Prev-IndexNL-Next

Nederlog

Aug 11, 2015
Autobio 1987 - Meer Jolanda
Sections
Introduction

1.
Autobiografie 1987

   Jolanda
    Mijn antwoorden
    Haar uiterlijk
    Mijn situatie en gezondheid
    De ouders van Jolanda
    Het jaar 1987
  
De Osborne computer
Introduction:

This is my autobiography for 1987. It is in Dutch. Since I cannot find a journal for 1987, and there probably also wasn't one because of Jolanda, I have to rely on my memory and on 15 typed pages that started on 28 december 1986 and ended on 14 november 1987, and that all are about a book by Cohn-Bendit that was published in 1985 or 1986. I have thought about copying parts of that, but it seems as if most of the speakers are not known anymore, so I left it out for the moment. Maybe I will turn part of it into an appendix - some of my opinions are interesting, I think - but I do not know yet.

Also, this file is soon a part of the autobiography files in maartensz, where it will be updated some, while there will be another crisis blog today, later.



1. Autobiografie 1987

Ik zal dit deel weer gedeeltelijk uit mijn hoofd schrijven. Eén reden is dat er nauwelijks journaal is voor 1987 of althans: Ik kan het niet vinden, en één  reden daarvoor is dat ik vanaf Februari 1986 tot 1988 ofwel geen ofwel heel weinig journaal schreef. Dat was om Jolanda te sparen, waarover hieronder meer.

Jolanda

Ik ontmoette Jolanda voor het eerst in Januari 1986, en was vrijwel direct zwaar verliefd. Dit leidde snel tot grote problemen en moeilijke keuzes, want ze bleek, mede onder invloed van cocaïne en speed, maar ook als gevolg van haar opvoeding door zwaar gestoorde ouders, behoorlijk schizofreen, met stemmen in haar hoofd, en periodiek lijdend aan wanen en psychoses.

Wat ik deed was haar lospraten uit haar omgeving van cocaïne-gebruikende, trippende vrienden; met haar samen te gaan wonen; en te proberen haar te genezen.

In het begin - circa het eerste halve jaar van 1986 - was dat behoorlijk tot zeer moeilijk, ook omdat ik in feite voor alles bleek op te draaien, want de psychia- ters en psychologen lieten het afweten:

Ik moest voor eten zorgen; het huis schoon maken; mijn eigen dingen doen; én voortdurend klaar staan om Jolanda te helpen, die grotendeels depressief in bed lag, maar met wie overigens, althans voor mij, gewoonlijk redelijk te praten viel.

En een andere reden dat ze vooral in bed lag, naast haar depressiviteit, was dat ze niet alleen op straat durfde "omdat alle mensen naar me kijken, en ik niemand vertrouw", en omdat we weinig ruimte hadden, en ik gewoonlijk op de verdieping
onder de slaapkamer zat te werken of te lezen.

Na het eerste halve jaar verbeterde ze snel: ze rookte geen wiet meer (na één poging die vrijwel direct tot een korte psychose met visuele wanen leidde); ze nam geen cocaïne of speed meer; ze ontmoette niemand behalve mij (want dat wilde ze niet, en ze hád een boel om over na te denken); ik kon de meeste vragen die ze stelde gewoonlijk helder en direct en eerlijk beantwoorden; en ze knapte zienderogen en - met enkele kleine inzakkingen - ook consistent op.

Hier wil ik twee dingen verduidelijken, over mijn antwoorden en de redenen daarvoor, en over haar uiterlijk, dat iets had dat mij behoorlijk verraste.

Mijn antwoorden

Ik wist toen ik haar ontmoette allang veel meer van psychologie en ook van psychiatrie dan enige andere student, en ook dan behoorlijk wat universitaire stafleden, eenvoudig omdat ik er, weliswaar te hooi en te gras, al meer dan zeventien jaar in gelezen had, en het ondertussen ook zo'n vier jaar gestudeerd had.

