Nederlog        


   13 juli 2008

                                                                 

De Aabb-mensen 7: Morele niveaus

 

 

Normen en Waarden

    Zeldzaam...
Wat gij niet wilt dat u geschiedt
Doet dat ook een ander niet
(Want een ander lijdt pijn
  Gelijk het voor uzelf zou zijn)
    Gewoon... (in Amsterdam)
Wat gij niet wilt dat u geschiedt
Doe dat een ander en geniet
(Want een ander zijn pijn
 Kan alllicht uw vermaak of voordeel zijn)


Hier is meer materiaal relevant voor de studie van de Aabb-mens, deze keer over morele niveaus.

Een en ander sluit aan bij het voorgaande, over het Milgram experiment, en richt zich op hetzelfde probleem, waarover nog een citaat uit het artikel over Milgram zelf in de Wikipedia, voor wie het op muziek gezet wil horen:

In 1986, musician Peter Gabriel wrote a song called We do what we're told (Milgram's 37), referring to the number of fully obedient participants in Milgram's Experiment 18: A Peer Administers Shocks. In this one, 37 out of 40 participants administered the full range of shocks up to 450 volts, the highest obedience rate Milgram found in his whole series. In this variation, the actual subject did not pull the shock lever; instead he only conveyed information to the peer (a confederate) who pulled the lever. Thus, according to Milgram, the subject shifts responsibility to another person and does not blame himself for what happens. This resembles real-life incidents in which people see themselves as merely cogs in a wheel, just "doing their job," allowing them to avoid responsibility for the consequences of their actions.

Dit is de feitelijke relatie tussen mij, de ambtenaren van de stad Amsterdam, en B&W van de stad Amsterdam (behalve dat het vrijwel alle Amsterdamse ambtenaren die ik ooit sprak het kennelijk als "grievend en/of beledigend" ervaren dat ik hun "peer" zou zijn - overigens n van de weinige zaken waar zij en ik het geheel over eens zijn).

Deze handige mentale truuk van het verplaatsen van je persoonlijke verantwoordelijkheid en je persoonlijke aansprakelijkheid naar een ander heeft net als Kohlberg's theorie over morele stadia bij mensen natuurlijk een historische en politieke dimensie, die uitgedrukt wordt door een vraag als deze door de Tsjech Filip Muller, de enige overlevende van het zogeheten Krematoriumkommando in Auschwitz, dus de gevangenen die de lijken van de vergasten en dood gemartelden moesten verbranden.

Hij schreef daar een indrukwekkend boek over "Auschwitz Inferno", waaruit ik citeer:


"How was it possible, I often asked myself, for a young man of average intelligence and normal personality to carry out the unspeakable atrocities demanded of him in the belief that thereby he was doing his patriotic duty, without ever realizing that he was being used as a tool by perverted political dictators?" (p. 301)

Het perceptieve van de - zeer bittere - vraag schuilt 'm vooral in 't "of average intelligence and normal personality", want dr gaat het inderdaad om:

Niet om reeds bestaande evidente sadistische psychopaten, maar om heel gewone normaal gezonde patriottische mannen - zoals ook geschetst door de ook eerder genoemde Christopher Browning - die menen gewoon en behoorlijk hun vaderlandse plicht te doen.

Muller's vertwijfelde vraag wordt onder andere gedeeltelijk beantwoord door Milgram en ook door Orwell's opmerking dat de gebruikelijke moraal van normale mensen zeer relativistisch is:


"Actions are held to be good or bad, not on their own merits but according to who does them, and there is almost no outrage - torture, the use of hostages, forced labour, mass deportations, imprisonments without trial, forgery, assassination, the bombing of civilians, which does not change its moral colour when it is committed by 'our' side."              
(The Collected Essays, Journalism and Letters of George Orwell, vol 3, p. 419, written in May 1945.)


Dit fenomeen - dat het morele voorteken van een menselijk handeling verandert met het groepslidmaatschap van de handelaar - heb ik zelf in wat meer detail besproken in mijn lange review van "On the Logic of Moral Discourse", op diverse plaatsen.

