Nederlog        

 

28 december 2008

Nog wat over mijn generatie en geloofsafval


 

 

Ik sliep vannacht niet zo goed, eigenlijk vooral omdat ik over waarschijnlijkheid bleef denken, en dacht daarom "vandaag even geen Nederlog" - maar omdat ik gisteren o.a. over Sanders en over Etty schreef, en omdat mijn eigen reactie op politiek links en revolutionaire idealen nogal verschillen van die van mijn generatie en die van Etty, en ook van die van de idems van Sanders, die een jaar of 10 à 12 jonger is dan ik, maar dat in beide gevallen grote groepen van studenten en recent afgestudeerden betreft die zich voor radikaal links hielden of uitgaven gedurende heel wat jaren, ook al omdat dit bij "het heersende maatschappelijk klimaat" paste, is hier dan een lijstje van wat relevante verschillen, die allemaal helpen verklaren waarom ikzelf anders reageerde dan de grote meerderheid:

  • 1. ik had authentieke linkse revolutionaire ouders
  • 2. ik kende Marx etc. al behoorlijk tegen mijn 18e
  • 3. ik was van jong af geïnteresseerd in logica en redeneren
  • 4. ik was van jong af pro wetenschap
  • 5. ik was zeer intelligent
  • 6. ik was geen volgeling

Er zijn er meer, en omdat het persoonlijke eigenaardigheden betreft schreef ik zes keer "ik", maar dit zijn behoorlijk relevante verschillen, zoals ik hieronder kort zal proberen uit te leggen

1. linkse revolutionaire ouders:

Dit was héél anders dan de grote meerderheid van mijn studerende generatie, die afkomstig was uit veel burgerlijker gezinnen, en ook niet van ouders en grootouders die tot het verzet hadden behoord in de Tweede Wereldoorlog, en gaf mij ongetwijfeld een nogal ander perspectief op links studentenradikalisme van The Sixties dan de meeste anderen, waartoe ook behoort dat de linkse studentenleiders vergeleken met mijn vader mij nogal als ijdele slappelingen en aanstellers voorkwamen, die bovendien gewoonlijk werkelijk minder wisten van Marx en Lenin dan hij (die jarenlang scholingsleider voor de CPN district Amsterdam was) en die zich bovendien allemaal geheel niet zo hadden bewezen als hij.

En dit gaf natuurlijk ook een ander perspectief op linkse theorieën van allerlei soort die in The Sixties populair werden na dat dekaden niet geweest te zijn, in ieder geval, want ik wist al vroeg althans iets van de meeste daarvan.

2. bekendheid met Marx:

Ik denk dat ik het Communistisch Manifest het eerst las toen ik 12 of 13 was, en vrij snel daarna las ik in de teksten van Marx, Engels, Lenin en (ook nog) Stalin die mijn vader in de boekenkast had staan.

Dit betekende dat toen dit plotseling populair werd vanaf 1968 ik het al kende en me in feite er al vanaf aan het keren was, en ook dat ik er langer over had nagedacht dan de meesten die zich ertoe bekeerden tussen hun 18e en 20ste.

3. bekendheid met en interesse in logica:

Ik vermoed dat dit velen niet duidelijk te maken is, maar ik keek kennelijk, in ieder geval vanaf mijn 15e, enigszins anders naar argumenten dan de meesten, en was mij ook vanaf deze tijd bewust wat een waar en geldig argument is: Eén dat dusdanig is dat de aannames die gemaakt worden waar zijn en de conclusie niet onwaar kàn zijn als de premissen waar zijn.

Dit gaf direct een nogal ander beeld van politieke en filosofische argumenten, die door de meesten van mijn generatie niet logisch bezien werden, maar in termen van wensdenken: Of de premissen van hun argumenten overeenkwamen met hun vooroordelen, en of de conclusies ervan pasten bij hun wensen en idealen.

