Welcome to the ME in Amsterdam pages of Maarten Maartensz. See Help + Map + Tour + Tips + Notes + News + Home

 

Notities bij het van Traa-rapport - deel Amsterdam 2

Link naar begin Van Traa-rapport 

Link naar deel 1 van mijn notities (noot 1 - 50)

Link naar deel 3 van mijn notities (noot 80 - 100 )
Link naar deel 4 van mijn notities (noot 80 - 100 )
Link naar deel 5 van mijn notities (noot 151 - )

Ik heb het Van Traa-rapport in 1996 geleden tamelijk vluchtig doorgelezen, mij overwegend beperkend tot het deel Amsterdam, dat ik in oktober 2001 op mijn site geplaatst heb gezien het weigeren door de Gemeente Amsterdam ook maar het minste wettelijke, rationele of redelijke antwoord op mijn vorderingen en klachten te geven.

De algemene reden voor dat gebrek aan antwoord van de zijde van de Gemeente Amsterdam heet  incompetentie, corruptie, of ambtsmisdadigheid. Wie dit niet begrijpt of inziet heeft nog nooit de Nederlandse Wet doorgenomen (heel fraai op papier), en wenst zich niet te realiseren dat alleen in Amsterdam alleen in de soft drugs de laatste 10 jaar ca. een miljard gulden is omgezet, geheel illegaal, geheel ongecontroleerd, en voor een deel onder controle van levensgevaarlijke mafia.

De lezer van de rest van mijn site weet dat ik de gewoonte heb bij veel teksten aantekeningen te maken, en nadat ik in oktober 2001 het Van Traa-rapport deel Amsterdam geherformatteerd heb voor mijn site leek het mij niet onzinnig een aantal aantekeningen te maken. 

 

 


 

 

Link naar deel 1 van mijn notities (noot 1 - 50)


Noot 51: Ik ligt hier uit: "Amsterdam was nu in deze handel werkelijk een knooppunt van wereldwijde betrekkingen, een internationale markt, een illegale markt, waarop groothandelaren uit alle windstreken rechtstreeks en/of onrechtstreeks, via autochtone en allochtone groepen, hun waren kwamen aanbieden en/of kwamen kopen." En opnieuw: Vooral dankzij Van Thijn en Nordholt, en overigens alle andere burgemeesters en korpschefs sinds 1970 - men WIST wat er gebeurde, en men liet het toe en bestendigde het actief, en men weigerde allemaal enige persoonlijke verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid te nemen, die er in het geval van de burgemeesters, korpschefs en officieren van justitie in had moeten bestaan het gedoogbeleid ter sprake te brengen en actief totale legalisatie van soft drugs te verlangen, eenvoudig omdat het gedoogbeleid evident de belangen van de criminaliteit diende en nog steeds dient, al 30 jaar lang.    TekstN51


Noot 52: Ik selecteer uit deze alinea: "In de tweede plaats moet de niet onbelangrijke kanttekening worden gemaakt dat deze opbloei van Amsterdam als een centrum van georganiseerde criminaliteit gepaard is gegaan met een duidelijke stijging van het gebruik van geweld, dodelijk geweld dan, tegen (voormalige) medestanders en tegenstanders. In de richting van de overheid, politie en justitie, kwam het in de betrokken jaren niet zo ver dat ook hun dienaren rechtstreeks onder vuur kwamen te liggen. " Kortom, zoals ik opmerkte in Noot 38 (en reeds in 1990 en 1992 in mijn klaagschriften aan B&W):  De burgemeesters, de wethouders en de korpsleiding werden niet bedreigd en hooguit omgekocht - en deden dus niets, en zagen lijdzaam toe hoe de stad verrotte, criminaliseerde, verjunkte, en verarmde.

En ik selecteer: "Wel kan worden geconcludeerd dat nogal wat groepen die hiervoor de revue zijn gepasseerd, binnen de overheid, inclusief «Schiphol», corruptief getinte contacten hadden en dat enkele onder hen ernstige en deels geslaagde pogingen ondernamen om via corrupte (politie-)ambtenaren binnen te dringen in de overheid, bij voorrang de politie, om zo te kunnen achterhalen wat deze (niet) wist, meende te weten en van plan was." Dit is MIJ duidelijk sinds 1970 en 1989, en is een van de reden dat ik zeer skeptisch en voorzichtig ben over mijn contacten met de Neerlandse overheid: Naar mijn inschatting heb ik gewoonlijk met incompetenten van doen, en mogelijkerwijs bovendien met corrupten of ambtsmisdadigers.

Ik denk ook dat aangezien de drugshandel en het gedoogbeleid nu minstens 20 jaar uitgesproken en opzettelijk beleid geweest zijn in Amsterdam en Nederland de aanname gerechtvaardigd is dat er sprake is van grote corruptie onder politie-personeel, gemeente-bestuur, en mogelijk politici. Ik kan anders niet rationeel verklaren hoe honderden zo niet duizenden hoogbetaalde Neerlandse wetshandhavers dekaden lang God's water over God's akker hebben laten lopen, wetend dat dit miljarden opleverde aan in Neerland woonachtige drugsmafia, en ziende hoe de binnensteden van Amsterdam, Den Haag en Rotterdam verloederden en verjunkten.

Men leze nogmaals: Oud-Korpschef Hessing: "Het Nederlandse drugsbeleid deugt niet."        TekstN52


Noot 53: Ik houd van goed Nederlands en helder taalgebruik. Ik vind het dus "bepaald gewichtig om te constateren" dat het woord "gewichtig" een Germanisme is en - als we ons daar dan toch aan overgeven - typische Wichtigmacherei. Het taalgebruik in deze alinea is trouwens plotseling nogal tot zwaar burokratisch. Andere schrijver dan het voorgaande?    TekstN53


Noot 54: Om in m'n schoolfrikkige stemming te blijven (ik heb het immers over het proza van 4 zeer hooggeleerde heren): Ook "Tenslotte is het moeilijk om de verleiding te weerstaan om deze algemene indrukken te relateren aan het beeld van de grootstedelijke context dat in het begin van dit hoofdstuk werd geschetst. En wanneer dan deze relatie wordt gelegd, kunnen gerust een paar dingen worden gesteld." is slecht Nederlands, en bestaat vrijwel alleen uit zinloos vulsel. (Beter Nederlands: De eerder geschetste grootstedelijke context in aanmerking nemend, willen we nog enkele opmerkingen maken.)

Deze hele alinea is trouwens weer slecht Nederlands, en bestaat overwegend uit gemeenplaatsen,  kennelijk van een andere hand dan het voorgaande proza, dat veel vlotter journalistiek en veel minder een gewichtigmacherige burocratische toonzetting heeft. 

(Wie over mijn taalkundige opmerkingen valt heeft geen besef van het belang van helder en goed taalgebruik.)    TekstN54


Noot 55: Ik vind deze inleiding weer niet erg duidelijk, omdat er elkaar tegensprekende dingen worden gesteld, die erop neer komen dat er wel en geen goed beeld valt te schetsen van de criminaliteit. Een voorbeeld is dit: " Dat hierbij (on)evenredig veel aandacht wordt geschonken aan de drugshandel, was onontkoombaar: deze handel speelt nu eenmaal een doorslaggevende rol in de georganiseerde criminaliteit van Amsterdam. Zoals er ook weinig aan te doen viel dat op de rol van sommige autochtone, allochtone respectievelijk buitenlandse groepen dieper, uitgebreider ook, is ingegaan dan op die van andere."  Uiteraard is een kwalificatie als " (on)evenredig" er een die van alle wallen tracht mee te snoepen, iedereen gelijk geeft, en - dus - niets zegt. Hetzelfde geldt de frase " sommige autochtone, allochtone respectievelijk buitenlandse groepen".

Hoe 't zij, er zijn diverse buitengewoon goede gronden om ZEER veel aandacht aan " de drugshandel" te geven: Zowel de handel zelf, als de bijzondere status ervan (30 jaar legaal illegaal, dus 30 jaar lang garantie van de kant van de politiek, de staat en justitie aan de georganiseerde criminaliteit van zowel hun illegale handel als hun grote winsten), als het eromheen hangende geweld, als de inderdaad gigantische winsten zijn volledig nieuw in Nederland.

Wat betreft " sommige autochtone, allochtone respectievelijk buitenlandse groepen": 

In Nederland heerst al minstens 30 jaar een zeer hypocriet klimaat rondom discriminatie. Iedere Nederlander discrimineert op tal van gronden en ontkent gewoonlijk tegelijkertijd op alle mogelijke manieren dat ie dat zou doen. Ikzelf ben de enige Nederlander waar ik weet van heb die al 30 jaar zegt dat ik alle mensen altijd discrimineer op intelligentie en moraal en gewoonlijk op kennis (het laatste omdat de meeste Nederlanders er trots op zijn nauwelijks kennis te hebben, en de kennis die ze hebben gewoonlijk aan de TV ontlenen, wat ik als een zelfverstrekt brevet van onvermogen of onwil zie: Iedereen met enige hersens moet weten dat wat de TV levert, zelfs in de beste gevallen, selectief, partieel, oppervlakkig en meestal sensationeel is, en de kijker eerder zoekt te behagen of met propaganda te bewerken dan objectief te informeren). 

