Prev-IndexNL-Next

Nederlog


 
May 21, 2013
me+ME: Over geestelijke gezondheid en gestoordheid - I
Sections
Introduction   
      Over geestelijke gezondheid en gestoordheid
        Noten
        Afterword   
About ME/CFS


Introduction:

I am still paying back my walk of over three weeks ago, so I am still not feeling very well. But it may be improving some, and here is another proof, that is for the most part - all except this introduction - in Dutch.

The present essay I found two days ago, when I took a look into the paper administration I have, from the late 1960ies till 1987-8, for it was then that I got a computer, 25 or 26 years ago, and almost everything I wrote since then
was done by way of a computer.

This essay was written in 1986 and 1987, on a typewriter. All I have in 2013 is a photocopy of the first part of the typescript. Its' title is "Over geestelijke gezondheid en gestoordheid", which it so say "About mental health and being disturbed", and that indeed is the theme it treats, in 13 pages of neatly typed interlined A4.

Note that it is both a radical and a well written essay, that was written around 1986, when I was in love with a woman who turned out to have schizophrenia. I will first reproduce it in Dutch and later translate it. There are a number of brief notes to it that are all of today.

Over geestelijke gezondheid en gestoordheid

"Zinloos zijn de woorden van een filosoof waardoor geen menselijk lijden wordt genezen. [1] Want precies zoals de geneeskunde zinloos is wanneer ze niet in staat is de ziekten  van het lichaam te genezen, zo is de filosofie zinloos als ze niet in staat is het lijden van de geest te genezen."
-- Epicurus,  341-270 v. Chr.











0. Inleiding:
Ik geloof dat het in sommige gevallen gerechtvaardigd is om iemand voor gek te verklaren, omdat dit in sommige gevallen een waar oordeel is. Maar lang niet iedereen die voor gek verklaard wordt is het, en lang niet iedereen die niet voor gek verklaard wordt is het niet, terwijl de rechtvaardiging van het oordeel dat iemand gek zou zijn - dat vrijwel altijd een persoonlijke en sociale veroordeling inhoudt - heel moeilijk is, en in de meeste gevallen, ook al is het waar, moreel en intellektueel onvoldoende verantwoord wordt.

Ik denk ook dat er, en dat niet alleen in de Sovjet-Unie, op grote schaal misbruik  wordt gemaakt van de psychiatrie; dat de meeste psycho-therapieŽn grotendeels ondoelmatig en inefficiŽnt zijn; en dat het betitelen van een vorm van geloof of gedrag als "waanzinnig", "psychotisch" of "gestoord", in een wereld beheersd door een wijd verspreide sociaal geaccepteerde politieke en religieuze waanideeŽn, een precair oordeel is.

En ik geloof dat het belangrijk is om een enigszins adekwaat inzicht te hebben in hoe de menselijke geest werkt; in wat een persoonlijkheid is; en in de diverse vormen van geestelijke ontsporing; en dat dit inzicht te vinden is, en verspreid ligt in verhandelingen van filosofische, psychologische, psychiatrische, religieuze, logische en literaire aard. [2]

In dit essay breng ik wat van deze inzichten samen en geef mijn eigen visie op geestelijke gezondheid, waanzin en gestoordheid in een zo beknopt mogelijke vorm, waarin alle discussie, kritiek en verwijzing in de hoofdtekst vermeden is. De tekst bestaat in totaal uit drie delen en een appendix. In het eerste deel worden geestelijke gezondheid en vervreemding omschreven; in het tweede deel het bewustzijn en de persoonlijkheid; en in het derde de gestoordheid, met bijzondere aandacht voor het begrip schizofrenie. [3]

Omdat ik vooral gestreefd heb naar duidelijkheid en beknoptheid heb ik veel gebruik gemaakt van (partiŽle) definities en opsommingen, en heb ik de materie in paragrafen ingedeeld waarvan de centrale stellingen en definities in de laatste paragraaf, die onafhankelijk leesbaar is, worden samengevat. In de appendix worden achtergrondsinformatie en literatuurverwijzingen vermengd met verschillende kritische opmerkingen en uitweidingen. Voor goed begrip van het essay is lezing van de appendix waarschijnlijk onontbeerlijk, ware het alleen omdat daar vermeld wordt wat de bronnen zijn en wat origineel is. [4]

I. Over geestelijke gezondheid
(In dit deel worden de fundamenten van het voor gek verklaren besproken; een definitie van geestelijke gezondheid geboden; uitgelegd wat wetenschap is; ingegaan op de begrippen rationeel en redelijk; verklaard waarom de meeste mensen dat vaak niet zijn; en de begripen ideologie en vervreemding behandeld. Dit deel is vooral filosofisch.) [5]

1. Een ander voor gek verklaren is vrijwel altijd denigrerend: Het suggereert dat de ander niet goed na kan
    denken; geen of weinig begrip heeft voor de eigen situatie; zichzelf niet goed kan beheersen, sociaal een mislukkeling is, of om andere redenen een minderwaardig mens is; en het suggereert dat de spreker wel goed na kan denken; wel begrip heeft voor de eigen situatie ťn voor die van de ander; zichzelf wel goed kan beheersen; en sociaal geslaagd en een waardevol mens is.

