4
 

     Nederlog        

 

23 februari 2008


 

Die Partei hat tausend Augen - 3

 

 

Om eens een eerder behandeld thema te vervolgen, namelijk wat Komrij "Het verraad van mijn generatie" noem en ik "de collaboratie van mijn generatie" is hier een volledig citaat van een ingezonden brief afgedrukt in de Zaterdag &cetera bijlage van de NRC van heden.

Zie eerst, voor wie de achtergronden enigszins wil begrijpen de twee voorgaande stukjes - Partei 1, Partei 2 - en Geniale Gijs, aan wie ik de informatie over Vogelaar dank, die ik tot oktober 2007 niet kende, terwijl Gijs zelf kamerlid voor de C.P.N. is geweest:

Ex-communist Vogelaar
De biografie van minister Vogelaar zoals afgedrukt in het in Zaterdag &cetera van 16 februari vermeldt dat zij van 1970-1983 lid is geweest van de Communistische Partij Nederland. Met veel nazi-sympathieën en -collaboratie hadden de Nederlanders terecht weinig op. Zelfs zij die dit hadden gedaan wegens een persoonlijke noodsituatie (Aantjes) werden hiervoor genadeloos afgestraft. Merkwaardigerwijze wordt collaboratie met de doodsvijand tijdens de koude oorlog gezien als een uiting van progressieve gezindheid, althans in zekere linkse kringen.

Mijns inziens is er geen wezenlijk verschil tussen het lidmaatschap van de N.S.B. voor of tijdens de oorlog en het lidmaatschap van de C.P.N. in de jaren hierna. Voor een hoge regeringsfunctie zou dit soort mensen uitgesloten dienen te zijn.
Prof.em. Dr.A.C. Moulijn

Tja. De eerste zin is waar. De laatste zin is in tegenspraak met de Grondwet. En het "is er geen wezenlijk verschil" is op nogal wat manieren - ik zei "tja" - "een beetje dom", minstens. De Prof.em.Dr. moet oud genoeg zijn om te weten dat er in de naoorlogse C.P.N. nogal wat voormalig verzetslieden zaten, bijvoorbeeld.

Dan wat betreft "het lidmaatschap van de N.S.B." en "het lidmaatschap van de C.P.N.".

De leden van deze politieke partijen vergisten zich helaas intellectueel, zoals vrijwel iedereen - want vrijwel iedereen moet kunnen inzien dat vrijwel iedereen (christen, islamiet, hindoe, boeddhist, atheist ... you name it) moet kunnen inzien dat de meerderheid van de mensheid er anders over denkt, dacht en zal denken dan hij of zij zelf, of dan de leden of voorgangers van zijn of haar geloof of politieke overtuiging wenselijk en waar achten.

En bovendien is wat de de grote meerderheid van de leden van enig geloof of enige politieke partij denken feitelijk vooral propaganda en waan van de dag, en weten ze gewoonlijk weinig van relevante wetenschap of geschiedenis, en gewoonlijk nog minder van de ideeën die ze afwijzen.

Hun morele redenen voor hun intellectueel ongefundeerde meningen waren gewoonlijk één van twee of allebei: het kwam zo uit in verband met de carriére of het kwam zo uit in verband met persoonlijke idealen.

Gewoonlijk is het een mengsel, en beginnen ook de grootste carrière-makers als idealisten, zowel in de religie als in de politiek. Wellicht waren ook Alexander Borgia en Josef Stalin op 18-jarige leeftijd vurige idealisten, die het beste met de mensheid voorhadden.

Er is echter nòg een "wezenlijk verschil" dat de Prof.em.Dr. althans niet vermeldt in zijn verontwaardiging, namelijk het verschil tussen de leden en de leiders.

Ik citeer (ik deed ook dit eerder) Max Weber's "Wirtschaft und Gesellschaft I", waar hij het begrip "(politieke) partij" definieert.

"Parteien sollen heiszen auf (formal) freier Werbung beruhende Vergesellschaftungen mit dem Zweck, ihren Leitern innerhalb eines Verbandes Macht und ihren aktiven Teilnehmern dadurch (ideelle oder materielle) Chancen (der Durchsetzung von sachlichen Zielen oder der Erlangung von persönlichen Vorteilen oder beides) zuzuwenden." (p. 167)

Ik citeer alleen de openingszin van de sectie die over "Parteien" handelt en wijs nadrukkelijk op

"mit dem Zweck, ihren Leitern innerhalb eines Verbandes Macht und ihren aktiven Teilnehmern dadurch Chancen zuzuwenden".

Dáár gaat het om, in de alledaagse politieke praktijk, en één van de deugden van Weber is dat hij dit vrijwel even helder inzag als Machiavelli en Mosca.

En de situatie is - ook psychologisch - een stuk ingewikkelder dan het de Prof.em.Dr. schijnt te willen voorkomen. Hij lijkt te redeneren volgens het beginsel "hier de bokken, daar de schapen", of "hier de verraders, daar de loyalen", maar zo is het niet in de feitelijke alledaagse menselijke praktijk, die gewoonlijk veel ingewikkelder is.