Ik voerde Filip Muller al in 1993 op, voor mijn huisarts, ter verklaring van wat mij in Amsterdam overkwam, net als Milgram, en ook als Kohlberg, en deed dat laatste met een citaat uit "Introduction to Psychology", van Hilgard, Atkinson & Atkinson, een boek dat gebruikt werd aan de UvA als algemene introductie voor alle 1e-jaars studenten psychologie.

Wat volgt is dit citaat, dat bestaat uit een tabel met toelichting van Kohlberg's theorie van morele stadia, die redelijk goed empirisch gefundeerd is, en in beginsel nogal veel helpt verklaren, van 's mensens alledaagse wreedheid, en het gebruikelijke homo homini lupus (*) in de geschiedenis zodra daarvoor geen of geringe kans op bestraffing is.

Kohlberg onderscheidt 6 stadia, die als volgt weergegeven en uitgelegd kunnen worden:


Stages in the development of moral values

LEVELS AND STAGES

ILLUSTRATIVE BEHAVIOR

Level I. Premoral

1. Punishment and obedience orientation

Obeys rules in order to avoid punishment.

2. Naive instrumental hedonism

Conforms to obtain rewards, to have favors returned.

Level II. Morality of conventional role-conformity

3. "Good-boy" morality of maintaining good relations, approval of others.

Conforms to avoid disapproval, maintaining good relations, dislike by others.

4. Authority maintaining morality.

Conforms to avoid censure by legitimate authorities, with resultant guilt.

Level III. Morality of self-accepted moral principles

5. Morality of contract, of individual rights, and of democratically accepted law.

Conforms to maintain the respect of the impartial spectator judging in terms of community welfare.

6. Morality of individual principles and conscience.

Conforms to avoid self-condemnation.


"Kohlberg's studies indicate that the moral judgments of children who are seven and younger are predominantly at Level I - actions are evaluated in terms of whether they avoid punishment or lad to rewards. By age 13, a majority of the moral dilemmas are resolved at Level II - actions are evaluated in terms of maintaining a good image in the eyes of other people. This is the level of conventional morality. In the first stage at this level (Stage 3) one seeks approval by being "nice"; this orientation expands in the next stage (Stage 4) to include "doing one's duty", showing respect for authority, and conforming to the social order in which one is raised.

According to Kohlberg, many individuals never progress beyond Level II. He sees the stages of moral development as closely tied to Piaget's stages of cognitive development, and only if a person has achieved the later stages of formal operational thought is he capable of the kind of abstract thinking necessary for postconventional morality at Level III. The highest stage of moral development (Level III, stage 6) requires formulating abstract ethical principles and conforming to them to avoid self-condemnation. Kohlberg reports that less than 10 percent of his subjects over age 16 show (...) kind of "clear-principled" Stage 6 thinking (...)"


Merk op dat "According to Kohlberg, many individuals never progress beyond Level II" - en n feitelijke sociale reden daarvoor is dat enig mens dat "Level III" haalt n eerlijk is (in het publiek, dus niet alleen in de kroeg onder vrienden of thuis) aanzienlijke tot zeer grote moeilijkheden kan verwachten vanwege

"Uw uitgesproken gedachten"

of heel gewoon omdat zo iemand evident faalt en in gebreke blijft, voor het doorsnee gemoed, om De Norm aller Normen en De Waarde aller Waarden (zie ook Orwell) loyaal te respecteren, die trouwens een zeer typische en door Ons Volk wijd gedragen Neerlandse hoofdnorm is, en ook recent uitgebracht is op DVD, bezongen door onze Nationale Volkszanger, de Grote Mens Ren Froger:

"Doe maar gew-n"

("want dan doe je al gek genoeg"), een norm trouwens die onder loyale ambtenaren, vooral te Amsterdam en te Duitsland (damals) vertaald en beleefd wordt en werdt als

"Unsere Ehre heisst Treue"

De laatste twee evidente normen, en de door het CvB van de UvA verwoordde (**) daaraan voorafgaande norm (wie anders denkt of spreekt dan wij willen trappen we eruit, en moet dankbaar zijn dat we hem niet ophangen of laten vermoorden), worden ook weer heel goed verklaard in beginsel door Kohlberg's morele stadia.

Er is ook een redelijke behandeling van Kohlberg's theorie in de Wikipedia, die ik hier gedeeltelijk weergeef om het bovenstaande, dat wellicht wat abstract is eventueel te verduidelijken.