Ik pleeg in dit soort discussies - die me niet populair gemaakt hebben, maar me veel geleerd hebben over de hypocrisie en intellectuele en morele vermogens van de meerderheid van mijn Neerlandse Volksgenoten  (deze stijlfiguur heet ironie, o modale Neerlander!) - toe te voegen dat ik bovendien zo intens slecht ben dat ik vrouwen ook nog op uiterlijke gronden discrimineer, maar het moeilijk langdurig prettig heb met dames die aanmerkelijk dommer zijn dan ik (zeg: een IQ onder de 150 meedragen, tussen de fraai geschapen oren) en citeer overigens met graagte Aristoteles "Discrimination is the beginning of wisdom" - men leze: Het begin van alle wijsheid is onderscheidingsvermogen.

Kortom, ik zou het op prijs gesteld hebben iets als het bovenstaande te lezen in dit officiele door het Nederlandse parlement betaalde en ondersteunde onderzoek van vier Nederlandse hoogleraren criminologie, allen naar mijn weten meesters in het recht, samen met enige verwijzingen naar de beginselen van de rechtsstaat - die ieder mens in beginsel gelijke rechten geeft omdat ieder mens ONgelijk is aan ieder ander mens, en de maatschappij (en alle mensen die daarin leven) er bij gebaat is zoveel mogelijk mensen zo goed mogelijke kansen te bieden hun individuele talenten te ontwikkelen en zinnig te laten gebruiken.    TekstN55


Noot 56: Wat betreft de "twee gevallen van ontvoering" "Die kan in dit rapport dus niet zomaar buiten beschouwing worden gelaten.": Wat mij betreft WEL. Zie noot 55, en ik vind dat ik al te veel journalistiek proza met te weinig cijfers en sluitende redeneringen heb gelezen, al geef ik ook graag toe dat enigszins lopend journalistiek proza vele keren beter is dan het gruwelijke en slechte burocraten-proza dat de norm is in parlementaire Nederlandse stukken.   TekstN56


Noot 57: Hier begint het voor mij meest wezenlijke deel, en ik moet onmiddellijk een paar opmerkingen maken. 

In de eerste plaats: "Het drugsbeleid wordt in Nederland niet alleen gemaakt op het niveau van het rijk. De afzonderlijke gemeenten ontwikkelen binnen landelijke kaders ook hun eigen beleid. De nationale wetgevingsprocedure is log en tijdrovend, de speelruimte van de centrale overheid wordt door de internationale verdragen beperkt."

Hier worden een flink aantal zwaar misleidende beweringen gedaan. Immers: (1) "Het drugsbeleid" in Nederland is in de eerste plaats juridisch de taak van het parlement (de volksvertegenwoordiging) en de daardoor getolereerde of gedragen regeringen. (2) Het beleid dat "afzonderlijke gemeenten ontwikkelen" is juridisch beperkt tot de speelruimte die ze binnen het kader van de Nederlandse wet open staat. (3) Als we afzien van het vetgezette juridisch dan weet iedereen die zich enigszins in de materie verdiept heeft dat het feitelijk beleid, tot ver in de 80-er jaren, kennelijk vooral gedikteerd werd door nogal malle hoofdcommissarissen die zich in de U.S. lieten voorlichten of voorliegen, en de daar verworven wijsheden vervolgens publiekelijk uitventten in Nederland, en vervolgens gewoonlijk, als zogenaamde "specialisten", door de meerderheid van de totaal niet oordeelkundige wauwelaars uit de 2e kamer werden nagepraat. (4) De bewering dat "De nationale wetgevingsprocedure is log en tijdrovend" is (a) een irrelevantie opgevoerd alsof het een natuurwet is (b) een gotspe in 't licht van 't feit dat een behoorlijke wetgeving inzake drugs nu meer dan 30 jaar uitblijft. Tenslotte (5): De bewering dat "de speelruimte van de centrale overheid wordt door de internationale verdragen beperkt." is een leugen die ik de afgelopen 30 jaar honderden keren gehoord en gelezen heb uit parlementaire, ministeriele en juridische grootbekken, die allemaal voorbijgaan aan het feit dat Nederland een nationale staat is die het volkomen eigen recht (!) heeft de eigen wetten over het eigen territorium af te kondigen en te handhaven. Nationale belangen gaan altijd en in iedere staat vóór internationale belangen en verdragen, en zo is het, terecht of niet, rechtvaardig of niet, de hele geschiedenis overal geweest, o.a. omdat een internationaal beleid geen onafhankelijke staatsmacht of territorium kent waardoor of van waaruit het verdedigd zou worden.

 In de tweede plaats: "Amsterdam liep in de jaren zestig voorop met het feitelijk gedogen van het gebruik van hash en marihuana. Er kwamen coffeeshops waar zogenaamde huisdealers werden toegelaten. Andere grote steden volgden. Zo werd het beleid dat in de grote steden was ontwikkeld, langzamerhand verheven tot nationaal beleid."

Tsja. Hier ben ik toch zelf bij geweest, met vrienden die al in 1968 in de hash-handel zaten, en als leider van een van de eerste 3 Sleep-Ins in 1970. Dus laat ik een paar dingen rechtzetten en een konklusie trekken. 

Wat betreft:"Amsterdam liep in de jaren zestig voorop met het feitelijk gedogen van het gebruik van hash en marihuana." Dit is misleidend geformuleerd. 

Een stad gedoogt niet - dat doen de bestuurders van de stad, en de bestuurders van de stad Amsterdam rond 1970, inzonder Harry Verheij, wethouder van Jeugdzaken, wisten niet wat ze moesten doen, en wilden eigenlijk het liefst helemaal van niets weten (want ontkenden categorisch dat ze bijvoorbeeld mijn rapport over de Sleep-In ontvangen hadden, wat ik ze toch persoonlijk ter hand gesteld had). 

Wat betreft de politie: Ik heb persoonlijk agenten uit de Sleep-In gezet; persoonlijk het dealen in de Sleep-In geregeld, niet alleen in soft-drugs maar ook in LSD en mescaline (zonder enig winstoogmerk, maar om dealers te krijgen met niet-giftige spullen); en persoonlijk de top van de Amsterdamse politie door de hash-walmen en tussen de trippers heen geleid in 1970. De toenmalige positie van de politie was niet dat ze wilden "gedogen", maar dat ze eenvoudig de wet niet konden handhaven - overigens een feitelijk juiste inschatting. (Verder was hun mening over langharig tuig indertijd geheel wat men zou verwachten van politie-lieden uit die tijd, en zou 't mij niet verbazen als de meerderheid van de politie betreurde al dat langharig tuig niet op te kunnen sluiten in gezonde werkkampen.)

Merk ook op dat al in 1970 de Sleep-Ins hun eigen orde moesten handhaven, omdat wanneer de geuniformeerde politie dat deed dit neerkwam op het veroorzaken van een totale paniek onder vele honderden bezoekers, voor een deel trippend of flippend, voor een deel illegaal, in meerderheid buitenlands, en allen bang om gearresteerd te worden i.v.m. drugs. Aan de gemeentelijke politie hadden we in de Sleep-Ins dus toen al erg weinig. (Dit is de achtergrond van het feit dat ik tot twee keer toe - als 20-jarige - geuniformeerde politie uit de Sleep-Ins heb gezet, exact op basis van dit argument: Wat ze riskeerden was een totale paniek en doden. Hetgeen indertijd eenvoudig waar was.)

Wat betreft de GG&GD: De enigen op het niveau van gemeentelijk bestuur die zich in 1970 realistisch opstelden was in feite de top van de GG&GD, in het bijzonder dr. Noordam, het toenmalige hoofd van de Amsterdamse GG&GD, die persoonlijk behulpzaam was bij de hulp aan flippers (ten gevolge van LSD- of mescaline-gebruik), weggelopen krankzinnigen in de Sleep-In, en de bestrijding van geslachtsziekten, en die overigens een zinnig standpunt had over soft drugs.

In de derde plaats: "Een belangrijke pijler daarvan is dat een scherp onderscheid wordt gemaakt tussen hard en soft drugs. Het is een verschil dat buitenlanders vaak ontgaat, maar door het beleid op dit verschil af te stemmen, wordt geprobeerd de circuits van beide gebruikerscategorieën te scheiden. Dat is goed gelukt. Een andere pijler waarop het Nederlandse beleid is gebaseerd, is het onderscheid tussen het gebruik van drugs en de handel daarin. "

Ook dit is weer zeer misleidend geformuleerd, en kennelijk anachronistisch vanuit 1995 en de min of meer verlichte optiek van 4 hoogleraren criminologie. Laat ons eens zien:

Wat betreft "Een belangrijke pijler daarvan is dat een scherp onderscheid wordt gemaakt tussen hard en soft drugs." Dit zogeheten "scherp onderscheid " was MIJ en een aantal rationeel denkende personen allang duidelijk in de late 60-er jaren, eenvoudig op basis van de ervaringsgegevens over soft drugs. Maar het werd politici en politie-personeel pas VEEL later duidelijk, en ik vermoed dat er tot ver in de 80-er jaren tal van volkomen onzinnige mededelingen te vinden zijn van toenmalige politici en politie-ambtenaren. 