Om mij te beperken tot Komrij's "Het verraad van mijn generatie" dat ik "de collaboratie van mijn generatie" noem:

Voor de leiders en voorgangers van "mijn generatie" in politiek links en de C.P.N. kwam het zo uit, niet door hun toedoen maar als nasleep van wat ik maar kortweg The Sixties noem, van buitenlandse studentenrevoltes, en vanwege de universitaire instroom van de baby boom, dat zij zich plotseling, in Nederland vanaf 1972 na de wet Veringa, in posities bevonden waar ze met hun soort politieke ideeën en idealen bijzonder makkelijk en goed carriére konden maken in de universiteiten, in de journalistiek en in de politiek, en dat alles gewoonlijk, zeker in de universiteiten, zonder dat ze daar werkelijk belangstelling in of talent voor hadden.

Wel: ze grepen de macht die ze in de schoot geworpen kregen door onverdiend historisch toeval, en vochten zich in welbetaalde, status en macht gevende posities in de universiteiten, in de journalistiek en in de politiek, waar velen nog steeds zitten. (Geniale Gijs noemde er een paar, waaronder Vogelaar, en ik behandelde daar één van in Nederlog.)

Komrij verweet ze dat ze al doende hun idealen verraadden. Ikzelf, die opgevoed is in een authentieke revolutionaire communistische familie weet wel beter: De idealen van de grote meerderheid bestonden uit pose en napraterij van een paar voordenkers van hun groep (Dutschke, Marcuse, Habermas, Althusser etc.)

Ze hadden geen werkelijke idealen om te verraden, want was dat wel zo geweest dan hadden zij - de zogeheten "intellectuele élite" van mijn generatie, met méér kansen dan vrijwel iedereen vrijwel altijd, in de hele wereldgeschiedenis, om hun eigen talenten te ontwikkelen en hun eigen idealen uit te diepen en intellectueel te funderen - dat immers wel gedaan.

Maar ze deden dat niet en vochten in plaats daarvan om macht en posities in de universiteiten, en om plaatsjes voor TV-camera's waar ze zichzelf en hun belangen konden aanprijzen en bestendigen. En tussen 1970 en 1995 hadden ze in Nederland (en daarbuiten) bovendient het post-moderne tij mee, want de media waren links, het tij was links, en de generatie was links, en kreeg macht aan de universiteiten, in de media en in de poltiek, eenvoudig door mee te doen, door te collaboreren, door te roepen wat de grote meerderheid riep, en te poseren zoals de grote meerderheid poseerde, alles met de pretentie zelf een grote moderne revolutionair in de traditie van Marx en Che te zijn, of toch minstens héél vooruitstrevend, progressief, en links.

Het was allemaal menschlich-allzumenschlich, en ongetwijfeld niet slechter dan carriére-makers van ander politiek geloof, of op een andere socialistische plaats, of in eerdere generaties (zoals beschreven in "The God that failed" van Richard Crossman bijvoorbeeld, of in "L'opium des intellectuels" van Raymond Aron).

Ik ken Vogelaar niet persoonlijk, maar ik heb meer dan genoeg leden van "mijn generatie" gekend om haar te begrijpen, en de eerlijke Jip-en-Janneke uitleg is deze

"Kom op nou jongens, doe niet zo flauw! Ik stond altijd gewoon te liegen en te poseren, net als jullie allemaal, en ik vergiste me even hard als jullie allemaal, zij het misschien in een andere richting dan jullie, en het was me net als jullie allemaal alleen te doen om mijn persoonlijke opgang, status, macht, rijkdom en aanzien. Echt waar!"

Want zo was en is het ongeveer, enigszins maar niet ontoelaatbaar vereenvoudigd.

Er zijn ongetwijfeld enkele zeldzame uitzonderingen, maar die maakten dan ook geen carriére, behalve als tropenarts, buitenlands correspondent of wetenschappelijk onderzoeker in een echte wetenschap (voorzover niet invalide). En de besten daarvan lijken ondertussen geëmigreerd uit Nederland, was het alleen om hun kinderen te vrijwaren van de gedwongen nivellering en debilisering die in Nederlands "verplicht openbaar onderwijs" heet.

Of één van die zeldzame uitzonderingen in de mij voorgaande generatie,  die werkelijk moed had en werkelijk intelligent was, en het totalitaire karakter van "het reëel bestaande socialisme" schittterend eenvoudig beschreef in "Animal Farm": George Orwell. (*)

Maar ook hij was een zeldzame uitzondering, en de meesten van zijn generatie volgden ook heel integer en loyaal een leider als Orwell's zwijn Napoleon, en blaatten braaf dat "Four legs good. Two legs bad.", tot ook dat gepostmoderniseerd werd tot "Four legs good. Two legs better.", of volgden trouwhartig en goedgelovig de Squealer van hun eigen revolutionaire richting.

