Prev-IndexNL-Next

Nederlog

Friday, Feb 10, 2017

Over Geestelijke Gezondheid En Gestoordheid - IV

Sections
Introduction   
Introduction:

This is a Nederlog of February 10, 2017. In fact, apart from this introduction everything that follows here is in Dutch, and is about mental health and mental illness.

Also, this is the last part of three earlier parts - here, here and here - that I published in 2013 and 2014, while all of the parts (the previous three and the present last one) were written thirty or more years ago, in 1986 and 1987.

All of it was written to clarify my own position on mental health and illness, and I did so because I lived from the beginning of 1986 till the end of 1991 with a woman who got a schizophrenic psychosis briefly after I had met her and had fallen in love with her.

The psychosis was triggered by a combination of cocaine and amphetamine that she was given by a friend (all without me knowing anything then) but in fact went mostly back to her very unhappy youth, when she was "educated" by a mother and father who were both quite crazy in the sense of being quite abnormal, which I agree to (having met both of them quite a few times), although I hold no opinions about the kinds or the causes of their craziness.

And the schizophrenic psychosis had caused my girlfriend to give up her house, her study and earning money, and to go to a camp in Woensdrecht (in Holland) where she lived in a hole in the ground and tried to stop the spreading of nuclear weapons.

I was 35 at the time and knew a whole lot about psychology then (but hadn't finished my studies yet, in good part because I was physically ill myself since I was 28) and it was therefore fairly easy to convince her and a bit later her G.P. that indeed she had a schizophenic psychosis, because I had a German booklet about psychiatry - Spoerri: Kompendium der Psychiatrie - that listed her symptoms very clearly indeed, and that said that they were explained as schizophrenia.

After convincing her G.P. we tried to find a psychiatrist or psychologist who was reasonable and could and would treat her, but while we saw several, none seemed good, and therefore we had to do most ourselves, with help of her - very good - G.P.

It so happened that I got her out of her psychoses in the first year; could manipulate it so that she could study psychology by the end of 1987; and in the end she did get an M.A. and a Ph.D. in psychology, but meanwhile she left me in 1991, mostly because she also got a job in the faculty of psychology, and I would not be of further service to her interests anymore. (She certainly never loved me, while I certainly loved her, until 1991 - and indeed I would never have done what I did for her if I had not loved her.)

Anyway... what follows is the last part of "On Mental Health And Mental Illness", but in Dutch, and I think it is both good and original enough to be published. And the theory you get is mine, although it goes also back to a whole lot of reading, and in particular to books by Silvano Arieti and Ronald Laing. (I agree more with Arieti than with Laing, but that is irrelevant for what follows, though I have read all the books each published.)

I did get an - excellent - M.A. in psychology but never could make any money with it because I remained ill, and I should say that while I still agree with nearly everything I wrote 30 and more years ago, my present preferred terminology is a bit different from the one I use in the following.

As to psychiatry and psychology: I am certain (myself, but indeed I do know a very great amount of philosophy of science) that neither is a real science yet. For psychology this is decently explained by Paul Lutus here; for psychiatry here are two of my bits: Scientific Realism versus Postmodernism and DSM-5: Question 1 of "The six most essential questions in psychiatric diagnosis"

Also, in fact I strongly dislike current American psychiatry (which seems to have been also massively corrupted by the pharmaceutical corporations) and its "theories" as expressed by the various DSMs, that in my eyes are mostly plain bullshit

This does not mattter for the Dutch text that follows, that was written 30 or more years ago, and long before I knew a lot about American psychiatry, but this does explain one major difference between my own psychiatric theories and those of the various DSMs: My own theory is very much a trauma model of mental disorders and not (at all, indeed) a medical (biological) model of mental disorders. (The last two links are to the English Wikipedia.)

Also, I am not sorry for this at all, for I completely reject the DSMs (as a foundation for psychiatry) and the "biological" model of mental disorder (but again, the Dutch text was written before I even had seen any DSM, for indeed when I studied psychology the DSM was not taught at all to psychologists, basically because the Dutch psychologists rejected it, in which they did right).

Finally, it is my intention to rework all the four parts into something better than it is now, and to publish it on my site as - very probably - the only serious work in psychology that I will ever do (after an earlier bit in 1980).



Inleiding

Dit is een eerste poging de rest van Over Geestelijke Gezondheid En Gestoordheid af te maken. De originelen zijn van 1986 en 1987 (dus 30 of meer jaar oud) en zijn geschreven i.v.m. Jolanda, waarvan ik bijzonder veel hield in 1986, en die een schizofrene psychose had, die begon kort nadat ik verliefd op haar was geworden , namelijk doordat een vriend haar (geheel buiten mij om) een mengsel van cocaine en amfetamine had gegeven, al ging haar serieuze psychose - bleek snel - uiteindelijk terug op haar jeugd, met een volkomen gestoorde opvoeding door gestoorde ouders. [0]

De eerst drie delen zijn in Mei 2013 en Augustus 2014 gecopieerd van het papier in Nederlog. Ze staan hier, hier en hier. Ze moeten ook nog wat herschreven worden, maar zijn in beginsel goed.

Dit deel is ook van een uitgetiepte versie, maar ťťn met meer verbeteringen dan in de eerdere delen. Ik heb e.e.a. op 9 januari 2017 verdeeld in de volgende delen:
1.   Personen
2.   Verhoudingen
3.   Verdedigingsmechanismes
4.   Redeneringen
5.   Groepen
6.   Geestelijke Gezondheid
7.   Geestelijke Ongezondheid
8.   Waarom mensen gek worden
9.   Double Binds
10. Over Psychotherapie
De delen waren er al, maar ze waren niet allemaal van een naam voorzien. Ik neem de tekst die ik in 1986 en 1987 schreef hieronder over, met enige kleine verbeteringen en behoorlijk wat vetzettingen van begrippen en termen.

De tekst die volgt is vrijwel geheel zoals ik hem zo'n dertig jaar later terugvond en dit is hetzelfde als voor de eerste drie delen (die ik in 2013 en 2014 publiceerde: zie hierboven).

Ik denk dat deze tekst iets minder goed is dan de eerste drie delen - en waarschijnlijk is (bijv.) het deel Redeneringen wat te lang, wat komt doordat ik van logica houd - maar ik vind deze versie goed genoeg om nu te publiceren.

En het is de bedoeling dat ik het geheel - alle vier delen - enigszins herbewerk en dan opnieuw publiceer, maar zover ben ik nog niet.

Wat in dit deel volgt is dus vrijwel hetzelfde zoals ik het vond en zoals ik het schreef in 1986 en 1987, met drie aanvullingen: De vetzettingen zijn allemaal van nu, evenals alle links in dit stuk (die overwegend naar mijn Philosophical Dictionary linken), evenals alle noten, die allemaal van de vorm "[1]" zijn, dus een getal tussen vierkante haken.

Alle noten staan aan het eind van dit stuk, en zijn allemaal kort en dienen alleen ter verheldering. Tenslotte vervolgen de sectie-nummers die van deel III.

1. Personen

44. De mens is een sociaal, pratend en rationaliserend [1] dier, en de menselijke
      persoonlijkheid kan het beste in die termen begrepen worden: Als een sociaal gekreŽerde en in stand gehouden, op taal gebaseerde intellectuele constructie, voor de meeste mensen voor een groot deel gebaseerd op wensdenken en pretentie, d.w.z. op het voor (on)waar houden wat ze (on)wenselijk achten en doen alsof men is hoe men denkt dat de sociaal belangrijke anderen wensen dat men is.

45. De menselijke persoonlijkheid kan het best benaderd worden vanuit de meest
      menselijke schepping, de taal, en d.m.v. de meest menselijke daarmee uitgedrukte instellingen: Geloven, wensen en beweren.

Ieder mens oriŽnteert zich in de wereld en op anderen door er in taal geformuleerde wensen over te koesteren, en door er tegenover anderen en zichzelf beweringen over te doen, die weer al dan niet geloofd en wenselijk geacht worden.

46. Over de menselijke persoonlijkheid zijn veel, i.h.a. nogal vage en spekulatieve
      theorieŽn verkondigd in psychiatrie, psychologie of filosofie. Een heldere en theoretisch vruchtbare theorie start van de volgende partiŽle definities [2]:
  • het zelf van P = de beweringen die P over P gelooft
  • het ego van P = de beweringen die P over P wenst
  • de rol van P   = de beweringen die P over P beweert
Hier is verondersteld dat iemand's rol tegenover anderen gespeeld wordt en berust op publieke beweringen en gedragingen, terwijl iemand's zelf en ego c.q. geloven en wensen privť zijn.

47. Het is natuurlijk ook zo dat iemand's zelf, ego en rol meer of minder variŽren met
      iemand's leeftijd, sociale context, status en gezondheid: De meeste mensen hebben een flink aantal verschillende rollen, en wat ze over zichzelf geloven en over zichzelf wensen verschilt in ieder geval in accent en prioriteit met de verschillende rollen die ze bekleden en meer of minder succesvol kunnen spelen.

Het is essentieel voor voor goed begrip van de bovenstaande definities om in te zien dat wat men gelooft, wenst of beweert niet waar behoeft te zijn, en dat het snel kŗn veranderen. [3]

48. Dit rechtvaardigt de volgende twee definities:
  • de persoonlijkheid van P = de beweringen die P over P weloverwogen, gedurende langere tijd en in verschillende voor P belangrijke contexten
    gelooft, wenst en beweert.
Aldus is de menselijke persoonlijkheid een welbewuste menselijke schepping: Men is voor zichzelf wat men gelooft en wenst dat men is, en tegenover anderen wat men beweert/pretendeert te zijn. De mens is wat ie gelooft en wenst dat ie [4] is, en doet wat ie durft gebaseerd op wat ie denkt en voelt. En de mensen scheppen zichzelf naar hun moed, hun vermogens, hun mogelijkheden en hun kennis.

Maar wat ie gelooft en wenst over zichzelf is nooit helemaal waar:
  • het karakter van P = wat P werkelijk is = wat gerepresenteerd wordt door de ware beweringen over P's ideeŽn, wensen en eigenschappen.
Dit ligt onder of achter het bewuste zelf en ego, en is niet als zodanig toegankelijk voor wie het heeft, o.a. omdat het groter en ingewikkelder is dan het bewustzijn kan weergeven en omdat het over de jaren opgebouwd is door specifieke wensen en geloven.

49. De menselijke persoonlijkheid is een sociale creatie en grotendeels een sociaal
      in stand gehouden fictie: Mensen spelen (= doen alsof) ze de personen zijn die ze geloven en wensen dat ze zouden zijn in grotendeels daartoe in stand gehouden groepen; ze spelen en adopteren rollen en worden de karakters die ze sociaal aangeboden worden, en functioneren zelf weer als tegenspelers voor anderen die hetzelfde doen. Zoals de dichter [5] zegt:

       My me
       Is someone I never see
       It hides itself in the dream
       I dream
       Of me.

       You are you
       Because of what I do
       To make you you
       As I am me
       Because of what you see
       As me
       We are we
       Because of what each does
       To make each of us

50. De bovenstaande definities van zelf, ego en rol (of persona = het masker dat
      iemand opzet tegenover anderen) kunnen verduidelijkt worden d.m.v. het volgende Venn-diagram (en de drie cirkels staan voor resp. van links naar rechts en van boven naar beneden voor Geloven, Wensen, en Beweren) [6]:

                   

waarin de 8 logische mogelijkheden in staan voor een persoon P, die als volgt bekommentarieerd kunnen worden:

(1) = wat P over zichzelf gelooft maar niet wenst noch uitspreekt.

     Dit is voor de meeste mensen meer niet dan wel bewust: Het is wat ze wel over zichzelf geloven naar liever niet onder ogen zien, en zeker niet aan anderen toegeven. Het is belangrijk op te merken dat P zich dit wel bewust kŠn zijn, maar het zich vaker niet dan wel bewust is omdat het P's eigen onvermogens, sociaal getaboeŽerde wensen, egoÔsmes, oneerlijkheden, zwaktes en falen omvat.

(2) = wat P over zichzelf gelooft en uitspreekt maar niet wenst.

     Dit zijn P's sociaal toegegeven zwaktes - die overigens vaak toegegeven worden omdat P daar beter van wordt of niet anders kan, omdat het bekende, zichtbare zwaktes, tekortkomingen of onvolkomenheden betreft.

(3) = wat P over zichzelf gelooft en wenst maar niet uitspreekt.

     Hier ligt een belangrijk deel van de eigenwaarde van veel mensen, en hier ligt dus hun "ware zelf" (in eigen ogen) en hun doelen in het leven, die hťťl anders kunnen zijn dan ze publiekelijk voorgeven. Omdat de meeste mensen vaak minder goede bedoelingen hebben dan ze strategisch verantwoord achten om toe te geven en omdat de meeste mensen niet belachelijk gemaakt willen worden, hebben ze veel te verzwijgen.

(4) = wat P over zichzelf gelooft, wenst en uitspreekt.

     Hier ligt P's geprefereerde sociale persoonlijkheid, want dit zijn de eigenschappen die P meent overeind te kunnen en willen houden. Dit zijn de rollen die P aankan (volgens P).

51. De deelverzamelingen (1) t/m (4) van het menselijk karakter vormen het zelf in
      de zin: wat iemand over zichzelf gelooft. [7] Het ongewenste deel daarvan - (1) en (2) - wordt gewoonlijk grotendeels over het hoofd gezien, zowel door de persoon zelf als door de anderen, vooral omdat het voor allen nogal pijnlijk is ongewenste onderwerpen aan te snijden of onder ogen te zien. En wat iemand van zichzelf vindt wordt vaker wel dan niet bepaald door wat ie voor zichzelf wenst: Dit omvat het door P omtrent zichzelf gewenste en geloofde, dat ook deel uitmaakt van P's zelf, evenals deelverzamelingen (3) en (4), en het door P gewenste doch niet geloofde:

52. (5) = wat P wenst over zichzelf maar niet gelooft of uitspreekt.

     Hier ligt het grootste deel van wat wel het ego-ideaal [8] genoemd wordt, en dat heel wat kinderlijker en primitiever is dan de meeste mensen zouden willen toegeven: Het is over het algemeen puur en dom wensdenken zonder enige redelijke feitelijke basis, en georiŽnteerd aan heersende maatschappelijke ideaalbeelden.

(6) = wat  P wenst en beweert over zichzelf maar niet gelooft.

     Dit is een belangrijk deel van het sociale spel dat de meeste mensen spelen, dat ze gedeeltelijk willen spelen omdat het overeenkomt met hun ego-ideaal, en dat ze gedeeltelijk gedwongen worden te spelen, omdat het overeenkomt met rol-  verwachtingen en functie-vereisten van de rollen die ze spelen. [9]

53. De deelverzamelingen (3) t/m (6) van het menselijk karakter vormen het ego:
      Wat iemand voor zichzelf wenst. [10] Het ongeloofde deel daarvan wordt gewoonlijk niet als bron van handelingen gebruikt, maar vormt wel een bron van veel dagdromerij en van veel meningen die mensen hebben: Een groot deel van het menselijk denken is wens-denken - men houdt voor waar wat men voor wenselijk houdt en voor onwaar wat men onwenselijk acht. [11] Pas als men gedwongen wordt te handelen naar de meningen die men heeft, of gedwongen wordt ze te verdedigen tegen rationele kritiek, gaan de meeste mensen (enigszins) rationeel redeneren, en oriŽnteren ze zich m.b.v. logica, gezond verstand en algemeen erkende feiten. Tot dat moment aangebroken is (in de meeste gevallen dus nooit) blijven ze geloven wat ze wensen, en hun wereld- en zelf-beeld inrichten aan de hand van emotioneel prettige illusies. [12]

54. De rollen die iemand speelt - voor de meeste mensen zijn dat in ieder geval die tegenover hun huwelijkspartner, hun ouders, hun kinderen, hun vrienden, hun kennissen, de mensen met wie ze werken, hun buren, en belangrijke en onbelangrijke bekenden - vormen een deel van iemand's zelf, gewenst of niet ((2) en (4)), en van iemand's ego ((4) en (6)). Maar ze kunnen ook puur pretentie zijn:

55. (7) = wat P over zichzelf beweert maar noch gelooft noch wenst.