Vervolgens: "Het is een verschil dat buitenlanders vaak ontgaat, maar door het beleid op dit verschil af te stemmen, wordt geprobeerd de circuits van beide gebruikerscategorieën te scheiden." Dit is eenvoudig Neerlands chauvinisme, en volkomen onwaar. De Engelse parlementaire Wootton-commissie maakte het onderscheid al in 1966-1967; en zo ongeveer ieder pop-blad en iedere hippie van 1968-1970, van Woodstock tot Pinkpop, en van Liverpool tot Amsterdam, kende dat onderscheid ook - en trok het in feite veel duidelijker dan een dekade later, toen de cocaïne en de synthetische hard drugs populair werden onder de uitgaande jeugd.

Opnieuw: "het beleid " van de Nederlandse beleidsmakers die ik gezien, gehoord en gelezen heb tot ver in de 80-er jaren was in feite geen beleid, maar het God's water over God's akker laten lopen; het napraten van buitenlandse vermeende drugs-autoriteiten; het nalaten van het maken van een zinnige Nederlandse wetgeving; en het overlaten aan burgemeesters en politie-commissarissen wier feitelijk handelen gewoonlijk gedikteerd werden door een combinatie van onbegrip, gebrekkige kennis, en onvermogen de wet te handhaven.

Bovendien: Dat de Nederlandse beleidsmakers zouden hebben "geprobeerd de circuits van beide gebruikerscategorieën te scheiden." dateert naar mij kennis ook pas van de 2e helft van de 80-er jaren, en was opnieuw minder beleid dan het met de mond belijden van een streven dat ieder verstandig mens opgegroeid in de 60-er jaren uit eigen ervaring allang wist. 

Zoals iedere Amsterdammer geboren rond 1950 met een VWO-opleiding had ook ik vrienden die dealden in soft drugs; gebruikte ik ze zelf; en heb ik vrienden en kennissen ten onder zien gaan aan hard drugs, zowel speed als heroine. Wie een beetje meedraaide in het uitgaanswereldje in Amsterdam vanaf ca. 1968 wist heel goed dat soft drugs zelden of nooit problemen opleverden; dat heroïne en speed dom en levensgevaarlijk waren; en dat het slikken van LSD of mescaline regelmatig tot problemen en psychoses leidden.

Al dit soort dingen waren "common knowledge in the scene", om 't eens op z'n Amerikaans te zeggen, niet alleen in Amsterdam, maar overal, inclusief de pop-bladen als Rolling Stone, Hitweek e.d.

Wat betreft "Dit onderscheid is gebaseerd op de acceptatie van een gebruikersmarkt die in wezen goedmoedig is en een uitvloeisel van de «vrije» jaren zestig. Hier openbaart zich echter ook volop de tegenstrijdigheid van het gevoerde beleid: de handel in een goed waarvan het gebruik wordt toegestaan, wordt fel bestreden."

Ook dit is weer overwegend aperte kul, en bovendien wensdenkerij. Laat ons weer eens zien.

A. Wat betreft "Dit onderscheid is gebaseerd op de acceptatie van een gebruikersmarkt die in wezen goedmoedig is en een uitvloeisel van de «vrije» jaren zestig." Zo presenteerde de journalistiek in de pop-bladen, en ca. een dekade later in de opinie-bladen het, maar dit is vooral ideologische wensdenkerij. Immers, wat een brave vader van 2 kinderen die wel eens een stickie wilde roken ook vond van het onderscheid tussen soft en hard drugs, en hoe zinnig zo een gebruiker daar wellicht mee omging (lang voordat "de" politiek of "de" criminologie" dat door had): Voor de drugsmafia geldt het onderscheid soft drugs en hard drugs IN HET GEHEEL NIET. De drugsmafia is alleen geinteresseerd in geld en winst, en totaal niet geinteresseerd in hoe (on)gezond hun handel voor hun klantenkring is.

Ergo:

B. De stelling dat: "Hier openbaart zich echter ook volop de tegenstrijdigheid van het gevoerde beleid: de handel in een goed waarvan het gebruik wordt toegestaan, wordt fel bestreden." is overwegend onzin. 

Wat feitelijk waar is komt neer op het volgende: 

Doordat "de handel in een goed waarvan het gebruik wordt toegestaan, wordt fel bestreden." werd SYSTEMATISCH de belangen van de drugsmafia gediend, die een GROOT belang heeft bij het ILLEGAAL houden van hun handel, omdat dit garandeert dat anderen zich er niet mee bemoeien en de drugswinsten hoog blijven, en door tegelijk de handel wel te "gedogen" werd weer SYSTEMATISCH de belangen van de drugsmafia gediend, die immers afzetmarkten, verkoopplaatsen etc. nodig heeft.

Aangezien deze overweging zelfs een Neerlands politicus - zelden een licht, nooit briljant - al dekaden geleden duidelijk moest zijn ben ikzelf zo vrij om aan te nemen dat althans een deel van het gedoogbeleid welbewust beleid is geweest ten gunste van de drugsmafia. (Het alternatief is aan te nemen dat alle Neerlandse politici totale randdebielen zijn, en alleen daarom vergiffenis verdienen. De lezer heeft de keus: MIJ was dit dilemma en deze overweging al duidelijk in 1969 - en ik had 'm niet zelf bedacht, maar ontleend aan het Engelse parlementaire Wootton-rapport uit 1966-67. Alle Nederlandse parlementariërs hadden minstens dezelfde toegang tot relevante informatie als ik, en als ze nalieten die te kennen en gebruiken waren ze incompetent.)   TekstN57


Noot 58: Ook het in deze alinea gestelde vind ik weer overwegend misleidend. 

Wat betreft: "Hoe dan ook, ook Amsterdam maakte zijn eigen drugsbeleid en legde de uitgangspunten hiervan in 1992 nog weer eens neer in een officiële publikatie: Het Amsterdamse drugsbeleid." Amsterdam maakte geen "eigen drugsbeleid" en liet God's water zo'n 20 jaar over God's akker lopen - gezien het feit dat ikzelf met nogal wat anderen al in 1969 en 1970 bij de gemeentelijke instellingen en B&W aangedrongen hebben op een "eigen drugsbeleid". 

Wat betreft: "En opmerkelijk is ook dat het Amsterdamse beleid wordt gedragen door veel wetenschappelijk onderzoek". Ook dit is onzin, en ik zou hier wel eens een commentaar van dr. M. de Vaal, dr. Peter Cohen, en de direktie van de Jellinek-kliniek op willen horen, die volgens mij dekadenlang tevergeefs gevraagd en gebedeld hebben om een zinnig beleid, en toch allemaal gerespecteerde en terzake kundige wetenschappers waren.

Wat betreft: "Vooral Korf en De Kort (1990) en Korf en Verbraeck (1993), verbonden aan het Criminologisch Instituut «Bonger» van de zelfde universiteit, hebben onderzoek hiernaar gedaan." Ik wil deze ongetwijfeld "excellente onderzoekers" (zo heet ieder staflid van de UvA die buiten de UvA vermeld wordt tegenwoordig) niet kritiseren, maar wijs alleen op de data: 1990 en 1993, zo'n twintig jaar te laat.   TekstN58


Noot 59: Omdat dit een waarachtig tussenkop is druk ik 'm nogmaals af: 

"Amsterdam: een wereldmarkt voor verdovende middelen"

en merk nog maar eens op dat we dit feit danken aan een successie van incompetente Amsterdamse burgemeesters en WEThouders, vooral afkomstig uit de PvdA, en inzonder aan Van Thijn.     TekstN59


Noot 60: Dit is weer eens een te lange alinea waar nogal wat opmerkingen bij te plaatsen zijn. Here it goes:

Wat betreft "De Nederlandse consumentenmarkt bestaat volgens de Amsterdamse drugsexpert August de Loor op grond van zijn ervaringskennis uit 700.000 Nederlanders die regelmatig hash of marihuana roken, 200.000 regelmatige amfetaminegebruikers, 200.000 cokesnuivers, 200.000 XTC-pillenslikkers en 10 à 15.000 heroïne-gebruikers. Wat zulke aantallen precies waard zijn is altijd moeilijk vast te stellen bij een produkt dat niet legaal is, maar zij geven in ieder geval iets aan van de orde van grootte. "

Onze vier hoogleraren spreken met enige poeha van "de Amsterdamse drugsexpert August de Loor" - maar laten na te vermelden dat De Loor een prive-persoon is die zich opwerpt als deskundige, maar geen aanstelling aan enige universiteit heeft, en - bij mijn weten - ook geen wetenschappelijke opleiding. Dit pleit niet per se ten nadele van De Loor, maar is een onzorgvuldigheid van onze hooggeleerde criminologen.