4. pro wetenschap:

Dit motiveerde mij zeer veel meer te lezen van wetenschappelijke aard dan vrijwel al mijn generatiegenoten (die het maar gek vonden, bijvoorbeeld, dat ze mij nooit zonder boek zagen) en bleek al snel een belangrijk verschil tussen mij en de meeste andere generatiegenoten: Zij waren overwegend tegen de wetenschap (zoals deze beoefend en onderwezen werd); terwijl ik op mijn 20ste besloten had dat ik ervoor was, en er in feite véél meer zinnigs van verwachtte dan van pogingen tot politieke hervormingen.

5. zeer intelligent:

Ik denk dat dit ook een nogal relevant verschil was, eenvoudig omdat het me in staat stelde sneller dingen te doorzien en sneller en meer te leren.

Anders gezegd: Als de meerderheid van mijn generatie vergelijkbaar intelligent of intelligenter was geweest, dan hadden zij in meerderheid niet gedaan en gedacht wat ze deden en dachten.

Overigens, mijn soort intelligentie, die vooral abstract en theoretisch is (en zich - bijvoorbeeld - niet uitstrekt naar enig praktisch vermogen met handel geld te verdienen) hielp mij overigens mijn eigen standpunten te vinden en onderbouwen, maar ik bedoel ook dat vrijwel niemand met een werkelijk hoge intelligentie, hoe ook ingericht en gemotiveerd, gevallen was voor de standaard argumenten van de linksradikale studenten, omdat die eenvoudig vaak niet deugden, al waren ze eerlijk bedoeld. (*)

6. geen volgeling:

Dit hangt samen met vorige punt en lijkt me ook een nogal relevant verschil, dat misschien wat moeilijk uit te leggen is aan wie zelf anders ingericht is:

Ik was nooit een volgeling; ik was altijd een individualist, die zelf wilde bepalen wat ik van dingen vond, voor de soort redenen die mij overtuigden (reeds als héél klein kind: volgens artsen was ik bijvoorbeeld te koppig om te praten tot na mijn 3e verjaardag, toen ik wel meteen begon in zinnen); en ik vond het altijd moeilijk dingen aan te nemen omdat autoriteiten dat willen of dat zo hoort.

Voor de meeste van mijn generatiegenoten, al hielden ze zichzelf voor zeer onafhankelijk en individualistisch, gold dit niet of nauwelijks, en in feite leken de meesten opzoek naar leidersfiguren en leidende denkers, en vonden ze er genoegen en deugd in onderdeel van een beweging (aksiegroep, partij) te zijn, en streefden daar ook naar.

Hoe het zij... dit verklaart iets van de verschillen tussen mij en de zeer grote meerderheid van de rest van mijn generatie, waarvoor geen enkel van deze punten gold.

 Meer Lob der Partei 

 


P.S. Ik realiseer me nu dat ik het ook al eens iets meer dan vier jaar geleden uitgelegd heb: Vader en de revolutionairen, met wat minder oog voor specifieke verschillen, maar langs verwante lijnen.

En ikzelf vind het moeilijk het relatieve belang van bovengenoemde factoren in te schatten - maar het is een feit dat ik al deze opzichten verschil van de grote meerderheid van mijn studerende generatie, en ook van wie later studeerde (en - dus - een slechter vooropleiding en een armzaliger studie aangeboden kreeg).

(*) Dit ligt wat anders met vormen van het marxisme, zoals van bijvoorbeeld Joseph Needham (biochemicus, sinoloog (§)) of J.B.S. Haldane (biochemicus), allebei zeer intelligente mannen en zeer prominent in hun wetenschappelijke specialismes, of met het soort linkse idealen van de vorm die Bertrand Russell populair probeerde te maken in de twintiger en dertiger jaren, eenvoudig omdat deze beter doordacht waren, beter geformuleerd, en veel beter wetenschappelijk en filosofisch geïnformeerd.

(§) Schrijver van het schitterende meerdelige werk "Science and Civilization in China" - en ik noem dit voor het geval u in China of in wetenschap of in beschavingsgeschiedenis geïnteresseerd zou zijn.

Maarten Maartensz

        home - index - top - mail