     Hier ligt een aanzienlijk deel van beleefd gedrag, etikette, en zeer eenvoudige sociale pretenties t.a.v. kleding, uiterlijk en gedrag die iedereen ophoudt en wordt verondersteld op te houden. Maar hier kan ook, zoals in een ongewenste relatie (huwelijk, werk, gevangenis - alles is mogelijk waar aanzienlijke dwang mee uitgeoefend kan worden), een uitgebreid leugensysteem overeind gehouden worden, omdat men te bang is het na te laten, of teveel voordeel van het instandhouden verwacht.  

56. In veel leef- en werk-situaties dwingen mensen elkaar tot uitgebreide pure
      pretentie, en dus tot leugens en verloochening. Gedeeltelijk is dit wenselijk (zoals de pretentie een ander niet te willen vermoorden terwijl je 't wel wilt; de pretentie niet te discrimineren terwijl je 't eigenlijk niet zo voelt; de pretentie van beleefdheid terwijl het tegen je egoÔstische impulsen ingaat etc.) maar voor een groot deel is dat onwenselijk, en leidt tot moeilijkheden in

(8) = wat P noch gelooft noch wenst noch pretendeert, terwijl het wťl
           eigenschappen van P zijn.

Hier ligt het onderbewuste, en omdat de meeste mensen gewoontedieren zijn vormt dit ook een aanzienlijk deel van het karakter van iemand.

57. En hier, in (8), ligt het grootste deel van wat iemand feitelijk is: Een grotendeels
       onbekend lichaam, met een grotendeels onbekend brein, met grotendeels ongekende mogelijkheden in een grotendeels onbegrepen wereld. [13]

Mensen creŽren zichzelf, door hun eigen hersens te programmeren m.b.v. wensen en ideeŽn over zichzelf. Jammer genoeg is een groot deel van die wensen onredelijk irreŽel want onrealiseerbaar, en een groot deel van die ideeŽn irrationeel en onwaar, maar dat doet aan het feit dat mensen zichzelf maken (uit gegeven individuele biologische feiten) niets af.

Maar mensen maken zichzelf niet in hun eentje: Ze hebben daar anderen voor nodig:

Uiteindelijk worden menselijke persoonlijkheden geschapen door menselijke individuen in een menselijke cultuur - d.w.z. in groepen, families, instituties, en organisaties van mensen. Daartoe wenden we ons nu. [14]

2. Verhoudingen

58. In iedere bewuste verhouding tussen twee mensen, hoe kort ook, zijn ideeŽn,
      emoties en wensen betrokken, en wordt iets uitgewisseld - informatie, goederen of diensten - als onderdeel of als doel van de verhouding.

En iedere bewuste verhouding tussen twee mensen, hoe eenvoudig ook, omvat voor ieder van de participanten in ieder geval tien onderwerpen: Een idee over (1) het doel, (2) de achtergrond en (3) de feitelijke uitwisseling en (4) het type verhouding waar men bij betrokken is, en vervolgens (5) het beeld dat men van zichzelf, en (6) van de ander heeft, en (7) van het paar, en (8) van de anderen die met het paar of de verhouding of de uitwisseling te maken hebben, en tenslotte het beeld dat ieder zich vormt (9) van het zelfbeeld van de ander, en (10) van wat de ander over zelf denkt (dus voor mij is dat: wat ik denk dat jij over mij denkt.)

Aangezien de meningen van ieder van de beide betrokkenen hierover kunnen verschillen en zelden wederszijds volledig bekend zijn, zijn de mogelijkheden tot misverstanden en misleidingen talloos. [15] Dat veel verhoudingen tussen mensen desalniettemin behoorlijk succesvol zijn ligt in niet onbelangrijke mate in het feit dat de meeste verhoudingen door beide participanten welbewust oppervlakkig worden gehouden en sterk sociaal gecodificeerd zijn: Men speelt ieder voor de ander gewoonlijk een rol die wederszijds tamelijk goed bekend is.

59. Verhoudingen dienen doelen. Wat willen mensen van elkaar? Waarom gaan ze met
      elkaar om en waarom communiceren ze me elkaar?

Wat mensen van elkaar willen komt neer op:

- ze willen hun wensen t.a.v. zichzelf en anderen bevredigen
- ze willen hun zelfbeeld bevestigen en in stand houden
- ze willen hun ideologie bevestigen en in stand houden. [16]

Het bevredigen van de meer eenvoudige wensen in een geordende maatschappij gebeurt door doel-gerichte verhoudingen aan te gaan met mensen die die doelen bevredigen: De tradionele beroepsgroepen (bakker, slager, timmerman etc.), waar rollen gespeeld worden die mensen in alledaagse noden, doelen en behoeften voorzien. (Het onbevre- digende van de niet-traditionele beroepen - programmeur, processor, medewerker, afdelingschef - is dat het rollen biedt die niet in de maatschappij maar in een bedrijf belangrijk zijn en die mensen daar geÔsoleerd houden. [17])

60. Essentieel voor ieder mens en kenmerkend voor de mens als soort is dat mensen
      leven voor, door en met hun idealen en ideeŽn over wat zijzelf en de hen omringende werkelijkheid zijn en zouden moeten zijn.

Mensen leven om hun zelf- en wereld-beeld in stand te houden, bevestigen en uit te bouwen - ieder mens heeft ideeŽn en wensen over wat hij/zij zelf is en wil zijn, en hoe de wereld er uit ziet en zou moeten zijn.

Daar liggen de belangrijkste en sterkste emoties verankert, en daar zijn zij het lichtst geraakt en nhet snelst aangesproken: Ze identificeren zich met hun zelfbeeld en met de groepen waar ze deel van uitmaken die hen de rollen bieden waarop dat zelfbeeld gebaseerd is - familie, kerkgenootschappen, politieke partijen, naties etc.

De mens is de ideologische aap, het rationaliserende dier: Een wezen dat zijn soortgenoten pijnigt geÔnspireerd door illusies over zichzelf, over hen, en over de werkelijkheid. [18]

61. Het type verhouding hangt af van waar de verhouding toe dient, en een bruikbare
     klassificatie is of de verhouding primair

- taak- of doelgericht is: Er moet in de eerste plaats iets gemaakt, verworven of
   tot stand gebracht worden, en het spelen van rollen of het beleven van
  persoonlijkhede is secundair;
- rol-gericht is: Er wordt door participanten inhoud gegeven aan bestaande sociale
   rollen, waarvan algemeen bekend is wat er van beiden verwacht wordt - hoe men het
  spel moet spelen;
- persoon-gericht is: De deelnemers zijn vooral in elkaars totale hoedanigheden en
  belangen geÔnteresseerd en zijn op velerlei manieren voor elkaar interessant.

In het algemeen heeft iedere verhouding alle drie aspecten, maar de meeste verhoudingen zijn, althans op ieder bepaald moment, vrij duidelijk primair van ťťn van deze drie soorten, hoewel er wťl vaak gepretendeerd wordt dat taak- of rol-gerichte
verhoudingen persoons-gericht zijn (wat vaak voorkomt bij romantische c.q. sexuele verhoudingen, waarin mensen pretenderen in elkaar geÔnteresseerd te zijn, waar ze in feite vaak uit zijn op sexuele bevrediging (een doel) of op een sociaal aanvaardbare
huwelijkspartner (een rol)).

Taak- of doel-gerichte verhoudingen zijn altijd kortdurend: Waar langdurig taken verricht moeten worden, komen hiervoor sociale rollen. Een fundamenteel inzicht hier is dat sociale rollen in het algemeen niet vervuld worden vanwege de taken of doelen die er in vervuld worden,  maar vanwege de waardering voor die rollen: De status of geldelijke beloning die met die rollen verbonden zijn. [19]

De meeste verhoudingen tussen mensen zijn kortdurende taak- of doel-verhoudingen, of rol-verhoudingen; de meest intense verhoudingen zijn persoons-gerichte verhoudingen - die overigens ook, vanwege het emotionele gevaar dat de partners denken te lopen, vaak tenderen in de richting van een rollenspel.

62. Het type communicatie dat mensen gebruiken hangt af van de verhouding, het
      onderwerp en de stemming van de deelnemers, maar een bruikbaar overzicht is als volgt:

relatie t.o.v. de ander
negatief
onpersoonlijk
onecht
inconsistent
attributerend
aanvallend
gebiedend/verbiedend
oneerlijk
autoritair
positief
persoonlijk
spontaan
consistent
informerend
ondersteunend
hulpgevend
eerlijk
gelijkwaardig, coŲperatief
relatie t.a.v. het onderwerp/gesprek
ongeÔnteresseerd
meerduidig
vaag
verduisterend
onsamenhangend
irrelevant
van de hak op de tak
interrumperend
geÔnteresseerd
ťťnduidig
helder
verhelderend
samenhangend
terzake
onderwerp definiŽrend
herhalend/beantwoordend

63. Orientaties en gedrag in de linkerkolom bemoeilijken de communicatie;
     oriŽntaties en gedrag in de rechterkolom vergemakkelijken de communicatie. Algemeen geformuleerd: Communicatie en verhoudingen zijn beter al naar mate men elkaar meer met waardering, interesse en instemming tegemoet treedt, de persoonlijke betrokkenheid uitspreekt en elkaar eerlijk en spontaan helpt, steunt en adviseert en er als gelijkwaardige mee samenwerkt; men in gesprekken en in elkaars standpunten en ideeŽn geÔnteresseerd is; samenhangend, terzake, ťťnduidig en helder praat, en nauwkeurig informeert naar de meningen van de ander en onduidelijkheden tracht te vermijden.

Ideale konversaties vinden zelden plaats, was het alleen omdat de meeste konversaties tussen mensen er op gericht zijn minimale informatie te geven en maximale vaagheid omtrent essentiŽle gegevens in stand te houden of te kreŽren, om de ander inzicht in de motieven en belangen van de spreker te onthouden of ontnemen, omdat de spreker dit niet in het eigen belang acht. [20]

Twee centrale vragen bij iedere communicatie zijn (i) wie het initiatief heeft (wie voorstellen kan doen; wie plannen op kan zetten; wie ideeŽn formuleert; wie bepaalt wat de gespreksonderwerpen en/of handelswijzen zijn) en (ii) wie beslist (wie bepaalt wat er gedaan of besproken wordt, en hoe lang en op welke wijze). In vergaderingen wordt dit i.h.a. op een of andere manier formeel geregeld, bijv. middels een voorzitter, maar in informele communicatie spelen deze vragen voortdurend.
     
3. Verdedigingsmechanismes

64. Veel ervaringen en verhoudingen leiden tot onprettige emoties: Angst, woede,
     afschuw en de daarmee samenhangende spanningen. Men moet daar op een of andere manier mee leven, en ťťn manier is om de oorzaken ervan weg te nemen.
Dit lukt vaak niet, of niet voldoende, en dan treedt een tweede manier op, de zogenaamde verdedigingsmechanismes: Niet-bewuste technieken om emoties te manipuleren.

In de psychiatrie worden, afhankelijk van de theorie, tien tot vijftig verdedigings- mechanismes onderscheiden, maar de behandeling daarvan is in het algemeen verward en vol ontestbare hypothesen. [21]

Hier volgt een overzicht van de belangrijkste verdedigingsmechanismes:

A. Repressie: Persoon P onderdrukt de emotie (zoveel mogelijk).
    Zeker voor emoties waarover men een sterke waarde heeft ("dat mŠg niet!") lukt dat tot aanzienlijke hoogte, zij het met een aanmerkelijk risico dat de emoties zich in  andere vorm - vooral gevoelens van gejaagdheid, zenuwachtigheid - uiten, maar als men die waarden niet heeft over de emotie c.q. de situatie waardoor de emotie veroorzaakt wordt, dan kan men een stapje verder gaan door

B. Ontkenning: Persoon P ontkent dat P de emotie heeft.
    Dit is intellectueel heel eenvoudig ("ik bťn helemaal niet bang/homofiel/zenuw-
achtig" etc.) en werkt vaak omdat de wens om deze onprettige emoties te vermijden zo sterk is, en men daarvoor best een deel van het zelfbeeld wil wijzigen. Ook dit gaat gepaard met een prijs (totdat de ontkenning inderdaad effectief deel uitmaakt van het zelfbeeld moet men blijven ontkennen en blijft daardoor onprettige gevoelens hebben), maar ook hier is weer een oplossing:

C. Overdracht: Persoon P verbindt de emoties over de ťťn tegen ander.
    P wordt bijvoorbeeld niet boos op z'n baas, maar op z'n vriendin die er ook niets aan kan doen, of zoekt een vrouw zoals z'n moeder omdat je met je moeder niet kunt vrijen. Dit leidt vaak tot onprettige resultaten, maar het is wel effektief (en werkt overigens ook voor zoogdieren: Apen en honden reageren de hen toegebrachte ellende door sterkere dieren ůůk af op zwakkere dieren). Het kan echter zijn dat P zich bewust wordt van overdracht-mechanismes en zich inhoudt. Dan kan P zich laten verleiden tot

D. Omkering: Persoon P wijt de emoties van zichzelf aan een ander. 
    Het is niet P meer die de pest heeft aan z'n vrouw, nee: z'n vrouw heeft de pest aan hem (volgens P), en daarom gaat het zo slecht met hun huwelijk - kortom, P is onschuldig, en de anderen hebben gedaan wat P voelt: Zij zijn boos, onrechtvaardig, beangstigend of beschuldigend (volgens P). En P kan dit combineren met een soortgelijk mechanism:

E. Projectie: P kent de ongewenste eigenschappen van zichzelf zonder goede gronden
    toe aan anderen.
Tot op zekere hoogte is dit natuurlijk onvermijdelijk, maar het betreft een verdedigings-
mechanisme als het duidelijk om de toekenning gaat van ongewenste eigenschappen die men zelf heeft aan anderen die ze niet of een heel stuk minder hebben. [22] Iedereen leest zichzelf tot op zekere hoogte in anderen, en dit is de bron van veel reŽel gefundeerde sympathie, maar iedereen ziet ook het snelst de onprettige eigenschappen van anderen die die in zichzelf vermoedt. Wie, zoals veel extreme Christenen, overal tekenen van losbandig sexueel gedrag ziet, en dat sterk afkeurt, projecteert waarschijnlijk z'n wensen.