Vervolgens. Ook ik heb wel eens een rapport van De Loor doorgelezen, en heb me afgevraagd waar zijn getallen van "700.000 Nederlanders die regelmatig hash of marihuana roken, 200.000 regelmatige amfetaminegebruikers, 200.000 cokesnuivers, 200.000 XTC-pillenslikkers en 10 à 15.000 heroïne-gebruikers." feitelijk op gebaseerd zijn. Als een persoon met nogal wat kennis van statistiek en methodologie vrees ik: Op niets anders dan goede wil, eigen ervaring en een natte vinger.

Daarbij: De opmerking dat "Wat zulke aantallen precies waard zijn is altijd moeilijk vast te stellen bij een produkt dat niet legaal is, maar zij geven in ieder geval iets aan van de orde van grootte. " is in beginsel waar en tegelijk kul: Een "orde van grootte" zonder feitelijke fundering is geen "orde van grootte" maar eenvoudig een slag in de lucht. Ook wil de methodologisch geschoolde wetenschapper graag horen op welke data de getallen slaan, en wat "regelmatig" betekent.

Wat betreft: "De consumentenpopulatie is compleet als daar nog eens de grote buitenlandse klantenkring (voornamelijk in België, Frankrijk, Spanje, Italië, Duitsland, Engeland, Scandinavië, Oost-Europa, de Verenigde Staten en Canada) wordt bijgeteld.

Anders en beter gesteld: Dankzij het "heldhaftige, vastberaden, barmhartige" 12 jaar lange beleid van drs. Ed van Thijn zijn Amsterdam en Nederland uitgegroeid tot het Colombia van Europa: De centrale plaats waar drugs feitelijk vrijwel ongestoord gemaakt, verhandeld en doorgevoerd kunnen worden, vaak met assistentie van de politie en justitie, en actief gesteund door het beleid van B&W van Amsterdam.

De grootste Nederlandse industrie, de meest winstgevende Nederlandse industrie, en de gevaarlijkste Nederlandse industrie is, weer vooral dankzij het "heldhaftige, vastberaden, barmhartige" 12 jaar lange beleid van drs. Ed van Thijn, de in Nederland gevestigde drugsmafia.

Maar ... onze 4 criminologische hoogleraren hebben dit kennelijk toch wel redelijk door:

"Boekhoorn en anderen (1995) schatten de huidige jaaromzet van cannabis voor binnenlandse consumptie op 0,8 miljard, de opbrengst van de export op 1,8 miljard, die van de doorvoerhandel op 3,9 miljard en die van de internationale handel die buiten Nederland omgaat op 12,5 miljard gulden. De totale jaaromzet aan cannabis voor heel Nederland is daarmee 19 miljard gulden. Als hier de opbrengst van de handel in alle andere drugs nog eens bij wordt geteld, wordt dit bedrag nog veel hoger. Handel in drugs vormt een van de belangrijkste en snelst groeiende sectoren van de Nederlandse economie. Amsterdam neemt van deze handel een deel voor haar rekening dat haar relatieve grootte ver te boven gaat.

Ik herhaal nog eens: De totale jaaromzet aan cannabis voor heel Nederland is daarmee 19 miljard gulden. Als hier de opbrengst van de handel in alle andere drugs nog eens bij wordt geteld, wordt dit bedrag nog veel hoger. Handel in drugs vormt een van de belangrijkste en snelst groeiende sectoren van de Nederlandse economie. Amsterdam neemt van deze handel een deel voor haar rekening dat haar relatieve grootte ver te boven gaat."

Is de verdenking niet gerechtvaardigd dat die jaarlijkse 19 miljard gulden voor een deel verdwijnt in de zakken van nogal wat Neerlandse corrupte politici, officieren van justitie, en politie-ambtenaren? Mij dunkt dat alleen een ultra-chauvinistisch Neerlander, met een volkomen krankzinnig geloof in de Bijzondere Goedheid van de Neerlandse politici en bestuurders hier anders over kan denken.

Overigens: De in deze alinea genoemde "Cohen" is de door mij boven genoemde dr. Peter Cohen, en niet de vierde of vijfde incompetente Amsterdamse burgemeester in successie Job Cohen. (De laatste behoorlijke Amsterdamse burgemeester wat mij betreft was Van Hall.)    TekstN60


Noot 61: Weer een te lange alinea.

 Ik selecteer: "Een belangrijk deel van deze consumenten doet aan zelfvoorziening. (..) Deze cultuur van zelfvoorziening is verreweg het minst van alle vercommercialiseerd. Voor deze toestand is het Nederlandse drugsbeleid eigenlijk ontworpen. Maar ondertussen is de situatie sterk veranderd." Afgezien van de laatste zin lijkt dit hele stuk vooral wensdenkerij. 

Hetzelfde geldt "Thans bestaat de zelfvoorziening vooral in de teelt van nederwiet." Reden: Het telen van behoorlijke wiet is minder makkelijk dan het lijkt - wat je op je dak kunt telen in de zon is allerminst van dezelfde kwaliteit als je in een coffeeshop kunt kopen. Ergo, wie behoorlijke Nederwiet wil gaat gewoonlijk naar een coffeeshop als ie geen vrienden met een eigen kwekerij heeft die daaraan levert.

Vervolgens: "In 1993 heeft de CRI zelfs alarm geslagen over de opkomst van grootschalige teelt van hennepprodukten op het Nederlandse platteland. De dienst schatte de jaaropbrengst toen al op 20 ton en daarmee was hennep het snelst groeiende Nederlandse commerciële produkt!" De konklusie is geheel juist, maar de suggestie dat dit "zelfvoorziening" onzin: De grootschalige teelt is uitgesproken commercieel, en was dat allang in 1993.

Wat betreft: "Jansen (1993) (..)  schatte de totale Nederlandse nederwiet-produktie op 40 ton per jaar en becijferde dat de explosieve groei van dit nieuwe produkt een importsubstitutie moet opleveren van maar liefst een half miljard gulden per jaar." Dit begrijp ik niet helemaal, want ik weet niet wat bedoeld wordt met "importsubstitutie". Hoe 't zij, 40 ton wiet = 40.000 kilo = a raison van tien gulden de gram straatwaarde 400 miljoen gulden. Aangezien 10 gulden de gram laag geschat is klopt dit cijfer van Jansen ongeveer, als die 40 ton klopt (wat me moeilijk hard te maken lijkt).

En wat betreft: "Bij alle bekommernis over uit de hand gelopen drugsmisbruik, over overlast in de omgeving van coffeeshops en over angstwekkend gegroeide georganiseerde misdaad, moeten we niet vergeten dat deze aanzienlijke vorm van zelfvoorziening betrekkelijk probleemloos functioneert." Dit lijkt me weer vooral wensdenkerij. Wie wiet wil roken in Nederland betrekt die in vrijwel alle gevallen van een coffeeshop, vanwege de kwaliteit en de prijs, en het probleem met coffeeshops is dat dit in feite allemaal gedoogde plaatsen voor illegale handel met grote winsten zijn, en dus open uitnodiging voor de drugsmafia zich in te mengen. Er zijn ongetwijfeld nogal wat Nederlandse coffeeshops die alleen in soft drugs handelen, en niet direct uitgebaat worden door de internationale drugsmafia, maar het probleem is het zojuist gestelde feit - waar niets aan te doen valt behalve soft drugs gewoon legaliseren, zoals door verstandige mensen al sinds de 60-er jaren bepleit is.