Daar kwam bij dat ik het meeste dat ik gelezen had niet echt serieus kon nemen, of kon beschouwen als diepe kennis, maar aan de andere kant was dat zo voor alle beginnende wetenschap, en was het niet zo dat je dit - de betrekke- lijke onzekerheid van veel psychoologische en psychiatrische oordelen, en het evidente gebrek aan relevante kennis (niemand kon zelfs maar bedenken wat bewustzijn was of waarom mensen het hadden; niemand kon überhaupt zeggen hoe en waar de hersens fysieke stimuli omzetten in ideeën en waarden; niemand had een sluitende definitie van waanzin [1a]) - speciek kon verwijten aan enige psycholoog of psychiater (geheel ànders dan hun valse pretentie serieuze wetenschappers met veel kennis te zijn, want dat was altijd een leugen).

Bovendien was het ook zo dat ik behoorlijk veel moeite deed haar te begrijpen:

Ik herlas "The Intra-Psychic Self" van Silvano Arieti, omdat dit een zinnig boek was (véél zinniger dan Freud, bijvoorbeeld); ik kocht en las Arieti's "Interpretation of Schizophrenia" (<- Wikipedia), waar ik waarschijnlijk het meest van leerde over schizofrenie [1]; ik herlas Laing (met wie ik het nog steeds niet eens was); en ik deed nog aanmerkelijk meer, zoals het schrijven van een lang essay "Over geestelijke gezondheid en gestoordheid" in 1987, dat ik in 2013 en 2014 publiceerde in mijn Nederlog (hier, hier en hier - tesamen 195 Kb), en ik deed dit alles om Jolanda zo goed mogelijk te kunnen begrijpen en helpen.

Daarbij gaf ik niet alleen gewoonlijk zinnige en duidelijke antwoorden op Jolanda's vragen, inclusief dat ik het niet wist als dat zo was, die ze bovendien de hele dag door kon stellen, op ieder moment: ik was ook altijd volledig eerlijk.

Ik was dat omdat ik meende dat ze dat verdiende, en ook omdat ik niet wilde liegen, zowel omdat ik daar geheel niet van hield, als omdat ik alle vormen van oneerlijkheid wilde vermijden, mede omdat ze daar toch doorheen zag in haar psychotische buien.

Hoe het zij: Ik wist veel waardoor ik haar vragen zinnig kon beantwoorden; ik las veel erbij om haar situatie beter te kunnen begrijpen; ik was altijd geheel eerlijk; en ik was 24 uur per dag voor haar beschikbaar, en dat zijn allemaal redenen waardoor haar situatie zich snel verbeterde vanaf 1987, of nog eerder, vanaf de tweede helft van 1986. [2]

Haar uiterlijk

Haar meest opvallende uiterlijke kenmerken waren (echt) felrood lang haar en haar intens blauwe ogen, en ze kon, althans als ze redelijk ontspannen was, een vrolijke, geïnteresseerde, in ieder geval schijnbaar spontane en grappige kant tonen. [3]

Er was echter één ding mee loos dat mij enigszins fascineerde, mede omdat ik het van geen enkele schrijver kende (afgezien van hele vage toespelingen), en omdat het me ook minstens een paar maanden kostte om 't duidelijk te krijgen:

Ik was in véél grotere mate dan bij andere mensen in staat haar stemming en emotie van haar gezicht af te lezen, en dat niet omdat het expressief was (het was in feite het tegendeel: ze streefde ernaar onder alle omstandigheden "hetzelfde" gezicht te hebben); maar vooral door de stand en dikte van haar lippen: hoe dunner en strakker die waren des te beroerder voelde ze zich.

Ik denk niet dat ze dit zelf wist, maar het was wel zo, en nadat ze het wist (wat ze na enige tijd deed omdat ik het haar vertelde) kon ze het niet afzetten, en de enige "verklaring" die ik ervoor heb is dat ze in vrijwel alle situaties waarachtig fysiek gespannen was, dat zich o.a. uitte doordat haar huid gespannen was.

Dit maakte haar gezicht ook tamelijk anders dan het zou hebben kunnen zijn als ze ontspannen geweest zou zijn, maar ik heb haar zelden zo ontspannen gezien, al gebeurde ook dat af en toe (en dan zag ze er zowel wulpser als een heel stuk vrolijker uit).

Hoe het zij, dit hielp me behoorlijk toen ik het eenmaal door had: ik kon haar stemmingen, of althans de stress die dit haar kostte, direct van haar lippen aflezen, dat wellicht enigszins vreemd klinkt (en ik ken het zelf verder van geen ander), maar toch werkelijk zo was.