Als eerder geef ik de tekst van het Wikipedia-artikel (***) exact weer, minus enkele "[edit]"s en voorafgegaan door een ook aan het artikel ontleende tabel die bovenstaande tabel in termen van normen, principes en perspectieven weergeeft, en in omgekeerde volgorde als boven.

Uit "Kohlberg's stages of moral development":



("VOP" = "View Of Persons")


Stages

Kohlberg's six stages were grouped into three levels: pre-conventional, conventional, and post-conventional.[7][8][9] Following Piaget's constructivist requirements for a stage model (see his theory of cognitive development), it is extremely rare to regress backward in stages - to lose functionality of higher stage abilities.[10][11] Even so, no one functions at their highest stage at all times.[citation needed] It is also not possible to 'jump' forward stages; each stage provides a new yet necessary perspective, and is more comprehensive, differentiated, and integrated than its predecessors.[10][11]

Level 1 (Pre-Conventional)
1. Obedience and punishment orientation
(How can I avoid punishment?)
2. Self-interest orientation
(What's in it for me?)
Level 2 (Conventional)
3. Interpersonal accord and conformity
(The good boy/good girl attitude)
4. Authority and social-order maintaining orientation
(Law and order morality)
Level 3 (Post-Conventional)
5. Social contract orientation
6. Universal ethical principles
(Principled conscience)

 

Pre-Conventional

The pre-conventional level of moral reasoning is especially common in children, although adults can also exhibit this level of reasoning. Reasoners in the pre-conventional level judge the morality of an action by its direct consequences. The pre-conventional level consists of the first and second stages of moral development, and are purely concerned with the self in an egocentric manner.

In Stage one (obedience and punishment driven), individuals focus on the direct consequences that their actions will have for themselves. For example, an action is perceived as morally wrong if the person who commits it gets punished. The worse the punishment for the act is, the more 'bad' the act is perceived to be.[12] In addition, there is no recognition that others' points of view are any different from one's own view.[citation needed] This stage may be viewed as a kind of authoritarianism.[citation needed]

Stage two (self-interest driven) espouses the what's in it for me position, right behavior being defined by what is in one's own best interest. Stage two reasoning shows a limited interest in the needs of others, but only to a point where it might further one's own interests, such as you scratch my back, and I'll scratch yours.[3] In stage two concern for others is not based on loyalty or intrinsic respect. Lacking a perspective of society in the pre-conventional level, this should not be confused with social contract (stage five), as all actions are performed to serve one's own needs or interests. For the stage two theorist, the perspective of the world is often seen as morally relative.

 

Conventional

The conventional level of moral reasoning is typical of adolescents and adults. Persons who reason in a conventional way judge the morality of actions by comparing these actions to societal views and expectations. The conventional level consists of the third and fourth stages of moral development.

In Stage three (interpersonal accord and conformity driven), the self enters society by filling social roles. Individuals are receptive of approval or disapproval from other people as it reflects society's accordance with the perceived role. They try to be a good boy or good girl to live up to these expectations,[3] having learned that there is inherent value in doing so. Stage three reasoning may judge the morality of an action by evaluating its consequences in terms of a person's relationships, which now begin to include things like respect, gratitude and the 'golden rule'. Desire to maintain rules and authority exists only to further support these stereotypical social roles. The intentions of actions play a more significant role in reasoning at this stage; 'they mean well...'[3]

In Stage four (authority and social order obedience driven), it is important to obey laws, dictums and social conventions because of their importance in maintaining a functioning society. Moral reasoning in stage four is thus beyond the need for individual approval exhibited in stage three; society must learn to transcend individual needs. A central ideal or ideals often prescribe what is right and wrong, such as in the case of fundamentalism. If one person violates a law, perhaps everyone would - thus there is an obligation and a duty to uphold laws and rules. When someone does violate a law, it is morally wrong; culpability is thus a significant factor in this stage as it separates the bad domains from the good ones.

 

Post-Conventional

The post-conventional level, also known as the principled level, consists of stages five and six of moral development. Realization that individuals are separate entities from society now becomes salient. One's own perspective should be viewed before the society. It is due to this 'nature of self before others' that the post-conventional level, especially stage six, is sometimes mistaken for pre-conventional behaviors.