Overdracht, omkering en projectie (de emotie een ander in de schoenen schuiven) zijn effektief waar repressie en ontkenning (de emotie zelf te lijf gaan) falen, en ze vormen de bron voor veel religieus en politiek denken en voelen. Mocht ook dit onvoldoende zijn dan is er nog

F. Mystificatie: Persoon P verwart de emoties die P heeft met elkaar of met andere
   zaken.
De beste manier om dit te doen is de zaken veel ingewikkelder voor te stellen dan ze zijn: In feite wil P neuken en is bereid voor dat doel te liegen; in de praktijk hangt P een lang verhaal op over christen zijn, morele verantwoordelijkheid, de schoonheid van
het leven, de deugd en wat al niet dat enigszins  aanleiding geeft om zowel te reageren op P's gevoel als er een dik kluwen onduidelijkheid en remmingen omheen op te bouwen. Een andere naam hiervoor, of een soortgelijk mechanisme, is intellect- ualisatie. Mocht ook dit niet voldoende baten dan is er altijd nog de mogelijkheid tot

G. Regressie: Persoon P neemt de emotionele uitingsvorm uit de kinderjaren aan.
    Dit heeft het grote voordeel dat het de zaken zeer vereenvoudigt, en dat het bovendien in niet al te oude mensen charmant kan lijken. Jonge vrouwen gebruiken het veel, vaak noodgedwongen: Waar mannen niet toegankelijk zijn voor hun rationele argumenten zijn ze dat vaak wel voor hun guitigheid of gepruil. Overigens is verregaande en langdurige regressie een begeleidingsverschijnsel van veel psychoses.
Mocht ook regressie niet meer baten dan heeft men altijd nog de mogelijkheid toe te geven aan de emotie en zich al doende of achteraf te verdedigen middels

H. Rationalisatie: Persoon P geeft onware gronden voor P's emotionele gedrag.
    De wereld hangt aan elkaar door het rollenspel, en de rollen hangen vaak af van rationalisaties: Iedereen is graag beter, sterker en slimmer in eigen en andermans ogen en is vaak bereid de waarheid daarvoor te verdraaien of verfraaien, door weglating, toevoeging of regelrecht uit wensen geboren fantasie. Overigens werkt dit uitstekend, en danken veel mensen aan geslaagde rationalisaties hun welbevinden: Ondernemers die werken tot het heil van hun werknemers, professoren die alles over hebben voor de wetenschap, doktoren die altijd zeggen klaar te staan voor hun patiŽnten - iedereen kent ze. [23]

4. Redeneringen

65. Het zijn niet alleen emoties die gemanipuleerd wordebn, maar ook mensen en
        argumenten
. De manipulatie-mechanismes wat betreft menselijke emoties omvatten:

- attributeren = het expliciet toeschrijven van houdingen en emoties aan
   anderen
.

Attributies (in deze zin) gebeuren vaak door iemand woorden in de mond te leggen en is een techniek die veel door moeders, politici, adverteerders en journalisten gebruikt wordt, en waartegen het vaak moeilijk is een een adekwaat en tegelijk beleefd verweer te vinden. Het wordt zeer vaak gebezigd en is een manier om vat op een persoon te krijgen door hem of haar een rol, een positie, houding of gevoel in de schoenen te schuiven, en is vaak een vorm van projectie.

Merk op dat het gewoonlijk heel direct gebeurt, in de vorm "jij wilt/denkt/voelt/doet dat zeker omdat..." - en wie dat ontkent kan vervolgens van onwetendheid of onvriende-
lijkheid beschuldigd worden, of gezegd worden "ja, dat denk je - maar onbewust is het toch zo".

66. Een gerelateerd mechanisme is:

- situationeren = het expliciet benoemen en klassificeren van de situatie waarin
   men zich met anderen bevindt.

Als er gesituationeerd wordt us dat in het algemeen om greep te krijgen op een onduidelijke situatie. Thomas' Theorema uit de sociologie luidt "To define a situation is to create it" (wat overigens niet waar maar wel vaak de bedoeling is) [24]. Een voorbeeld van een simultane dubbele attributie en situationering is "Gedraag je wat minder egoÔstisch - je wilt ons gezellig samenzijn toch niet verpesten?"

- complimenteren = het toeschrijven van goede eigenschappen aan een ander.

Dit is ook een techniek waar maar zeer weinigen niet althans gedeeltelijk voor door de knieŽn gaan, en is een invulling van wat met verwijzing naar de Gulden Regel ("wat gij niet wilt dat u geschiedt, doet dat ook een ander niet) well de Bronzen Regel genoemd kan worden: "If you want to be pleased, please" (Hazlitt). [25] Maar het lukt niet bij iedereen, of neemt soms veel tijd.

Een alternatief is:

- intimideren = het pretenderen of gebruik maken van hogere status, meer
   kennis, of grotere kracht.

Er is een uitgebreid en zeer subtiel spel van wederszijdse intimidatie bij veel sociaal verkeer: Men pocht met titels, schoonheid, kleding, bekenden, kennis, lichaamskracht,
bereisdheid en prestaties op allerlei terreinen, en alles waarop men pocht kan waar of onwaar zijn, en (gedeeltelijk) gelogen of ongelogen.

Mocht iemand zich niet laten beÔndrukken of bedreigen, niet erg gevoelig zijn voor vleierij, en de definities van de situatie en klassifikaties van zichzelf naast zich neerleggen, dan is het nog altijd mogelijk iemand te

- emotioneren = het uitlokken van welbepaalde sterke emoties waarbij vooral
  sexuele gevoelens (verleiding) en persoonlijke geraaktheid (beledigen) heel effectief kunnen zijn: Iemand opzettelijk boos maken zodat hij/zij niet in staat is zijn/haar eigen gelijk duidelijk en rationeel te beargumenteren wordt vaak gebruikt in debatten.

67. Mensen worden gek door dwang en inadekwate informatie. [26] Informatie
     is inadekwaat als ze onwaar, onvoldoende, misleidend of inconsistent is, en onware informatie geeft vooral aanleiding tot illusies, terwijl misleidende of inconsistente informatie vooral leiden tot angst en onzekerheid.

Inadekwate informatie wordt overgebracht door inadekwate communicatie, en de informele logica geeft een uitgebreid overzicht van redeneerfouten, d.w.z. van argumentatie-patronen waarmee men zichzelf en anderen misleiden kan.

Hieronder volgt zo'n overzicht, bestaande uit definities van sleutelbegrippen, van redeneerfouten en van voorbeelden.

Laten we beginnen met de definitie van een redenering of argument: Een redenering bestaat uit ťťn of meerdere beweringen (volzinnen) die als aanname functioneren en althans voor de duur van het argument als waar verondersteld worden; een bewering die gekonkludeerd wordt uit de aannames; en ťťn of meerdere woorden die aanduiden dat hier sprake is van een redenering, en die het verband tussen aannames en konklusie aangeven, zoals "dus", "dan", "ergo", "waaruit volgt", "want", "omdat" en meer. [27]

Een redenering is logisch geldig precies dan wanneer in alle mogelijke gevallen waarin de aannames waar zouden zijn, de konklusie ook waar is (en er dus geen mogelijkheid is waarin de aannames wel waar zouden kunnen zijn en de konklusie niet), en een bewering is waar precies dan als ze beweert wat het geval is.

Een redeneerfout of drogreden, tenslotte, is een redeneerpatroon dat niet logisch geldig is, maar het wel lijkt te zijn, althans voor veel taalgebruikers onder sommige omstandigheden, zoals wanneer ze geŽmotioneerd zijn, of wensen koesteren omtrent de (on)waarheid van de konklusie. [28]

68. Redeneerfouten worden vaak in drie soorten verdeeld:

A. Fouten door meerduidigheid: Deze ontstaan wanneer een woord of uitdrukking
    in verschillende betekenissen in de aannames of konklusies worden gebruikt;
B. Fouten door irrelevantie: Deze ontstaan wanneer de aannames onvoldoende
    relevante gronden voor de konklusie vormen.
C. Fouten door vooronderstellingen: Deze ontstaan waneer er naast de expliciete
    aannames een geheel of gedeeltelijk onuitgesproken vooronderstelling wordt
    gebruikt die onwaar is.

Ik zal nu een twintigtal redeneerfouten bespreken, geklassificeerd als boven, en dus beginnen met

69. Fouten door meerduidigheid: Zoals gezegd ontstaan deze door een woord of uitdrukking in verschillende betekenissen te gebruiken. Dit kan op verschillende manieren fout gaan:

1. Een fout door equivocatie ontstaat door dubbelzinnig woordgebruik.

Bijv. in "Je doet gek. Een gek moet opgesloten worden. Dus moet je opgesloten worden." wordt "gek" in twee betekenissen gebruikt: Als verwijzen naar vreemd gedrag, en als verwijzen naar serieuze geestelijke gestoordheid. En bijv. in "Je bent niet normaal, en wie niet normaal is is gek, dus ben je gek." wordt "normaal" gebruikt als resp. "gewoon" en "geestelijk gezond".

2. Een fout door amphibolie ontstaat door onduidelijke grammatica in de aannames of conclusie, waardoor verschillende betekenissen ontstaan.

Bijv. in "Als de Grieken de Perzen aanvallen, zal een groot rijk tenonder gaan" is het onduidelijk of de Grieken, de Perzen of allebei (of misschien een ander land) geacht worden tenonder te gaan, en in "Hij gelooft niet dat hij niet onzeker is, dus gelooft hij dat hij onzeker is" wordt voorbijgegaan aan de mogelijkheid dat hij ook niet zou kunnen geloven dat hij wťl onzeker is, omdat hij onzeker is of hij onzeker is, of omdat hij helemaal niets gelooft omtrent zijn (on)zekerheid omdat hij - bijv. - slaapt.

3. Een fout door accent ontstaat doordat een deel van de aannames of de konklusie
verschillende betekenissen hebben, al naar gelang de nadruk gelegd wordt.

Bijv. in "Als je veel van me zou houden, dan zou je me helpen" is de betekenis nogal verschillend al naar gelang "vťťl" de nadruk krijgt, zodat gesuggereerd wordt dat je van me houdt, maar misschien niet genoeg om me te helpen, of naar gelang "hůuden" de nadruk krijgt, waarmee gesuggereerd wordt dat je niet van me houdt en me dus kennelijk ook niet zult helpen. Een andere manier om een fout door accent te maken is maar een deel van de bewering gebruiken voor de conclusie, zoals in  "Je zei  dat je  niet van me houdt als ik het doe, dus zei je dat je niet van me houdt" - een vorm van veelgebruikt buiten context citeren.

4. Een fout door compositie ontstaat door de eigenschappen van de delen van iets dat in de aanname genoemd wordt, toe te kennen aan het geheel van iets dat door die delen gevormd wordt als konklusie.

Bijv. in "Ieder van de familieleden is volstrekt normaal, dus we zijn een volstrekt normale familie" wordt een eigenschap van de individuele leden aan de gehele familie toegekend, terwijl in "Al mijn eigenschappen zijn gemiddeld, dus ik ben een gemiddeld mens" vergeten wordt dat iemand met allťťn maar gemiddelde eigenschappen behoorlijk buitenissig is. Als laatste fout van meerduidigheid hebben we:

5. Een fout door verdeling ontstaat door de eigenschappen van een geheel dat in de aannames genoemd wordt, als konklusie toe te kennen aan de delen van het geheel.

Dit is in zekere zin het omgekeerde van een fout door compositie. Bijv. in "Ik ben een volstrekt normaal mens, dus ik heb alleen volstrekt normale verlangens en eigenschappen" wordt het samenvattend oordeel over ŗl mijn eigenschappen toegekend aan ieder van mijn eigenschappen, en in "Wij zijn een bijzondere familie, dus ieder van de familie-leden is bijzonder" wordt een eigenschap van de groep aan de leden afzonderlijk toegekend.

De fouten door meerduidigheid zijn vaak niet zo spektakulair en lijken op het oog makkelijk herkenbaar. Toch komen ze zeer regelmatig voor, en wordt iedereen er wel eens door misleid.

70. Fouten door irrelevantie zijn fouten die ontstaan doordat de aannames onvoldoende relevante gronden voor de konklusie bieden, en ontlenen hun plausibiliteit niet aan een logisch verband maar aan een psychologisch verband: Er wordt ergens aan geappeleerd.

6. Een appŤl aan geweld is een redenering die z'n konklusie ondersteunt door met geweld te dreigen.

Bijv. in "Als je zo blijft zeuren, dan weet je wel wat er gebeurt. Ik zou me dus maar gedragen." wordt gedrag afgedwongen door - impliciet, wat vaak veel bedreigender is - met geweld te dreigen. En in "Als je niet doet wat ik wil, dan doe ik iets dat jij niet wil" zien we het algemene patroon van een appŤl aan geweld: Dreigen met ongewenste handelingen, kennelijk bij gebrek aan betere argumenten.

7. Een appŤl aan medelijden is een redenering die een beroep doet op medelijden, sympathie of goede gevoelens.

Dit mag heel ethisch lijken (of zijn): Als argumentatie is 't oneigenlijk want ongeldig. Bijv. "Ik heb vreselijk mijn best gedaan en hard gewerkt, en als ik geen beloning krijg ben ik vreselijk teleurgesteld, dus verdien ik een beloning" wordt alleen aan de inzet en de gevoelens van de spreker gerefereerd, en niet aan eventuele afspraken waaraan ie zou (hebben) moeten voldoen om beloond te worden. En in "Zijn oudste dochter is uit de vierde verdieping gevallen; zijn jongste zoon is verdronken; zijn middelste kind ligt in het ziekenhuis; en zijn vrouw is dood, dus hij verdient onze warmste sympathie." wordt voorbijgegaan aan de vraag of hij niet een maniak is die 't allemaal zelf op z'n geweten heeft.

8. Een appŤl aan het volk is een redenering die een beroep doet op wijd verbreide waardes en/of gevoelens om de konklusie te beargumenteren.

Redevoeringen van politieke of humanitaire aard staan hier vaak vol mee, maar dit is ook in andere contexten een veel gemaakte fout. Bijv. in "Je wťťt immers dat dit niet hoort, dus laat je het maar uit je hoofd" wordt een beroep gedaan op geldende vooroordelen (zonder ze te expliciteren, wat wťl zo makkelijk argumenteert, ook onder kannibalen), en in "Iederťťn weet toch immers dat dit gewoon zo is, dus moet jij wel achterlijk wezen dat je het niet weet" wordt een veel gebruikte diskussietruuk gebezigd, en wordt voorbijgegaan aan het feit dat zťlfs als dat zo is (wat iederťťn zou weten is moeilijk te zeggen) dat ook dan nog iedereen zich kan vergissen en iedereen vergeet- achtig kan zijn.

9. Een appŤl aan de mens is een argument dat een beroep doet op de eigenschappen van degeen die het argument onderschrijft. Hier kunnen drie sub-vormen onderscheiden worden:

9.1. diskwalificatie, waarin een beroep wordt gedaan op de (veronderstelde of reŽle) negatieve eigenschappen van degenen die het argument onderschrijven.

Bijv. in "Ik weet dat je me eerder belogen hebt, dus ik geloof je niet, wat je ook mag zeggen" wordt voorbijgegaan aan het feit dat iedereen wel eens liegt, en dat, hoe dan ook, de bron van het argument geen garantie is voor de waarheid of onwaarheid van de konklusie. "Kijk wie het zegt" is (meestal) een diskwalificatie of een beroep op autoriteit, en kŠn relevan zijn maar is zelden beslissend, en altijd een oneigenlijk argument als waarheid of geldigheid in het geding zijn.

9.2. ondergraving, waarin een beroep gedaan wordt op het (veronderstelde of reŽle) belang van degenen die het argument onderschrijven.