Ik vind het bovendien wat vreemd dat vier hoogleraren criminologie het in noot 57 gestelde niet zien - of durven formuleren, zodat ik het hier nog maar eens herhaal:

Wat feitelijk waar is komt neer op het volgende: 

Doordat "de handel in een goed waarvan het gebruik wordt toegestaan, wordt fel bestreden." werd SYSTEMATISCH de belangen van de drugsmafia gediend, die een GROOT belang heeft bij het ILLEGAAL houden van hun handel, omdat dit garandeert dat anderen zich er niet mee bemoeien en de drugswinsten hoog blijven, en door tegelijk de handel wel te "gedogen" werd weer SYSTEMATISCH de belangen van de drugsmafia gediend, die immers afzetmarkten, verkoopplaatsen etc. nodig heeft.    TekstN61


Noot 62: Tsja. Aangezien ik nooit hard drugs gebruikt heb ken ik dat milieu niet van binnen, maar het gestelde: "Van Gemert die in het midden van de jaren tachtig de scene op de Zeedijk en in de Damstraat observeerde, stelde vast dat daar hashdealers rondlopen, maar ook heroïnedealers, cokedealers, speeddealers, tripsdealers, loopjongens, pillenverkopers, tussendealers, pakjesdragers, dopeverkopers, wachtposten, etcetera." zal kloppen wat betreft de vele schijven waarover de handel liep, maar lijkt me pertinente onzin wat betreft "hashdealers" "in het midden van de jaren tachtig" in "de scene op de Zeedijk": Dat moet eenvoudig een front geweest zijn voor hard drugs, gezien de toen al honderden coffeeshops in Amsterdam.    TekstN62


Noot 63: Wat betreft "In de binnenstad van Amsterdam groeide hun aantal van 10 in 1980 tot ruim 350 in 1990; in 1994 werden er voor heel Amsterdam in totaal 452 zaken geteld waar soft drugs waren te verkrijgen (Bieleman et al., 1995). Coffeeshops vormden een tijd lang zelfs veruit het sterkst groeiende segment van de horeca. De concurrentie is echter groot en de opbrengsten zijn lang niet overal florissant. "

Opnieuw: Tsja. Vooral die "niet florissante" opbrengst vanwege de "grote concurrentie" komt me voor als aperte kul van coffeeshop-uitbaters. Aangezien ikzelf dat 4 maanden gedaan heb in 1985 (uit nieuwsgierigheid, en op grond van mijn karakter: ik praat desgewenst bijzonder goed, en kan mensen desgewenst naar m'n hand zetten) weet ik dat in die tijd de winstmarge rond de 50% lag, terwijl bovendien het personeel gewoonlijk zowel in de bijstand zat als rond een tientje per uur verdiende.

De rest van het in deze alinea gestelde klopt wel ongeveer, behalve dat ik graag cijfers en economische en sociale achtergronden had vernomen van onze vier criminologische hoogleraren.     TekstN63


Noot 64: Wat betreft: "De coffeeshops staan niettemin voortdurend onder verdenking. Niet alleen zou er ook coke worden verhandeld, er komen eveneens klachten van buurtbewoners over overlast. Verder zouden de coffeeshops zich bezig houden met de export van drugs. En verkopen zij drugs aan minderjarigen? De hulpverleners spreken daarenboven over een toenemend aantal hashverslaafden."

Zoals de lezer in "ME in Amsterdam" kan nalezen heb ik ook 3 1/2 jaar boven een als coffeeshop vermomde harddrugshandel gewoond, waarvan de uitbaters mij met moord bedreigden als volgt "Als je iets doet wat ons niet bevalt, dan vermoorden we je", en waartegen de Amsterdamse politie al die 3 1/2 jaar weigerde op te treden - afgezien van de arrestatie van de eigenaren in 1992 met diverse kiloos cocaine en heroine. Maar tegen de bedreigingen, de gigantische overlast (die voor mij resulteerde in 3 1/2 jaar nauwelijks slaap!) werd niet opgetreden - ongetwijfeld in het belang van de drugshandelaren. 

Sindsdien is MIJN aanname dat de Amsterdamse drugshandel mede gecoördineerd en geleid wordt vanuit het Amsterdamse politiekorps en het Amsterdamse stadhuis, en gezien de vele miljarden die er jaarlijks in omgezet worden, direct of indirect, en het feit dat geldelijk gewin het feitelijk moreel ideaal van de meerderheid der Neerlanders is, lijkt mij dit verreweg de zinnigste aanname - net als mijn verdere aanname dat er niet veel Amsterdammers zijn met mijn moed, en geen Amsterdammer of Nederlander met mijn bijzondere familie-achtergrond of intellect. (Wie het anders ziet kan mij mailen: maartens@xs4all.nl. Vergeet uw universitaire diploma's en uw eigen leeftijd, IQ, en bijzondere persoonlijke prestaties niet te vermelden, want ik ben zelf geen gelover in universele gelijkwaardigheid of gelijkheid, anders dan de drugshandelaars-beschermer Ed van Thijn en zijn corrupte of ambtsmisdadige wethouders en politie-chefs, die ik dan ook voor zeer minderwaardig menselijk tuig houd).

Wat betreft "In een brief van de Amsterdamse politie d.d. 30 november 1987 worden voor het eerst de voorwaarden genoemd die vanaf 1992 landelijk te boek staan als de de zogenaamde AHOJ-G-criteria. Er wordt niet vervolgd als er geen openlijke reclame wordt gemaakt, als er geen hard drugs worden aangeboden, als de openbare orde niet wordt verstoord en als jongeren onder de 16 jaar de toegang wordt geweigerd.

Tsja: Ik heb van 1989 tot 1992 bij de gemeentepolitie en B&W aanhangig gemaakt dat in de coffeeshop waarboven ik woonde (1) in hard drugs werd gehandeld (2) aan minderjarigen werd verkocht (3) de omgeving werd geterroriseerd met overlast en moorddreigingen (4) de openbare orde systematisch werd verstoord en (5) de zaak evident door junken werd gefrequenteerd. De gemeentepolitie lachte me uit, en de advocaten van B&W sprekend namens het kabinet van de burgemeester - specifiek: mr. Lisser, mr. Giskes, mr. Sarucco, mr. Cordes, de laatse 2 van "etnische afkomst" - staan op de band met de uitspraak "Wij hebben geen enkele perseunlijke verantweurdelijkheid en geen enkele perseunlijke aenspraekelijkheid". want corrupte monsters als mr. Lisser vocaliseren hun Neerlands zoals hier opgeschreven.

Vervolgens. In dit verband vind ik het stuitend bitter te lezen dat "De coffeeshops kunnen worden aangepakt op grond van een leefmilieuverordening en daartoe kan thans de burgemeester besluiten zonder tussenkomst van justitie. Op last van de burgemeester zijn in 1990 op zulke gronden al 38 coffeeshops gesloten, in 1991 26 stuks, in 1992 46 en in 1993 48. Het effect daarvan is per saldo dat nu nog maar 200 coffeeshops over zijn en blijkens een nota van de burgemeester van maart 1995 ligt het inderdaad in de bedoeling dat aantal tot minder dan 200 terug te dringen. "

Ik heb hierom in 1989, 1990, 1991 en 1992 gevraagd bij de politie, het kabinet van de burgemeester, de wethouders, de GG&GD, zelfs de brandweer (gezien de levensgevaarlijke schoorsteen waarop ik 's winters moest stoken, en waarvan ik aanneem dat het de bedoeling was van mijn bij de harddrugshandel betrokken huisbaas mij mee te terroriseren en mee te doen vergassen, zo mogelijk: Ik was een uitermate lastige huurder, en ben zeer moeilijk te imponeren). Voor meer details over de schoorsteen en wat ik allemaal ondernam tussen 1989 en 1992 zie mijn bezwaarschrift van 1992).

Ik moet dus konkluderen dat drs. Ed van Thijn mij willens en wetens, met sadistische opzet, overliet aan terreur, en willens en wetens het harddrugstuig waarboven ik moest wonen als invalide beschermde. Kennelijk kwam dit mede omdat ik de zoon ben van een in zijn aanwezigheid op het stadhuis van Amsterdam geridderde mede-organisator van de Ferbuari-staking, met hulp waarvan de drugshandelaarsbeschermer van Thijn zich jarenlang een schijn van fatsoen toeeigende.

Wat betreft "De Loor vond het Amsterdamse politieoptreden zwaar overdreven en gaf een somtijds idyllische beschrijving van het interieur en de sfeer die hij in tal van aardige etablissementen aantrof. Zeker, er waren problemen, maar de door hem bezochte zaken hielden zich doorgaans voorbeeldig aan de gestelde eisen (De Loor, 1994).

Ik heb hierboven De Loor al becommentarieerd, en mij is deze super-optimistische visie van de (zelfbenoemde) "directeur van het Adviesbureau Drugs" ook opgevallen. Ik geloof er niet aan, al wil ik niet alle coffeeshop-eigenaren zwart afschilderen, omdat ik weet dat er altijd zus of zo banden met de georganiseerde criminaliteit zijn via de toelevering van de soft drugs, zelfs als het waar is dat alleen daarin gehandeld wordt, en de coffeeshop schoongehouden wordt van hard drugs. De enige manier om een behoorlijke coffeeshop te krijgen is soft drugs legaliseren (en dat zal waarschijnlijk het einde van vrijwel alle coffeeshops betekenen: 't Is dan namelijk niet meer financieel interessant).