En uiteindelijk, al wist ik dat niet, waren 1987 en in mindere mate 1988, de gelukkigste jaren die ik met haar had, en dat vooral omdat ze er zeer in verbeterde; in 87/88 ook psychologie ging studeren, net als ik; en ze behoorlijk zelfstandig werd, en onze relatie ook goed was, want ze had besloten dat ze werkelijk van me hield (zei ze), en behandelde me daar ook naar, zoals omgekeerd ook voor mij gold, en van het begin af gegolden had.

Mijn situatie en gezondheid

Mijn gezondheid was in 1987 ongeveer zoals in 1986: het bleef ongeveer even goed, en ik slikte een boel vitamines, en deed ook redelijk wat lange - 4 maanden! - experimenten ermee, waarbij ik zowel de doseringen helder opschreef als ook de stand van mijn stemmingen en mijn gezondheid twee keer per dag. [4]

Wat ik hierbij vond waren twee dingen die vrijwel zeker leken (want: 4 maanden lang in meer dan 90% van de data die ik had): (1) meer vitamines was beter voor me dan minder vitamines, en (2) vooral vitamine B6 hielp me. (Allebei de uitkomsten waren voor mij onverwacht.)

Trouwens, hoewel ik redelijk wat papieren ben kwijtgeraakt: Er is hiervan een verslag uit 2014, dat gebaseerd is op aantekeningen uit 1987 en 1988: Zie
Vitamines in 1987-1988 (van 30 oktober 2014). Dit is redelijk duidelijk.

Wat betreft de feiten die ik vond:

Voor (1) heb ik geen behoorlijke verklaring, maar het verschil was behoorlijk duidelijk. Er is wel een soort verklaring, die ook voor orthomoleculaire genees-
kunde geldt: Flinke hoeveelheden vitamines zijn vaak beter dan de gewone standaard-hoeveelheden, dat voor mij zonder enige twijfel geldt, maar het gegeven feit kan ik verder niet verklaren. (Het ligt vrijwel zeker aan deze of gene combinatie, maar er zijn véél te veel mogelijke combinaties - triljarden - om ze te kunnen testen, althans door mij).

Voor (2) heb ik een in beginsel behoorlijke biochemische theorie opgesteld, die ik ook aan mijn huisarts heb laten lezen, die 'm niet kon weerleggen, maar dat is ook weer alles wat ik weet, want vrijwel alle medicijn-mannen en -vrouwen weten een stuk minder van vitamines dan ze voorgeven, en geheel niemand vond het
waard mijn feiten of meningen - zelfs maar - te onderzoeken. (En ik ben geheel niet boos op mijn huisarts, maar wel boos op de artsenstand, die je eenvoudig 37 jaar laten kreperen op basis van laffe lulsmoezen: ze willen je niet helpen, maar willen dat ook geheel niet toegeven, dus liegen ze.)

De ouders van Jolanda

Ik denk dat het redelijk is allebei haar ouders te omschrijven als gestoord. Wat ze precies mankeerden weet ik niet, maar ze waren geheelniet gelukkig (ondanks redelijk wat geld, waarvan ze o.a. hun eigen boerderij in Friesland gekocht hadden, naast hun huis te Bussum), ze kenden heel weinig mensen, ze waren bijzonder artificieel (onecht, onwerkelijk, gemaakt, vals), en in ieder geval haar moeder was al heel wat jaren - volgens Jolanda: de hele tijd dat Jolanda leefde - extreem manipulatief, oneerlijk, en onwerkelijk.

Overigens weet ik het niet goed meer, omdat ik ze wel enkele malen bezocht heb, en enige tijd op hun boerderij in Friesland doorgebracht heb, maar ik was niet erg
geïnteresseerd in ze, omdat ik ze niet mocht, ze me onwerkelijk voorkwamen, ze geheel nooit iets interessants te zeggen hadden, en Jolanda weinig of niets goeds over ze wist te vertellen.

't Is wel zo dat haar vader vanaf ergens in de 2e helft van 1986 regelmatig op bezoek kwam op de Elandsgracht, omdat Jolanda haar vader meer mocht dan haar moeder, en hij geïnteresseerd was of deed, hoewel hij niets toe te voegen of af te dingen had op mijn diagnose (onderschreven door Jolanda en haar huisarts),
en ik me ook niet herinner dat hij me ooit ergens voor bedankt heeft (terwiijl ik feitelijk bijzonder veel tijd en moeite in zijn dochter investeerde, mede omdat hij dat nooit gedaan had).