Bijv. in "Ach ja, we allemaal dat jij en je medestanders nu eenmaal tot die groep behoren die belang hebben bij die mening, dus dŗt hoeven we niet serieus te nemen" wordt volledig voorbijgegaan aan de eventuele waarheid of geldigheid van het argument.

9.3. terugkaatsen is een argument waarin een konklusie van een argument tegengesproken wordt door te zeggen dat de spreker immers zťlf in tegenspraak met zijn konklusie handelt.

Bijv. in "Al die argumenten over mijn onvolkomenheden leg ik zů naast me neer. Jij bent ook niet perfekt." wordt, zoals altijd bij appŤls aan de mens, voorbijgegaan aan alle argumentatie van inhoudelijke aard. Diskwalificaties, ondergravingen, en terugkaatsen worden zeer vaak gebruikt in diskussies en gesprekken, en zijn vaak effektief omdat ze zo emotionerend werken.

10. Een appŤl aan de konsekwenties is een argument dat een beroep doet op de konsekwenties die verondersteld worden voort te vloeien uit het accepteren van een konklusie i.p.v. de (on)waarheid van de de konklusie ter diskussie te stellen.

Bijv. in "Als je het voortdurend met me oneens blijft, komen we er nooit uit, dus zou ik m'n standpunten maar eens wijzigen als ik jou was" wordt voorbijgegaan aan de redenen waarom jet het met me oneens bent (en stilzwijgend verondersteld dat ik gelijk heb), en in "Als je gaat vrijen kun je zwanger worden, en dat is het laatste wat mag gebeuren, dus verbied ik het je" wordt, zoals altijd bij deze redeneerfout, een veronderstelling gemaakt die niet waar hoeft te zijn (de pil), en, zoals vaak bij deze redeneerfout, een morele konklusie getrokken.

Alle appŤls zijn zeer vaak voorkomende redeneerfouten, die vaak effektief zijn in de zin dat ze ůfwel de toehoorder overtuigen ůfwel de toehoorder het zwijgen opleggen of zodanig verwarren dat ie aan de eigen argumentatie niet meer toekomt.

Het gemeenschappelijke aan alle fouten door irrelevantie is dat een beroep wordt gedaan op overwegingen die logisch niet ter zake zijn maar feitelijk wel emotionerend zijn, zodat tegelijk een argument gegeven wordt, de toehoorder verward wordt door het onderwerp te veranderen, en de toehoorder geŽmotioneerd wordt door een beroep op z'n gevoelens te doen.

11. Een appŤl op onwetendheid is een argument waarin gekonkludeerd wordt dat iets zo is, omdat niet vaststaat dat het niet zo is, of een argument waarin wordt gekonkludeerd dat iets niet zo is omdat niet vaststaat dat het wŤl zo is.

Bijv. in "Ze moeten mij hebben en achtervolgen me, want als dat niet zo was had ik het allang geweten - en ze hebben niets goeds met me voor, want iets anders is niet gebleken." worden beide vormen gebruikt ten dienste van paranoÔde konklusies. Zeer veel wensdenken wordt verricht m.b.v. deze redeneerfout, volgens het schema "Wat ik wens of vrees dat waar is moet of zal wel zo zijn, want ik ken geen bewijs van het tegendeel (en wens dat ook niet te vinden)."

Een kenmerk is dat dergelijke argumenten die gemotiveerd worden door wensdenken vaak verdedigd worden met "Ja, maar 't kŗn toch zo zijn?" alsof wat kan zijn ook is.

12. Een appŤl op autoriteiten is een argument waarin iets gekonkludeerd wordt omdat een gerespekteerd persoon die konklusie onderschrijft.

Bijv. in "Mijn ouders zeggen dat masturbatie geestesziekten veroorzaakt, dus is dat zo" wordt het schema getoond waarmee kinderen opgevoed worden: "Je ouders/leraren/de autoriteiten zeggen het, dus is het zo".

Overigens is een dergelijke redenatie zinnig precies dan als het een autoriteit betreft op het terrein van de konklusie: De meningen van de paus over sexuele onthoudingsverschijnselen zijn beter gefundeerd dan die over sex, mogen we aannemen, want de eerste kent hij uit eigen ervaring, de tweede alleen van horen zeggen. En een beroep op autoriteiten is een drogreden als de autoriteit z'n respect leent aan een mening op een gebied waar hij geen expert in is.

71. Fouten door vooronderstellingen ontstaan wanneer er naast de expliciete aannames een geheel of gedeeltelijk onuitgesproken vooronderstelling gebruikt wordt die onwaar is.

13. circulaire argumenten ontstaan doordat aangenomen wordt wat bewezen moet worden, en de konklusie dus als waar vůůrondersteld wordt.

Hierbij moet opgemerkt worden dat dit geen logische fout is: Als ik zeg "Stel dat A waar is, nou dan is A waar", dan zondig ik niet tegen de logika. De fout van circulaire argumenten is echter dat ze rhetorisch gebruikt worden, en onafhankelijke feitelijke redenen suggereren, waar alleen sprake is van het in enigszins andere woorden konkluderen wat al voorondersteld was. Bijv. in "Durf maar niet te ontkennen dat je me belogen hebt, want je hebt me met opzet onwaarheden verteld" wordt als reden alleen een geherformuleerde konklusie geboden, zoals ook in "Natuurlijk is ze mooi om te zien - dat volgt toch overduidelijk uit het feit dat dat ze visueel aantrekkelijk is".

Circulaire argumenten kunnen dus herkend worden aan aan het feit dat er (i) niet alleen de konklusie uit de aanname(s) volgt, maar ook de aanname(s) uit de konklusie, en (ii) dat het verband tussen de aanname(s) en konklusie niet causaal of statistisch is, maar verbaal is, en vaak een kwestie van definitie.

14. suggestief taalgebruik is hetb gebruik van argumenten waarin de konklusie beargumenteerd wordt op grond van termen met sterke gevoelswaarden in de aanname(s).

Bijv. in "Alleen kwaadwillige stommelingen, gevaarlijke radikalen, doodordinaire waanzinnigen, en logische fanaten zullen mijn konklusies willen betwijfelen, en aangezien niemand van de aanwezigen kwaadwillig, stom, gevaarlijk, waanzinnig of fanaat is, heb ik gelijk." wordt een groffe debaterstruuk geÔllustreerd, terwijl in "Verstandige mensen weten wel wat ik bedoel" een ietwat minder sterke, maar nog steeds zeer suggestieve aanname voor een, overigens willekeurige, konklusie wordt geformuleerd.

Vrijwel alle normale argumenten gebruiken suggestief taalgebruik, en het advertentie- wezen leeft ervan.

15. complexe vragen zijn argumenten die konklusies beargumenteren door ze te vooronderstellen in een ingewikkelde vraag.

Bijv. het klassieke "Wanneer bent u opgehouden uw vrouw te slaan?" veronderstelt als feit dat u uw vrouw sloeg of slaat, en de aannames in "Hoe komt het dat vrouwen dommer zijn dan mannen?", "Bent u dom of wilt u me niet begrijpen?" en "Waarvoor bent u nu eigenlijk veroordeeld?" zijn ook duidelijk te zien als je er op let.

16. kwalificatie-fouten zijn argumenten waarin relevante kwalificaties over het hoofd gezien worden: Een regel wordt toegepast  op bekende uitzonderingen, of bekende uitzonderingen worden tot regel verheven.

Bijv. in "We leven in een vrij land waarin iedereen vrijuit z'n mening moet kunnen zeggen, dus mag ik dat nu ook" wordt voorbijgegaan aan het feit dat dat niet overal, altijd en voor iedereen geldt, en in "Volgens doktoren is een drankje op z'n tijd best gezond, en dus is het gezond iedere dag een tijd te drinken" wordt de uitzondering regel (en "tijd" dubbelzinnig gebruikt).

17. irrelevante aannames zijn argumenten waarin de aannames niet relevant zijn voor de waarheid van de konklusie (maar dat wel lijken).

Bijv. in "Natuurlijk moeten pubers kunnen beslissen naar welke school ze gaan, want ze zijn even intelligent als volwassenen" wordt voorondersteld dat intelligentie een voldoende reden is (en van ervaring en kennis wordt niet gesproken), terwijl in "Ik bŤn niet gek, want ik kan lezen, schrijven en rekenen" irrelevant voorondersteld wordt dat lagere school vaardigheden voldoende zijn om iemand tegen waanzin te beschermen.

18. onsamenhangende konklusies zijn argumenten waarin de aannames geen enkele grond voor de konklusie geven. De geloofwaardigheid van van dit soort redeneringen ligt, zoals in de voorbeelden, in onuitgesproken veronderstellingen.

Bijv. in "Hij is rijk. Hij is knap. Hij is sterk. Hij verdient dus wat hij heeft." wordt een veel voorkomend vooroordeel voorondersteld, namelijk dat ieder krijgt wat 'm toekomt.
Hetzelfde vooroordeel komt voor in "Ik word gepest en getreiterd. Dus deug ik niet."

19. onechte oorzaken zijn argumenten waarin een oorzakelijk verband gekonkludeerd wordt terwijl er alleen een verband van opeenvolging is.

Bijv. in "Ik wilde dat hij doodging en hij stierf. Dus is het mijn schuld dat hij stierf." wordt magisch geredeneerd, terwijl hetzelfde gebeurt in "Nadat hij me aankeek werd ik ziek. Hij heeft dus bijzondere vermogens."

Drogredeneringen door vooronderstelling zijn zeer gebruikelijk: Bijna alle normale alledaagse argumenten gebruiken ergens suggestief taalgebruik; veel konklusies worden als feit gepresenteerd maar circulair, als woordgebruik, verdedigd; complexe vragen zijn geliefde diskussie-truuks; kwalificatie-fouten maakt iedereen wel eens; en irrelevante en onsamenhangende konklusies zijn legio, evenals 't magisch wensdenken dat achter onechte oorzaken schuil gaat.

5. Groepen

72. Mensen leven in groepen, en kunnen alleen mens worden in de mate dat ze
       door mensen opgevoed worden en door mensen als mensen behandeld worden.
Ik zal nu een aantal definities met wat commentaren geven die als conceptueel skelet kunnen dienen voor begrip en diskussie van menselijke groepen. [29]

Aangezien dit geen sociologische verhandeling is zal ik niet erg diep op deze materie ingaan, maar omdat ook op dit terrein de verwarring groot is, is het ook hier nodig enige fundamentele helderheid te scheppen.

73. Groepen zijn verzameling van in tijd en ruimte samen zijnde mensen die een of andere vorm van leiding en/of van coŲrdinatie van gedrag of doelen hebben.

Indien er een leiding is spreek ik van een institutie; als die leiding afwezig is spreek ik van een verband indien de groep wel een gemeenschappelijk doel heeft waar ze gecoŲrdineerd naar streven, en van een menigte als ieder voor zich een soortgelijk doel heeft waar ongecoŲrdineerd naar gestreefd wordt. Een massa is een menigte die niet eens gebonden wordt door een doel dat allen kenmerkt, maar alleen door wederszijds min of meer aangepast gedrag.

Dit zijn definities, en definities worden helderder indien ze met voorbeelden geÔllustreerd worden en van kommentaar voorzien. Ik zal bij de gegeven en volgende definities enkele voorbeelden en kommentaren geven, maar het belangijkste kommentaar is dat al deze definities simplifikaties zijn van preciezere, maar meer formele en daarom moeilijker leesbare en hier dus minder relevante definities.

Hoe groot een groep is hangt af van de leden en de limieten die men stelt in de ruimte en de tijd: Sommigen beschouwen zich als deel van "de mensheid"; anderen hebben een meer beperkte visie op wat ze zijn. [30]

Het essentiŽle punt is i.h.a. "Zij": De mensen die absoluut niet tot "Wij" behoren - niet-familie -leden, niet-medestanders, niet-groepsleden.

Vaak houden "Wij" en "Zij" elkaar in stand, door elkaar wederszijds te definiŽren en discrimineren, en zich tegen elkaar af te zetten: Iedereen begrijpt en definieert zichzelf als lid van een aantal voor de persoon zelf belangrijke groepen (familie, religieuze, politieke, beroeps- en geslachts-groepen in ieder geval), en als niet-lid van andere groepen (op dezelfde terreinen)., en wordt door de leden van ŗl deze groepen geholpen en beperkt, onderwezen of geÔndoctrineerd, in leven gehouden of vervolgd, gemaakt of mismaakt.

Instituties zijn de belangrijkste groepen, omdat de meeste mensen de tendens hebben zowel naar macht te streven als leiders te volgen.

Het beste voorbeeld van een verband is een samenwerkende vrienden-groep. Een goed voorbeeld van een menigte zijn bezoekers van een of andere sociale gebeurtenis: Allen komen met ťťn of enkele soortgelijke doelen, en gedragen zich daarna, maar er is geen onderling gecoŲrdineerd gedrag, behoudens dat van sub-groepen, zoals families of vrienden-groepen van bezoekers.

Een goed voorbeeld van een massa is verkeer c.q. de mensen op straat: Ieder streeft de eigen doelen na, maar past zich aan aan algemene bekende gedragsregels. NB dat er bij massa's nauwelijks sprake is van een groepsgevoel of van een "Wij"-gevoel, omdat er geen (relevant) gemeenschappelijk kenmerk is - men weet alleen hoe men zich moet gedragen om erbij te horen, en meer is niet nodig.

74. Groepen zijn vrijwillig of onvrijwillig, afhankelijk van het feit of de leden verkozen hebben er lid van te worden of niet. Iedere institutie heeft een al dan niet geschreven constitutie, d.w.z. een specificatie van wat de groep is, doet en beoogt, en wat haar leden worden geacht te zijn, doen en na te laten. Een constitutie  heeft als twee belangrijkste onderdelen de ideologie van de groep, d.w.z. een specificatie van wat de wereld (van en voor de groep) is en behoort te zijn, en de rollen, d.w.z. de taken voor de leden. Een rol bestaat i.h.a. een moraal, d.w.z. wat men behoort te doen en te laten, en een etikette, hoe men behoort te doen en te laten wat men behoort te doen en te laten.  Rollen hebben een sociale waarde in termen van beleving en beloning. Die waarde is gewoonlijk ook weer een tweeledige kwestie, nl. van status, d.w.z. de rangorde die men inneemt in de sociale hiŽrarchie en de hiermee samenhangende macht of invloed, en waardering, d.w.z. de hoeveelheid voor de rol ontvangen goederen of diensten.

Dat de meeste groepen onvrijwillig zijn - niemand kiest z'n ouders of natie, z'n geslacht of ras - is een belangrijk feit, dat de meeste mensen zich niet vaak genoeg realiseren. Precies hetzelfde geldt voor het feit dat zelfs de zogenaamd vrijwillige groepen, zoals beroepsgroepen, kerkgenootschappen, politieke partijen, huwelijken en gezelligheids- verenigingen, zelden geheel vrijwillig zijn, en meestal nauw samenhangen met lidmaatschap in onvrijwillige groepen. [31]

In het algemeen worden massa's, menigten en verbanden ůůk gecoŲrdineerd door constituties (zoals verkeersregels, expliciete afspraken en contracten), maar instituties kunnen niet zonder: Staten, kerkgenootschappen, families, firma's, stichtingen, verenigingen - allen zijn gebaseerd op, tegenwoordig vrijwel altijd geschreven, expliciete regels en afspraken, die een of ander doel (zeggen te) dienen. Dit is de constitutie en deze kan zeer ingewikkeld zijn, zoals in het geval van het burgerlijk en het canoniek recht, of tamelijk eenvoudig.