Bedoeld of niet, gewenst of niet, voor gek verklaard worden heeft daarom vrijwel altijd aanzienlijke persoonlijke of interpersoonlijke gevolgen. Het is stigmatiserend en vernederend; het ontneemt iemand's gevoel voor eigenwaarde; het ontzegt iemand het vermogen zinnig over zichzelf en anderen te oordelen en maakt het iemand daarmee tegelijk onmogelijk het stigma redelijkerwijs aan te vallen; en in de handen van een arts of psychiater kan het een middel worden al dan niet gedwongen medicijnen toe te dienen en geheel of gedeeltelijk van de burgerlijke of menselijke rechten te ontdoen. [6]

Te zeggen dat iemand gek, waanzinnig, of geestelijk gestoord is, is daarom een verregaande vorm van persoonlijke vernedering en veronderstelt bij de spreker een minstens even ver gaand inzicht in de fundamentele menselijke vragen - wat en hoe de werkelijkheid is en behoort te zijn; wat goed en kwaad zijn; wat waarheid, waarschijnlijkheid, en rationeel en redelijk verantwoord denkeb en argumenteren zijn; en waartoe men behoort te handelen en waarvoor men behoort te leven.

2. Het oordeel dat iemand wel, niet of tot een bepaalde hoogte waanzinnigi is, is (in ieder geval) tegelijk een
    filosofisch, psychologisch, ethisch en persoonlijk oordeel.

Het oordeel is filosofisch omdat het ideeŽn, oordelen en kennis over wat waarheid, kennis, werkelijkheid en de menselijke konditie is veronderstelt; het is psychologisch omdat het ideeŽn, oordelen en kennis over de menselijke geestelijke en perceptieve vermogens, gemiddelden en extremen veronderstelt; het is ethisch omdat het ideeŽn, oordelen en kennis over wat maatschappelijk normaal is veronderstelt; en het is tenslotte een persoonlijk oordeel omdat het een oordeel over een menselijk wezen is dat deze groot voor- of na-deel kan berokkenen.

3. Op het eerste gezicht lijkt geestelijke gezondheid een nog veel moeilijker te omschrijven eigenschap dan
    lichamelijke gezondheid, die althans nog enigszins meetbaar is met bijvoorbeeld sportfysiologische middelen en tamelijk objectief gebaseerde kennis wat betreft het menselijk lichamelijk prestatievermogen.

Eťn reden voor deze moeilijkheid is de onaanwijsbaarheid en complexiteit van de menselijke geest; een andere is de pluriformiteit van de menselijke cultuur en persoonlijkheid: zoveel hoofden, zoveel zinnen; zoveel culturen, zoveel idealen, en allemaal gedeeltelijk in tegenspraak wat betreft fundamentele filosofische en menselijke vragen en idealen; en een derde moeilijkheid is het mengsel van waarheid en onwaarheid en verwardheid en helderheid dat gewoonlijk als antwoord op deze fundamentele vragen gehanteerd wordt en waarnaar mensen hun leven en zelfbeeld inrichten.

Hoe het ook zij, geestelijke gezondheid is een vrij helder te omschrijven begrip, althans zolang men zich voor ogen houdt dat het geen ťťn-dimensionele eigenschap is; dat het altijd een kwestie is van meer of minder en niet van ja of nee is; dat het in ieder geval de theoretische, ethische en waarnemings- vermogens van de mens betreft; en dat het dus tegelijk een feitelijk gebaseerd en normatief begrip is: Het is tegelijk een oordeel over wat de mens kan zijn ťn behoort te zijn. [7]

4. Wat mensen verder ook zijn, ze moeten leven en zich oriŽnteren met behulp van ideeŽn over wat de
    werkelijkheid is; idealen waarnaar ze kunnen streven en hun waarderingen op kunnen baseren; en waarnemingen aan de hand waarvan ze zowel hun onmiddellijk handelen kunnen oriŽnteren als ideeŽn en idealen kunnen beoordelen op hun bruikbaarheid.

De mens is het ideologische dier: Een wezen dat zijn leven inricht, interpreteert en begrijpt met behulp van ideeŽn en idealen over wat de werkelijkheid is en zou moeten zijn. De voornaamste criteria voor menselijke geestelijke gezondheid zijn daarom criteria betreffende hoe mensen hun verstandelijke en zintuiglijke vermogens gebruiken om tot begrip, waardering en waarneming van de werkelijkheid, zichzelf en anderen te komen.

5. Dergelijke ideeŽn kunnen het best geformuleerd worden middels een partiŽle definitie, d.w.z. een bewering
    over welke eigenschappen iets in ieder geval moet hebben om met ťťn bepaalde, dan aan die eigenschappen refererende, term of uitdrukking betiteld te worden. [8]

Niet-triviale definities zijn altijd tegelijk aannames over wat kenmerkend is voor wat gedefinieerd wordt ťn veronderstellen om de gedefinieerde term in een bepaalde, eventueel tot dan toe niet normale, betekenis te gebruiken. In wat volgt zullen gedefinieerde termen onderstreept worden.

Zoals ik de term wens te gebruiken, acht ik lichamelijk volwassen personen geestelijk gezond in de mate dat ze

  • rationeel zijn, d.w.z. theorieŽn hanteren en nastreven die logisch,
            testbaar, geinformeerd en gefundeerd zijn;
  • redelijk zijn, d..w.z. idealen aanhangen en nastreven die ethisch,
            praktiseerbaar, leefbaar en tolerant zijn; en
  • niet-hallucinerend zijn, d.w.z. feitelijk correcte waarnemingen doen
            en niet menen waar te nemen wat er niet is. [9]
Dat geestelijke gezondheid gradueel is en kan variŽren met de tijd wordt uitgedrukt door "in de mate dat", terwijl de drie criteria respectievelijk de theoretische, ethische en waarnemings-vermogens van de mens betreffen.

