Nederlog        

 

13 december 2008

                                                                

Nog iets over geloofsafval, ook met enige melancholie


 

 

Ik schreef gisteren kort over geloofsafval in verband met het uitkomen van de eerste twee delen Verzameld Werk van Karel van het Reve, en deed dat vooral omdat ik vond dat het hem, die immers een intelligent man was, ook in eigen ogen, en daarbij gymnasiast en gestudeerd, nogal lang kostte om "het geloof der kameraden" te doorzien.

Maar ik vergat daarbij drie punten te noemen die mijzelf aanleiding gaven buiten de CPN en het Marxisme te kijken tussen - zeg - mijn 10e en mijn 20ste, toen ik allebei opgaf. (Zie trouwens in dit verband: Vader en de revolutionairen, van precies 4 jaar geleden.)

Hier zijn ze om te beginnen in een lijstje:

  • het niveau van het partijproza
  • het niveau van de voorgangers
  • het niveau van anderen, buiten "de beweging"

Deze punten zijn bovendien behoorlijk relevant in mijn oordelen over mijn generatie van verraders (in Komrij's termen), waarmee ik dan in het bijzonder de linkse tot extreem-linkse studenten en wetenschappelijk medewerkers, variërend tussen PPR en CPN in standpunten, die in mijn ogen zoveel kapot hielpen maken in de universiteiten en het onderwijs, door wat zij demokratisering noemden, maar wat uitpakte als nivellering, debilisering, en het radikaal verlagen van niveau en verarmen van inhoud.

U kunt dat bijvoorbeeld nalezen in mijn Spiegeloog-columns, nu 20 jaar oud, maar nog steeds leesbaar en zinnig - waarbij u dan wel moet meewegen dat deze een standpunt uitdrukten dat indertijd zeer zeldzaam was en om redenen waarvan ik vele problemen aan de UvA had.

Bij de bovenstaande drie punten, die ik hieronder in wat meer detail bespreek, is het verstandig zich te realiseren dat deze voor Karel van het Reve en voor mij tamelijk anders lagen dan voor verreweg de meeste linkse radikale studenten van mijn generatie, omdat hij en ik er als het ware mee opgegroeid waren sinds onze vroege jeugd, terwijl de meeste linkse radikale studenten van mijn generatie radikaal werden in hun puberteit of adolescentie en in samenhang met de nogal radikale zestiger jaren.

Maar laat ik eens proberen te beschrijven hoe de bovenstaande punten mij troffen tussen mijn 10e en mijn 20e.

1. het niveau van het partijproza: Dit was vreselijk. Mijn ouders lazen de partijbladen "De Waarheid" met het partijweekblad "De Uilenspiegel" en het theoretisch maandblad van de partij "Politiek & Cultuur" - en vrijwel alles daarin was vrijwel altijd evident dom of bevooroordeeld en heel vaak heel slecht geformuleerd en beargumenteerd, en waar het theorieën in samenhang met "Politiek & Cultuur" of wetenschap zou betreffen bijna altijd ongeïnformeerd.

En dit gold in het bijzonder voor het eigenlijke partijproza erin, dus vooral de stukken erin van partijbestuur, partijbestuurders en hoofdredactie.

Mijn ouders, die wel intelligent waren, zagen dit nauwelijks, vooral omdat ze er al zolang aan gewend waren, het zo vaak gelezen hadden, en het eens waren met de uitgangspunten, en omdat ze geen hoger onderwijs hadden gehad en vanaf hun 14e of 15e, mede in verband met de toenmalige economische crisis, hadden moeten werken.

Maar het was mij al heel jong evident dat het partij-proza intellectueel, stylistisch en analytisch héél weinig voorstelde, terwijl het ook zo is dat nadat ikzelf als ca. 16-jarige was begonnen de Volkskrant te lezen mijn ouders dat ook snel deden, naast De Waarheid.

2. het niveau van de voorgangers: Dit was vreselijk. Marcus Bakker was een goed spreker, ook met humor, en evident niet dom, maar hij was de enige, en overigens in zijn publieke standpunten altijd orthodox.