Hij kwam altijd gekleed in een trui, omdat Jolanda had laten weten een hekel aan pakken te hebben, en behandelde mij als een soort vreemde man, met wie hij weinig kontakt zocht en niet veel gemeenschappelijk had, maar hij was overigens wel altijd beleefd.

Ik vond ook hem onwerkelijk, maar minder dan z'n vrouw, en hij was niet dom, hoewel ook niet werkelijk intelligent. Het is overigens mogelijk dat hij wat intelligenter was dan hij leek, maar dat ging, voor mij in ieder geval, verloren in z'n onwerkelijkheid, die behoorlijk groot was.

Eén voorbeeld was zijn belangstelling voor computers. Hij was "een organisatie-
deskundige" bij Philips, met een management-positie, hoewel geen hoge, maar wel een redelijk salaris, waarvan hij in de 80-er jaren verschillende computers kocht, dat toen een heel stuk duurder was dan sinds ca. 1995, waaronder een Osborne, waarover straks meer, en wat later - als ik het wel heb - een Philips (want ook Philips maakte toen computers, als een soort IBM PC klonen).

Ikzelf wist theoretisch redelijk veel van computers, vooral vanwege wiskundige logica, en ik had rond 1980 met de computer van Jan gewerkt (een Apple II), maar dat was vrijwel alle kennis die ik indertijd van computers had.

Pa Tromp had er twee of drie thuis staan, aangesloten en wel, maar hij bleek er heel weinig van te weten, al had hij er ook boeken over. Of althans - ik zei al dat ik hem onwerkelijk vond - het is me geheel nooit duidelijk geworden (in zes jaar "kennis" van hem) of hij véél meer gedaan kreeg dan MS-Dos opstarten op z'n  Philips.

Het was hem echter gelukt enkele programmaas aan de gang te krijgen, maar hij deed daar (kennelijk) bijzonder weinig mee, en dat was het dan ook, wat hem betrof: Programmeren kon hij geheel niet, er veel van begrijpen deed hij ook niet, en met wat hij erin slaagde aan de gang te krijgen deed hij overigens zo goed als niets, maar ja: hij hád twee of drie persoonlijke computers in een tijd dat dit behoorlijk zeldzaam was, en ze werkten, in beginsel.

Wel - tegen Juli of Augustus 1987 had hij kennelijk besloten (na anderhalf jaar)
dat ik enigszins te vertrouwen was, en dat Jolanda geheel geen problemem met me had, en zei van me te houden, zodat hij besloot zijn Osborne computer aan ons te geven. Daarover zometeen, maar eerst over het jaar 1987:

Het jaar 1987

Zoals ik eind 1986 al uitlegde was 1987, net als 1986, feitelijk een behoorlijk geslaagd jaar:

Ik had Jolanda ontmoet; was zwaar verliefd geworden; ik had veel gedaan om haar te helpen de schizofrenie die ze bleek te hebben (die direct terug ging op haar cocaïne en speed gebruik, maar middelbaar heel veel te maken had met haar behoorlijk gruwelijke jeugd als kind van een gestoorde moeder en vrijwel konstant afwezige vader, ook als hij thuis was); ik was erin geslaagd, met hulp van de huisarts, orthomoleculaire methoden, en mijn aanzienlijke kennis van psychologie en psychiatrie haar overwegend te genezen van schizofrenie, in
ieder geval in de mate dat ze normaal kon functioneren, een normale baan kon uitoefenen, en studeren, waar ze - als ik me goed herinner - ook in de derde
helft van 1987 mee begon, en wel aan de studie psychologie aan de UvA, net
als ik; en ik was daarom in 1986 en 1987, onlangs grote inspanningen, veel
werk, en het doen van veel dingen - als optreden als genezer - die ik alleen
zou doen voor iemand waar ik werkelijk van hield (want ik beschouwde me als
een theoreticus, veel meer dan een practicus, en had daar ongetwijfeld gelijk in), behoorlijk gelukkig en tevreden, was het alleen omdat ik samenwoonde met een vrouw die van me hield (zei ze), en waar ik zeer veel van hield; die was gaan studeren nadat ze overwegend was genezen, vooral dankzij mijn inzet en kennis; en wier vader mij in het genot had gesteld van de eerste persoonlijke (en draagbare) computer, wat mij, wegens geldgebrek, zeker niet zelfstandig gelukt was in die jaren, toen persoonlijke computers ook nog zeldzaam waren en bovendien behoorlijk duur. (De Osborne had, alles bij elkaar, rond de 5000 gulden gekost, bijvoorbeeld.)