Deze criteria zijn van fundamenteel belang om mensen en huin ideeŽn en idealen naar waarde in te schatten. In de volgende paragrafen wordt hun betekenis toegelicht, gedeeltelijk met hulp van partiŽle definities van de in de criteria voor geestelijke gezondheid genoemde termen.

6. Personen zijn rationeel in de mate dat ze naar theorieŽn handelen en streven die
  • logisch geldig zijn, d.w.z. uit aannames (hypotheseb, veronderstellingen)
              en conclusies bestaan waarbij de cnclusies uit de aannames
              volgen en de aanames mogelijk waar en niet onderling strijdig zijn
  • testbaar zijn, d.w.z. uit aannames waaruit logischerwijs conclusies
              volgen die met behulp van de waarneming bevestigd of weerlegd
              kunnen worden
  • geÔnformeerd zijn, d.w.z. degene die de theorie hanteert is bekend met
              en begrijpt de alternatieve theorieŽn voor de verschijnselen ter
              verklaring waarvan de theorie gebruikt wordt;
  • gefundeerd zijn, d.w.z. logisch, testbaar, niet weerlegd eb gesteund door
              waarnemingen ontleend aan niet-partijdige controleerbare
              procedures,
Dit zijn de fundamentele criteria waaraan een willekeurige theorie, d.w.z. een willekeurig in taal uitgedrukt geloof over de werkelijkheid, moet voldoen om geen fantasie of waan-idee te zijn. Ze zijn belangrijk genoeg om in de volgende paragrafen uitgelegd en toegelicht te worden.

7. Dieren oriŽnteren zich grotendeels met behulp van hun instincten; mensen met hulp van theorieŽn: Ieder
    mens handelt, leeft, waardeert, kiest en neemt waar met behulp van theorieŽn. Een theorie moet logisch, testbaar, geÔnformeerd en houdbaar zijn om rationeel te zijn. Wat wil dat zeggen en waarom is dat zo?

Een theorie is een verklaring over een gegeven verondersteld verschijnsel, d.w.z. een verzameling beweringen die als aannames (veronderstellingen, hypothesen) gebruikt worden om een aantal bekend veronderstelde feiten uit af te leiden.

TheorieŽn kunnen op allerlei manieren gepresenteerd worden, maar delen een algemene vorm die zonder logische hulpmiddelen weergegeven kan worden als "Er is iets en dat doet onder zekere omstandigheden iets bepaalds". Iedere theorie poneert op een of andere manier een zogenaamde existentiŽle hypothese, van de vorm "Er is iets A", en een universele generalisatie, van de vorm "en dat iets A doet, is of heeft onder omstandigheden B, C en D, iets bepaalds E".

De omschrijving van het veronderstelde iets en de relevante omstandigheden kunnen zeer uitgebreid of ingewikkeld zijn, of soms ook heel eenvoudig, maar iedere theorie is uiteindelijk formuleerbaar in de gegeven vorm, ook al wordt dat lang niet altijd gedaan, o.a. om stylistische redenen.

Zo'n verklaring is logisch geldig als de beweerde en te verklaren feiten logisch afleidbaar zijn uit de geponeerde aannames, d.w.z. als het onmogelijk is dat de aannames waar zijn en de beweerde feiten niet, en de aannames elkaar onderling niet tegenspreken en mogelijk waar zijn. Dit logische verband wordt i.h.a. gegarandeerd door passende (partiŽle) definities op te stellen voor de in de aannames gebruikte termen. [10]

8. Iedere theorie is een produkt van de fantasie, en het is heel goed mogelijk uitgebreide fantastische
    verklaringen op te zetten die, hoewel logisch geldig, niets met de bekende feiten van doen hebben (zoals sprookjes), of er volstrekt aan voorbij gaan (zoals romans).

Daarom moet een theorie om bruikbaar en geen pure fantasie te zijn testbaar zijn, d.w.z. er moeten uit de aannames logisch geldige beweringen af te leiden zijn die met behulp van de waarnemingen bevestigd of weerlegd kunnen worden. "Alle vrouwen hebben blond haar" (waarbij de existentiŽle hypothese - dat er vrouwen zijn - zoals vaak gebeurd wanneer dit duidelijk is stilzwijgend verondersteld wordt) is bijvoorbeeld testbaar, want het is waarneembaar dat er vrouwen zijn die geen blond haar hebben, zodat de theorie onwaar is, en weerlegd door zogenaamde observatie-feiten.

Observatie-feiten worden gerepresenteerd door observatie-termen, d.w.z. uitdrukkingen die voor zintuiglijk waarneembare feiten staan. De meeste termen zijn geen (zuivere) observatie-termen maar theoretische termen, d.w.z. uitdrukkingen die voor meer of anders dan alleen zintuigelijk waarneembare feiten staan. "Alle mensen hebben een onderbewustzijn, intelligentie en een ziel", bijvoorbeeld, is zonder verdere aannames die aangeven hoe men in de waarneming kan vaststellen of er tekenen van een onderbewustzijn, intelligentie of een ziel zijn ontestbaar, want dit zijn alle drie theoretische termen: Zij veronderstellen mťťr dan alleen in de waarneming vaststelbaar is.