De rest van het partijbestuur waren geen goede sprekers, hadden geen humor, en waren altijd orthodox, dus vertolkten "de partijlijn" zoals deze eerder te lezen was in het partijdagblad over het theoretisch maandblad. (Deze lijn was trouwens grotendeels georiënteerd op de Sovjet-Unie.)

Afgezien van Bakker kon ik vanaf mijn 15e niemand aanwijzen in het partijbestuur van de CPN die ik eerlijk en gemeend intelligent kon noemen, op basis van hun geschreven en gesproken Nederlands, en de meesten waren in mijn ogen evident dom. (*)

3. het niveau van anderen, buiten "de beweging": Ik was intellectueel nieuwsgierig en wilde al snel meer van filosofie en wetenschap weten, en kocht of leende boeken daarover, waarmee ik snel uitvond dat er buiten de marxistische, communistische of socialistische beweging feitelijk veel beter geschreven en geredeneerd werd dan daarbinnen. (**)

Mij werd dat voor het eerst echt duidelijk toen ik op mijn 16e Plato en Aristoteles kocht en las, omdat het evident intellectueel stukken beter was dan Marx, Engels, Lenin en Stalin (waarvan mijn vader redelijk wat boeken in de kast had staan sinds mijn vroege jeugd) en in het geval van Plato ook stylistisch zeer veel beter.

En daarna ging het vrij snel - maar ik was de enige die zoiets deed van mijn leeftijdgenoten die ik kende: De anderen beperkten zich allemaal tot enig elementair werk over of van Marx en lazen verder weinig of niets van wetenschap, geschiedenis of filosofie, want als ze lazen dan lazen ze toch vooral moderne Nederlandse literatuur en soms moderne Amerikaanse of Franse idem.

Ik zou over deze 3 punten aanmerkelijk meer kunnen zeggen, maar laat dit na omdat het vooral mijn eigen beleving betreft, die evident afwijkt van wat de norm of normaal is, ook onder academici.

Want dat is wat ik zeer snel leerde: Anderen zagen het heel anders, of zagen niet wat ik meende te zien, of vonden dat geen probleem, en niemand was ook maar bij benadering zoveel geïnteresseerd als ik in kennis, wetenschap, filosofie en logica - in feite was de grote meerderheid dat geheel niet, behalve in het soort wetenschappelijke kennis waarin ze studeerden aan de universiteit, dat voor de meeste meer verplicht tentamenvoer nodig voor het behalen van het kandidaats- of doctoraal-diploma was dan iets waarin ze werkelijk geïnteresseerd waren, en meende overigens wel ongeveer te weten hoe de wereld in elkaar zat en wat men daarin doen moest, want de wereld zat immers ten naaste bij in elkaar zoals de partijleiding (of anders of ook: de leiding van de Asva, de SvB, de PSP, de PPR, de CPN of Politeia) gezegd had dat het was, of - op z'n allerradikaalst, in het geval van sommige toekomstige genieën als Paul Scheffer - hadden ze een buitenlandse linkse meesterdenker als goeroe paraat, zoals Althusser, Habermass, of Marcuse, in wier boeken ze een ultieme en adekwate analyse van de werkelijkheid meenden te kunnen vinden, waarvan ze in ieder geval de proza-stijl trachten te imiteren, en de terminologie te gebruiken.

Het is vooral hierom dat ik leerde nogal aristocratische standpunten te ontwikkelen, juist omdat niemand van mijn leeftijdsgenoten deed wat ik deed, evident vanwege algeheel gebrek aan individuele interesse, en omdat ze allemaal overwegend volgelingen bleken, zonder veel echte persoonlijke zelfstandige interesse in wetenschap, filosofie of kennis, het laatste in sommige (trouwens nogal zeldzame) gevallen afgezien van wat ze studeerden.

Mijn aristocratische standpunten kwamen er al snel op neer dat men niet deed als ik deed omdat men niet dacht als ik dacht - en dat denk ik eigenlijk nog steeds, alleen nu met bijna 40 jaar meer ervaring met die opvatting en meer ondersteuning ervoor.