In Stage five (social contract driven), individuals are viewed as holding different opinions and values. Along a similar vein, laws are regarded as social contracts rather than rigid dictums. Those that do not promote the general welfare should be changed when necessary to meet the greatest good for the greatest number of people.[8] This is attained through majority decision, and inevitably compromise. In this way democratic government is ostensibly based on stage five reasoning.

In Stage six (universal ethical principles driven), moral reasoning is based on abstract reasoning using universal ethical principles. Laws are valid only insofar as they are grounded in justice, and that a commitment to justice carries with it an obligation to disobey unjust laws. Rights are unnecessary as social contracts are not essential for deontic moral action. Decisions are not met hypothetically in a conditional way but rather categorically in an absolute way (see Immanuel Kant's 'categorical imperative'[13]). This can be done by imagining what one would do being in anyone's shoes, who imagined what anyone would do thinking the same (see John Rawls's 'veil of ignorance'[14]). The resulting consensus is the action taken. In this way action is never a means but always an end in itself; one acts because it is right, and not because it is instrumental, expected, legal or previously agreed upon. While Kohlberg insisted that stage six exists, he had difficulty finding participants who consistently used it. It appears that people rarely if ever reach stage six of Kohlberg's model.[11]


Ik geloof dat mijn ouders, grootouders en ikzelf goede voorbeelden zijn van op "stage six" denkende n handelende personen, en dat mijn site hier ook een uitdrukking van is (en dat dit overigens ook geldt voor Henry Fielding en Multatuli, en voor literaire personages als Max Havelaar en pastor Abraham Adams, n van Fielding's helden in Joseph Andrews).

Maar - terug naar Kohlberg - u las ook dat

"While Kohlberg insisted that stage six exists, he had difficulty finding participants who consistently used it. "

en daar ziet u mijn hoofdmoeilijkheid vis vis de UvA en de Gemeente Amsterdam: Ik moet mij richten tegen mensen die zelden of nooit van mijn moreel of intellectueel niveau zijn - en ik schrijf dit hl wel wetende dat helemaal niemand enige verantwoordelijkheid heeft voor zijn of haar aangeboren gebreken of talenten, doch wel voor het gebruik dat hij of zij maakt van wat hij of zij heeft.

Een redelijk gebruik van de morele en intellectuiele gaven die men heeft wordt echter weer zr bemoeilijkt door

  1. de loyale respectvolle dienbaarheid aan autoriteiten die Milgram in kaart bracht
  2. de pressie van collegaas en bovengestelden norml te doen, en vooral, in de gemeente Amsterdam en de Universiteit van Amsterdam
  3. het feit dat de zeer grote meerderheid van de mensen feitelijk en gewoonlijk volgelingen zijn, met weinig eigen initiatief, weinig karakter, en/of weinig intelligentie
  4. de gruwelijke hypocrisie, de smerige schijnheiligheid, de uiterst laffe echt Hollandse huichelachtigheid waarmee bestuurders en hogere ambtenaren uit hoge morele en menselijke idealen plunderen om deze voor hun eigen opgang te verhoereren voor cameraas en publiek. (Zie ook: Moral norms - features, een item dat u gelezen moet hebben als u ooit nog een Cohense of Asschersche toespraak gaat aanhoren)

Trouwens... datzelfde, en ik bedoel die liederlijk schunnige hypocrisie, dat uitermate valse prostitueren van morele idealen alleen voor eigen voordeel, dat laffe bedrog, geldt ook voor ndere socialistische bestuurders, terwijl de gemeentelijke UvA was ten tijde dat ik er herhaaldelijk afgesmeten werd vanwege mijn gedachten expliciet socialistisch revolutionair met een Universitair Ontwikkelings Plan dat als hoofddoelen had:

"het dienen van de belangen van de vakbeweging, de milieubeweging en de vrouwenbeweging"

en terwijl in de Gemeente Amsterdam sinds in ieder geval Van Thijn lles wat gedaan wordt voor of namens of met gemeentelijke ambtenaren en bestuurders altijd weer socialistisch of sociaal-democratiscg gedaan zou worden

"Uit Naam Van De Idealen Van De Februaristaking".