Theoretische termen zijn impliciete theorieŽn en worden geŽxpliciteerd door theorieŽn. De zin van empirische theorieŽn is het aannemelijk maken dat de geponeerde dingen die gerepresenteerd worden door de theoretische termen in de aannames van de theorie ook in werkelijkheid bestaan, en de manier om dat te doen is dusdanige definities of systemen van definities voor theoretische termen te vinden dat deze voor de betekenis van die termen karakteristieke feiten impliceren. Het zoeken en opstellen van dergelijke definities wordt (met een slecht woord) wel operationaliseren genoemd. [11]

9. Omdat alle feiten met enige fantasie op vele verschillende manieren verklaard kunnen worden moet een
    theorie geÔnformeerd zijn, d.w.z. degene die de theorie aanhangt behoort bekend te zijn met de alternatieve rationele theorieŽn voor de verschijnselen ter verklaring waarvan de theorie gebruikt wordt, en behoort deze alternatieve theorieŽn ook te begrijpen: Iemand die wenst te volharden in het geloof dat de aarde plat is en geen natuurkunde begrijpt is niet rationeel.

Logisch geldige, testbare theorieŽn kunnen bevestigd of weerlegd worden in de ervaring. Ze kunnen dus ook onwaar blijken, en zijn daarmee dan ongefundeerd geworden. Een theorie is gefundeerd als ze logisch geldig is, testbaar is, niet weerlegd is, en door feiten gewonnen middels niet-partijdige controleerbare waarnemingsprocedures ondersteund wordt.
Niet-partijdige controleerbare waarnemingsprocedures heten wel experimenten, hoewel dit soms, zoals bijv. bij historisch bronnenonderzoek, een wat misleidende term is.

Alle rationele theorievorming is wetenschappelijk: Wetenschap is geloof geproduceerd door middel van methodische rationele theorievorming, d.w.z. logische, testbare, geÔnformeerde en gefundeerde fantasie en speculatie, kortom, rationeel geloof. [12] Wioe z'n geloof, waarin ook en hoe ook geÔnterpreteerd, tracht te funderen door alle logische, testbare, bekende en gefundeerde verklaringen over de geloofde verschijnselen te kennen of te zoeken is rationeel bezig, en wie dat niet doet maar toch op zń geloof staat gelooft aan onlogische onzin, ontestbare fantasie, ongeÔnformeerde vooroordelen of ongefundeerde speculaties.

10. Personen zijn redelijk in de mate dat ze naar idealen handelen en streven die
  • ethisch zijn, d.w.z. een theorie omvatten over hoe de hele menselijke
              samenleving zou moeten zijn;
  • praktiseerbaar zijn, d.w.z. expliciet gebaseerd zijn op een rationele theorie
              over de werkelijkheid waarin de idealen gepraktiseerd of toegepast
              zouden moeten worden;
  • leefbaar zijn, d.w.z. voor de meeste mensen in hoofdpunten en bij hun   
              leven haalbaar en in gedrag navolgbaar zijn;
  • tolerant zijn, d.w.z. alleen door overtuiging en niet door geweld of
              bedreiging uitgedragen worden.
Dit zijn de fundamentele criteria waarmee een willekeurig ideaal, d.w.z. een willekeurig in taal uitgedrukt wensensyteem over hoe de werkelijkheid en de mensen zouden moeten zijn, moet voldoen om geen fantastische wensdromerij, waanidee of voor anderen ondragelijk fanatisme te zijn. Ze zijn belangrijk genoeg om in de volgende paragrafen uitgelegd en toegelicht te worden.

11. TheorieŽn zijn verklaringen voor hoe de wereld is; idealen zin beweringen over hoe de wereld zou moeten
      zijn. Idealen zijn dus beweringen waarin doelen ("laat ons streven naar ...") en waarden ("het is goed/slecht dat ...") geformuleerd worden, en veronderstellen theorieŽn. Ieder mens richt zijn/haar leven in aan de hand van ideeŽn (over hoe de wereld is) en idealen (over hoe de wereld en de mensen zouden moeten zijn). De idealen geven aan waar men voor leeft en hoe men zou willen leven; de ideeŽn geven aan hoe men denkt de idealen te kunnen realiseren.

Een ideaal is ethisch als het een expliciete theorie omvat over hoe de hele menselijke samenleving is en zou moeten zijn, d.w.z. over hoe alle mensen met elkaar zouden moeten omgaan; waar ze naar zouden moeten streven; en wat ze zouden moeten vermijden.  [13]

Het verschil tussen egoistisch en moreel handelen is dat wie egoÔstisch handelt niet coŲperatief, met opzet van samenwerking in een geest van gedeelde interesses, met de belangen van anderen wenst rekening te houden, en wie moreel handelt dat wel doet; het verschil tussen moreel en ethisch handelen ligt in het bereik.

Een moraal formuleert gedragsregels voor individuen en is vaak beperkt tot een bepaalde groep en tot elementaire gedragsregels; en ethiek fundeert een moraal door een mens- en maatschappij-visie te bieden, d.w.z. door een enigszins systematisch antwoord te geven op de vragen wat de mensen zijn en zouden moeten zijn, en waarvoor ze zouden moeten leven. Idealen die niet ethisch zijn, zijn provinciaal of egoistisch: Ze dienen alleen een bepaalde groep of een individu, met uitsluiting of ten koste van anderen.