Anders gezegd: Kennelijk doen alleen (minstens) hoogbegaafden zoals ik deed in verband met kennis, cultuur en beschaving, en is de rest daar veel minder in geïnteresseerd, wat ook eenvoudig blijkt uit het feit dat ze vrijwel allemaal weinig of geen moeite deden om zich erin te bekwamen, ook toen ze de kansen hadden, in hun puberteit en adolescentie, en aan de universiteit gedurende hun studie.

Voor goed begrip: Daar stond wel wat tegenover in mijn generatie van studenten-radikalen en dat waren vooral de volgende drie dingen:

1*.  Het soort "algemene kennis en beschaving" dat ze verworven, en waar een redelijk percentage redelijk wat van las en wist, was het soort kennis dat men kan verwerven uit Nederlandstalige weekbladen, als indertijd Vrij Nederland, De Groene, De Nieuwe Linie en De Haagse Post, en wat daarmee samenhangt, als het geheel of gedeeltelijk lezen van de nieuwe boeken van de fine fleur van de Nederliteratuur (als vooral: Wolkers, Mulisch, Rubinstein).

Heel zeldzame enkelingen, waaronder ik, lazen bij gelegenheid of met enige regelmaat "Scientific American" of de "New York Review of Books", maar dat waren er niet veel.

Vrijwel niemand van mijn generatie had enige of veel kennis van enige wetenschap buiten waar hij of zij in gestudeerd had (vaak met weinig lust, en vooral voor het doctoraaldiploma en de maatschappelijke kansen); of van filosofie; of van geschiedenis afgezien van de recente Nederlandse geschiedenis.

Vrijwel iedereen van mijn generatie had zich - althans iets van - die kennis makkelijk kunnen verwerven, en bijvoorbeeld veel makkelijker dan de voorgaande generaties die dat deden, vanwege meer tijd, meer welstand en comfort, en betere voorziening van boeken.

Daar staat tegenover dat degenen van mijn generatie die enige prominentie verwierven, zoals Geniale Gijs en Elsbeth Etty, jarenlang véél beter wisten dan ik wat er allemaal in de Nederlandse weekbladen stond - zodat aangezien vrijwel geen leeftijdsgenoot veel daarbuiten las, zij daarom door konden gaan voor zeer geïnformeerd en terzake kundig allerlei waarover ze in enig weekblad iets hadden vernomen.

2*. Een tweede punt dat belangrijk was om mee te tellen in mijn generatie van linksradikale studenten/wetenschappelijk medewerkers was kroegbezoek: Je hoorde er pas écht bij als je geaccepteerd was als één van ons in linksradikale drink- en praatgemeenschappen in Café de Zwart aan het Spui of in een P-café, die vaak weer geassocieerd waren met een bepaalde linkse club of vereniging, en soms ook met groepen journalisten van linkse kranten of weekbladen.

De linkse kroeg was ook de plaats waar uiteindelijk veel meningen van clubs of verenigingen werden gemaakt of beklonken, want voor linksradikale studenten en UvA-medewerkers was "het achterkamertje" gewoonlijk een populaire kroeg. (***)

3*. Het derde belangrijke punt was links aksievoeren. Hoewel er - naar mijn inschatting - minstens 10 keer meer tijd in links kroegbezoek en linkse kroeg-gesprekken werd gestoken, draaide veel van het linkse politieke leven - althans verbaal en organisatorisch - om linkse aksies van allerlei soort, zoals universitaire bezettingen, demonstraties en georganiseerde protesten tegen of voor van alles en nog wat, en soms radikaler aksies als het kraken van panden.

Wie mee wilde tellen in de linksradikale studentenwereld, of daar opgang in wilde maken, moest daaraan meedoen, althans soms en tot op zekere hoogte (en de echt maatschappelijk succesvollen - dus feitelijk: degenen die de baantjes aan de universiteiten of de redacteurschappen bij de weekbladen of kranten kregen - waren meer vergadertijgers dan aksiefiguren). (****)

In feite denk ik dat de bovenstaande drie punten vrij algemeen zijn, wellicht voor wie zich met politiek bezighield de afgelopen honderd jaar, en vrijwel zeker voor wie zich met linkse politiek bezighield in diezelfde periode.