En wat betreft "de Bond voor Cannabis Detaillisten" en de daardoor geventileerde mening dat "met het agressieve sluitingsbeleid van de Amsterdamse gemeente de werkgelegenheid van 5.000 tot 10.000 mensen in gevaar komt" heb ik de opmerking dat in mijn ervaring de meerderheid van het personeel in coffeeshops zowel een uitkering als een inkomen van de coffeeshop had. (Als dat tegenwoordig anders is dan is dit zeer recent, en vanwege de krappe arbeidsmarkt.)    TekstN64


Noot 65: Wat betreft: "De groothandel in drugs is, welhaast per definitie, geheel in handen van de georganiseerde misdaad. Gebruik van drugs wordt immers tot een zeker quantum gedoogd, terwijl de handel daarin hard wordt aangepakt. Als we georganiseerde criminaliteit definiëren als handel in illegale goederen, dan hoort de internationale drugshandel daar dus zonder meer toe. En nu de handel op dit niveau niet door de overheid kan worden gereguleerd, gebeurt dat door «het milieu» zelf. De groothandel in drugs is dan ook een wereld vol list, bedrog en geweld. En hiermee wordt aan het tweede vereiste in onze definitie voldaan om de coke- en heroïne-importeurs, de hashboeren en de pillen- en speedfabrikanten, zonder meer te kwalificeren als plegers van georganiseerde misdaad."

Dit is in beginsel juist, en het principiele probleem voor "de hashboeren" die zich werkelijk alleen willen beperken tot de hash- en wiet-handel is dat ze zich moeten begeven in handel en contacten met drugsmafiosi die TOTAAL niet geinteresseerd zijn in het verschil tussen soft drugs en hard drugs, maar alleen in illegale waar met een hoge winstmarge. 

De pretentieuze of waarachtige opstelling van een al dan niet listige coffeeshop-houder dat ie werkelijk alleen in soft drugs doet is dus nogal ongeloofwaardig en in ieder geval volledig oncontroleerbaar.

Vervolgens een wezenlijke vraag: "Maar waarom heeft Amsterdam zich dan ontwikkeld tot een wereldmarkt voor verdovende middelen, althans een markt waarop «heel de wereld» zaken komt doen? "

Antwoord: Omdat de opeenvolgende Colleges van B&W van Amsterdam en opeenvolgende korpsleidingen van de Amsterdamse politie in ieder geval incompetent waren, en mogelijk in nogal wat gevallen corrupt, te kwader trouw, laf, ambtsmisdadig, dom, ijdel, alleen in persoonlijke macht en status en inkomen geinteresseerd en totaal niet in het behoud van de Nederlandse Rechtsstaat waren en zijn. Hetzelfde geldt de officieren van justitie en de rechters: Allen hebben en hadden de PLICHT de Nederlandse Rechtsstaat overeind te houden, en allen zwegen al die vele jaren en deden alsof er niets aan de hand zou zijn.

Wat overigens in deze alinea gesteld wordt door de vier criminologische professoren, dat handelt over de beschikbaarheid van loodsen e.d. is alleen een nogal laffe of domme poging om de feitelijke hete brij heen te lopen: B&W van Amsterdam is verantwoordelijk en aansprakelijk voor het beleid en voor het handhaven van de wet en de rechtsstaat in Amsterdam. Doen ze dat niet, en komt het er feitelijk op neer dat ze dekandenlang een drugshandel ter waarde van miljarden beschermen, gelegenheid tot handel bieden, "gedogen" etc. dan is het een stel ambtsmisdadigers dat achter tralies dient te verdwijnen voor vele jaren.

Tenslotte wat betreft "De XTC-handelaren die ze ondervroegen, waren ook allemaal van oorsprong Nederlanders. Ze waren jonger dan de handelaren in cannabis en het viel op dat de meesten een goede opleiding hadden genoten." Ja, wat wil je - ook ik heb gezien hoe in het midden van de feitelijke totale Amsterdamse drugs-anarchie van de 80'er jaren nogal wat ondernemende types met geldzucht en een gering of totaal afwezig geweten besloten dat het feitelijk doodmakkelijk moest zijn om in Amsterdam binnen een paar jaar stinkend rijk te worden. En met een burgemeester die iedere week voor de media verkondigde dat "alle mensen gelijkwaardig zijn", van genieën tot drugshandelaren, van Einstein tot Eichmann, hadden ze daar in beginsel dan ook een uitstekend motief voor, bovendien wetend als echte Neerlanders dat de enige in Neerland werkelijk tellende en enige gehandhaafde en massaal beleefde en uitgedragen morele waarde geld, geld, geld is.   TekstN65


Noot 66: We hebben hier weer een interessante tussenkop, die ik citeer omdat ie zo vrolijk en vanzelfsprekend nogal wat dat zeer relevant is geheel overslaat:

"De rol van Nederlandse drugshandelaren"

Namelijk, in hetzelfde formaat: 

De rol van Nederlandse politici
De rol van Nederlandse politie
De rol van Nederlandse officieren van justitie
De rol van Nederlandse rechters

Immers: De Nederlandse drugshandelaars hebben 30 jaar lang MILJARDEN verdient omdat de Nederlandse politici, politie, officieren van justitie en rechters ALLEMAAL hun mond hielden over de feitelijke ins en outs, de gigantische verdiensten van, en hun feitelijke steun aan de Nederlandse drugshandel.

TekstN66


Noot 67: En verdomd: "Wanneer men zich nu een beeld wil vormen van Nederlandse groepen die vanuit Amsterdam een min of meer belangrijke rol spelen in de internationale drugshandel, dan is het niet mogelijk die hier in de volle omvang te schetsen. De reden hiervan is dat in de voorbije jaren geen energie is gestopt in zulk een algemene analyse van de toestand. "

Ja, wat wonder: Zodra Ons geraakt wordt, zodra een Neerlander morele moed zou moeten opbrengen om op te treden tegen een andere Neerlander, helemaal als dat iemand is die evident miljoenen aan het verdienen is, dus zichzelf in termen van de enige nationaal gehandhaafde Neerlandse morele waarde - geld - aan het profileren en opwerken is, dan zwijgt de modale Neerlander stil, afgezien van enige gezucht van bewondering, en mogelijk verzoeken om informatie hoe zelf mee te kunnen profiteren.

Is er ooit uitgezocht - bijvoorbeeld - hoeveel van de Neerlandse politiemensen, officieren van justitie, hoge ambtenaren uit de grote steden, burgemeesters, korpschefs en inspecteurs van politie, recherche en opsporingsdiensten van de afgelopen 30 jaar tegenwoordig in een ver, warm, aangenaam buitenland - Aruba, St. Maarten, Antigua, Cayman Islands, Bahamas etc. - wonen? Is ooit uitgezocht wat de kennelijke inkomens zijn van ex-politiemensen, ex-officieren van justitie, ex-rechters e.d.?    TekstN67


Noot 68: Het voornaamste wat me in deze alinea opvalt, na meer dan 30 jaar evidente grootschalige illegale drugshandel in Amsterdam, is het ziekelijk optimistische "reeds" in "in de Amsterdamse Randstad-inventarisatie uit 1991 deze beweging ook reeds werd gedefinieerd ". Zo spreken valsistische politici, o zeer hooggeleerde professoren criminologie!

Wat overigens wel juist is, naar mijn ervaring, is deze kwalificatie van Nederlandse "hashboeren": "hun voornaamste doel was/is niet meer en niet minder dan om zoveel mogelijk munt te slaan uit hun illegale activiteit en dus probe(e)r(d)en zij deze activiteit zo groot en zo goed mogelijk te organiseren. Een ander doel was/is er niet, laat staan dat er een hele bijzondere organisatie voor werd opgebouwd. "
TekstN68


Noot 69: Wat betreft: "Hierbij gaat het om criminele groepen, in enkele gevallen beter getypeerd als cliques rondom één of twee aanvoerders, die weliswaar worden aangestuurd door de topman, maar binnen het grofweg aangegeven kader doen en laten wat ze willen, en daarbuiten ook best nog allerlei eigen handeltjes mogen drijven. Hun relatie tot de centrale voorman is dan ook per definitie diffuus en dus, zeker voor buitenstaanders, verwarrend. En dat houdt die man ook graag zo, denkt de politie.

Dit is conform mijn ervaring. En in algemene termen: De manier om overwegend legaal te gaan in Amsterdam is via de horeca - en dat was al zo in de 70-er jaren, en zelfs daarvoor.

Vervolgens, wat betreft: "En omdat het ook hier vóór alles om drugshandel gaat, moet opnieuw worden gedacht om transportondernemingen, handelsfirma's, koeriers, beheerders van opslagruimten, geldlopers, enzovoort. Al met al kan deze kring van mensen goed 100 tot 150 personen tellen." Ik vind het vreemd dat de horeca niet genoemd wordt.