12. Iedere religie en iedere politieke leer omvat een (schematische) ethiek, maar de meesten zijn gebaseerd op
      onware of hoogst onwaarschijnlijke theorieŽn over de werkelijkheid en de maatschappij. Wie handelt geleid door onware theorieŽn raakt in de problemen, en daarom moet een ideaal niet alleen ethisch zijn, maar ook praktiseerbaar, d.w.z. expliciet gebaseerd zijn op een rationele theorie over de werkelijkheid en de maatschappij, zodat er althans een zekere waarschijnlijkheid is dat men de idealen in de praktijk kan brengen en gedeeltelijk realiseren.

Er zijn niet veel praktiseerbare ethische idealen geweest in de geschiedenis, en die er waren, en vele anderen, waren vaak behoorlijk onleefbaar zelfs voor fanatieke aanhangers: De idealen lagen te ver in het verschiet, of de eisen gesteld aan het persoonlijk gedrag waren te streng. Een redelijk ideaal moet leefbaar zijn, d.w.z. het moet voor de meeste mensen in de meeste hoofdpunten bij hun leven haalbaar zijn - is het dat niet, zoals bijvoorbeeld de meeste godsdienstige idealen, dan lijdt het aanhangen van het ideaal tot verregeaande schijnheiligheid, grote schuldgevoelens of gevaarlijk fanatisme.

13. De geschiedenis leert dat het grootste kwaad met de beste bedoelingen gedaan wordt: Mensen leven,
     sterven en moorden voor hun idealen, en fanatisme ontstaat bijna overal waar grote gevoelens leven. Een laatste eis aan idealen is daarom dat niet alleen de aanhanger er mee kan leven, maar ook de niet-aanhanger: Een ideaal moet tolerant zijn, d.w.z. een ideaal behoort alleen door overtuiging uitgebreid te worden, en niet door geweld of bedreiging.

Mensen leven gedreven door wensen, en formuleren hun belangrijkste wensen als idealen. Wie z'n idealen, wat ze ook zijn en hoe ook geÔnspireerd, een ethische, praktiseerbare, leefbare en tolerante vorm geeft of tracht te geven handelt redelijk, en wie dat niet doet maar toch z'n idealen tracht te realiseren wenst iets onethisch egoÔstisch of partijdigs; streeft naar iets onpraktiseerbaars irrealistisch; staat op iets onleefbaar fanatieks of schijnheiligs; of tracht z'n doelen te bereiken door iets intolerant gewelddadigs.

Onredelijkheid kan kortdurende of onethische doelen dienen, maar maakt op de lange duur een menselijke samenleving onmogelijk. [14]

14. Personen zijn niet-hallucinerend in de mate dat ze, voorzover menselijk mogelijk, waarnemen wat er is en
     niet waarnemen wat er niet is. Iemand die niet hallucineert is in staat feitelijk correcte waarnemingen te doen, wat essentieel is voor alle denken en streven dat geen pure fantasie wil zijn. Echte hallucinaties, die beeldend omschreven kunnen worden als dromen in ontwaakte toestand en waarin men letterlijk gebeurtenissen waar meent te nemen die er even letterlijk niet zijn, zijn betrekkelijk zeldzaam, en worden gewoonlijk veroorzaakt door drugs, vergiftiging, ziekte of psychose, maar mildere vormen zijn heel gebruikelijk in toestanden van hevige geŽmotioneerdheid, omdat wat waargenomen wordt sterk afhangt van wat men veronderstelt waar te nemen.

Pseudo-hallucinaties zijn waarnemingen waarvan men weet dat ze niet feitelijk correct zijn, maar die men toch heeft, zoals bijvoorbeeld het draaien van de kamer als men duizelig is, of schijnbare gestalten in een donker bos. Illusionaire waarnemingen zijn feitelijk incorrecte waarnemingen veroorzaakt door veronderstellingen: Men neemt waar wat men verwacht waar te nemen - men verwacht een vriend en ziet hem voortdurend in de verte aan komen lopen; men leest over de meeste dlukfouten in een boek heen; men heeft een vlek op de kleren en gelooft door iedereen bekeken te worden, etc. Illusionaire waarnemingen zijn heel gebruikelijk, ook in de wetenschap, en staan aan de basis van veel eigenlijk ongefundeerde theorieŽn.

Methodisch goede waarnemingen zijn herhaalde of herhaalbare waarnemingen van een bepaald soort feit, gedaan door rationele waarnemers in gebruikelijke of reproduceerbare omstandigheden. Waarnemingen die hieraan niet voldoen, dus niet herhaald kunnen worden; niet gedaan zijn door rationele waarnemers; of plaats vonden onder ongebruikelijke of niet-reproduceerbare omstandigheden zijn alleen geloofwaardig als ze ondersteund worden door een van die waarnemingen onafhankelijk staande rationele theorie. TheorieŽn die niet gefundeerd zijn op methodisch goede waarnemingen zijn niet gefundeerd.

15. De gegeven definitie van geestelijke gezondheid omvat negen dimensies die ieder van fundamenteel belang
      zijn voor zinnig en succesvol menselijk geloof, gedrag en waarneming, en is universeel menselijk, filosofisch en ethisch georiŽnteerd. [15] Ze betrekt zich uiteindelijk op de grootste menselijke voorbeelden voor wat maatgevend is voor het ideaal van geestelijke gezondheid omdat de beste menselijke prestaties altijd intercultureel geldig zijn gebleken en als de beste onderkent: Menselijke grootheid, rationaliteit en redelijkheid hebben altijd, overal en voor alle mensen gegolden: de domheid, intolerantie, het bijgeloof en de vooringenomenheid zijn altijd cultureel relatief geweest.