Het is dus kennelijk meer algemeen menselijk dan specifiek voor Nederland of voor de zestiger of zeventiger jaren, en daar ben ik behoorlijk zeker van, althans waar het politiek links betreft, omdat de beschrijvingen van buitenlandse linkse milieus door intelligente deelnemers daaraan of kenners ervan (George Orwell, Raymond Aron), ook als die over de vroege jaren vijftig of jaren dertig van de twintigste eeuw gaan, in Londen of Parijs, héél herkenbaar over dezelfde soort menselijke types en motivaties en taalgebruik en vooronderstellingen gaan als ik leerde kennen in de zestiger jaren in Amsterdam (en toen, in het begin, voor nieuw, origineel en lokaal aanzag).

Ik ben dan ook aangeland bij drie enigszins melancholisch stemmende conclusies over mild tot radikaal links, van de meer intelligente c.q. meer gestudeerde soort althans:

1**: dat men gemiddeld niet veel beter kon dan men feitelijk deed, uiteindelijk vooral door een gebrek aan hersens:

Als linkse men dan - in mijn ogen - weinig wetenschappelijk wist, niet goed nadacht, in allerlei onzinnige theorieën geloofde, of grote lichten zag in allerlei voorgangers waarin ik alleen duisterpraters of gestoorden zag, dan was dit alles niet uit vrije wil, maar uit aangeboren gebreken, want vrijwel niemand is dom of blind uit vrije keus.

Daarbij is het ongetwijfeld waar dat veel linkse mensen die geen leiders waren vooral links waren uit idealisme en uit behoefte te verkeren onder soortgelijk denkenden.

2**: dat men overwegend meedeed uit eigenbelang:

Dit is niet in tegenspraak met het vorige punt, want het eigenbelang voor de gewone linkse meedoeners was de gezelligheid, het treffen van soortgenoten en mogelijke vrienden of vriendinnen, of het meemaken van een spektakulaire aksie, en daarnaast waren de gebruikelijke linkse doelen en idealen natuurlijk vrijwel altijd van de algemene vorm dat hun realisatie evident het heil der mensheid diende, en dus ook van de aksievoerende uitdragers ervan.

Het eigenbelang van de linkse leiders was echter veel groter, en bestond in het verwerven van persoonlijke bekendheid, macht, status, autoriteit, inkomsten, voorrechten en welbetalende en/of macht of invloed gevende baantjes aan universiteiten of in de media of bij ministeries of gemeentes - want zo ongeveer iedereen die ik zichzelf op heb zien en horen stellen als waren zij zeer linksradikaal in Nederland bleek feitelijk heel gewillig zichzelf te verkopen als loonslaaf-bureaucraat, en inderdaad was de grote meerderheid daarvan dan ook niet bijzonder intellectueel of artistiek begaafd, en had op kracht van eigen inspanningen en vermogens waarschijnlijk niet iets financieel beters kunnen bereiken.

3**: dat men veel loog en poseerde:

Er werd gigantisch veel gelogen en geposeerd, want feitelijk wisten noch de linkse leiders noch de linkse volgelingen veel van wetenschap of beschaving, terwijl ze toch pretendeerden de mensheid de weg te kunnen wijzen naar een betere wereld; feitelijk had de zeer grote meerderheid zowel weinig relevante kennis van waarover ze politiek dogmatiseerden als geen werkelijk goede hersens; en feitelijk bestond de overgrote meerderheid uit meedoeners en volgelingen, terwijl de weinige leidenden gewoonlijk volgelingen van buitenlandse voorbeelden waren, variërend van Stalin of Brezhnev tot Dutschke of Che.