Alles heel braaf. Omdat het persoonlijk voordeel gaf, of omdat het ze echt ontbrak aan de vermogens om de Squealers te doorzien, terwijl ze toch vanwege hun bewezen loyale partijtrouw mochten delen aan de trog.

Tenslotte, wat betreft de afsluitende zin van de Prof.em.Dr. "Voor een hoge regeringsfunctie zou dit soort mensen uitgesloten dienen te zijn."

Ik heb al opgemerkt dat dit in strijd is met de Grondwet. De relevante vraag over mevrouw Vogelaar is niet van welke vroegere dwalingen zij nu genezen is, maar hoe competent ze is, en hoe zinnig haar ministeriële plannen, en hoe redelijk haar ministeriële praktijken.

Slechter dan Rita Verdonk kan ze onmogelijk zijn, dunkt mij althans. Overigens ben ik niet bijzonder hoopvol, maar dat komt dan door de bewezen kwaliteiten van haar adviseur prof.dr. Paul Scheffer.

Ach ja. (En zie Notes on Chamfort I en II.)

 Meer Lob der Partei 


(*) Er is een goede uitgave van "Animal Farm" in Penguin, en wat ik in de volgende alineaas zeg komt ermee overeen, inclusief de subtiele dialekties-postmoderne overgang van "Four legs good. Two legs bad." naar "Four legs good. Two legs better.", die zo keurig is overgedaan in omgekeerde richting door "mijn generatie van verraders".

Wie de leidenden linkse leden van "mijn generatie" werkelijk wil begrijpen kan weinig beter doen dan dit boekje lezen. De door mij genoemde Squealer is bijvoorbeeld de Paul Scheffer van Animal Farm.

En wat ik "mijn generatie", van aan de universiteit gearriveerde zelfbenoemde revolutionairen vooral verwijt is dat ze het universitaire onderwijs ruïneerden voor eigenbelang, héél goed wetende dat ze feitelijk logen en bedrogen, en zèlfs geen werkelijke belangstelling hadden voor Het Denken van hun éigen voorgangers: Het waren véél meer heel gewillige stalinistische apparatsjiks dan de revolutionaire deugdhelden waarvoor ze zichzelf zo graag uitmaakten.

Hun "excuus" is dan ook, als ze eerlijk zijn, dat ze feitelijk corrupt waren, en niets beters dan stalinistische appartsjiks in andere revolutionaire bewegingen; dat ze dit feitelijk nog steeds zijn, als gearriveerden van hun generatie, nu vaak in eigen ogen hoogst moreel voorbeeldig aanhanger van Marianne Thieme; en dat dit uiteindelijk allemaal  "menschlich-allzumenschlich" is, en geheel normaal, zoals mensen gewoonlijk zijn: De doorsnee van het menselijk ras, inclusief degenen die het in zich hebben een universiteit af te kunnen maken, maakt nu eenmaal eerder een inquisitie uit de leer van een liefde predikend god, of een Gulag uit de leer van rechtvaardigheid en menselijkheid, dan dat ze een behoorlijke samenleving tot stand brengen:

If mankind had wished for what is right, they might have had it long ago. The theory is plain enough; but they are prone to mischief, 'to every good work reprobate.'
(William Hazlitt - zie De Prins der Polemisten)

Maar ja... hier zijn de morele idealen van mijn Revolutionaire Generatie én hun voorgangers anno 2006, samen solidair strijdend voor de uitgebuite legkip, de gemartelde big, de gediscrimineerde lintworm, en de Rechten van de koe op een koewaardig bestaan - "Two legs bad. Four legs good." - en zie de eerste twee van de Seven Commandments van Animal Farm:

"1.  Whatever goes upon two legs is an enemy.
 2.  Whatever goes upon four legs, or has wings, is a friend."
(Animal Farm, p.15)

"De kwetsbaarste wezens uit onze samenleving worden bij miljoenen gevangen, gemarteld, mishandeld, uitgebuit en afgemaakt. We kunnen en mogen niet langer werkeloos toekijken, nú is de tijd om een daad te stellen. We staan voor een historisch breekpunt in de strijd voor de rechten van het dier."

Aldus Kees van Kooten (ex-clichémannetje), Jan Wolkers (ex-CPN), Georgina Verbaan (Nederlands grootste borsten), Maarten 't Hart (speciaal voor de rechten van transvestiete ratten), Rudy Kousbroek (in de dagen van z'n avondrood bekeerd tot het dieren-magisme), Elsbeth Etty (ex-staliniste), Harry Mulisch (voormalig revolutionair, in eigen ogen groot denker en schrijver), en Paul Cliteur (ex-neo-conservatieve ex-bedreigde) e.v.a.

Dafur verbleekt erbij, nietwaar, net als die tientallen miljoenen jaarlijks van de honger kreperende mensenbabies.

Maar gelooft u mij: Ook dit revolutionair élan was en is weer pose aangelengd met aangeboren stompzinnigheid, zelfverworven onwetendheid, en fikse doses hysterie plus heel waarachtige publieksgeilheid.

Maarten Maartensz

        home - index - top - mail