Maar de gegeven definitie is nogal formeel en filosofisch, en kan ook naar de intentie meer literair en met minder precisie uitgedrukt worden:

Gedurende de hele beschavingsgeschiedenis is, in beschaafde kringen, die overigens altijd en overal in de minderheid zijn geweest, iemand geestelijk gezond geacht in de mate dat hij/zij de werkelijkheid rationeel en redelijk tegemoet treedt; goed kan nadenken en formuleren; moed en realiseerbare idealen heeft; geÔnteresseerd is de waarheid te vinden en daar moeite voor doet; een realistisch vertrouwen in de eigen capaciteiten heeft; z'n talenten gebruikt en verbetert; en alle relevante kennis op objectieve wijze (onder-)zoekt; onzekerheid kan tolereren en niet intellectueel dogmatisch is; vooral geÔnteresseerd is in doelen die buiten zichzelf liggen; tolerant is en van sociale conventies kan en durft af te wijken; zichzelf weet te vermaken en vreugde in het leven heeft; nieuwsgierig, geduldig, spontaan, vriendelijk en eerlijk is; en niet bang, boos, kwaadaardig, hebzuchtig of jaloers is.

16. Niemand is perfect, en zelfs de beste mensen zijn middelmatig in de meeste opzichten. En als we minder
     uitnemende en meer gemiddelde mensen, zeker uit deze eeuw [16] en uit de Westerse wereld, afmeten aan wat menselijk mogelijk is gebleken, dan is het resultaat bedroevend: De meeste mensen leiden levens misleid door waandenkbeelden en valse idealen; zijn een groot deel van hun leven ongelukkig en angstig; leven vooral voor egoÔstische doelen en beperkte plaatselijke idealen; en kennen maar een zeer klein deel van de menselijke cultuur of van de voor hun eigen leven relevante feitenkennis. Dit is de alledaagse waanzin, de menselijke vervreemding, het tekortschieten in het gebruik van de eigen menselijke mogelijkheden en het anderen verhinderen dat te doen.

"De roeping van de mens is .... mens te zijn" zei Multatuli, met de bittere implicatie dat dit de meeste mensen daar niet erg in slagen, en in hun leven meer en meer tot karikatuur van de menselijke mogelijkheden verworden.

Wat is de reden? Er zijn vele redenen, maar de drie belangrijkste redenen voor de gebrekkige rationaliteit en redelijkheid van veel mensen zijn de menselijke domheid; de kwaliteit van ideologieŽn; en de vervreemding.

17. Eťn van de minst bestudeerde maar meest belangrijke factoren in de menselijke geschiedenis is de
      menselijke domheid. Personen zijn dom in de mate dat ze niet in staat zijn om
  • logisch te redeneren
  • helder te formuleren
  • informatie te begrijpen en onthouden
  • problemen op te lossen, en
  • nieuwe ideeŽn te bedenken,
en personen zijn intelligent in de mate dat ze niet dom zijn. [17]

Vergeleken met de besten (zoals in deze eeuw Bertrand Russell en Albert Einstein) zijn de meeste mensen dom en dat is, hoe pijnlijk dit ook moge wezen voor de menselijke eigendunk, een zeer relevant gegeven voor de menselijke geschiedenis:

In deze eeuw, in het Westen, waar vrijwel alle volwassenen kunnen lezen, schrijven en rekenen, en de bibliotheken goed en vrijwel gratis zijn, zijn twee wereldoorlogen met ieder ca. 50 miljoen doden uitgevochten; zijn 6 miljoen joden vermoord; is een uitgebreide zogenaamd socialistische en zogenaamd menselijke dictatuur gevestigd [17a]; en hebben vele miljoenen dictators als Hitler, Stalin en Mao, elk verantwoordelijk voor de dood van miljoenen mensen, voor grote genieŽn en uitnemende mensen versleten.

Daarvoor zijn meer redenen dan alleen de gemiddelde menselijke domheid en het daarmee samenhangende gemak waarmee de meeste mensen misleid worden door irrationele of onredelijke politieke en religieuze theorieŽn, maar domheid is een belangrijke factor in het ontstaan en verloop van de meeste politieke en religieuze bewegingen: De hele beschavingsgeschiedenis zou een stuk beschaafder zijn geweest als meer mensen wat minder dom waren geweest en zich daardoor minder makkelijk hadden laten verleiden tot steun aan politieke en religieuze waansystemen.

18. De domheid als bron van irrationaliteit en onredelijkheid in de geschiedenis hangt nauw samen met de
      kwaliteit van de door de mensen aangehangen ideologieŽn, d.w.z. de algemene theorieŽn die de mensen hanteren over wat (i) de werkelijkheid is (metafysika) en (ii) wat de werkelijkheid zou moeten zijn (ethica), en die de meeste mensen gebruiken om hun ervaringen te verklaren en om hun keuzes en oordelen te funderen en legitimeren.

De belangrijkste menselijke behoefte, de behoefte die de mens tot mens maakt, is de behoefte aan een ideologie: Een verklaring hoe en wat de werkelijkheid is en hoe en wat ze zou moeten zijn, die de mens tot inspiratie en oriŽntatie dient.