En ikzelf vermoed dan ook dat mijn systematische discriminatie door B&W van Amsterdam (en hun 17000 zeer loyale, zeer gewillige ambtelijke uitvoerders) begon toen ik tegen de voorliegster van Van Thijn, mr. Nora van Oosteen, zei - nadat ik met haar had afgesproken een interview met Van Thijn te zullen krijgen voor "Spiegeloog", het faculteitsblad van de faculteit psychologie, waarin ik toen columneerde - dat ik niet alleen columnist was en studentenleider was geweest, maar ook als zoon van mijn vader vergast was door harddrugshandelaren die met Van Thijn's handttekening in het pand waar ik woonde in drugs handelden. Prompt was het toegzegde interview met Van Thijn van de baan.

Sindsdien - nu 20 jaar, waarin ik vrijwel voortdurend pijn had en altijd moe was - is de Gemeente Amsterdam even Oostindisch doof voor mij als het Ministerie van Defensie voor Fred Spijkers.

Wat de zaak k al niet vergemakkelijkte voor de heer burgemeester die uit naam van de idealen van de Februaristaking in Amsterdam de feitelijke macht overgaf aan de drugsmafia, was iets wat wat ik drs Ed van Thijn schriftelijk voorhield in 1990.

Hierbij moet u bedenken dat gezegde doctorandus vreselijk graag de geschiedenis in zou zijn gegaan als een man die voorbeeldig was in het betrachten van het zijn van

"Heldhaftig, Vastberaden, Barmhartig"

omdat dit namelijk de idealen van de Februaristaking, zoals ze verwoord werden namens Koningin Wilhelmina, en zoals ze sindsdien deel van het gemeentewapen, en dus uit naam waarvan ik derhalve vergast en met moord bedreigd ben door Amsterdamse hardddrugshandelaren, en van de gemeentelijke universiteit gegooid vanwege mijn "uitgesproken gedachten".

Wat ik drs. van Thijn en zijn zeer gewillige uitvoerster voorhield in de laatste vier alineaas in een brief bij mijn klaagschrift uit 1990, dat allemaal natuurlijk nooit beantwoord is, was het volgende - en de geadresseerde is de gemeentelijke maffiamaat en voorliegster mevr. mr. Nora van Oostveen, die, net als Ed van Thijn hl goed wist wie mijn vader was, en wat hij gedaan had:

U en uw socialistische kameraden op het gemeentehuis weten wel beter dan menselijkheid in de praktijk brengen, en zijn maatschappelijk veel minder naief dan mijn familie en ikzelf: De mens - althans uw soort, genus homo burocraticus non sapiens - is geboren om status, macht en geld te verwerven, mevrouw van Oostveen: Om te liegen; te bedriegen; te moorden; te martelen; uit te buiten en uit te vreten - en alles natuurlijk in naam van de hoogste idealen, die altijd de prachtigste excuses voor de smerigste praktijken zijn.

Ik voorzie voor u nog een mooie carriere, want u heeft alle noodzakelijke talenten, en een navenant gebrek aan vermogens om u een andere weg op te sturen. Alleen n ding, mevrouw van Oostveen, en dat geldt evenzeer voor u als voor de burgemeester:

U noch iemand anders in het Amsterdams bestuur heeft enig recht op frases betreffende

"de idealen van de Februari-staking"

of op een stadswapen als

"Heldhaftig, Vastberaden en Barmhartig".

U noch enig Amsterdams bestuurder heeft enig werkelijk begrip wat die idealen inhouden. Ik zeg u, met oneindig veel meer recht om uit naam van de Februari-stakers te spreken dan u of uw burgemeester, dat ieder beroep dat Van Thijn of enig ander huidig Amsterdams bestuurder ooit op de Februari-staking gedaan heeft of doet een schijnheilige en hoerige leugen is, alleen te vergelijken met Torquemada's pretentie christen te zijn, of Ceausescu's pretentie humanist te zijn: Het Amsterdamse stadswapen hoort, gezien de huidige bestuurders,

"Hoerig, Hebzuchtig, Huichelachtig"

te zijn.