In alle gevallen is er echter een ideologie, want er worden feiten verondersteld en doelen geformuleerd: De idealen van de parlementaire democratie; de rechten van de mens; het handvest van de Verenigde Naties; het Communistisch Manifest en Das Kapital; de thomistische theologie; het kapitalistisch ideaal van de homo economicus die z'n menselijkheid beleeft in geldelijk gewin; het krijgen en opvoeden van kinderen etc. etc. [32]

Er zijn ingewikkelde en eenvoudige ideologieŽn, maar de laatsten zijn altijd, hoe onbewust ook, gebaseerd op een, vaak vele eeuwen oude, ingewikkelde ideologie:
De mens is het rationaliserende dier, en beleeft zichzelf door middel van gedeeltelijke zinloze ideeŽn voor gedeeltelijk (of geheel) onrealiseerbare idealen. [33]

75. De rolverdeling, en in ieder geval de rollen zelf, vloeien i.h.a. voort uit de ideologie: Iedere groep streeft een doel na, ook al is dat doel vaak niet meer dan een aanleiding voor de leden om zichzelf te beleven in rollen die hun privť doelen dienen, en er moet dus iets gedaan worden.

Datgene wat gedaan moet worden is weer aanleiding voor een moraal: Goed is wat de doelen van de groep dient, slecht wat er tegen in gaat; en van een etikette: wellevend is wie de voorbeelden van prominente groepsleden volgt,  onwellevend is wie dat niet doet.

De meeste wel-onderscheiden menselijke gedragingen, kenmerken en behoeften hebben allen aanleiding gegeven voor allerlei rollen: Man, vrouw, kind, moeder, vader, puber; boer, arbeider, bestuurder, dokter, priester, advocaat, politicus: Iedereen wordt geboren, groeit op, eet, slaapt, doet, denkt en sterft, en doet dat als iets, in een of andere rol, en iedereen bekleedt gedurende z'n leven opeenvolgend en tegelijk vele rollen, zolang ie zich in menselijk kontakt bevindt. De waarde van een rol kan zeer verschillen, maar alle rollen geven aanleiding tot enige macht en enige rijkdom, hoe weinig ook. [34]

De belangrijkste onderscheiding binnen een institutie is die tussen de leiding en de leden. De leiding zijn de groepsleden die de macht hebben, d.w.z. die groepsleden die beslissen wat de andere groepsleden al dan niet (behoren te) doen. De leden zijn de mensen in de groep die de macht niet hebben, en zijn in iedere menselijke groep in de meerderheid. Eenvoudige instituties kennen maar twee niveaus: Leiding en leden; complexe instituties hebben een ingewikkelder hiŽrarchie; samengestelde instituties hebben verschillende leidingen. In een complexe groep moet men onderscheiden tussen de directe macht van een niveau over het onmiddellijk eronder liggende niveau, en de indirecte macht over de verder liggende niveaus. De structuur van de groep is een specificatie van alle niveaus, rollen en machts-relaties binnen een groep; de inhoud is een specificatie van alle leden van een groep.

Het is een belangrijk en vaak niet genoeg onderkend feit dat de instituties in de eerste plaats de belangen van de leiding bevorderen, alhoewel deze worden uitgevoerd en gedragen door de leden. [35]

Eenvoudige instituties zijn over het algemeen niet groot in ledental, en zijn betrekkelijk zeldzaam: Zelfs families neigen samengesteld te zijn, met de vader als leider voor ťťn soort taken, en de moeder als leidster voor een ander soort taken. De meeste instituties zijn complex, en omdat alle macht corrumpeert is de scheiding der machten essentieel voor het levensgeluk en de levensmogelijkheden van de leden van de meeste sociale groepen: Moderne Westerse democratieŽn zijnn samengesteld, en de macht is verdeeld tussen de uitvoerende, de wetgevende en de rechterlijke macht.

Het onderscheid tussen directe en indirecte macht(suitoefening) is vooral psychologisch relevant: Indirecte macht is gewoonlijk onpersoonlijk; directe macht niet. Overigens verschilt de de manier van machtsuitoefening zeer van institutie tot institutie (vergelijk bijv. een kerk, een leger en een firma) en van niveau tot niveau (vergelijk de relaties tussen een soldaat en een sergeant, en tussen een maarschalk en een generaal).

Tenslotte is het een belangrijk en niet vaak genoeg onderkend feit dat de inhoud van de groep, d.w.z. de feitelijke, levende, werkelijke leden van een groep er voor numeriek grote instituties weinig toe doet: Iedereen is immers vervangbaar en allen zijn raderen in de machine. Wat essentieel is voor het gedrag van een grote institutie zijn niet zozeer de leden, en zelfs niet de leiding, maar de structuur en de ideologie: Grote instituties gedragen zich als sociale organismes en de leden verhouden zich er toe als cellen. [36]

En dit laatste hangt weer samen met en is uitdrukking van wat het belangrijkste regulerende beginsel van iedere groep is:
- Voor ieder lid is de groep belangrijker dan ieder ander lid. [37]

De redenen voor dit beginsel, dat vergaande en op het oog soms nogal paradoxale gevolgen heeft (het verklaart o.a. waarom de groepsleden zich a-sociaal gedragen tegen andere groepsleden zodra de groepsdoelen en/of de leiding dat eisen, en waarom groepen inderdaad in allerlei relevante betekenissen als rechtspersonen kunnen opereren) zijn o.a.
- de moraal, die aanpassing aan "Wij" vereist
- de ideologie, die gewoonlijk het supra-individuele doel van de groep benadrukt
- het feit dat de meeste groepen veel leden hebben die ieder weinig macht of invloed
  op het groepsgebeuren hebben
- sociale instincten, die mensen laten wensen zich aan te passen aan de heersende
  machten en gebruiken
- machtsuitoefening door hogere niveaus van de groep
- egoÔsme: Ieder lid dient de eigen doelen d.m.v. het dienen van de groepsdoelen,
  en wie zich opoffert voor de groep wordt zowel geroemd als gebruikt.

Het laatste punt verklaart hoe egoÔstische oogmerken altruÔstische gevolgen kunnen hebben: Ieder dient z'n eigen doelen, maar vrijwel alle doelen zijn alleen bereikbaar door als lid van een groep, mede in het belang van anderen en in samenwerking met anderen te handelen.  [38]

6. Geestelijke gezondheid

76. Het spectrum van geestelijke gezondheid [39] wordt in het algemeen gedriedeeld in "normaal", "neurotisch" en "psychotisch". Omdat deze termen zelden adekwaat gedefinieerd worden terwijl ze toch fundamenteel zijn voor de begripsvorming, zal ik hier proberen duidelijke definities te geven in term van gedrag en in termen van persoonlijke beleving, en georiŽnteerd aan de hand van de gebieden waarop mensen problemen kunnen hebben. [40]

In het leven van iemand kunnen drie belangrijke alledaagse levensgebieden onderscheiden worden: Werk, persoonlijke verhoudingen, en vrije tijdsbesteding ("work, love, play"), terwijl in de alledaagse beleving zeven relevante dimensies onderscheiden kunnen worden: [41]

spanning - ontspanning wat betreft gevoel;
ontstemd - tevreden wat betreft stemming;
onzinnig - zinnig wat betreft ideeŽn;
dwangmatig - flexibel wat betreft handelen;
ondoelmatig - doelmatig wat betreft planning;
oppervlakking - diepgaand wat persoonlijke verhoudingen; en
ongezond - gezond wat betreft lichaam.

Al naar mate iemand meer problemen heeft met z'n werk, persoonlijke verhoudingen, en vrije tijdsbesteding, en al maar mate iemand meer gespannen gevoelens, slechte stemmingen, oppervlakkige verhoudingen en lichamelijke problemen heeft gaat het slechter met de geestelijke gezondheid van die persoon, terwijl serieuze problemen in ťťn van de drie levensgebieden of op ťťn van de zeven belevings-dimensies in het algemeen ook hun weerslag vinden in de andere gebieden en dimensies.

En indien de problemen aanhouden, vaak grotendeels of geheel buiten de schuld van het slachtoffer (neurotische ouders, slechte school, te klein huis, langdurige ziekte, vervelend werk, verkeerde vrienden), dan breiden ze zich uit naar de andere gebieden en dimensies en krijgt iemand serieuze psychische problemen, die zich uiten als frekwente problemen met anderen, zenuwachtigheid, boosheid, angst, depressies, waan-ideeŽn, dwangmatig en onredelijk impulsief gedrag, apathie en terugtrekken uit persoonlijke verhoudingen, vreemdsoortige plannen om de problemen tůch op te lossen of er aan te ontsnappen, en lichamelijke klachten zoals hoofdpijn, maag- en darm- klachten en slaapproblemen.

77. Een persoon is "normaal" ("ongestoord") als hij/zij dergelijke problemen niet of in lichte mate heeft, d.w.z. als hij/zij geen grote en langdurighe problemen heeft op het werk, in de persoonlijke verhoudingen en met de vrije tijdsbesteding, en geen langdurig verstoorde gevoels-, gedrags-, denk- en ervarings-wereld heeft. Iemand hoeft daarmee nog niet gelukkig of tevreden te zijn, maar heeft wel het gerechtvaardigde idee de bestaande persoonlijke problemen aan te kunnen, en op minstens twee van de drie levensgebieden een tamelijk interessant en bevredigend leven te leiden.

Een "normaal" persoon is niet langdurig gespannen; is vaker goed dan slecht gestemd, en niet chronisch (dagen of weken) zonder goede reden ontstemd; reageert flexibel en spontaan op de meeste dingen; heeft een aantal goede vrienden en vriendinnen en minstens ťťn diepgaande verhouding; maakt plannen die een redelijke kans van slagen hebben; heeft weinig of geen ideeŽn die in zijn/haar omgeving voor waan-ideeŽn aangezien worden; en lijdt niet langdurig of vaak aan psychosomatische ziekten. [42]

78. Een persoon is "neurotisch" als hij/zij grote en langdurige problemen in twee van de drie levensgebieden heeft, en een daarmee samenhangende verstoorde gevoels- en gedrags- wereld. Zo iemand vertoont dwangmatig of emotioneel veroorzaakt niet redelijk gemotiveerd gedrag, dat hem/haar verhindert aan belangrijke alledaagse eisen te voldoen omdat dat gedrag niet overeenkomstig de geldende culturele normen is, door anderen niet begrepen wordt, en anderen vaak sterk hindert of bedreigt.

Een neurotisch persoon heeft een verstoorde gevoels- en gedrags-wereld: Zijn/haar emoties op een aantal terreinen zijn sterk dat ze niet meer alleen verbonden zijn aan specifieke gebeurtenissen of personen, maar tot langdurige stemmingen worden die het hele gedrag bepalen en gedeeltelijk ontregelen.

Maar een neurotisch persoon heeft geen serieus verstoorde denk- en ervarings- wereld: Hij/zij weet dat het in de problemen zit, begrijpt ongeveer van welke aard ze zijn, en kan zich maatschappelijk, zij het met moeite, staande houden. Zo iemand is echter vaak langdurig gespannen; chronisch ontstemd; langdurig boos, angstig of depressief; niet goed in staat tot flexibel en spontaan reageren; en behept met relatie-problemen of psychosomatische klachten, terwijl er ook een aanzienlijke kans is dat de persoon zich oriŽnteert met een aantal aan de problemen gerelateerde milde waan-ideeŽn. Een dergelijk persoon is wel in staat plannen te maken die een redelijke kans van slagen hebben, en deze, zij het met moeite en tegenzin, en zonder vreel vreugde, uit te voeren.

79. Een persoon is "psychotisch" als hij/zij grote problemen in alle drie de levensgebieden heeft, en een verstoorde gevoels-, gedrags-, denk- en ervarings-wereld heeft. Iemand die psychotisch is, is niet in staat te voldoen aan de alledaagse eisen omdat hij/zij belangrijke delen van de alledaagse werkelijkheid heel anders voelt, begrijpt en ervaart dan normaal, en zich overeenkomstig anders gedraagt.

Een psychotisch persoon heeft uitgebreide waanideeŽn en daarmee samenhangend ondoelmatig gedrag, maar hoeft niet, zoals neurotici dit wel zijn, ongelukkig of ontevreden te zijn: De psychose is vaak een waansysteem waarmee een neurose (waanzinnig) "opgelost" wordt. [43]

Overigens is vrijwel iedereen bekend met psychoses: Dronkenschap is een uitstekend voorbeeld van een door gif veroorzaakte psychose. In een psychose degenereert de persoonlijkheid, vaak veroorzaakt door intense emoties bij een reeds neurotisch persoon (of door vergiftiging - alkohol, tripmiddelen, amfetamines - of ziekte): Er zijn bijzonder sterke emoties, vreemd gedrag veroorzaakt door uitgebreide waanideeŽn, en vaak, maar niet noodzakelijk, vergezeld van hallucinaties.  Indien een psychose niet tot lichamelijk letsel leidt en niet adekwaat behandeld wordt dan integreert de persoon zichzelf in het algemeen wel weer, maar in het licht van de waangedachtes van de psychose.

7. Geestelijke ongezondheid

80. Hoewel de meeste mensen in de menselijke historie zich grotendeels met waan-systemen georiŽnteerd hebben op zichzelf en de werkelijkheid waren ze niet waanzinnig: Hun ideeŽn en zij zelf waren voldoende sociaal geaccepteerd, en ze hallucineerden niet, waren in staat zichzelf persoonlijk en sociaal te verzorgen, en ze vormden geen bedreiging voor hun nabije omgeving. [44]

Dit maakte hen ook weer tot goed geschikt kannonnenvlees en gewillige slachtoffers van politieke, religieuze en advertentie-campagnes, terwijl hun activiteiten in de afgelopen tientallen jaren een wereld in stand houden waarin de natuur in hoog tempo kapot wordt gemaakt voor economisch gewin, en waar overal mensen vermoord, gemarteld en vervolgd worden om politieke en religieuze redenen, maar dit is een onderdeel van de alledaagse waanzin die vervlochten is met onze beschavings- geschiedenis, en niet met de geestelijke ontsporing van sommige personen, waar we ons nu toe wenden. [45]

Iemand die opgenomen wordt in een psychiatrische inrichting in Europa of Amerika wordt i.h.a. gediagnosticeerd als lijdende aan schizofrenie. [46] Zoals zoveel abstracte termen met een emotionele connotatie (zoals "democratie", "intelligentie", "schoon- heid") is de term "schizofrenie" vaag, en wordt vaak zo slecht gebruikt dat er nauwelijks iets anders mee bedoeld wordt dan "gek", "afwijkend" of "abnormaal".

Eťn reden voor dat slechte term-gebruik is de abstractie van de menselijke geest; een andere het intellectuele of morele onvermogen van degenen die de term misbruiken; en een derde is het feit dat wat met de term bedoeld wordt vaak niet aan ťťn symptoom te herkennen is.

Het is mijn mening dat er een geheel van gedragingen en ervaringen is dat ontstaat door welbepaalde condities en gedragen wordt door feitelijk aanwijsbare eigenaardig- heden in het brein die terecht beschreven wordt en onderzocht is onder het hoofdje "schizofrenie". En ik denk ook dat er in de psychiatrie en psychologie veel onzin als wetenschap opgediend wordt, en het is mijn bedoeling in de rest van dit essay de sociale achtergronden; de psychologische ervaringen; het persoonlijk gedrag; en de materiŽle basis verbonden aan het begrip schizofrenie te schetsen.

