een artikel gepubliceerd waarin zij schreven dat M.E. een vorm van depressie is. Dit was geen origineel idee, en is bovendien m.i. onzin. Sindsdien is er nogal wat onderzoek naar M.E. gepleegd, en ondertussen is gebleken dat M.E. inderdaad geen vorm van depressie is.

         Naar Index - Overzicht Bijlages

Maartens@xs4all.nl