Het grote gevaar van die behoefte is dat mensen over het algemeen wat betreft levensbeschouwelijke vragen niet geloven wat ze redelijkerwijs zouden moeten geloven, noch redelijkerwijs verwerpen wat ze zouden moeten verwerpen, maar voor waar houden wat ze wenselijk achten en voor onwaar wat ze onwenselijk achten. [18]

De rationele en redelijke vermogens van de meeste mensen worden beheerst door hun emoties, en daarmee worden ze zelf beheerst  door de angsten en verlangens die ze aangeleerd of verworven hebben, in plaats van door wat ze zelf als rationeel waarschijnlijk zouden hebben kunnen leren begrijpen over zichzelf en hun situaties.

Gekombineerd met de menselijke domheid en in stand gehouden door slecht onderwijs, een meer in geld en status geÔnteresseerde meerderheid van de mensen, en uitgedragen en in stand gehouden door machtige religieuze en politieke belangengroepen en instituties zijn irrationele en onredelijke ideologieŽn de machtigste rem op de beschaving die er is.

19. Domheid en achterlijke ideologieŽn staan niet op zichzelf: Hoe mensen leven en kunnen leven, en wat ze
      psychologisch beleven, hangt tot op grote hoogte van maatschappelijke factoren af.

Er is daarom een begrip nodig dat als kenmerkende hoedanigheden heeft die tegelijk een sociologische en een psychologische betekenis hebben.

Vervreemding is zo'n begrip, en representeert tegelijk het subjectief beleefde ťn maatschappelijk veroorzaakte onvermogen volgens de eigen wensen en idealen te kunnen leven. [19]

In deze zin zijn zeer veel mensen vervreemd, en omdat vervreemding, gezien de systematische dubbelzinnigheid wat betreft maatschappelijke feiten en persoonlijke beleving daarvan, mits zinnig gebruikt een zeer verhelderend begrip is verdient het enige systematische toelichting en een partiŽle definitie.

20. Mensen verschillen evenzeer in hun idealen en persoonlijkheden als in hun gezichten. Er zijn echter
      voldoende algemeen-menselijke behoeftes aan te wijzen om tot een bruikbaar begrip van vervreemding te komen:

Iedereen wenst macht om z'n eigen leven te kunnen leiden; iedereen heeft behoefte aan een interessante en hoopgevende toekomst; iedereen wenst dat de eigen normen maatschappelijk gewaardeerd worden; iedereen heeft behoefte aan sociaal contact; iedereen wil persoonlijk geacht worden; iedereen wenst oprecht te kunnen zijn; en iedereen wil de eigen behoeften en wensen bevredigen.

Vervreemding wil zeggen dat deze algemeen-menselijke behoeften niet voldoende bevredigd worden of lijken te worden. Het wordt gekenmerkt door gevoelens of situaties van:
  • machteloosheid: Het eigen gedrag is of lijkt nauwelijks relevant voor de
                 de verwerkelijking van de eigen doelen;
  • zinloosheid: De eigen toekomst is of lijkt pover, vreeswekkend of op z'n
                 best onzeker en onvoorspelbaar;
  • normloosheid: De eigen normen zijn of lijken maatschappelijk niet of
                 nauwelijjks te praktiseren en de eigen doelen zijn of lijken
                 alleen haalbaar door onmaatschappelijk gedrag.
  • eenzaamheid: Men is of lijkt alleen en heeft geen macht, invloed of
                 sancties;
  • minderwaardigheid: Men is of lijkt niet belangrijk en niet waardevol, en
                 is of lijkt niet voor iets of iemand van belang te zijn;
  • inauthenticiteit: Men is of lijkt onecht, gemaakt en oneerlijk en rollen te
                 spelen die men niet kan of wil spelen;
  • ontevredenheid: Men is of lijkt onbevredigd te zijn en te blijven in de
                 belangrijke behoeften en
    noden.
Vervreemding is tegenwoordig universeel, en naast domheid en achterlijke ideologieŽn een belangrijke bron van irrationaliteit en onredelijkheid. [20]

Het heeft vooral sociale oorzaken (verstedelijking, discriminatie, armoede) en ideologische achtergronden (teloorgaan van politieke en religieuze tradities, slecht onderwijs, gebrek aan zinnig praktiseerbare idealen, en TV als voornaamste informatie-bron over wat menselijk mogelijk en redelijk zou zijn).

Vervreemding treft niet alleen de maatschappelijk mislukten of buitenstaanders, en heeft over het algemeen, indien het subjectief beleefd wordt,  een reŽele basis:  De meeste mensen hebben nauwelijks macht over hun bestaan en hun mogelijkheden, leven in een wereld met een onzekere toekomst in een moreel desintegrerende maatschappij, staan betrekkelijk alleen en worden minder geacht dan ze zouden willen, terwijl ze rollen spelen die ze niet aankunnen of niet echt willen en er niet in slagen belangrijke behoeften te bevredigen.

Niet-vervreemde rationele en redelijke mensen zijn zeldzaam: Het zijn degenen met praktiseerbare idealen en realistische ideeŽn die zich maatschappelijk althans enigszins weten in te passen, en die voor hun interesses kunnen leven en spontaan en eerlijk kunnen reageren. Zij zijn de dragers, genieters en bouwers van de menselijke beschaving, en het grootste lichtpunt van de over het geheel genomen barbaarse beschavingsgeschiedenis is dat ze er, hoewel als kleine, vaak vervolgde minderheid, altijd en overal geweest zijn. Maar hoe kan dat ook anders: Zonder hen zou er geen beschaving zijn.