En wat betreft: "Bij groep B praten we niet meer over de hulp van een enkele juridisch deskundige en verder wat incidentele contacten met andere raadgevers, maar over hechte relaties met bepaalde (advocaten- en notaris)kantoren, en daarnaast vaste connecties met o.a. een garagebedrijf, een reisbureau, een communicatiecentrum en de medische wereld." Een werkelijk juridisch probleem is natuurlijk dat wat in deze alinea staat waarschijnlijk in juridische zin totaal onbewijsbaar is, en - dus - indien voorzien van naam en toenaam juridisch gesproken smaad en laster is, en overigens levensgevaarlijk. Maar wat weten onze criminologische professoren dat hier niet staat? En is het niet voor de hand liggend om het veel waarschijnlijker te achten dan niet dat Maarten van Traa vermoord is als waarschuwing voor eventuele verdere onderzoekers?    TekstN69


Noot 70: Wat betreft: "Een redelijke schatting van het aantal liquidaties dat in de voorbije (vijf) jaren door heel de organisatie heen is uitgevoerd, leidt tot het aantal van meer dan tien, zo goed als allemaal Nederlanders." Zo - vandaar die "A" en die "B". En zie mijn vorige noot: Was de elfde of twaalde of twintigste in de reeks Van Traa? (Voor wie 't niet weet: Deze "overleed na een auto-ongeluk midden in de nacht niet ver van Amsterdam", alles heel toevallig en niet lang na de publikatie van het Van Traa-rapport.)    TekstN70


Noot 71: Wat betreft: "Tot slot is het niet overbodig om erop te wijzen dat de weinig doorzichtige structuur van de organisatie van beide groepen niet zonder meer als een zwak punt mag worden aangemerkt. Een dergelijke beoordeling van de situatie berust immers op een bureaucratische normstelling die voor criminele groepen helemaal niet geldig is. Zoals hiervoor al even werd aangehaald, is de ondoorzichtige opbouw van zulke groepen juist uitermate functioneel: zij vormt een belangrijke bescherming tegen doeltreffend overheidsoptreden." Dit is toch vooral een opmerking gericht aan domme burocraten en politici. Zoals ik eerder opmerkte zijn beroepscriminelen gewoonlijk vriendengroepen die zichzelf beschouwen alsof ze ieder persoonlijk iets bijzonders zijn - een soort élite van echte kerels met ballen en karakter, geheel anders dan het doorsnee klootjesvolk, en met gerechtvaardigde verlangens naar een bijzondere behandeling, status en inkomen. En wie de late Nietzsche wel eens bestudeerd heeft - "Wille zur Macht" - ziet daar een soortgelijke "Herrenmoral" geschetst. Een andere interessante parallel, die behoorlijk ver gaat, is die met illegale politieke organisaties, die gewoonlijk soortgelijke pretenties hebben, al zijn het in beginsel idealisten. (En in Zuid-Amerika lijkt de politieke guerilla en de drugshandel naadloos in elkaar over te gaan.)    TekstN71


Noot 72: Tsja. Het probleem dat ik met het in deze alinea geschetste beeld heb is dat het allemaal vanzelf spreekt, en zich in beginsel laat afleiden en gissen uit iedere redelijke rapportage over de drugshandel. Je zou willen weten hoeveel van het gestelde op werkelijk harde feiten berust, en niet op giswerk. (Het probleem is echter dat om harde feiten te krijgen geïnfiltreerd moet worden, wat zowel moeilijk als levensgevaarlijk is. En ikzelf - met mijn zeer gerechtvaardigde skepsis tegen de modale Nederlandse diender - zou aannemen dat de Amerikaanse DEA ("Drugs Enforcement Agency") mensen in dienst heeft die dit werkelijk kunnen, willen en durven zonder corrupt te worden, maar dat er in Nederland nauwelijks of geen politiemensen zijn waarvoor hetzelfde geldt.)     TekstN72


Noot 73: Wat betreft: "Een van deze groepen speelt echter ook een belangrijke rol in de internationale wapenhandel. Dit is meer dan eens onomstotelijk vastgelegd. Niet toevallig is het ook deze groep waarbinnen een uiterst gewelddadig subcultuurtje tot ontwikkeling is gekomen."

De hash-handelaar met wie ik rond 1984 bevriend was, en die het Bruinsma-wereldje goed kende, en een zeer intelligent man was (sindsdien verdwenen, mogelijk geliquideerd) was een type dat aan kickboksen deed, van wapens en mooie vrouwen hield, verhaalde van schiet-trainingen en wedden op illegale honden-gevechten met pitbull-terriers etc. Ik was voor hem interessant omdat ik in staat ben tot een geheel onneerlandse conversatie, en in het geheel niet bang uitgevallen ben; hij was voor mij interessant als menselijk type, en hoe het kan lopen met een Amsterdamse jongen met eersteklas hersens die vanaf z'n vroege jeugd neerzag op school, een geregeld leven, je conformeren etc. (net als ik, overigens: "Du gleichts den Geist der du begreifst") en het in het officiële circuit nooit verder had gebracht dan een LBO-opleiding (geheel anders dan ik, die net als hij een proletarische achtergrond heeft).

Hoe het zij, opvallend aan alle grote dealers die ik gekend heb (5 of 6) is dat het allemaal uitgesproken macho-types waren; dat het allemaal intellectueel begaafder figuren waren dan het doorsnee Neerlandse kamerlid (voor wie ze - terecht - verachting koesterden); dat ze allemaal een zekere mate van élitairisme hadden: zij zijn beter en krachtiger dan anderen, en hebben "dus" meer recht op inkomen, status en vrijheid te doen en laten wat ze willen; en dat ze, althans in gesprekken met mij, enige theoretische belangstelling hadden, maar geen echte begaafdheid, met wellicht één uitzondering. 

En het is een feit dat dergelijke types duizend keer interessanter zijn dan wat veilig op een kantoor hokt of een beurscarriere opbouwt, eenvoudig omdat ze krachtiger persoonlijkheden zijn dan de doorsnee (inclusief professoren, doctoren, journalisten en politici). Overigens is "interessantheid" geen grond voor excellentie: Excellente mensen - in mijn optiek - hebben excellente hersens EN een uitstekende moraal, en houden zich NIET bezig met drugshandel. (Maar van een dergelijk niveau is hoogstens 1 in de 100.000 of minder - men vergelijke Shakespeare: "As men go, one in tenthousand is honest".)     TekstN73


Noot 74:  "Zeker zo belangrijk is evenwel de vraag naar de besteding van deze omvangrijke financiële middelen. Hiervoor werd al aangegeven dat zij voor een klein deel zeker zijn belegd in (horeca)gelegenheden in met name Amsterdam.

Zoals ik eerder opmerkte. Overigens is het niet alleen mijn stelling maar ook die van Jos Verlaan, schrijver van "Chaos aan de Amstel" (over het dekadenlange wanbestuur van de gemeente Amsterdam) dat de Amsterdamse Bouw- en Woningdienst tot op directie-niveau betrokken is bij of gecorrumpeerd is door de drugsmafia, en betrokken is bij de handel in panden ten behoeve van de drugsmafia. Maar ik denk niet dat dit ooit serieus uitgezocht kan worden met de huidige staf van de Amsterdamse politie en Openbaar Ministerie.    TekstN74


Noot 75: Laat ik maar weer eens een logische en frikkerige opmerking maken: "Het is van alle tijden dat misdadigers in hun werkwijzen allerhande maatregelen verdisconteren om uit handen van politie en justitie te blijven." IK ben geen hoogleraar criminologie, laat staan dat ik de criminologische kennis heb van vier dergelijke hoogleraren, maar het politie-wezen dateert toch echt uit de 19e eeuw en is allerminst "van alle tijden".     TekstN75


Noot 76: Weer een te lange alinea met diverse punten:

"Een tweede strategie - maar die in zekere zin de eerste overlapt - is de corruptie, vooral die van politiemensen. (...) En met succes! Enkele rechercheurs laten zich verleiden tot het «lekken» van informatie. De topman van groep B heeft, zo lijkt het, ook goede contacten in politiekringen; dit stelt men vast aan de hand van wat hij op bepaalde momenten blijkt te weten. Maar - conform zijn kaliber - past hij deze contrastrategie heel bewust ook buiten de politie toe. Zo zijn er gerede vermoedens dat hij al te innige relaties onderhoudt met (andere) ambtenaren op lokaal en op centraal niveau."

Tsjee! Laten we proberen iets specifieker te zijn: "B" is een belangrijk man in Amsterdam, in de Amsterdamse horeca, en in feite staat het vast - al zeggen onze criminologen dat niet geheel duidelijk - dat hij nogal wat Amsterdamse politiemensen en gemeentelijk ambtenaren in z'n zak heeft, en mogelijk ook chantabele wethouders. (Wellicht kan ik een redelijke gissing maken over wie "B" zou kunnen zijn.)

Hoe het zij: Het zojuist door mij gestelde dat "hij nogal wat Amsterdamse politiemensen en gemeentelijk ambtenaren in z'n zak heeft, en mogelijk ook chantabele wethouders" is mijn aanname tot positief het tegendeel is bewezen, gezien mijn ervaringen in Amsterdam, met het Amsterdamse bestuur, de Amsterdamse politie, en de Amsterdamse Bouw- en Woningtoezicht (voor mij een mafia-organisatie: Men leze hierover zowel Verlaan's "Chaos aan de Amstel" als mijn "ME in Amsterdam").

Vervolgens: "In de derde plaats is er de intimidatie van politiemensen en justitie-ambtenaren, gewoonlijk in de vorm van ernstige dreiging voor hun persoonlijke veiligheid of die van hun familiale omgeving. Bij de groepen die hier aan de orde zijn, speelt intimidatie op verschillende manieren."