En opnieuw was het oordeel dat ik zojuist gaf een oordeel zoals ik dat in 1987 gemaakt zou hebben.

Wie het me nu zou vragen, in 2015, zou een tamelijk ander antwoord krijgen:

Ik had weliswaar mijn zin gekregen, en ik had daar bovendien hard voor gewerkt, ook geheel zonder enige betaling, maar ik had minstens 2 jaar voornamelijk vergooid aan het helpen van een schizo, die ik in plaats daarvan ook voor mijzelf had kunnen gebruiken - wat ik vrijwel geheel niet deed. [5]

Het is echter waar dat het mij pas later duidelijk werd dat ik ze vergooid had, en
ook waar dat noch de oorzaak noch de blaam overwegend terug gaan op Jolanda en haar familie, maar als ik verstandig en bij zinnen was geweest waren Jolanda en ik eind 1987, toen ze weer op eigen benen kon staan, uit elkaar gegaan.

Ik was echter niet bij zinnen, want verliefd, en daarom deed ik niets van dien aard, maar hielp Jolanda in feite aan de woning onder me op de Elandsgracht toen deze vrij kwam, ook ergens in 1987, en accepteerde daarvoor ook een aanzienlijke huurverhoging voor mijzelf.

We woonden dus uiteindelijk eind 1987 over drie verdiepingen verspreid op de Elandsgracht 3: Op 2 hoog Jolanda; op 3 hoog ik; met op de achterhelft van de zolder op de 4e verdieping mijn slaapkamer, die vanuit de 3e verdieping te bereiken was d.m.v. een interne trap.

En het is waar dat het klein en behoorlijk krap en krottig was, maar ook waar dat het betaalbaar was, tot september 1988 redelijk prettig wonen was, en het in het Centrum, tien meter verwijderd van de Prinsengracht was, en ik in 1987 37 was geworden (en Jolanda 25), en er geheel niet mee rekende, mede vanwege de aanzienlijke verbeteringen in mijn gezondheid van 1984-1987, nog tientallen jaren ziek te blijven - en in feite wist ik eind 1987 nog niet eens wat ik had, en meende dat het waarschijnlijker was dan niet dat ik de ziekte overwonnen had, uiteindelijk
dankzij vitamines en mineralen.

Zo leek het in ieder geval eind 1987: Ik leek gezond te worden; Jolanda leek gezond te worden; we studeerden allebei psychologie en ik daarnaast oo filosofie, allebei als hoofdvak-studie; we hadden een computer; en het voornaamste wat we moesten doen was volhouden en doorgaan; en ik was dat ook vast van plan.

Zoals de lezer zal zien ging dit alles grondig fout vanaf 1988, maar dit was niet de schuld van Jolanda of haar familie, en ook niet van mij: Mijn leven werd stuk gemaakt ten behoeve van de illegale drugshandel die geëxploiteerd werd door Van Thijn en door de gigantische corruptie aan de UvA.

De Osborne computer

Wat was de Osborne? Dit was feitelijk de eerste draagbare computer en hij zag er zo uit:



Het beeldschermpje - in het midden - was ongeveer zo groot als van een moderne draagbare telefoon, behalve dat het zwart/wit was, niet grafisch was, en gedreven werd door een computer met een snelheid van 4 Mhz en een geheugen van 64 Kb, minus 7 Kb voor het besturings-systeem, dat CP/M heette.

In termen van 2015 was dit zeer primitief en langzaam, maar het was voor mij in 1987 een grote verandering , en dat kwam vooral omdat de Osborne ook WordStar en VisiCalc (een spreadsheet)
had, die allebei meegeleverd werden met de Osborne, net als CP/M.

