Nederlog        

 

6 september 2008

                                                                 

Voltaire over tolerantie

 

 

Wie van en over Voltaire wil weten - en alle verstandige mensen die nooit wat van of over hem lazen kunnen zichzelf daarmee een plezier doen - zou Voltaire's "Candide" en "Dictionnaire Philosophique" moeten lezen.

Het eerste is een satire van de notie van Leibniz, Pope en andere religieuze 18e-eeuwse denkers dat de mens, dankzij de almachtige God's goedertierenheid, in de beste van alle mogelijke werelden leeft, en maakt ook veel filosofen en filosofie belachelijk in de gestalte van Dr. Pangloss (zeg maar: drs. Woordenbrei), die het een en ander van Leibniz wegheeft (maar Leibniz zlf zeer veel minder recht doet dan zeer veel minder grote filosofen); het tweede is een alfabetisch gerangschikte serie kleine essays en opmerkingen over allerlei onderwerpen, waaronder diverse filosofische kwesties, dat vooral Voltaire's wereldbeeld en opvattingen over allerlei kwesties uitdraagt.

Beide boeken zijn geestig (Voltaire dankte zijn reputatie vooral aan zijn geestigheid en stijl, en overigens aan zijn moed) en u kunt ze ongetwijfeld op het internet vinden, ook in bruikbare Engelse vertalingen.

En van Voltaire's voortreffelijkheden is dat hij, en dat als zeer bekend schrijver, in het krijt trad voor tolerantie in een eeuw met weinig tolerantie, en bijzonder wrede vonnissen tegen vermeende ketters, zoals de protestantse Jean Calas, die valselijk beschuldigd werd van moord op z'n zoon, gruwelijk gemarteld, en veroordeeld werd om publiek geradbraakt te worden (waarbij men vastgebonden aan een wiel werd en armen en benen met metalen staven gebroken werden), waarna hij nog twee uur in leven werd gehouden om zijn onsterfelijke ziel te redden en schuld te bekennen bij een katholieke priester, dat Calas, die een bijzonder moedig man geweest moet zijn, weigerde. Na twee uur gruwelijk lijden werd Calas gewurgd.

Voltaire wist pas van het vonnis nadat het voltrokken was, maar deed veel om de reputatie van Calas en zijn familie te redden, en slaagde daarin, vooral vanwege zijn kontakten met zijn bewonderaars in de hoogste Franse kringen. Hij deed ook veel moeite voor diverse anderen die vervolgd of justitieel vermoord werden vanwege hun opvattingen.

Er is een heel aardige niet zo lange biografie van hem door A.J. Ayer (een in de vorige eeuw bekende Engelse analytische filosoof, voor wie de naam niets zegt), getiteld "Voltaire", waarvan ik een paperback editie bezit (*), waaruit ik nu het einde van Voltaire's "Trait sur la tolerance" citeer, kennelijk in Ayer's eigen vertaling:

Nature says to mankind: 'I have caused you all to be born weak and ignorant, to vegetate for a few minutes upon the earth and to fertilize it with your corpses. Since you are weak, protect yourselves; since you are ignorant, achieve mutual enlightenment. When you are all of the same opinion, which will certainly never happen, then if there were only one man of a different opinion, you should forgive him; for it is I who cause him to think as he does. I have given you strength to cultivate the earth, and a little glimmer of reason to guide you: I have implanted in your hearts an element of compassion to enable you to assist one another in supporting life. Do not extinguish this element; do not corrupt it; learn that it is divine; and do not substitute wretched scholastic feuds for the voice of nature.'

'It is I alone who preserve your unity in spite of yourselves through your mutual needs, even in the midst of cruel wars, so lightly undertaken, the eternal scene of misdeeds, hazards, and misfortunes. It is I alone within a nation who put a stop to the unhappy consequences of the interminable division between the Nobility and the Magistrate, between these two Bodies and that of the Clergy, between the townsman and the farmer. They all ignore the limits of their rights; but eventually in spite of themselves they listen to my voice which listens to their hearts.
(..)
I alone can inspire justice, where the laws yield only trickery; he who listens to me always judges aright; and he who tries only to reconcile contradictory opinions is the one who goes astray.'

'There is an immense edifice the formation of which I have laid with my own hands; it was solid and simple, everyone could enter in safety; they wanted to decorate it with the strangest, coarsest and most useless ornaments; the building is collapsing on all sides; men are taking the stones and throwing them at each other's heads: I call out to them, Stop, get rid of this dreadful rubbish which is your work, and dwell within peace within the unshakable edifice which is mine.' (Op.cit. p. 170)

Uiteraard bedoelde Voltaire met "this dreadful rubbish" alle geloof en bijgeloof dat niet op de natuurwetenschappen gebaseerd is, of dat nu religieus of politiek is - en het behoort overigens opgemerkt te worden dat Voltaire zelf een dest was, dus een gelover in het bestaan van een god waarvan hij aannam dat geen enkele menselijke religie deze adequaat bevat, beschrijft of kn beschrijven (o.a. gezien de kwaliteit van het menselijk verstand).

Als u meer over Voltaire zelf en zijn positie in de filosofie wilt weten dan is Ayer's boekje daar een heel goede bron voor, en het vertelt u veel wetenswaardigs over de man en zijn tijd, en doet dat - voor een filosoof - in een goede en prettige stijl.

Daaronder ook dit, wat ik zelf niet wist voordat ik Ayer over Voltaire las:

Wie in het Frankrijk van Voltaire als ongelovige, als zelfmoordenaar, of als toneelspeler stierf werd niet begraven, maar op de vuilnishoop gegooid, zoals n van Voltaire's liefdes, de toneelspeelster Adrienne Lecouvreur, die overigens stierf in Voltaire's armen (schrijft Ayer). De reden daarvoor - dat op de vuilnishoop gooien van de lijken van actrices en acteurs - was dat de bijbel en veel theologen het geheel niet op toneel begrepen hebben, en dat actrices natuurlijk voor een soort dure hoeren doorgingen gedurende diverse eeuwen.

Om te voorkomen dat zijn eigen lijk bij de vuilnis werd gezet had Voltaire vlak voor z'n dood gebiecht bij een bevriende katholieke priester, zodat hij - zoals dat heet - "in het geloof van de Moederkerk stierf", en daarna inderdaad, zij het na behoorlijk wat moeite, behoorlijk begraven werd.

Religieuze geloofsfanaten zijn echter - tot nu toe - van alle tijden en plaatsen, en toen Voltaire's graf uiteindelijk geopend werd in de 19e eeuw bleek dat het leeg was, en na onderzoek dat, uiterlijk in 1814, het lijk alsnog gestolen was door een stel gelovigen en "zoals dat hoort" op een vuilnishoop gedumpt.

Tenslotte, voor wie in rechtsfilosofie genteresseerd is: De geciteerde passage sluit nauw aan bij de leer van het natuurrecht - ius naturale - dat uiteindelijk formeel-juridisch teruggaat op de Romeinen en filosofisch op de overweging dat mensen allemaal dezelfde menselijke natuur hebben (hoewel niet alle mensen alle mogelijke talenten in dezelfde mate bezitten, wat maar goed is ook, voor een interessante menselijke samenleving), op basis waarvan ze tot wederszijds begrip, overeenstemming en afspraken kunnen komen. Ook ik deel die opvatting, in een enigszins gekwalificeerde vorm, waarover wellicht een andere keer. 

(*) A.J. Ayer, "Voltaire", Faber and Faber Limited, ISBN 0-571-15024-1.

 Maarten Maartensz

        home - index - top - mail