Afterword: I only discovered I had written this in 1986 and 1987, on May 19, 2013. I have here reproduced it almost wholly unchanged. The only things I have changed are that I have removed a few spelling mistakes, and added a number of new lines to generate a larger number of paragraphs.

Since I still like it, I will probably soon translate it. (I wrote this in 2013, before knowing that the whole essay is around 300 Kb.)

Finally, I also found my "Publiceren in de psychologie", from 1981, that is part of "Het Instrumentarium van de Psycholoog", which is 64 pages in all, and that contains the following relevant info, that I translate into English:
There are about 6000 psychologists in Holland, who finished their studies. (..) The working life of a psychologist may be said to be about 40 years, and this estimate implies that (..) an average psychologist in a complete working life of 40 years publishes between 1 2/3 and 5 articles, alone or in conjunction with others.
I have no idea about how this is now, but it will not be very much different, and may well be worse, although there will be rather a lot more psychologists, or "psychologists", for they learned much less.

If publishing includes publishing articles and book reviews (very long ones, as a rule, in my case) on one's site, I have published a lot more than almost any other Dutch psychologist, of my age, at least. (See also About what I wrote - 0.)


---------------------------------

Feb 10, 2017: I have updated the introduction, the afterword and some of the Dutch Noten below, simply because I now have and know more about this essay than when I reproduced this first of four pieces in May of 2013.

Noten

[1] NB dat de geestelijke gezondheid volgens Epicurus tot het terrein van de filosofie behoorde, en niet tot dat van de geneeskunst. Dit lijkt mij tot de dag van vandaag (21 mei 2013) een zinnige beslissing.

[2] NB mijn verwijzing naar "verhandelingen van filosofische, psychologische, psychiatrische, religieuze, logische en literaire aard": Het is niet makkelijk.

[3] Feitelijk had ik in 2013 alleen het eerste deel, dat u hiermee krijgt. In 2014 vond ik de rest en publiceerde deel twee en deel drie, en uiteindelijk in 2017 publiceerde ik het laatste en vierde deel.

[4] Als gezegd: De appendix is onvindbaar, en ik heb ook geen idee wat de inhoud zou zijn.

[5] Dat u hiermee krijgt, ca. 28 jaar nadat het geschreven is.

[6] NB dat dit nu - nog - veel relevanter is.

[7] Het is ook ťťn van de vele moeilijkheden in de DSM: Het onvermogen van de makers toe te geven dat er gebieden zijn die alleen door vage en partiŽle definities verhelderd kunnen worden, bij de huidige stand van kennis.

[8] Wat een definitie partieel maakt is vooral dat het noodzakelijke voorwaarden geeft die niet noodzakelijk ook voldoende voorwaarden zijn.

[9] Merk op dat dit een partiŽle definitie is, en dat de termen erin ook weer gedefinieerd zijn door mij.

[10] De logische geldigheid is gewoonlijk het gevolg van gebruikte (partiŽle) definities.

[11] NB dat de DSM niet geoperationaliseerd is, want er worden geen theorieŽn in gegeven. Het is daarom volstrekt onwetenschappelijk.

[12] NB dat wetenschap zowel een geloof is als uit rationele theorieŽn bestaat.

[13] Anders gesteld: Ethiek gaat over hoe mensen met elkaar zouden moeten omgaan; moraal gaat over hoe een bepaalde groep zich zou moeten gedragen.

[14] Wat overigens niet noodzakelijkerwijs wil zeggen dat er dan geen samenlevingen zijn.

[15] NB de negen dimensies.

[16] Dit werd ca. 1986 geschreven.

[17] Dit is een - terecht - wijde definitie. Ook moet ik opmerken dat sinds ik dit schreef een andere Nederlander bezig is geweest met de studie der morosofie - maar daar heb ik niets mee te maken en weet ik weinig van.

[17a] Deze noot is van 2017: Ik schreef dit essay vůůr het inelkaar storten van "het socialisme" (feitelijk: een staatskapitalistische dictatuur) tussen 1989 en 1991.

[18] Hier is sindsdien een fallacy uit geworden.

[19] Dit is een gecombineerd sociologisch en psychologisch begrip.

[20] Het is echter niet makkelijk te zeggen hoeveel vervreemding nodig is om iemand gek te maken - maar "gek" is gradueel begrip, dat vaak niet terecht toegekend wordt.


About ME/CFS (that I prefer to call M.E.: The "/CFS" is added to facilitate search machines) which is a disease I have since 1.1.1979:
1. Anthony Komaroff

Ten discoveries about the biology of CFS(pdf)

2. Malcolm Hooper THE MENTAL HEALTH MOVEMENT:  
PERSECUTION OF PATIENTS?
3. Hillary Johnson

The Why  (currently not available)

4. Consensus (many M.D.s) Canadian Consensus Government Report on ME (pdf - version 2003)
5. Consensus (many M.D.s) Canadian Consensus Government Report on ME (pdf - version 2011)
6. Eleanor Stein

Clinical Guidelines for Psychiatrists (pdf)

7. William Clifford The Ethics of Belief
8. Malcolm Hooper Magical Medicine (pdf)
9.
Maarten Maartensz
Resources about ME/CFS
(more resources, by many)


       home - index - summaries - mail