Het was - hoewel het geheel meer dan 11 kilo woog, en voelde en oogde alsof je een naaimachine droeg - toch ook vrijwel de eerste personal computer in termen van prijs, meegeleverde software, en prestaties. Tenslotte was het zo dat het beeldschermpje het deed, maar dat je de Osborne ook kon aansluiten op een normale monitor, van 15x17 cm, met gele of groene tekst op een zwarte achtergrond, wat heel redelijk was, en een stuk beter dan het 5x5 schermpje, wat we vanaf het begin óók hadden.

En wat vooral bijna een openbaring was, was WordStar - want hoewel je op de Apple II kon tiepen, stelde dat weinig voor, en was het allemaal alleen tekst en verder niets (en wat je schreef moest op een casettedeck-tape opgeslagen worden, terwijl de Osborne heuse floppies had, waarop wel 128 Kb kon).

Met WordStar kon je zeer veel meer (dik schrift, schuin schrift, recht getrokken kolommen, het begin van WYSIWYG etc. etc.) en het was ook zeer goed doordacht, zoals je af kon leiden uit de gekozen toetsenbord-afkortingen.

En tiepen - wat ik zéér veel deed, altijd met een electrische machine sinds de  vroege tachtiger jaren, daarvoor met mechanische machines - was plotseling een heel stuk makkkelijker, vooral vanwege corrigeren en copy/paste van willekeurig lange stukken tekst.
[6]

Vrijwel het eerste wat ik deed met de Osborne was het schrijven van "Multatuli en de Filosofie", in September 1987, en direct in de computer, vrijwel zonder enige aantekening, dat ik inderdaad een stuk sneller en makkelijker op de computer getiept had dan ik kon op de schrijfmachine. (Dit was vooral voor de studie filosofie, waarover meer volgend jaar, maar ik vind het nog steeds een uitstekend stuk.)

Ik was onmiddellijk verkocht, uiteindelijk vooral door het type-gemak van WordStar, alhoewel dat ook alleen de belangrijkste factor onder veel meer was.

Vanaf September 1987 heb ik feitelijk vrijwel dagelijks een computer gebruikt, sinds lang ook voor van alles.

Overigens - om een uitspraak over 28 jaren te doen - er waren drie belangrijke overgangen: van geen computer naar een computer (1987); van geen internet computer naar een internet computer (1996); en van een internet computer met telefoon modem naar een fast internet (2009).

Dit waren echt drie grote kwalitatieve verschillen van allerlei verschillende aard ook, zoals dat een internet computer het houden van een site mogelijk maakte, die sindsdien 500 MB is, en dat fast internet films en snelle en vergelijkenderwijs
goedkope toegang tot zeer veel gaf (dat daarvoor te duur en te langzaam was om erg bruikbaar te zijn, via een telefoon-modem van 28 Kb per seconde, maximaal, waarvan je iedere telefoontik moest betalen).

En dit zijn ook gegevens die relevant zijn vcor een zinnige autobiografie: Het verreweg grootste deel van mijn tijd vanaf eind 1987 werkte ik met een computer, en dit maakte ook een groot verschil met de tijd tot September 1987.

-----------------------------------------------------------

P.S. Aug 12, 2015:
Ik heb de links gerepareerd (want die werkten niet).

Notities

[1a] Voor wie het niet weet: Dit is allemaal nog steeds zo in 2015.

[1]  Hier is een stukje geciteerd uit de Wikipedia over de "Interpretation of Schizophrenia" dat behoorlijk exact Jolanda's familie-achtergrond beschrijft. De schrijver is Arieti:
In the first edition of this book I have described one family constellation [...] when a domineering, nagging and hostile mother, who gives the child no chance to assert himself, is married to a dependent, weak man, who is too weak to help the child [...]. In these families the weak parent [...] becomes antagonistic and hostile toward the children because [...] he displaces his anger from the spouse to the children, as the spouse is too strong to be a suitable target..
Afgezien dat "himself" hier beter door "herself" vervangen kan worden, was dit exakt van toepassing.

[2] De lezer moet hier ook meewegen dat ik - geheel anders dan enig psycholoog of psychiater - 24 uur per dag beschikbaar was voor haar om over het even welke vraag eerlijk te beantwoorden (en dat ik dat ook zeer goed kan, in bijzonder goed en helder Nederlands).