81. Laten we beginnen met de achtergronden, ervaringingen, gedragingen en ontstaansgeschiedenis van schizofrenie zoals geschetst door Arieti [47] in "The Intrapsychic Self". Arieti onderscheidt vier of vijf opeenvolgende stadia, waarvan de eerste drie niet psychotisch en tamelijk normaal zijn: [48]

A. Het begint met een jong kind in een familie die niet voldoende zekerheden of
    vertrouwen biedt, en waarin het de interpersoonlijke omgang vaak ervaart als
beangstigend, kwaadaardig, onecht of afstandelijk, met als gevolg een onprettig
fantasie-leven, frekwente gevoelens bedreigd te worden, en het vaak ervaren van
de ouders en de anderen als beangstigend. Het kan hiertoe beperkt blijven, maar als dit niet gebeurt en het kind ouder wordt dan komt het stadium:

B. Het onderdrukken van vrijwel alle spontaan gedrag en het vermijden van diepe
    emotionele banden en/of het aangaan van snel veranderende, instabiele, onvoor-
spelbare en stormachtige relaties, gecombineerd met een onzeker zelf-begrip en aanzienlijke minderwaardigheidsgevoelens. In de meeste gevallen blijft het hiertoe beperkt: Het kind heeft een ongelukkige jeugd, maar is daar uit gegroeid. Gebeurt
dat niet, dan ontstaat stadium:

C. Vanaf de puberteit ontstaat dan een algemeen abnormaal sterk onwelbevinden,
    t.a.v. allerlei op zichzelf onbelangrijke gebeurtenissen en situaties. Er vormen zich
sterke en vaak voorkomende maar vage gevoelens van desorganisatie, eenzaamheid,
bedreiging en gevaar, die niet onderdrukt kunnen worden als irrationeel, overmatig sterk of ongerechtvaardigd. De gevoelens van minderwaardigheid, niet geaccepteerd worden en doelloosheid nemen toe, met als resultaat dat de hoop op de toekomst wordt opgegeven. Ook hier kan men uitgroeien, maar gebeurt dat niet dan ontstaat stadium

D. het psychotische stadium, als de onbestemde angsten bestemde paranoÔde
    illusies worden, en de manieren van denken, voelen en ervaring zich veranderen:

. het denken wordt paleologisch, d.w.z. men identificeert verschillende dingen omdat
  ze ťťn of enkele eigenschappen gemeenschappelijk hebben, met als gevolg dat
. het denken wordt magisch, d.w.z. alles wordt met alles in verband gebracht; alles
  krijgt een persoonlijke betekenis en bedoeling, en men heeft het idee anderen op
  magische wijze te kunnen beÔnvloeden of door hen beÔnvloed te worden. Hiermee
  hang samen
. het redeneren wordt verbaler, d.w.z. men trekt konklusies niet meer o.g.v. de
  betekenis maar o.g.v. de klank of schrijfwijze van woorden, terwijl ook
. het redeneren wordt onsamenhangender: vaak zijn conclusies geheel onlogisch,
  of tegengesteld aan alle redelijke verwachtingen, vaak vergezeld van extreem
  sterke beweringen/gevoelens van zekerheid. Hiermee hangt weer samen dat
. de ervaring intensiveert en verandert: Geluiden worden als veel luider ervaren;
  kleuren als veel intenser; men kan aura's zien; en gezichten en gewaarwordingen
  veranderen met de emotionele staat waar men in is: Men neemt waar zoals men
  zich voelt - men ziet mensen door wie men zich bedreigd voelt letterlijk als eng en
  lelijk en ruikt de geur van hun interne verrotting etc. Dit zijn milde vormen van
  hallucinaties, en hangen samen met het volgende stadium daarin:
. de ervaring wordt gehallucineerd, d.w.z. men neemt letterlijk waar wat er even
   letterlijk niet is:
Stemmen zonder sprekers; knipogende schilderijen, armen uit
  muren etc.
. het denken wordt concretiserend, d.w.z. men is niet langer in staat in abstracties
  te denken, en vervangt abstracties door konkrete zinnebeelden;
. het redeneren wordt rationaliseren, d.w.z. men gaat meer en meer angst- en wens-
  denken: De wereld is zoals men wenst of vreest dat hij is; de dingen zijn zoals men
  veronderstelt dat ze zijn, en alle bewijzen van het tegendeel kķnnen niet waar zijn
  en worden onmiddellijk zonder overweging verworpen;
. de ervaring wordt partiŽler, d.w.z. men ervaart zichzelf steeds minder als een
  continu persoon, maar bij stukjes en beetjes: Men is er eenvoudig vaak niet, of
  maar gedeeltelijk.
. Het voelen wordt meer en meer autistisch [49] d.w.z. men leeft meer en meer in
  een eigen onbenaderbare en onbegrijpelijke wereld en sluit zich af van kontakten met
  anderen, wat samenhangt met
. gevoelens van depersonalisatie, d.w.z. men heeft het idee dat men zichzelf niet
  is, of er eenvoudig niet is, dat men "leeg" is van binnen, of "dood", of dat men zich
  door anderen gehypnotiseerd of van anderen totaal afhankelijk voelt, geen eigen wil
  meer heeft, wat weer samenhangt en gedeeltelijk opgelost wordt door
. gevoelens van inauthenticiteit of dubbelheid, d.w.z. men heeft het idee een spel
  te moeten spelen naar de buitenwereld toe (om de waan in stand te houden of niet
  te laten zien hoe bang en vreemd men zich voelt).

In dit stadium is men in diverse sociale contexten, zoals religieuze, politieke en alternatieve, om drugs geconcentreerde, bewegingen nog tamelijk goed in staat zich
sociaal staande te houden, indien de hallucinaties niet te ver gaan en de mate van tolerantie voor vreemd gedrag hoog is.

E. Het manifest psychotische stadium, met prominente hallucinaties en een
   daarmee samenhangend sociaal ongetolereerd gedrag.

De bovenstaande omschrijving is ťťn redelijke omschrijving van schizofrene symptomen, georganiseerd rondom de het ontstaan en een aantal van de belangrijkste veranderingen in het denken, redeneren, waarnemen en voelen. [50]

Het is belangriijk zich hier voor ogen te houden dat schizofrenen geen gestoord bewustzijn, oriŽnteringsvermogen, geheugen of intellect hebben, en dat ze, afgezien van hun wanen en eventueel vreemde gedrag, een geheel normale indruk kunnen maken of - sterker nog - een bijzondere indruk, omdat het vaak om begaafde en gevoelige mensen gaat.

82. Er zijn drie soorten oorzaken om gestoord te raken: Lichamelijke, sociale en opvoedkundige achtergronden, al dan niet in combinatie. [51] Onder de lichamelijke vallen ziekten, uitputting, verwonding, en vergiftiging (zoals door alkohol of drugs); onder de sociale oorzaken vallen problemen in de drie levensgebieden, zoals onprettig werk of onaangename werkverhoudingen, relatie-problemen, en spanningen door politieke of religieuze gebeurtenissen; en onder opvoedkundige oorzaken vallen de vormende invloeden die men de eerste twintig levensjaren, vooral in de familie en op school, heeft ondergaan, en waar men de manieren van omgaan met anderen en zichzelf en de fundamentele waarden, het zelf-beeld en de ideologie heeft verworven.

In algemene termen gesteld: Iedereen krijgt geestelijke problemen die langdurig aan angst en onzekerheid is blootgesteld - en hoe lang "langdurig" is hangt af van het soort angst en onzekerheid, en de mate waarin men er chronisch aan is blootgesteld, en van iemand's draagkracht.

Schizofrenie en karakterneurosen gaan per definitie terug op de opvoeding die iemand gehad heeft. [52] Dat hoeft niet de enige oorzaak te zijn (er is bij beide sprake van een eventuele genetische component, maar deze is nooit gelokaliseerd) maar het speelt wel een belangrijke rol.

83. Een schematisch verloop van de familie-achtergronden voor schizofrenie en karakterneurosen is als volgt: [53]

A. Het individu wordt opgevoed in een klimaat waar de individualiteit van het kind
    genegeerd of onderdrukt wordt, en de noden en mogelijkheden ervan ontkend:
    Vaak is er:
- een gebrek aan lichamelijke en emotionele (echte) intimiteit
- een verward gevoelsleven door inconsistent ouderlijk gedrag t.a.v. straf, beloning
  en emotionele behandeling
- een sterke symbiotische band met een angstige of dominante moeder
- het opgeeist worden door ťťn of beide ouders, die
- de eigen noden en behoeften behandelen als ware het de behoeften van het kind
- een overdaad aan vergaande eisen die waar het kind niet of alleen met grote moeite
  kan voldoen
- verregaande irrationaliteit in de behandeling van het kind, dat blootgesteld wordt
  aan eigenaardige or sectarische waanideeŽn, en
- een uitgebreide manipulatie d.m.v. attributie: Het kind wordt vaak voorgehouden dat
  het ("eigenlijk", "onbewust", "in feite") iets is, wil, voelt, gelooft dat het naar eigen
  mening niet, of niet zoals het gezegd wordt, wil, voelt of gelooft;
- omdat het kind vaak blootgesteld is aan ruzie tussen de ouders, terwijl die
- de relaties met ŗnderen (vriendjes, vriendinnetjes) ondermijnen.

B. Het gevolg is in het algemeen een kind dat het gevoel heeft alleen te staan in een
    fundamenteel vijandige wereld. In reactie hierop ontwikkelt het kind vaak een staat
van fundamentele onzekerheid en angstige verwachting (Horney's "basic anxiety"), en

C. wordt steeds minder spontaan en steeds meer gespannen en rigide in de reacties
    en het gedrag: Het onderneemt, ziet, denkt en fantaseert minder, en gedraagt zich
meer en meer als een stereotype: Al het gedrag en de gehele leefwereld wordt meer en
meer ondergeschikt gemaakt aan het vermijden van angst en onzekerheid, door het maar zo veel mogelijk in de smaak vallen bij de ouders (zodat er vaak sprake is van voor het oog van de buitenwereld "bijzonder welopgevoede kinderen").

D. Het karakter van het kind past zich aan: Wens- en angst-denken worden steeds
    sterker, en het kind gaat in een fantasie-wereld leven; het raakt sterk afhankelijk
van het oordeel van anderen, en wordt snel geraakt; het verwerft een rigide moraal
en wordt meer en meer gespannen, ontstemd, dromerig/autistisch, dwangmatig of
vreemd impulsief.

Het bovenstaande is grotendeels gebaseerd op een interpretatie van Horney's neurosenmodel, waarin het verwerven van wat met veel recht een fundamentele levensangst (bang voor anderen; bang om te falen; bang voor het oordeel van anderen; bang voor spontaan gedrag; onzeker over de eigen kwaliteiten; onzeker over de eigen mogelijkheden; onzeker van zichzelf) centraal staat. Dit is iets anders dan normale angst: Het is een grondstemming en grondhouding geworden, en men heeft dit geleerd. [54]

Wat er in de adolescentie en de volwassenheid gebeurt hangt af van veel faktoren:
Hoe gestoord de opvoeding was; hoe intelligent men is; wat iemand's maatschappelijke mogelijkheden zijn; met wie men in aanraking komt, etc. Het is niet zo dat een dergelijke opvoeding noodzakelijkerwijs een handicap is - tegenstand brengt ons verder omdat we dan meer van onze mogelijkheden moeten aanspreken - maar het is ook zo dat het overwinnen van een dergelijke opvoeding veel moeite kost.

8. Double Binds

84. Laing c.s. en Bateson c.s. oriŽnteren hun schizofrenie-begrip rondom de zogenaamde "double bind", waaronder ze een communicatie-patroon verstaan dat aan de volgende voorwaarden voldoet [55]:

1. Er zijn twee personen, waarvan ťťn het slachtoffer is - over het algemeen moeder
    en kind, met het kind als slachtoffer;
2. er is een initieel negatief gebod waarin iets verboden wordt onder bedreiging met
    straf, bijv. "je mag niet zeuren, anders krijg je slaag";
3. er is een secundair gebod dat op een of andere manier tegen het eerste gebod
    ingaat, en meer abstract is, en ook met straf dreigt - bijv. "je moet alles wat je
    dwars zit aan mama vertellen - anders ben je oneerlijk en houden we niet meer
    van je";
4. er is een tertiair gebod dat het het slachtoffer onmogelijk maakt te ontsnappen -
    wat tussen moeder en kind vaak onnodig is, omdat het kind toch niet ontsnappen
    kŠn (behalve door weg te lopen of zelfmoord);
5. er zijn zoveel van dit soort verboden + geboden dat het slachtoffer ze begint te
    verwachten, en te zien waar ze niet zijn.

Het resultaat is een "paradoxale" situatie [56]: Het kind moet aan de ene kant zeggen wat het irriteert of het krijgt straf, en als het zegt wat het irriteert, dan is er een aanzienlijke kans dat het zeurt, en krijgt het dus straf: "You are damned if you do, and damned if you don't" - straf krijg je toch, en je weet niet eens wanneer (want je ouders bepalen wanneer je zeurt) of waarom (want het is toch nooit goed). Een dergelijke situatie is voldoende om iedereen paranoÔde te maken, en dit gebeurt ook als aan het vijfde punt voldaan is.

Zowel Bateson als Laing, maar vooral de eerste, leggen zwaar de nadruk op het (on-)logische karakter van double binds, en beweren of suggereren dat het hier om logische paradoxen gaat. Dit is echter zelden of nooit zo - de omgangstaal is veel te ambigu en vaag om er met gemak en spontaan ťťnduidige paradoxen in te formuleren - en dit is ook niet het meest essentiŽle in een double bind situatie. Wat er essentieel aan is zijn - opnieuw - machtsmisbruik en slechte kommunikatie.

Het essentiŽle in een double bind situatie is mijns inziens [57]:

(a) kommunikatie over veel voor de sprekers relevante onderwerpen is erg vaag,
     meerduidig, inkonsistent en indirect: Wat werkelijk bedoeld wordt, wordt zelden
     uitgesproken, en over het algemeen indirect en imprecies aangeduid, terwijl een
     heleboel letterlijke mededelingen nog een tweede betekenis hebben;
(b) er zijn konfliktuerende eisen waaraan het slachtoffer moet voldoen - die vaak
     niet expliciet uitgesproken worden, maar als gelden als verwachtingen, suggesties,
     goede raad e.d.;
(c) indien het slachtoffer niet voldoet aan de eisen dan kan het gestraft worden en
    weet dit.

Kortom, het slachtoffer bevindt zich in een situatie waarin  het afhankelijk is van anderen voor straf en beloning, maar waarin het niet duidelijk is waarvoor het gestraft of beloond wordt, terwijl het vaak genoeg gestraft wordt om (vrijwel) voordurend straf te verwachten.

Het resultaat is een situatie van chronische angst en gevoelens achtervolgd te worden.