Zoals de lezer kan nalezen in "ME in Amsterdam" - NOOIT weersproken door ENIG Amsterdams bestuurder in 10 jaar! - ben ik over een periode van 3 1/2 jaar door inpandige bij mij met B&W-vergunning gevestigde harddrugshandelaars - geloofwaardig! - met moord bedreigd, maar tot heden heeft dit geen enkele Amsterdamse politie- ambtenaar, gemeente-ambtenaar, wethouder of burgemeester dat ook maar enigermate geïnteresseerd. Kortom, naar MIJN normen gerekend is dit allemaal menselijk tuig, bovendien, naar MIJN normen gerekend, veel smeriger tuig dan een Amsterdamse jongen met een goed verstand, een slechte opleiding, en de vastbesloten wil rijk te worden in een evident toch tientallen jaren al volkomen corrupte en verloederde stad.

En de enige reden waarom dit 3 1/2 jaar kon doorgaan tegen een man als ik, met mijn bijzondere achtergrond en moed, is dat deze drugshandelaars beschermers hadden op hoog niveau in de gemeente, vrijwel zeker in de Bouw- en Woningdienstmafia. (Zie opnieuw Verlaan's "Chaos aan de Amstel" en  mijn "ME in Amsterdam").

En in dit verband: "En dan is er natuurlijk de intimidatie tout court, of die nu in een rechtstreekse, persoonlijke confrontatie tot uitdrukking komt, dan wel via contacten in «het milieu» ter ore van de betrokken politiemensen wordt gebracht."

Daar ben IK dus aan onderworpen, en het kon alle 28.000 burocratische en bestuurlijke hoogbetaalde zwaar corrupte of incompetente handhavers van de wet in Amsterdam kennelijk geen flikker schelen. Ik schrijf dit in een tijd waarin vergelding plotseling modieus is geworden, en wijs erop dat ik dit vergeld tenzij ik vermoord word. Ik ben echter af te kopen, met het doel dit Neerlandse paradijs voor junken, drugshandelaars en bestuurlijke beestmensen voorgoed te verlaten.

Vervolgens wat deze alinea betreft: "Overigens mag in dit verband in één adem de intimidatie van getuigen en (eventuele) politie-informanten worden genoemd. Want wanneer dezen met de dreiging van (dodelijk) geweld het zwijgen wordt opgelegd, dan wordt de effectiviteit van het overheidsoptreden natuurlijk ook zeer ondermijnd. Groep A heeft het tot nu toe gelaten bij ernstige dreigementen en mishandelingen. Groep B heeft, denkt de politie, ook deze grens overschreden en zeker één informant van de politie uit de weg geruimd.

Wie mijn website en deze bijdrages aan de Nederlandse Rechtsstaat doorleest kan begrijpen waarom ik dit land wil verlaten, en kan wellicht ook begrijpen waarom ik de afgelopen 12 jaar de weg gegaan ben die ik gegaan ben, ook al omdat mijn werkelijke hoofdbelangstelling filosofisch, logisch en wiskundig is, en niet drugshandel, het totaal verkankerde Neerlandse bestuur, of de verachtelijke schoften die in Neerland en Amsterdam bestuurder, politicus, wethouder, politiecommissaris of officier van justitie zijn, of de Neerlandse politiek. (Wie mijn feitelijke opvattingen wil lezen, en eens lekker wil gruwen van een geheel onNeerlands figuur als ik leze "Etiamsi omnes, ego non!").

Ook geef ik volgaarne toe dat ik voor een volk als het Neerlandse, dat dergelijk tuig kiest, handhaaft, bewondert, zit te verafgoden als ze hun leugens in de media komen uitdragen, en zich overigens het grootste deel van hun leven vergooid aan TV-kijken, zuipen, drugs slikken of snuiven, of carriere maakt in de politiek weinig meer over heb.

Tenslotte wat deze alinea aangaat: "Maar de topman van groep B gaat nog een stap verder. Hij poogt - zo wordt door de politie aangenomen - niet alleen om via laster zijn gevaarlijkste opponenten buiten gevecht te stellen, maar hij tracht ook via de media, en vooral via journalisten waarmee hij vaak contact heeft, een zo gunstig mogelijk imago van zichzelf te creëren. Vanzelfsprekend om te voorkomen dat hij op den duur - ook in de ogen van het publiek - terecht het grote mikpunt van politie en justitie wordt."

Kortom: De vier hoogleraren weten vrijwel zeker wie "B" is, en nogal wat journalisten ook. Immers, als men dit niet weet is wat hier staat pure fictie, misleiding en kul. Waarom heeft niemand de moed namen te noemen? Is die man zo gevaarlijk dat niemand in Nederland tegen hem op kan of durft? En als dat zo is - klaarblijkelijk: Ja! - wat is er dan over van de Nederlandse Rechtsstaat, wanneer de reputatie van een enkele man voldoende is om de hele wettelijke macht feitelijk tot zwijgen te brengen? Antwoord: Een verziekte en corrupte puinhoop.    TekstN76


Noot 77:  "Eind 1993 werd binnen de centrale recherche het voorstel ontwikkeld om het Amsterdamse chapter van de Hells Angels aan te pakken."

Wie zich een juist beeld wil vormen van de daadkracht en vermogens van de politie van Amsterdam realisere zich dat dit rapport van 1995 dateert, en dat in 2001 de Amsterdamse vermoorde mafiabaas Sam Klepper met met een ere-cordon van outriders van de gemeente-politie en de Hell's Angels en gebeier van de Westertoren, als was hij de Koning van Amsterdam of Nederland, begraven is.

Wat er overigens in deze alinea anno 1995 over de Hell's Angels beweerd wordt mag in de tussenliggende jaren als bewezen aangenomen worden, zoals men ook - dus - als bewezen mag aannemen dat de Nederlandse justitie niet durft op te treden tegen hen. Ergo: De Nederlandse Rechtsstaat is feitelijk dood - vooral (ik herhaal het nog maar eens) dankzij drs. Ed van Thijn, burgemeester "uit naam van de idealen van de Februaristaking", en kennelijk overigens een gestoorde ijdele gek (die desalniettemin achter tralies hoort).    TekstN77


Noot 78: Het spijt me, maar naar MIJN rechtsbesef gerekend is het in deze alinea gestelde laffe en zwakke kul. Er is evident en bewijsbaar sprake van een terreur-organisatie, die er bovendien feitelijk in geslaagd is zichzelf vrijplaatsen in Nederland te verschaffen waar de Nederlandse wet niet meer geld. Daaruit volgt dat er meer dan voldoende gronden zijn dergelijke lieden te arresteren, en als dat niet gebeurt dan kan de enige goede reden daarvoor angst voor terreur zijn bij degenen die de wet zouden moeten handhaven.    TekstN78


Noot 79: Twee korte opmerkingen, waarvan de eerste frikkig: De term "full colours" wordt EN niet verklaard EN lijkt mij fout: 't Is een uit de U.S. overgewaaide club, en die spellen niet Brits maar Amerikaans: "colors".

En vervolgens: Het in deze alinea gestelde onderschrijft alleen maar het in de vorige noot door mij gezegde.    TekstN79


Noot 80: Ik vind 't stuk over de Hell's Angels weer te journalistiek, en overigens lijken mij dit geen van allen echt snuggere top-criminelen, maar eerder een clubje individuele rauwdouwers uit lagere milieus met slechte opleidingen. Overigens wordt hier opnieuw de eerder verkondigde stelregel dat anonimiteit gewaarborgd zou worden geschonden, want iedere journalist die enigszins ingevoerd is moet weten om wie het allemaal gaat.

Vervolgens, en dit stuk afsluitend: Wat ikzelf VELE malen interessanter vind - maar wat me gezien de in het Van Traa-rapport geschetste omstandigheden niet verbaast - is een schets van al die prachtige Neerlandse advocaten, stinkend rijk, kak-accent, prominent in de media, die zo welvaren bij het Neerlandse drugsbeleid, en zonder twijfel voor een deel de rol van consiglieri van Nederlandse drugsbaronnen spelen. 

Maar ik geef toe dat het waarachtig beschrijven van de kennelijk talrijke prominente Nederlandse ambmisdadige misdaad-advocaten waarschijnlijk zeer veel riskanter is dan het beschrijven van de veel simpeler en veel minder machtige zielen die Hell's Angel zijn, ook - en wellicht vooral - voor professoren criminologie.    TekstN80

 


Colofon: Notities 51-54 geschreven Oct 6-7 2001.
                  Notities 54-80 geschreven Oct 8 2001.
                  Notities 80-110 geschreven Oct 9 2001.
                  Notities 110-140 geschreven Oct 10 2001.
 

·         Naar Index - Overzicht Bijlages

© Maartens@xs4all.nl


 

 


Welcome to the ME in Amsterdam pages of Maarten Maartensz. See Help + Map + Tour + Tips + Notes + News + Home