Ik denk dus dat "de therapie" die ik haar gaf - die vooral neerkwam op het geven van eerlijke en duidelijke antwoorden, óók als ik het niet wist - zowel minstens zo zinnig was als ze van enig ander gehad zou kunnen hebben, was het alleen omdat er feitelijk heel weinig bekend is over schizofrenie, als ook dat één groot en positief verschil met de therapieën die ze van anderen zou kunnen hebben ontvangen was dat ze mij 24 uur per dag kon aanspreken, en mij een heel stuk beter kende dan ze enige behandelaar van haar zou kennen.

En ik zeg hier ook bij dat er ook negatieve kanten aan mijn aanpak zaten, maar die werden voor een goed deel geminimaliseerd doordat ik wist dat ik lang niet alles wist, wat voor alle psychologen en psychiaters geldt, maar mij ongetwijfeld duidelijker was dan de meesten, en omdat ik niets himmelhochjauchzend met haar wilde: ik wilde alleen dat ze zich normaal voelde, en normaal haar gang kon gaan en haar talenten voor zichzelf gebruiken. Ik had geheel geen plannen voor "een nieuw mens" in enigerlei vorm. Daarbij was het ook zo dat ik werkelijk geholpen werd door de huisarts, die dat ook heel goed deed, en tegen wie ik niets verzweeg.

En over het geheel genomen denk ik dat ik erin geslaagd ben haar bijzonder goed te helpen van begin 1986 tot en met eind 1988 (dus bijna drie jaar), en dat ik erin geslaagd ben meer voor haar te doen (aanzienlijk meer ook) dan ze redelijkerwijs verwachten kon van een normale psychiater of psycholoog, omdat deze niet beter had kunnen presteren dan ik (ze had een studie en een goede baan aan de UvA vanaf 1988; ze functioneerde normaal), en ook omdat ze echt niet werkelijk méér wisten over schizofrenie dan ik.

[3] Ze was echter minder mooi dan ik in eerste instantie dacht, al kan ook dit samenhangen met haar uiterlijk, dat ik beschrijf.

[4] Het is mogelijk dat het in 1987 iets achteruit ging, maar dat weet ik niet meer en lag ongetwijfeld aan het feit dat ik veel deed en veel moest doen. En véél minder werd het zeker niet, en beter ook niet.

[5] Jolanda was een schizo. Ik had haar geholpen (en was daarin zeer goed geslaagd: Binnen 2 jaar studeerde ze, binnen 4 jaar had ze een baan en een redelijk inkomen aan de UvA, en daarna was het snel uit tussen ons) omdat ik van haar hield en medelijden met haar had, maar ik denk uiteindelijk dat ze een "aardje naar haar vaartje" had, en dat ze me eenvoudigweg gebruikt heeft voor haar eigen doelen, en daarin ook bijzonder goed geslaagd is, en zonder ooit van me te houden, al heeft ze me wel gemogen, althans de eerste paar jaren.

[6] Ik zag nu (in 2015) ook - vooral vanwege de Wikipedia items voor de Osborne, WordStar, VisiCalc en CP/M - dat ik in 1987 enthousiast was voor iets dat rond die tijd alweer behoorlijk verouderd was, en voor een flink deel - in ieder geval: CP/M en VisiCalc - alweer afgedaan had, maar (1) zo verscheen het mij niet in die tijd (waarin ik uiteindelijk ook maar drie persoonlijke computers gezien had tot 1987: de Sim en de Apple II van Jan, in 1979 en 1980, en een IBM PC van iemand die ik kende uit Pampus in 1985), en (2) het lijkt mij ook dat het er in en rond 1987 een heel stuk ànders uitzag "in PC land" dan het terugkijkend uit 2015 leek: Je kunt achteraf een redelijk rechte lijn uittekenen die loopt vanaf de Apple en de IBM in de vroege tachtiger jaren naar de PC en de cell-phone en het internet uit 2015, maar de werkelijke ontwikkeling was een heel stuk ingewikkelder, diverser, en onduidelijker voor wie er in 1988, 1992, of 2000 deel van uitmaakte, en had ook op allerlei manieren nogal anders hebben kunnen zijn.

       home - index - summaries - mail