9. Waarom mensen gek worden

85. Mensen worden niet gek geboren maar gek gemaakt, en ze worden gek gemaakt door [58]:

- dwang: Het moeten verrichten van ongewenste handelingen uit angst voor
   bedreigingen
met ongewenste konsekwenties bij het nalaten van de handelingen.
  NB dat de meeste dwang en sancties tussen mensen niet lichamelijk zijn, en
  bedreiging i.h.a veel effectiever want beangstigender is dan lichamelijk geweld.
- disformatie: Het krijgen van onware, onvolledige of misleidende informatie
  over wat men zelf of de werkelijkheid is. Vooral op gebieden die emotioneel en
  intellectueel zeer belangrijk zijn voor een persoon, nl. op sexueel, maatschappelijk
  en wereldbeschouwelijk terrein, is er bijzonder veel vooral politieke en religieuze
  disinformatie uit allerlei bronnen.
- depersonalisatie: Het blootgesteld worden aan diskwalificerende, onder-
   gravende
, vernederende en denigrerende opmerkingen over wat men is of
  denkt te zijn, kortom, het gekwetst worden in de eigenwaarde.
- dubbelzinnigheid: Het blootgesteld worden aan onduidelijke emotionele
   situaties
, waarin tegelijkertijd of snel opvolgend sterke tegenstrijdige emoties
  losgemaakt worden.

Het resultaat van dwang, disformatie, depersonalisatie en dubbelzinnigheid is angst en onzekerheid, en mijn hypothese is dat niet-organisch veroorzaakte waanzin het gevolg is van langdurig blootgesteld zijn aan angst en onzekerheid, waardoor de emotionele stuurcentra in het brein ontregeld worden. [59]

Er zijn veel vormen van dwang en het is moeilijk er een overzicht van te geven. In een eerdere sectie heb ik een overzicht van manipulatie-technieken gegeven, die vormen van zachte dwang zijn en inspelen op reeds bestaande angsten bij de meeste mensen, zoals gezichtsverlies, angst om af te wijken van wat normaal is, etc.

Iedere vorm van dwang gaat met een of andere impliciete of expliciete bedreiging samen, en die bedreiging hoeft niet per se een bestraffing of pijniging zijn: Het kan ook het onthouden of ongedaan maken van iets prettigs zijn. Dwang kan overal en tussen iedereen plaatsvinden, maar de meest verregaande vormen van dwang en machts- misbruik vinden plaats tussen volwassenen en kinderen.

Disformatie is even universeel als dwang, en bijna altijd gebaseerd op oneerlijkheid: Degene die de disformatie biedt weet tekort te schieten, en is zich in ieder geval bewust ťťn van meerdere bestaande versies van de werkelijkheid op te dienen. Aangezien er op oneindig veel wijzen gelogen, misleid en overdreven kan worden is het ondoenlijk er een overzicht van te geven.

In een eerdere sectie heb ik een overzicht van drogredenen gegeven: Manieren om mensen op een logisch ongeldige manier te overreden. Ook hier geldt weer dat de meest verregaande vormen van disformatie mogelijk is tussen volwassenen en kinderen.

Depersonalisatie, het aantasten van iemand's eigenwaarde en zelfbegrip kan op velerlei manieren gebeuren:

. diskwalificatie is het iemand goede kwaliteiten ontzeggen, bijv. door
  - te betwijfelen of ontkennen dat iemand (goede) capaciteiten heeft
  - te
betwijfelen of ontkennen dat iemand begripsvermogens heeft
  - iemand's goede wil of bedoelingen in twijfel te trekken
  - niet serieus te willen nemen wat iemand zelf wil, voelt of zegt.
. ondergraven is het iemand's zelfvertrouwen verminderen, bijv. door
  - schuldgevoelens aan te praten
  - schaamtegevoelens bij te brengen, bijv. door iemand belachelijk te maken in
    eigen ogen of die van een ander
  - zů veel te eisen dat iemand vaak faalt
  - iemand's plannen en ideeŽn te kritiseren en steun te ontzeggen
  - iemand inconsistent te behandelen door zonder systeem te belonen en te straffen.
. vernederen is iemand als minderwaardig behandelen, bijv. door
  - minderwaardigheidsgevoelens aan te praten
  - tegenover anderen of zichzelf te kleineren
  -
tegenover anderen of zichzelf belachelijk te maken
. denigreren is iemand's ideeŽn, gevoelens of bestaan te ontkennen, bijv. door
  - een eigen identiteit, handelingsvrijheid of meningsvorming te ontnemen
  - normale rechten op zelfontplooiing te ontzeggen of ontnemen
  - te zeggen dat iemand niets is, kan of zal zijn c.q. onecht, onwerkelijk of gemaakt is
  - te zeggen dat iemand niet deugt (noch heeft gedeugd, noch zal deugen)
  - te attributeren d.w.z. voortdurend te zeggen of suggereren dat iemand ("eigenlijk",
    "in feite", "onderbewust") iets anders gelooft, wil, meent of voorheeft dan hij/zij
    zelf zegt, gelooft of klaarblijkelijk doet.

Dit zijn stuk voor stuk technieken om iemand's zelfvertrouwen, zelfbeeld en eigen initiatieven af te breken en ze werken of ze nu op waarheid berusten of niet. Systematisch toegepast is het karaktermoord.

Dubbelzinnigheid is een mechanisme dat zowel gebruikt kan worden om grappig mee te zijn of lijken als om iemand fundamenteel onzeker te maken wat betreft de eigen emotionele reacties en waarnemingen.

Dubbelzinnige technieken om iemand onzeker te maken zijn:

. iemand sexueel stimuleren waar de persoon daar niet op in kan gaan, en meer in het
  algemeen
. iemand tegelijk of snel achter elkaar te stimuleren en frustreren;
. iemand op verschillende ongerelateerde niveaus te behandelen, bijv. sexueel en
  intellectueel, of persoonlijk en als ding, zoals door
. snel van ťťn emotionele golflengte op een andere over te springen zonder zichtbare
  reden (van serieus naar humoristisch, of van vriendelijk naar boos), en door onder-
  huidse persoonlijke dubbelzinnigheid
. het onduidelijk houden of maken van insinuaties en toespelingen van allerlei soort,
  vooral verpakt als attributies ("Dat doe je zeker om je moeder te pesten? Nee, ik
  maak maar een grapje - we zijn niet allemaal zo onzeker als jij.")

Als iemand hier langdurig aan wordt blootgesteld daan weet hij/zij uiteindelijk niet meer hoe te voelen: Elke emotionele reactie kan immers fout zijn, en belachelijk gemaakt of bestraft worden.

10. Over Psychotherapie

86. Iemand die neurotisch of psychotisch wordt heeft gewoonlijk hulp nodig. Hiervoor zijn in ieder geval vijf gebruikelijke wegen beschikbaar: Men praat met familie, vrienden of kennissen; men verandert de situatie waarin men problemen heeft; men neemt rust; men gaat op vakantie; of men oefent geduld en vertrouwt dag de tijd alle wonden heelt. Een kombinatie van deze wegen is vaak effektief, maar niet altijd en is ook niet altijd toepasbaar.

Er zijn op het ogenblik [60] ca. 250 verschillende praat- en doe-therapieŽn, te verdelen in psychodynamische, die zich primair op het geestesleven richten, en gdrags-therapieŽn, die primair beogen het gedrag te veranderen.

Hoewel er bijzonder grote verschillen bestaan tussen al deze therapieŽn zijn er ook een flink aantal overeenkomsten aan te wijzen [61]:

.  Allen zijn pretentieus: De beoefenaars van alle therapieŽn pretenderen een veel
   grotere kennis en effectiviteit dan ze waar kunnen maken, want
.  alle theoretische verhandelingen waarop ze zich beroepen gaan vrijwel zonder
   uitzondering mank aan groot filosofisch onbenul; een zeer geringe pertinente
   wetenschappelijke kennis (zoals van o.a. neurologie, sociologie en psychologie);
   en een afgrijselijk slechte stijl, terwijl
.  hoewel iedere therapeut graag suggereert dat zijn/haar therapie en persoonlijkheid
   hťt ultieme heilmiddel is voor alle psychologische kwalen [62] blijkt bij onbevoor-
   oordeeld empirisch onderzoek dat (i) er over de effectiviteit van langdurige
   psychotherapieŽn weinig te zeggen valt, omdat er teveel relevante factoren van
   mogelijke invloed zijn; omdat de natuur heelt terwijl de therapist verdient en de eer
   opstrijkt; en omdat iedereen opfleurt bij welke vorm van positieve aandacht voor
   zijn/haar problemen, terwijl (ii) alle langdurige therapieŽn, hoe verschillend ook,
   hetzelfde succes-percentage hebben - wat sterk aannemelijk maakt dat ze allen
   gelijkelijk (in)effectief zijn, en (iii) van kortdurende therapieŽn in feite alleen met
   zekerheid gekonkludeerd kan worden dat medicijnen werken - maar zonder dat er
   een verklaring voor is, en in de meeste gevallen met bijwerkingen, terwijl bovendien
.  alle therapeuten naar ťťn of meer van de volgende misbruiken neigen:
   - onwaarachtige pretenties wat betreft hun inzicht, kennis of effektiviteit
   - het aanraden van ťťn therapie (de eigen) als vaststaat dat een andere (van een
     ander) voor dit geval mogelijk effectiever is;
   - het toepassen van psychotherapie als alternatieve behandelingen goedkoper of
     effektiever zijn;
   - het langdurig doorgaan met een behandeling.

87. Dit zijn niet de enige overeenkomsten tussen alle therapieŽn, maar dit zijn wel recentelijk onderzochte of genoemde overeenkomsten. [63] Een aantal andere zijn:

. de therapeut/hulpverlener heeft een groot (financieel) eigenbelang bij de uitvoering
  van zijn/haar therapie: Niet alleen is het een interessante en althans lichamelijk
  weinig inspannende vorm van werk, maar psychotherapie wordt ook duur betaald, in
  welk verband
. de wet van de hulp- en dienst-verlener geldt: De hulp- of dienstverlener helpt
   en dient zichzelf als eerste (en vaak als enige)
. [64]

Verder moet in dit verband genoemd worden dat

. psychotherapeuten, psychiaters etc. worden niet, of in ieder geval niet effektief,
  gekontroleerd: Behandelingsmethoden, beoordelingen van effektiviteit, en morele
  vraagstukken worden beslist door de therapeut, ook al heeft deze daar een sterk
  eigenbelang bij:
. de cliŽnt/patiŽnt krijgt zelden inzicht in de theoretische en morele motivaties van
  de therapeut. [65]

Dit alles wil niet zeggen dat er geen effektieve praat-therapieŽn zijn, maar wel dat deze effektiviteit, voorzover ze bestaat, vooral ontstaat door de vriendschapsband die ontstaat tussen cliŽnt en therapeut, en de daaruit voortvloeiende ondersteuning, begrip en goede raad. En een feit blijft dat, tenzij deze vriendschap werkelijk en wederszijds is, het een bijzonder eigenaardige relatie betreft, die alle elementen van (geestelijke) prostitutie in zich draagt: De ťťn ondersteunt, begrijpt en adviseert de ander - maar niet uit werkelijke medemenselijkheid, maar gemotiveerd door geldelijk gewin.

---------------------------------

10 Februari 2017: Dit is het eind van de tekst die ik in 1986-1987 schreef. Ik heb er 65 noten bij geschreven in 2017 die vooral ter verheldering dienen en die hieronder volgen:

Noten
[0] Ik weet dit omdat ik van begin 1986 tot eind 1991 - zes jaar - met Jolanda samengewoond heb, eenvoudig omdat ik begonnen was, voordat ze psychotisch werd, met zeer verliefd op haar te worden, en pas daarna uitvond dat ze psychotisch was geworden, waar ik haar van redde vanwege mijn liefde voor haar (die sinds 1992 volstrekt dood is, en waarin ik haar geheel niet meer gezien heb sinds 1993).

Ik heb haar ouders ook behoorlijk wat keren meegemaakt en hoewel ik toen dacht en nu nog steeds denk dat ze volkomen onwerkelijk, onwaarachtig, en oneerlijk waren weet ik verder inderdaad niet wat ze scheelden, behalve dat het ook een zeer slecht huwelijk was en ik er geheel nooit in slaagde ťťn werkelijk waarachtig gesprek met ze te voeren, omdat ze dat geheel niet wilden, en wellicht ook niet konden.

[1] NB "rationaliserend": Ik zeg niet rationeel, eenvoudig omdat de meeste mensen dat niet vaak zijn, en ik zeg rationaliserend omdat er een flink deel redelijkheid in de meeste mensen schuilt, dat ook probeert redelijker te lijken dan men is.

[2] Ik weet dat de definities simplificaties zijn, maar ik las ook veel psychologie en psychiatrie, en daarvoor geldt hetzelfde, al zijn de simplificaties vaak anders dan de mijne.

[3] D.w.z.: Een groot deel van wat de meeste mensen geloven en wensen is niet erg realistisch of (rationeel) geÔnformeerd, maar het is ook zo dat een karakter opgebouwd is uit zeer veel specifieke geloven en wensen - die allemaal kunnen veranderen, maar meestal ook nogal onafhankelijk zijn van een groot deel van de andere geloven en wensen die men heeft.

[4] Dat dus allebei behoorlijk tot zeer irrationeel of onredelijk kan zijn, en dat vaak ook is op jonge leeftijd (en heel wel mogelijk niet veel beter in volwassenheid, al is het dan wel gewoonlijk veel beter verborgen achter conformistische pretenties). En "ie" is een poging van mij (uit de tachtiger jaren) "hij" en "zij" te vermijden, en gaat terug op Multatuli (die vaak "i" schreef).

[5] Ikzelf. (Allebei de gedichten dateren uit 1971.)

[6] NB: (1) Ik was me geheel bewust te simplificeren, maar mijn theorie is uiteindelijk een stuk helderder en vollediger dan veel andere die ik las. (2) ik gebruik tegenwoordig enigszins andere definities van sommige centrale begrippen (maar dit is niet erg relevant).

[7] Ik heb al gezegd dat ik nu enigszins andere definities gebruik.

[8] Nogmaals: Ik heb al gezegd dat ik nu enigszins andere definities gebruik.

[9] Ja, en alle volwassen mensen spelen voornamelijk rollen, in de zin dat het overgrote deel van hun bewuste gedrag gebaseerd is op de pretenties die een rol gewoonlijk definiŽren.

[10] Ik heb al gezegd dat ik nu enigszins andere definities gebruik (of andere woorden voor ongeveer dezelfde definities).

[11] NB dat een groot deel van het menselijk denken is wens-denken, dus per definitie niet rationeel.

[12] En dit geldt voor de grote meerderheid, en ongeacht wat deze denkt, of denkt over wat ze denken: De grote meerderheid is niet rationeel, en is zich dat bovendien gewoonlijk bewust, en motiveert dat door welbewuste partijdigheid.

[13] NB dat "Een grotendeels onbekend lichaam, met een grotendeels onbekend brein, met grotendeels ongekende mogelijkheden in een grotendeels onbegrepen wereld" geldt voor iedereen en overal.

[14] Dit is ťťn van de scheidslijnen tussen biologisch psychiatrie en - zeg - sociale psychiatrie:

Volgens mij, en volgens degenen die een vorm van sociale psychiatrie onderschrijven wordt de menselijke persoonlijkheid vooral gecreŽerd binnen en door
groepen, families, instituties, en organisaties van mensen, en daar weer vooral door de rolverwachtingen die mensen daarin hebben over andere mensen.

[15] Inderdaad, en ik leg de nadruk op het feit dat er minstens 10 dimensies meespelen in vrijwel ieder persoonlijk oordeel.

[16] Jawel, en dit is een belangrijke generalisatie.