Schandalig, nietwaar? Zr "grievend en/of beledigend" ook, nadat je vergast bent en vijf keer met moord bedreigd bent door inpandig bij je gevestigde harddrugshandelaren met Van Thijn's eigen handtekening op de vergunning tot drugshandel voor het reaam.

Maar daarover later meer, in het kader van De Verzetskunst die ik wil scheppen rondom ME in Amsterdam, natuurlijk in gecordineerd overleg met het kabinet van de burgemeester, mede gezien mijn kennelijk genetisch doorgeleverde bekwaamheid in het opstellen van exposities over de gevolgen van gebrekkige menselijkheid, om de faam van Amsterdams bestuur en van burgemeesters en wethouders, en van Amsterdam, want "Amsterdam hft het", maar zo groot mogelijk te maken.

Ik kan me ook nauwelijks voorstellen dat er geen subsidie voor te vinden zou zijn om een en ander grafisch, in beeld en geluid, ook zo mooi mogelijk te maken, ook mede in verband met mijn, naar ik van de SD-DWI begreep, broodnodige "integratie in onze Nederlandse Rechtsstaat", en houd me daarom van harte aanbevolen bij de immers ook filosofisch zo bekwame, wethouder Gehrels, die daarover gaat meen ik, voor een goed gesprek over een dergelijke subsidie, ook met verwijzing naar de vele verzetstentoonstellingen waarvoor mijn vader op het stadhuis van Amsterdam geridderd is, vlak voor zijn dood.

Ik houd me aanbevolen! En B&W kent mijn mailadres immers al 12 jaar. En we kunnen dan gelijk wat terminologische en iconologies en overige logische en wellicht ethische probleempjes bespreken, nietwaar.


(*) "homo homini lupus" = "de mens is den mens een wolf". En van de tentoonstellingen die mijn vader organiseerde, die ook op veel plaatsen in Amsterdam te zien is geweest, en ongetwijfeld gezien is door drs. Ed van Thijn en vele prominente PvdA'ers, allen wolven in mensenkleding, heette "homo homini lupus?".

(**) De volledige passage van de brief waarmee ik als invalide de derde keer van de UvA getrapt ben is deze (en antwoord op mijn klachten daarover, of op mijn vorderingen zijn nu al 20 jaar niet beantwoord, behalve met de observatie dat ik mij moest "onthouden van grievend taalgebruik en/of beledigingen aan het adres van personen":

"Uw uitgesproken gedachten over het peil van bestuur, onderwijs en onderzoek aan deze universiteit, alsmede over haar bestuurders en medewerkers zouden o.i. aanleiding voor U moeten zijn deze universiteit de rug toe te keren om vervolgens te trachten aan een andere universiteit in binnen- of buitenland af te studeren. "

En omdat het CvB van de UvA wilde benadrukken dat zij sadisten zijn die boven de wet staan, in de feitelijke praktijk, en dat ook weten, lieten zij dit voorafgaan door:

"Uw ziekte, waarvan wij de ernst geenszins onderschatten"

Sindsdien geen antwoord, want de heren - die zelf 45 miljoen gulden van de lopende universitaire rekeningen lieten verdwijnen, ook al straffeloos, en zelfs zonder enig objectief onderzoek - staan inderdaad feitelijk geheel boven de wet.

(***) Dit Wikipedia-artikel is redelijk, maar gaat naar mijn smaak teveel in op Piaget, die Kohlberg's theorie gedeeltelijk inspireerde.

(****) Ik heb tussen 1999 en 2002 geprobeerd, persoonlijk, telefonisch, via de mail, en met copien op schijf van ME in Amsterdam enig Amsterdams raadslid te spreken te krijgen. De nige die ik persoonlijk kin spreken was mevr. Gonnie van Oudenallen, gebpren Koster, sindsdien gebleken een neo-rechtse oplichtster te zijn. Verder was er voor mij geen raadslid te spreken, en kreeg ik alleen maar, vooral bij de PvdA verdierlijkt hondse, schofterig onbeleefde, zogeheten fractiemedewerkers, een soort "mens" dat al bijzonder adekwaat beschreven werd door De la Botie in "De vrijwillige slavernij", overigens sowieso een exceptioneel perceptieve tekst.

Maarten Maartensz


        home - index - top - mail