Tenslotte, voor wie het met me oneens is of me cynisch vindt:

Ik ben aanmerkelijk cynischer over de leiders dan over de volgelingen; uiteindelijk ben ik er moreel zeker van dat het teruggaat op gebrek aan vermogens bij de meesten (en dit verschilt ongetwijfeld niet van andere dan linkse politieke groepen: de mens is de ideologische aap, gewoonlijk gedoemd tot rationaliseren en wensdenken uit gebrek aan verstand of gelegenheid dat te bekwamen); en - voor mij zeer overtuigend - ik vond dezelfde oordelen als waar ik zelfstandig toe kwam over mijn tijdgenoten geheel onafhankelijk van mij terug bij werkelijk intelligente mensen met echte relevante kennis over hun tijdsgenoten, als Orwell over Engels en Spaans links; Aron over Frans links; Hazlitt over de Engelse radikalen van zijn tijd, zeg tussen 1790 en 1830; en Chamfort over de Franse radikalen en revolutionairen uit zijn tijd, zeg tussen 1760 en 1790.

En de melancholie in mijn titel heeft vooral te maken met onontkoombaarheid van de menselijke domheid, zelfs al is daar verondersteld goddelijke genade voor:

"En Jezus zei 'Vader vergeef het hun, want ze weten niet wat ze doen.' ".
    ( Lukas XXIII, vers 34.)

Gegen die Dummheit kämpfen selbst die Götter vergebens.
    (Schiller)

 Meer Lob der Partei 


P.S. Of ik dus iemand overtuigd heb? Wel, als uw verstand goed genoeg is, wie weet. En overigens draagt het bovenstaande misschien iets bij tot enige ... gemoedsrust - de mensen zijn eerder slecht uit domheid dan dat ze gewoon slecht of dom zijn. En ja:

"C'est un sot, c'est un sot, c'est bientôt dit: voilà vous êtes extrême en tout. A quoi cela se réduit-il? Il prend sa place pour sa personne, son importance pour du mérite, et son crédit pour une vertu. Tous le monde n'est-il pas comme cela? Y a-t-il là de quoi tant crier?"
   (Chamfort)

P.P.S. Vertaling er maar bij omdat men geen Frans meer leerde op het VWO, gewoonlijk, de afgelopen 40 jaren van onderwijs-kaalslag:

"Het is een stommeling, het is een stommeling - dat is makkelijk gezegd: u ziet dat u in alles extreem bent. Waar komt het uiteindelijk op neer? Hij verwart zijn beroep met zijn persoon, zijn status met zijn merites, en zijn krediet met deugd. Is de hele wereld niet als hij? Is er dan zoveel om je over op te winden?

(*) Om welke reden het voor mij een raadsel is waarom lieden als Lodewijk de Waal, toch niet echt dom, naar het lijkt, ooit CPN-lid werden, terwijl ze de 20 al gepasseerd waren, een heel andere achtergond hadden dan ik, en ondertussen studeerden.

Mijn oplossing van dit vraagstuk moet toch echt zijn dat ofwel Lodewijk de Waal aanmerkelijk dommer is dan hij lijkt ofwel dat hij aanmerkelijk slechter is dan hij voorgeeft c.q. eigenlijk van z'n twintiger jaren af vooral bezig geweest is met persoonlijk maatschappelijk vooruitkomen, al was het met zogeheten Linkse Idealen.

(**) Daarmee leerde ik ook wat kennelijk nogal algemeen voor mensen geldt, uitzonderingen daargelaten: De overgrote meerderheid kijkt niet veel verder dan het religieuze of politieke geloof waarin ze opgevoed zijn, of in hun jeugd bij beland zijn, en meent dat de werkelijkheid ongeveer zo is en moet zijn als de religieuze of politieke leiders uitdragen - eenvoudig bij gebrek aan relevante echte kennis van wetenschap of cultuur van buiten de groep.

(***) Voor mij was dit volledig oninteressant, want ik was nooit een drinker en hield nooit van kroegen. Dit doet overigens niets af aan het sociale feit dat ik registreerde: De populaire linkse kroegen speelden een belangrijke rol in de menings- en besluitvorming in links Amsterdam van, in ieder geval, de zestiger en zeventiger jaren, want hier ontmoette de men die ertoe deed volgens men de rest van de men die ertoe deed.

(****) Na mijn twintigste had ikzelf geen enkele zin meer in links aksievoeren, omdat het geloof in de doelen ervan mij ontbrak.

Maarten Maartensz

        home - index - top - mail