[17] Dit is een tamelijk fundamentele opmerking over de onbevredigdheid van de meeste moderne beroepen. Dit is geen belangrijk thema in de rest van dit essay, en ik weet niet hoe duidelijk dit is voor de meeste moderne stadsbewoners. Mij werd het verschil pas echt duidelijk toen ik in een klein dorp woonde (in de zeventiger jaren van de vorige eeuw, in Noorwegen) eenvoudig omdat vrijwel iedereen daar een redelijk begrip had van de meeste banen die de meeste mensen hadden, dat geheel verschillend was van hoe het in de stad was.

[18] Juist - en dat de mens een ideologische aap is die in grote meerderheid gedreven wordt door z'n eigen illusies en wensdenkerij is opnieuw een fundamentele aanname. De meeste mensen zijn niet rationeel, en iedereen wordt gedreven door z'n eigen wensen.

[19] Inderdaad: Er zijn maar weinig beroepen die gewenst worden door degenen die ze uitvoeren. Vrijwel iedereen werkt in de eerste plaats voor geld, en niet voor de voldoening die de baan biedt, zo die er al is.

[20] Dit is een ander wezenlijk inzicht: Veel konversaties tussen mensen beogen niet de helderheid of de volledigheid, misschien afgezien van het onderwerp, maar beogen een flink deel van de rollen en de belangen van de sprekers onduidelijk te houden, vaak in beider belang.

[21] Ik las mijn eerste psychiatrische verhandeling op mijn 16e, en deze verhandeling is van mijn 36ste, terwijl ik nu 66 ben. En ik weet niet meer waarop mijn meningen over de psychotherapieŽn van de zeventiger en tachtiger jaren van de vorige eeuw op gebaseerd waren. Het enige waar ik redelijk zeker van ben is dat er toen een stuk meer waren dan tegenwoordig (in de 2010s en later).

[22] Projectie is dus meer dan alleen het toekennen van ongewenste eigenschappen van zichzelf aan anderen: Het moet ook zonder goede redenen geschieden om met projectie aangeduid te worden.

[23] NB dat rationalisaties een vorm van zelfbedrog zijn die vaak bestaan uit overdrijvingen: De "ondernemers die werken tot het heil van hun werknemers, de  professoren die alles over hebben voor de wetenschap, de doktoren die altijd zeggen klaar te staan voor hun patiŽnten" bestaan en danken een deel van hun eigen motivaties aan dergelijke beweringen, maar ze overdrijven vrijwel zeker vrijwel allemaal.

[24] Dit - "To define a situation is to create it" - is feitelijk behoorlijk belangrijk, en is iets wat zeer vaak geprobeerd wordt in de media. Merk ook op dat het vaak niet zozeer de situatie is die gecreŽerd wordt (die vaak ook feitelijk onbekend is aan de meeste deelnemers in een diskussie) als de vorm en inhoud van het debat erover.

[25] Feitelijk dankte Hazlitt de Bronzen Regel (mijn naam ervoor) aan Lord Chesterfiield (the 4th).

[26] Dit is mijn idee en formulering, maar er zijn veel psychiaters, psychologen en filosofen met verwante meningen. Zie bijv. hier Biopsychiatry controversy en hier Causes of schizophrenia en Trauma model of mental disorders. Mijn theorie valt onder de laatste van de drie (en alle drie zijn links naar - de Engelstalige - Wikipedia).

[27] Dit is een logische definitie. Er is een flink deel meer over logica hier (in 't Engels, en verspreid over behoorlijk wat lemmas): logic. Voor logical terms zie de laatste link.

[28] Redeneerfouten zijn dus echte fouten. En ik behoor ook op te merken dat dit allemaal deductieve fouten zijn (in mijn behandeling). Er is ook iets als inductieve logica, maar ik laat deze onbehandeld, o.a. omdat deze een stuk vager is dan de deductieve logica (die gebaseerd is op deductieve geldigheid, die erin bestaat dat in alle mogelijke gevallen waarin de premissen A1, ..., An waar zijn, de konklusie C ook waar is).

[29] Groepen zijn nog steeds zeer onderbelicht in zowel de sociologie als de psychologie en de psychiatrie. De theorie die volgt is van mij, en wie er een klein beetje meer over wil weten wordt geadviseerd Groups en Groupthinking te bekijken.

In feite is mijn theorie over groepen ontstaan in de vroege zeventiger jaren, en vooral gebaseerd op mijn verwerpen van Marx' klassen-analyse (die m.i. veel te algemeen is, in ieder geval).

[30] Hier moet ik opmerken dat wie "de mensheid" als groep beschouwt geen - m.i. - juiste definitie van "groep" hanteert, die veronderstelt (maar niet in de tekst) dat een waarachtige groep bestaat uit leden die in dezelfde tijd leven en dicht genoeg op elkaar en in een gemeenschappelijk territorium leven om elkaar persoonlijk te kennen. (Ook dit is enigszins vaag, maar dit is geen sociologische verhandeling.)

[31] Dit zijn twee andere fundamentele inzichten over groepen: Een deel van de groepen waarvan ieder mens lid is - als familie, ras, nationaliteit, geslacht - zijn geheel onvrijwillig, en veel van de min of meer vrijwillige groepen - als beroepsgroepen, kerkgenootschappen, politieke partijen, huwelijken en gezelligheids- verenigingen - zijn zelden geheel vrijwillig.

[32] Er is altijd een vorm van ideologie in iedere constitutie, en iedere zelfstandig bestaande groep heeft iets als een constitutie. De redenen dat deze altijd ideologisch zijn zijn dat de veronderstelde feiten vaak geen werkelijke feiten zijn, en de aangenomen doelen altijd op wensen gefundeerd zijn.

[33] En dit is een algemene aanname van me: De mens is het rationaliserende dier, en beleeft zichzelf door middel van gedeeltelijke zinloze ideeŽn voor gedeeltelijk (of geheel) onrealiseerbare idealen. En dit geldt voor iedereen, zelfs voor de meest rationele wetenschapper.

[34] Jawel, en alle rollen moeten geleerd worden (ook die van man, vrouw, vader, moeder), en alle rollen veronderstellen zekere idealiseringen die (vanuit andere groepen gezien) voor behoorlijk onwerkelijk kunnen worden gezien.

[35] Inderdaad, en dit gaat terug op wat de leiding definieert: De leiding in een groep is die kleine minderheid ervan die de meeste macht heeft over de andere leden van de groep en die meeste belangrijke beslissingen nemen.

[36] Eťn belangrijke reden dat iedereen in beginsel vervangbaar is, is uiteindelijk dat iedereen sterft, maar er zijn andere belangrijke redenen en twee ervan zijn dat zowel de structuur van een groep als de ideologie van een groep bestaan onafhankelijk van wie de leden zijn, terwijl ze zeer veel van wat de groep is en doet bepalen.

[37] Er zijn uitzonderingen op deze regel, maar het zijn uitzonderingen.

[38] Juist en deze gedeeltelijke conversie van (overwegend) egoÔstische impulsen in (min of meer) altruÔstische gevolgen geldt algemeen.

[39] Merk op dat "gezondheid" in de psychiatrie een nogal andere betekenis heeft dan "gezondheid" in medische zin, omdat medische ongezondheid in beginsel veroorzaakt wordt door een diagnosticeerbare pathologie, terwijl veel van de psychiatrische "ongezondheid" gebaseerd is op oordelen van de psychiater, die zelden gebaseerd zijn op een diagnosticeerbare pathologie.

[40] Ik denk dat mijn streven "duidelijke definities te geven in term van gedrag en in termen van persoonlijke beleving" zinnig is, maar zelfs de definities van "normaal", "neurotisch" en "psychotisch" zijn sindsdien verlaten door "de" psychiatrie.

[41] In ieder geval de zeven relevante dimensies zijn van mij, en hangen samen met de eerdere drie afleveringen van Over Geestelijke Gezondheid en Gestoordheid.

[42] Inderdaad, maar mijn mening over "psychosomatische ziektes" is veranderd sinds ik OGGG in 1986 en 1987 schreef, omdat ik toen nog niet wist dat ik M.E. heb (dat leerde in pas in 1989), en ook geen idee had dat dit volgens veel psychiaters geen ziekte maar “psychosomatose" is. Ik heb - net als de meeste anderen met langjarige M.E. en zeker indien ze, als ik, een goed B.A. of M.A. hebben, een waarachtige maar tot nu toe niet ontsluierde echte ziekte, en hoewel ik denk dat er iets min of meer geldt in sommige kortdurende psychomsomatische symptomen, denk ik dat het eenvoudig waanzin is om mensen als ik, met ťťn van de beste doctoralen ooit, bovendien allemaal gedaan terwijl ik ziek was en geen colleges kon volgen, voor "waanzinig", "gestoord" of als "lijder aan psychosomatose" te omschrijven.

[43] Inderdaad.

[44] En dit is een belangrijke kwalificatie die ook als volgt geherformuleerd kan worden: Hoewel grote delen van wat vrijwel iedereen 200 of 300 jaar geleden dacht en meende indien ze tegenwoordig gedacht en gemeend zouden worden heel wel mogelijk tot oordelen van waanzin of neurose zouden kunnen leiden, waren ze indertijd geheel normaal. Weer anders geformuleerd: Waanzin is gedeeltelijk afhankelijk van de maatschappij en de cultuur waarin men leeft.

[45] En - in vervolg op de voorgaande noot: Alledaagse waanzin zijn geaccepteerde vormen van gedrag en denken die in andere maatschappijen of culturen voor abnormaal of gestoord doorgaan.

[46] Inderdaad, en hier zou zeer veel over gezegd kunnen worden dat ik hier en nu allemaal oversla. Ik verwijs alleen met ťťn link: Schizophrenia (<-Wikipedia, Engels) (en ben het met lang niet alles eens wat daar staat).

[47] Silvano Arieti (<-Wikipedia) is ťťn van de weinige psychiaters die ik hoog aansla. Ik vond hem geheel zelfstandig, en in de eerste plaats zijn "The Intrapsychic Self", en later ook zijn "Interpretation of Schizophrenia" en "Creativity". Zijn "Interpretation of Schizophrenia" kocht ik i.v.m. Jolanda - de vrouw met de schizofrene psychose - en was behulpzaam. Hoeveel ik van Arieti overgenomen heb ik mijn OGGG is mij nu niet meer duidelijk, maar ik vermoed dat het iets is, maar niet bijzonder veel.

[48] Dit is wel van Arieti, en is tevens het begin van een trauma model van de psychiatrie (<-Wikipedia, in het Engels), dat mij - in beginsel - een heel stuk zinniger voorkomt dan het zogeheten medische model (<-Wikipedia, in het Engels), dat overigens terechter (als in de Wikipedia) aangeduid wordt met "biologische psychiatrie".

[49] Ik bedoel hier niet "autistisch" in de zin die het nu heeft, maar in de zin van
 een moeilijke benaderbare en en moeilijk begrijpelijke wereld.


[50] En ik wijs er op dat ik in mijn toenmalige vriendin alle 5 stadia aan kon wijzen, en de laatste twee stadia uit eigen ervaring met haar. (En overigens ben ikzelf nooit in enige zin waanzinnig geweest, d.w.z. afgezien van de mening van psychiaters dat ik dit zou zijn omdat ik beweer ziek te zijn met M.E.)

[51] Deze - volgens mij geheel evidente - bewering wordt niet geloofd door de meeste biologische psychiaters: Wat er mis is met gestoorden is mis met hun hersens, en kan gecorrigeerd worden - nog steeds: volgens veel biologische psychiaters - met psychiatrische drugs en sommige andere methodes (als electro-schokken).

[52] Dit is weer mijn mening (die ook weer tamelijk normaal is voor aanhangers van het trauma model (zie [48])) waarbij ťťn uitzondering op is: Men kan ook schizo- freen worden, in termen van symptomen, door hallucinogene drugs, maar deze vorm van gestoordheid gaat over het algemeen ook weer snel over, na enkele dagen of weken, anders dan schizofrenie door opvoeding.

[53] De volgende omschrijving heeft feitelijk drie bronnen (voorzover ik mij dertig jaar later herinner): Horney's neurosenmodel; Arieti's ideeŽn over de ontwikkeling van schizofrenie; en mijn bevindingen met Jolanda.

[54] Inderdaad, en "stemming" verwijst weer naar eerdere delen van OGGG.

[55] Ik heb diverse beschrijvingen van zowel Laing als Bateson gelezen, maar - mede omdat ik het met hen nooit volledig eens was - is mijn beschrijving in ieder geval specifieker dan wat ik mij herinner van Laing of Bateson.

[56] Eťn van de zeer weinige verbeteringen in mijn tekst is de vervanging van "paradoxale" zonder aanhalingstekens door
""paradoxale"" met aanhalingstekens, en de reden is dat een waarachtige paradox met niets correspondeert.

[57] Dit is weer mijn omschrijving, die vooral in het eerste punt verschilt van Laing en van Bateson.

[58] Dat "Mensen worden niet gek geboren maar gek gemaakt" is weer mijn formulering en staat weer overwegend haaks op de "biologische psychiatrie". Als het al waar is dat er een genetische of erfelijke component in waanzin steekt, dan is deze zelden geÔdentificeerd of gelokaliseerd.

[59] Dit is - als gezegd - opnieuw mijn hypothese, en ik weet ook niet welk percentage aanhangers van een trauma model in de psychiatrie het hier overwegend mee eens zullen zijn (en dat vooral omdat ik het over "de emotionele stuurcentra in het brein" heb, dat - inderdaad - een hypothese is).

[60] Dit "ogenblik" was 1986/1987 en is zeker niet langer waar: Er zijn nu aanmerkelijk minder praat- en doe-therapieŽn dan dat er in de zeventiger en tachtiger jaren van de vorige eeuw waren, en ze zijn ook minder divers, maar overigens weet ik niet veel van de nu bestaande psychotherapieŽn.

[61] De lezer zal zien dat ik het niet bijzonder op psychotherapieŽn begrepen heb.

[62] En ťťn reden is dat het hele begrip van wat een "psychologische kwaal" zou zijn bijzonder varieert.

[63] Ik weet niet meer waarop dit gebaseerd is (en deed in de 80er jaren van de vorige eeuw meer aan psychologie dan sindsdien).

[64] Ik kende de wet van de hulpverlener - de hulpverlener verleent hulp aan zichzelf (financieel, in ieder geval) - toen al omdat er in de eerste 10 jaar van de ziektes van zowel mijn ex als mij geen enkele vorm van enige medische hulp werd geboden door minstens 30 artsen.

Sindsdien - 28 jaar verder - is daar nog steeds vrijwel niets in veranderd: Wie een onbekende ziekte heeft - in deze tijd waarin alle medici alles van alles weten dat medisch relevant zou kunnen zijn - kan doodvallen of wordt met psychiatrie belaagd. (En nee, natuurlijk geloof ikzelf in het geheel niet dat enig medicus meer dan een zeer klein deel van wat medische relevant zou kunnen zijn werkelijk begrijpt: Medicijnen zijn pas een echte wetenschap sinds het einde van de 19e eeuw, en derhalve zeer onvolmaakt. Behalve dan volgens vrijwel alle medici die ik gezien heb.)

[65] De meeste mensen zullen meer geÔnteresseerd zijn in praktische hulp dan in theoretisch begrip, maar degenen die begrip willen worden ook zelden bevredigd, en dit weer vooral door het feit dat de menselijke hersenen nog steeds overwegend onbekend zijn, en dat in feite niemand weet wat het menselijk bewustzijn is, of waarom het bestaat. (Zomin in de psychiatrie als in de psychologie en de filosofie.)

       home - index - summaries - mail